Door Karel Leenders en Paul de Schipper
De gemeente Moerdijk ontstond
op 1 januari 1997. De herindeling voegde Willemstad, Fijnaart en Heijningen,
Standdaarbuiten, Klundert en Zevenbergen, samen met stukken van Hooge en
Lage Zwaluwe en snippers van andere gemeenten. Het dorp Moerdijk en omgeving,
tot dan toe verdeeld over drie gemeenten, lag op die dag voor het eerst
geheel binnen één gemeente.
De gemeente Moerdijk strekt zich uit langs de zuidelijke oever van het Hollandsch Diep, van het Hellegatsplein tot het begin van de Biesbosch. Water, oorlog en bestuurders zorgden ervoor dat het nooit eerder een eenheid werd. In de Middeleeuwen hoorde het westelijke stuk, als deel van het Land van Breda, onder het hertogdom Brabant.
De rest was onderdeel van het graafschap Holland en hoorde grotendeels tot het Land van Strijen. Holland en Brabant waren toen twee verschillende 'landen', die af en toe oorlog met elkaar voerden. De verdeling lijkt vreemd, maar het Hollandsch Diep bestond nog niet toen die grenzen tot stand kwamen. Een aaneensluitend enorm veengebied strekte zich van Terheijden en Wagenberg uit tot aan Den Haag. Allemaal 'land'.
Er lag zelfs een grote waard, met als westgrens een dijk die liep van Maasdam over Strijen en Strijensas, dwars door de huidige Moerdijkbruggen, via Lage en Hooge Zwaluwe naar de Helkant, en dan verder over Heusden, Woudrichem en Dordt terug naar Maasdam. Die waard, de Grote of Zuid-Hollandse Waard, is vergelijkbaar met de huidige Alblasserwaard: een nat veengebied vol dorpen. Middeleeuwse bestuurders nodigden zelf de zee uit.
Dat ging zo. Omdat de Middeleeuwers
het veen buitendijks van de Grote Waard gingen weggraven, boden ze de zee
de kans toe te slaan. Zo ontstond de geul het Wijvekeen, die later tot
het Hollandsch Diep zou uitgroeien. Het gevaar zag men al tegen 1360 aankomen.
Er werd geprobeerd een extra dijk aan de zeekant van de Waarddijk te leggen,
tussen Strijen en Zevenbergen. Dat mislukte, de geul was al te krachtig.
Rond 1400 probeerde men het nogmaals, nu iets oostelijker. Weer lukt het
niet.
Omdat men, ter financiering van het dijkwerk, er pal achter een nieuwe
grote moer-dijk had gegraven, werd de toestand alleen maar gevaarlijker.
In 1421 en nogmaals in 1424 brak de Waarddijk in het stormgeweld van de
Sint-Elisabethsvloeden. De Waard ging verloren. Het westelijke deel ervan
werd uiteindelijk de Biesbosch. Het Hollandsch Diep werd een brede aan-
en afvoergeul voor het vloedwater.
Wat is een moerdijk? In het buitendijkse gebied dat tweemaal daags onder
vloedwater kwam te staan waren ringvormige dijken aangelegd: de moerdijken.
Binnen zo'n moerdijk stak men de klei weg, groef er het natte veen onder
uit, droogde dat tot turf, stak die in brand en verzamelde de as. Die ging
scheep naar de zoutketen. Daar werd de as met zeewater aangelengd tot een
sterke pekel, waaruit door indamping zout gewonnen werd.
De zoutketen stonden ergens anders, bijvoorbeeld bij Zevenbergen. Als men
binnen een moerdijk alles uitgegraven had, werden die moerdijk niet meer
onderhouden, zodat ze weldra door de golven verzwolgen werd. Het dorp Moerdijk
is vermoedelijk vernoemd naar de beruchte moerdijk, die rond 1400 pal voor
de dijk van de Hollandsche Waard aangelegd was.
Het gevolg van al dat grondverzet was dat haast heel de Noordwesthoek van Noord-Brabant in de late Middeleeuwen bij vloed onder water stond. De zee legde een dikke kleilaag op het veen. De kasteelbeheerder van Niervaart, nabij het huidige Klundert, zag zijn kasteel verkruimelen. Hij kreeg een nieuwe job. Hij mocht voortaan illegale vissers en vogelvangers in de slikken en gorzen achterna zitten. Het dorp Niervaart verdween. Die van Breda gingen er met het Heilig Sacrament vandoor. De bijbehorende bedevaart bezorgde die stad zijn mooie Grote Kerk!
Op de eilandjes die overbleven
lag, hier en daar een nederzetting, zoals Zevenbergen. Ook het 'Eiland
van Moerdijk' en een veengebied tegen Hooge Zwaluwe staken meestal nog
boven het vloedwater uit. Toen heel het gebied in de jaren 1500 - 1650
herdijkt werd, bleek op die plekken maar weinig klei op het veen te zitten.
In de graspolders van Moerdijk is dat nog altijd te zien.
Elders in het overstromingsgebied werden toen vruchtbare kleipolders aangelegd.
Daar groeiden nieuwe, veelal agrarisch ingestelde dorpen zoals Fijnaart
waar gerimpelde, jichtige heren tot in de jaren '50 van deze eeuw vanuit
een soort dorpshuis hun wereld bestuurden. De inpoldering had ook strategische
redenen.
Willem van Oranje wilde tijdens de Tachtigjarige Oorlog de Spanjaarden
de weg naar Holland versperren. Zo ontstond de soldatenstadjes Klundert
en Willemstad. Het fort Willemstad weerstond in 1793 nog dapper de Franse
troepen en redde daarmee tijdelijk het vaderland.
Met het Hollandsch Diep lag er
ineens een barrière binnen het 'land' Holland. Dus kwam er een veerboot.
Eerst tussen Oudenbosch en Dordrecht, later tussen de Moerdijk en Dordt
en nog later alleen van Moerdijk naar Willemsdorp op het Eiland van Dordrecht.
Zonder gevaar was de overtocht niet. In 1711 verdronk prins Johan Willem
Friso bij een mislukte overtocht met deze veerboot. Een dikke eeuw later,
in 1821, werd voor het eerst een speciale stoomboot ingezet op deze veerverbinding.
De overtocht duurde nu ongeveer 25 minuten en was veel veiliger. Wat later
werd er nog zo'n fast ferry ingezet tussen Moerdijk Rotterdam.
Na het verzwakken van het strategisch belang leidde het binnenland van
de huidige gemeente Moerdijk een sluimerend agrarisch bestaan. De aandacht
richtte zich vooral op de poortfunctie, op de verbindingen en op het kleine
dorp met de grote naamsbekendheid: Moerdijk.
In 1857 bereikte vanuit Antwerpen
de eerste spoorlijn het Hollandsch Diep. De trein stopte aan de oostkant
van de Roode Vaart. De reizigers liepen over de dijk naar Moerdijk om daar
de veerboot te nemen. In 1863 bereikte vanuit Breda een tweede spoorlijn
het Hollandsch Diep, nu even ten oosten van het dorpje Moerdijk. Dit was
een onderdeel van de spoorlijn naar Rotterdam, waarin weldra grote bruggen
gebouwd werden. Ook de Antwerpse lijn werd nu naar de nieuwe Moerdijkbrug
verlegd.
Het wegverkeer moest intussen nog steeds met de boot naar de overkant.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon de aanleg van een der eerste vierbaans
autowegen in Nederland: van de Moerdijk naar de rotonde bij Princenhage
bij Breda. Voor die nieuwe weg werd ook een autobrug over het Hollandsch
Diep gebouwd.
De jongste ontwikkelingen betreffen de verbreding van de A16, het mogelijke
goederenspoor (Lijn 11) en de hogesnelheidslijn, waarvoor een nieuwe brug
over het Hollandsch Diep gebouwd moet worden. Toen 's lands economie in
de jaren '50 en '60 vaart kreeg, deden Brabantse bestuurders Moerdijk in
de aanbieding als industrieterrein. De deelnemende gemeenten verdronken
dit keer bijna in de schulden. Pas begin jaren '90 keerde het economisch
tij ten goede. Inmiddels liggen er, fel betwiste, plannen om een tweede
industrieterrein aan te leggen ten zuiden van het dorp Moerdijk. Ook zou
daar een glazenstad moeten verrijzen, omdat het Westland 'vol' is.
Dr. Karel Leenders is historisch-geograaf.
21 januari 2000
Om verder te lezen:
- Tijdschrift Holland jrg.14 (1982)
- Herben, M.H.A.J., L. van der Mierden. Het dorp en de heerlijkheid Niervaart
in de late middeleeuwen. Jaarboek De Oranjeboom 48 (1995) 33 - 49.
- Vriend, H.. De rivier de Mark door de eeuwen heen. Jaarboek Oranjeboom
6 (1953) 11 - 37; 7 (1954) 81 - 90; 8 (1955) 131 - 168.
- Vriend, H.. Flitsen uit het waterstaats verleden van noordwestelijk Noord-Brabant.
Plannen voor verbetering verbinding te water van Breda naar Holland in
de 17e eeuw. Jaarboek Oranjeboom 10 (1957) 132 - 141.
- Vriend, H.. Flitsen uit het waterstaats verleden van noordwestelijk Noord-Brabant:
Deltawerken in de middeleeuwen. Jaarboek Oranjeboom 14 (1961) 149 - 157.
Reageren op dit artikel? Stuur een e-mail aan redactie@bnstem.nl