Effen, een offer aan de haast

De hogesnelheidslijn is in Effen vooral een slooplijn. Ook de driehonderd jaar oude boerderij van de familie Roelants wordt geofferd op het altaar van de haast.

Effen! Ooit van gehoord? Langs de oude weg van Breda naar Rijsbergen ligt het dorpje Effen. Voor wie ter plaatse bekend is: halverwege de Krabbebossen. Het is een aardig villadorpje verscholen onder het groen van eiken en Canada-populieren, met duivenhokken zo groot als een kleine bungalow. Wat ook opvalt aan dat kleine Effen is de enorme kerk. Effen is typisch zo'n dorpje waar je altijd voorbijrijdt. Toch weet de grote wereld Effen wel te vinden. De hogesnelheidslijn gaat er straks zijn spoor trekken en ook, met zes banen, de nieuwe A16. Effen ligt in het oude Princenhage, vlak onder Breda in een gebied dat al in 1942 door de grote buur werd geannexeerd. De vroege bewoners van Effen bouwden hun haardsteden op de linkeroever van de Aa of Weerijs, tussen een aantal oude en jongere wegen die min of meer evenwijdig aan dit riviertje lopen.

Napoleon

Intrigerend door de naam is het Oudlandstraatje. Iets verder naar het westen ligt de middeleeuwse weg van Breda via Rijsbergen naar Antwerpen (Oude Rijsbergse Baan). En vlak daarnaast de onder Napoleon aangelegde kaarsrechte en nu nog altijd drukke Rijsbergse weg. Aan de andere kant van die weg ligt nog een brede strook landerijen die als het ware afgesloten wordt door de in 1646 gegraven Bredase Turfvaart. Wie op kaarten van rond 1960 zoekt, zal het dorpje Effen niet vinden. Het is dan nog een piepjong woonwijkje. Effen bestond altijd als gehucht met een erg verspreide bewoning van boeren, tuinders en landarbeiders. Een woonkern, een concentratie van huizen, een dorpsplein, het was er geen van alle. Toch hoort Effen tot de vroegst genoemde gehuchten van Princenhage. Al in 1296 wordt ene Hendrik vermeld die er vandaan komt en in 1310 gaan mensen uit Effen over de Kerkdijk naar de mis in Princenhage. De naam Effen is moeilijk te verklaren. Mogelijk schuilt er een boomnaam in. De vroegst ontgonnen gronden van Effen lagen tussen de Aa of Weerijs en de Oude Rijsbergse Baan. Die weg zal lang de scheiding met de heide geweest zijn. Pal naast de rivier liggen lage gronden die als wei- of hooiland gebruikt werden. Er is een vrij abrupte overgang tussen deze oevergronden en het hogere akkerland, waar het Oudlandstraatje midden door loopt. In dit gebied vinden we rond 1830 vier boerderijen: de Boonhof, een hoevetje. Daar tegenover aan de Oude Rijsbergse Baan, de grote witte boerderij ten noorden van de Krabbebossen en de boerderij die nu achter de kerk staat. Iets verder, richting Breda, stond de windmolen Zelden Effen. Met een effen molensteen is het slecht graan malen, vandaar de naam. Iets noordelijk lag het Elzenburgstraatje met daaraan een hele groep huizen en boerderijen. Die bebouwing lijkt te zijn gegroeid rond de hoeve Ter Stappen.

Kippenbruggetje

Die is zo genoemd naar de rij palen die in de Aa of Weerijs stonden en waarover je, als je voorzichtig was, de rivier over kon stappen. Een nog eenvoudiger constructie dan een vonder (enkele plank) of een kippenbruggetje. Het huis Elzenburg kwam voort tot de oude hoeve Ter Stappen. Die hoeve was in de achttiende eeuw in handen gekomen van de apotheker Van Elzen. Hij liet er een zomerhuis bouwen. Het groeide uit tot een inmiddels verdwenen buiten. Veel gronden en hoeven in Effen, ook Ter Stappen, behoorden aanvankelijk tot de middeleeuwse heerlijkheid Ten Houte. De kern daarvan was de Prinsenhoef in 't Hout bij de oude marechausseekazerne, nog geen kilometer ten noordoosten van Ter Stappen. Elk jaar op Sint Dionisiusdag moesten de pachters hun penningen aan erfcijns afdragen aan Ten Houte. Tegen het einde van de Middeleeuwen is het gebied ten westen van de oude baan ontgonnen. Rond 1830 stonden er tien deels schamele boerderijtjes. Toch hadden de landarbeiders daar bij hun huisjes al gauw een duizend vierkante meter of meer om er wat groente te kweken. De geit kon wel langs de weg grazen. Verder naar het zuidwesten bleef de bodem lang onontgonnen of werd er bos aangeplant. Eén zo'n stuk vinden we op een kaart van rond 1900 terug als Klein Zwitserland. Daar lagen langs de turfvaart wat stuifduinen. Ondernemende lieden wilden er iets toeristisch opzetten. Er kwam zelfs een tramhalte, maar uiteindelijk is het niks geworden. Eeuwenlang was Effen een ijl bewoond agrarisch gebied waar de aanwezigheid van de weg naar Antwerpen nauwelijks effect op had. Vanaf 1710 was de molen er het meest opvallende bouwsel. Die molen heeft er tweehonderd jaar gestaan. Voor die tijd stond er een standerdmolen op Bredase stadswal, ten oosten van Valkenberg. Omdat de bomen de wind belemmerden, kon deze molen nauwelijks verpacht worden. Toch woei het geval op een onbewaakt moment omver. De Nassause Domeinen verhuisde daarop deze houten standerdmolen naar Effen. Rond 1800 kwam de molen in particuliere handen. Een eeuw later was Zelden Effen niet meer rendabel en werd de massa hout die vrijkwam bij de afbraak, gebruikt als basis voor een houtbedrijf. Effen was zijn opvallendste gebouw kwijt, maar niet voor lang. . .

Kathedraal

Op een zekere dag verrees er een enorm bedehuis. Het moet in 1935 geweest zijn dat pastoor Antonius Anssems de boerderij van Chris Roelants binnenkwam: Jullie moeten honderd gulden geven voor de nieuwe kerk en morgen verwacht ik jullie op de bouwplaats. "Je had maar te gaan", vertelde de in september van dit jaar overleden Roelants, zwarte grond wegscheppen anders kwam je niet in de hemel. Zweten tot je op de rode grond kwam voor de fundering, want op zwarte grond kun je niet bouwen. "WoonwijkenZo'n grote kerk, voor zo'n klein boerengat? Wat was er aan de hand? Voor het antwoord moeten we naar Breda. Tussen de twee wereldoorlogen discussieërden stadsplanners daar over de stedenbouwkundige aanpak van uitbreidingen. Moest Breda een zwerm tuindorpen worden of een meer compacte stad? Het resulteerde in een wijksgewijze aanpak binnen steeds opnieuw te krappe gemeentegrenzen. Het bisdom Breda meende er goed aan te doen in de verwachte woonwijken alvast nieuwe kerken te bouwen. Zo kregen Effen en ook het gehucht Liesbos eigen 'kathedralen' die nog altijd op woonwijken wachten. Dat was in de tijd dat landarbeiders nog dagelijks bij de boeren langs gingen, op zoek naar werk. Landlopers en marskramers klopten op de bovendeur, zoals Remi de zwerver die spiritus met slootwater dronk en die bij de boeren op Effen dikwijls een bord pap kreeg. Op het keurig kerkhof van Effen, direct naast het kapelletje ligt in de zwarte aarde, 'Antonius Anssems. Stichter en eerste pastoor van de Moeder Gods Parochie Effen, in pace Christi' staat er op zijn grafsteen.

Landschap

Hier reed in 1935 Chris Roelants met zijn klikkar vol grond: Een klikkar, dat is een kar waar je een pal, een stuk hout, uit kon trekken en dan kiepte-ie achterover. "Roelants woonde met zijn familie in een driehonderd jaar oude Kempische boerderij. Hij keek er uit over de golvende landerijen van Effen, kon de plaats van de molen nog aanwijzen: Daar in het weiland stond Zelden Effen. "Dan mijmerde hij over het beeld dat hij zag door het raam en zag de cirkelgang der tijden: Gek eigenlijk. Vroeger was het een prachtig gevarieerd landschap. Ik heb me kapot moeten werken om al die heggen weg te hakken en de wallen af te graven. Nu willen ze dat allemaal weer terugplanten om het landschap weer verrassend te maken. "De nieuwe tijd weet Effen te vinden. De hsl is bij familie Roelants over de koeienstal heen getekend. Voor Effen is de hsl vooral een slooplijn. Het moet nu allemaal groter en sneller. " Chris Roelants maakt de komst van de hsl niet meer mee. Hij begreep het ook niet helemaal: Aan de ene kant moeten we het landschap opvrolijken, aan de andere kant wordt het geofferd aan de haast, maar waar doen we het voor? Wij gingen dood van het werken naar bed, maar we stonden gesterkt weer op. Nu gaan ze met een suffe kop slapen onder de dekens en komen ze er met een suffe kop uit. "

Toekomst

Zoon Jan Roelants boert nu op de hoeve. Hij heeft zestig melkkoeien, een boer in de kracht van zijn leven met een gezin en jonge kinderen. Twee jaar geleden kwamen de 'schatters' van Rijkswaterstaat, want die vriendelijke, driehonder jaar oude boerderij moet weg. Zoveel weet Jan inmiddels wel. De opbrengst? Dat is een ander verhaal. Het beloofde taxatie-rapport hebben ze bij de familie Roelants nog steeds niet binnen. Wat hun toekomst is? Hij haalt de schouders op. Ergens anders opnieuw beginnen? Weer schouderophalen: Rijkswaterstaat he, de centen! Ik weet het niet. " Het zijn tergend onzekere tijden in Effen.

Om verder te lezen:
Over de molens van Princenhage, waaronder die van Effen. - Tijdschrift Hage 1976, nr. 16.

Reageren op dit artikel? Stuur een e-mail aan redactie@bnstem.nl

Terug naar overzicht


Copyright BN/DeStem/Uitgeversmaatschappij Zuidwest-Nederland BV, The Netherlands.
Niets op deze website mag worden verveelvoudigd, of worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige andere manier, hetzij op papier, hetzij digitaal, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van hoofdredactie en/of de uitgever.