"Rond het jaar 1000 hebben
hier rond Huijbergen nauwelijks mensen gewoond. Het was woest en ledig,
een vochtige wildernis. Misschien liep er in deze streek wat los volk dat
leefde van visserij en van primitieve landbouw. Soms verdienden ze wat
bij met struikroverij: het overvallen van reizigers en vreemdelingen."
Cees Hoeckx kijkt naar buiten. Op de golvende akker scharrelen twee
patrijzen: "Dat ze vanuit Zeeland dit dorp gesticht hebben, Huijbergen
een Zeeuwse kolonie? Daar geloof ik niks van." Hoeckx, 75 jaar en
het historisch geweten van Huijbergen schudt zijn hoofd: "Het zijn
de Wilhelmieten uit Den Bosch geweest en niet die uit het klooster van
Biervliet."
Een kleine 'Historikerstreit' in een ontwapenend groen dorp in een zandkom
in West-Brabant: waar kwamen de eerste vaste bewoners vandaan?
Dorpsstichting
Vast staat dat de nederzetting
helemaal niet werd gesticht door monniken. Op 9 april 1264 gaf de Heer
van Breda, de eigenaar van deze woeste grond, het gebied uit aan ene Willem
Bollard. Hij gaf daarbij de duidelijke opdracht er een nederzetting en
een kerk te stichten. Gedurende vijf jaar kreeg Willem vergaande bevoegdheden
in Huijbergen.
Waar kwam die Willem vandaan? De naam Bollard komen we in de dertiende
eeuw tegen in de buurt van het Stoppeldijk. In die tijd kocht een zekere
Clais Bollard ook moeren, turfgronden, in de buurt van Roosendaal.
Het is niet onmogelijk dat Willem uit Zeeuws-Vlaanderen, toen het noorden
van Vlaanderen, afkomstig was zoals zoveel moerkopers in die dagen.
Of met de Vlamingen van Bollard ook Zeeuwen meegekomen zijn, blijft gissen.
In 1278, toen het contract van Bollard allang afgelopen was, gaf de Heer
van Breda het gebied aan de Wilhelmieten. Dat was een contemplatieve kloosterorde
met de vestigingen in Den Bosch in Biervliet.
Cees Hoeckx houdt het erop dat de Wilhelmieten van Huijbergen uit Den Bosch
kwamen. Hij baseert dat op schriftelijke bronnen die verslag doen van een
civiele procedure in 1349. In dat jaar bouwden de Wilhelmieten illegaal
een hoeve op grond van de abdij van Tongerlo. Die plek ligt nu het centrum
van Huijbergen.
"Waar vroeger de Zeeuwen en Vlamingen plachten te wonen", leest
Hoeckx uit een kopie van een oude akte. Volgens Hoeckx slaat die zinsnede
niet op de Wilhelmieten maar op zoutzieders en turfstekers die al eerder
in de streek rond Huijbergen opereerden, mogelijk in het gevolg van Bollard.
Wie de kerk in het midden wil houden, redeneert dat de Huijbergse monniken
uit Biervliet kwamen en dat hun aantal versterkt werd met een paar Bossche
broeders.
De kloosterlingen zetten hun nederzetting heel planmatig op. In de beginperiode
bestond Huijbergen uit veertien boerderijen binnen het halfronde duin waar
het dorp nu nog ligt.
Buiten het duin dat de kom omringt, kwam er nog een blok van dertien boerderijen
bij het al door Bollard aangelegde blok van 8 hoeven. Geheel volgens de
traditie van de dertiende eeuw werd de grond verdeeld in stroken die twaalf
maal zo lang waren als breed, met een oppervlakte van 15,5 ha. Dat waren
de zogenaamde 'hoeven'.
Geen enkel landschap doorstaat ongeschonden de reis door de geschiedenis.
Toch is het aardig om sporen terug te kunnen 'lezen', ook al heeft het
zoals in Huijbergen, iets van kijken naar een slecht gerestaureerd schilderij.
Wie Huijbergen bezoekt, kan de systematisch uitgezette agrarische structuur
uit de Middeleeuwen nog op enkele plaatsen in het landschap herkennen.
Bijvoorbeeld bij de Weverbeek, die de oostgrens van een blok hoeven vormde.
En ook 'binnen het duin', in de omgeving van de Demerhoeve. De ruilverkaveling
heeft echter heel veel doen verdwijnen.
Grensperikelen
Eeuwenlang is Huijbergen grensgebied
geweest. Dat begon al met de ruzie tussen de Wilhelmieten en de abt van
Tongerlo. Later is het conflict altijd blijven etteren omdat de grens van
het Markizaat van Bergen op Zoom en het gebied van Tongerlo, uiteindelijk
eigendom van de Hertog van Brabant, door het dorp liep.
Het bepalen van de juiste plek van de grens leidde soms tot aardige taferelen.
Zoals die keer in 1349 dat de rechters bovenop het nog op de grond liggende
gebinte van een huis in aanbouw gingen zitten om uit te maken of dat huis
onder Tongerlo of Huijbergen zou staan.
De grens zou een rechte lijn dwars over Huijbergen zijn, maar het uitzicht
werd belemmerd door de zandheuvels. Er liepen op de duinen mannen met vuurpotten
aan lange staken te zwaaien om de rechter wat visueel houvast te bieden.
Eeuwenlang beheerste het klooster van Wilhelmieten het leven in Huijbergen.
De kerk was er niet alleen religieus dominant, maar had ook wereldlijke
macht als eigenaar van de grond. Cees Hoeckx: "Als je de pachtcontracten
van de boeren naleest, dan begrijp je hoe ze ongeveer gewurgd werden door
het klooster."
Hoeckx: "Het klooster kon je voor straf dwangarbeid opleggen. Daar
hadden ze de Schoelieberg voor, de naam zegt het al: daar mocht het dorpsschoelje
het land ontginnen."
Zwervende bendes
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog,
tussen 1585 en 1595, veranderde de streek van Huijbergen in een klein Kosovo
en raakte totaal ontvolkt. Zwervende bendes soldaten plunderden de boerderijen
en veel bewoners zochten hun heil binnen de wallen van Bergen op Zoom.
Toen ze terugkeerden, vonden ze slechts ingestorte en uitgebrande boerderijen
en verwilderde landerijen. Ook de Wilhelmieten kwamen terug. Ze maakten
haast met de wederopbouw. Pachtcontracten uit 1607 laten zien dat de pachter
hun bedrijven moesten herstellen. Alles wat ooit onder de ploeg geweest
was, moest opnieuw ontgonnen worden en de schaapskudde moest opnieuw opgebouwd
worden.
Na de Vrede van Munster in 1648 werd in Staats-Brabant het katholieke geloof
onderdrukt. In dat verband kwam het goed uit dat de grens met de zuidelijke
Spaanse Nederlanden, nu België, dwars door de kerk liep. Om die reden
kon men de kerk openhouden voor de eredienst. Ook na het einde van de oorlog
bleef het bij tijd en wijle onrustig.
Cornelis Hoeckx, een verre voorvader van Cees Hoeckx - "ik ben Cees
VII" - , maakte dat aan den lijve mee. In 1656 gingen veedieven er
met zijn koeien vandoor. Ze kwamen, zo zegt een verslag uit die dagen,
"met geladen roers" omdat Hoeckx geen belasting aan "die
van Kalmthout" zou hebben betaald.
Cornelis was kennelijk al een hele boer, want hij raakte negen koeien kwijt.
Bij buurman Adriaan Hector gingen de dieven er met een zwarte koe vandoor
en bij Pieter Jansz met een rode koe.
De boeren van Huijbergen lieten het er niet bij zitten: "We zullen
die van Kalmthout met stokken en staken de poten gaan breken." De
wraakoefening op Kalmthout bleek onnodig, want kort daarop lagen de negen
runderen van Hoeckx en de rode en de zwarte van zijn collega's weer rustig
op stal te herkauwen.
De monniken hielden het 569 jaar vol in Huijbergen. De laatste verliet
het klooster in 1847. Cees Hoeckx: "Dat was pater Guilielmus. Hij
was nog heel jong, toen hij weg moest."
De grens verlegd
Met de grens is er in en rond
Huijbergen nogal wat gerommeld. Rond 1820 ging het kadaster een nieuw systeem
voor de grondbelasting toepassen. Toen is men bij het opmaken van de documenten
voor het bepalen van de gemeentegrens uitgegaan van de gronden die voor
1795 grondbelasting betaalden aan de Raad van State in Den Haag. Die gronden
strekten een heel eind binnen het rechtsgebied van Tongerlo en Belgisch
Brabant.
Hoe dat ooit zo gegroeid is, zou nog eens uitgezocht moeten worden. De
gemeentegrens was tevens provinciegrens tussen Noord-Brabant en Antwerpen.
In 1830/1843 werd die grens tot staatsgrens. Dat neemt niet weg dat in
deze hoek de grens soms midden over straat loopt en dat soms de rijweg
Nederlands is en het fietspad ernaast Belgisch. Zo schoof de grens rond
1830 stilletjes 1500 meter oostwaarts. Tot de heg naast het gazon van Cees
Hoeckx. Die wijst nu uit het raam en zegt: "Kijk daar loopt mijn Belgische
buurman."
Dr. Karel Leenders
is historisch-geograaf. Hij is auteur van het boek Van Turnhoutervoorde
tot Strienemonde, een standaardwerk over de ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis
van het noordwesten van het Maas-Schelde-
Demergebied.
Om verder te
lezen:
Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 700-jarige bestaan van Huijbergen.
Huijbergen, 1964.
Hoeckx, C.P.J.. Huijbergen, gespleten heerlijkheid. Huijbergen, 1987.
Walle, C. van de. Siardus Bogaerts. De prior en zijn monasterium te Huijbergen
1614-1670. Tilburg, 1980.
Reageren op dit artikel? Stuur een e-mail aan redactie@bnstem.nl