's Hertogs tienduizend bunders

HET CIJNSBOEK VAN DE HERTOG VOOR DE MEIJERIJ
VAN 'S-HERTOGENBOSCH
VAN 1340

Analyse en Bewerking

Martien van Asseldonk

Sri Lanka,
maart 1998

Versie 12 februari 1999
© Copyright : M. van Asseldonk


Naar begin           Naar dorpenlijst

HOOFDSTUK 3

DE REKENING VAN RENTMEESTER TIELMAN

3.0 Inleiding

Op fol. 91 - 96v bevindt zich de afrekening van rentmeester Tielman. Fol. 91 en fol. 96v bevatten losse aantekeningen en een later bijschrift, de eigenlijke afrekening staat op fol. 91v - 96. Op fol. 96 vermeldt Tielman zijn totale inkomsten en uitgaven.

Totaal ontvangen : 2.704 pond + 10 sch. + 0 pen. + 3 ob.

Totaal uitgegeven : 1.391 pond + 4 sch. + 0 pen. + 1 ob.

Voor administratie: 20 pond

Aan de hertog afgedragen: 1.293 pond + 6 sch. + 0 pen. + 0 ob.

Als men de uitgaven optelt dan komt dat exact overeen met het bedrag dat Tielman als totaal geeft. De inkomsten van Tielman zijn niet helemaal te controleren. Enkele inkomsten zijn later veranderd, en in enkele gevallen is het oorspronkelijke bedrag weggeradeerd. Ook is niet van alle cijnzen in natura de waarde gegeven, zodat we die moeten benaderen met behulp van de wel beschikbare gegevens. De inkomsten blijken nagenoeg overeen te komen.

Bij zijn inkomsten geeft Tielman achtereenvolgens lijsten met:

- bedragen in payment fol. 91v - 92

- bedragen in oude penningen fol. 92 - 92v

- bedragen in nieuwe penningen fol. 93 - 93v

- de cijnzen in natura, zijnde

- hoenderen fol. 94

- was fol. 94v

- rogge fol. 94v

- haver fol. 95

- gerst fol. 95

- mout en ruwe even fol. 95

Op fol. 95 - 96 geeft rentmeester Tielman zijn uitgaven. Alle bedragen zijn gegeven in payment geld.

Oude, nieuwe en payment penningen

Tielman rekende 1 oude groot voor 9 oude penningen, 12 nieuwe penningen, of 16 penningen payment. In de afrekening werd alles omgerekend in penningen payment. Ook veel cijnzen die volgens het oorkondenboek van Noord Brabant na omstreeks 1300 ontstonden werden vastgesteld in penningen payment. De penning payment was kennelijk de brabantse munt die omstreeks 1340 gangbaar was.

In een acte uit 1314 waarin de hertog een deel van zijn peellandse cijnzen aan de heer van Helmond schenkt, worden oude cheise en niuwen cheise genoemd. Rentmeester Tielman heeft het in het cijnsboek van de hertog van 1340 fol. 92 en 93 over censibus antiques en censibus novis. J. Heeren merkte in een artikel in 1939 op dat er in 1314 oude en nieuwe cijnzen overgedragen werden, van Middelrode alleen de oude cijnzen, en ook van Deurne en Bakel maar een deel van de cijnzen. De betekenis van oude en nieuwe cijnzen, was echter: cijnzen betaald in oude dan wel nieuwe penningen. Dat blijkt onder andere uit de omrekening van de bedragen door rentmeester Tielman In een aantekening uit 1550 wordt gerefereerd aan de cijnzen van de hertog als zijnde betaald in ‘oude gelt’ en ‘nieuwe gelt’ (zie appendix 10).

Zowel de oude als de nieuwe penningen werden ook wel Leuvense penningen genoemd. Dit waren penningen van de hertog van Brabant die in de twaalfde eeuw nog de titel graaf van Leuven voerde. In de twaalfde eeuw was het muntstelsel in het Duitse rijk nog weinig gedifferentieerd. De graaf van Leuven sloeg penningen die dezelfde waarde hadden als de penningen die in Keulen, Luik, Namen en in verschillende andere belangrijke steden in het keizerrijk geslagen werden. Al deze penningen wogen ongeveer 0,81-0,87 gram en 240 van deze penningen waren evenveel waard als een Keulse mark. In een acte uit 1214 is voor het eerst sprake van een brabantse penning die een waarde had van 2/3 van de oudere penning, en een gewicht had van ongeveer 0,52-0,57 gram. Die penningen waren toen al in omloop, maar nog niet lang, anders zouden ze wel eerder vermeld zijn. We dateren de invoering van deze lichtere penning op ongeveer 1210. De penningen die de hertog later in de dertiende eeuw sloeg hadden steeds een gewicht tussen 0,45 en 0,57 gram. Het is aannemelijk om de oude brabantse penningen uit het cijnsboek te identificeren met de brabantse penningen van vóór ongeveer 1214 en de nieuwe penningen met de penningen die vanaf ongeveer 1210 geslagen werden.

3.1 De uitgaven

Ten eerste voor de uitgaven van genoemde Tielmannus voor het ontvangen van de aan Brabant verschuldigde gelden, berekend op 5 pond

Voor de bouw van de lakenhal (domus pannoris) in Tongheren:

Ten eerste voor de timmerlieden (carpentarijs) voor hun die voornoemde huis bouwden, 48 schellingen

Ook om voornoemde huis aan beide zijden in het Diets genoemd te

stertbanden', 30 schellingen

Ook van 2.000 spijkers (clavis) in het Diets genaamd 'Latnaghel', 13 schellingen + 4 penningen

Ook voor dakpannen (tegulis), 29 schellingen

Ook van overig hout (lignis) gekocht van Willelmus van der Schuren (de Horreo), 9 schellingen

Ook de dakdekker (tectore) van het huis, voor zijn loon, 32 schellingen

In dezelfde plaats, van het huis van de heer hertog (de domo domini ducis), waarin een pachter woont, 15 schellingen

Goeswinus, genaamd Model, voor zijn voornoemde paard, op de tocht van de heer hertog naar Rode, zoals hij beweert, 12 pond

Voor uitgaven van de heer van Cuyc, en heer Egidius van Quaderibbe, gemaakt in den Bosch op de maandag na het octaaf van pinksteren, 6 pond en 3 schellingen

Voor het hoeden (custodia) van de lammeren (agnorus) in den Bosch, 4 pond

Voor de uitgaven van genoemde lammeren in de winter, 45 mud avene

Van de haver (havena) van de heer hertog die over de Maas met een schip werd aangevoerd, 40 schellingen

Van de lakenhal (domo pannoris) in den Bosch, op bevel van de ontvanger van Brabant, 108 pond, 16 schellingen en 11 penningen

Voor de kleding van Petrus Balistarius in den Bosch, 7 pond

Voor de kleding van de ontvanger in den Bosch, 8 ponden

Voor de uitgaven van de klerk (clerici) met bediende en paard (equo) die de genoemde cijnzen van de heer hertog in alle dorpen (villa) inzamelde, van het feest van de Sint- Remigius, aan een stuk door tot aan het feest van Kerstmis en daarna gedurende een jaar met de betaaldagen, 24 pond

Voor de kleding van die klerk (clerici), 6 pond

Van 16 lammeren (agnis) genaamd 'vlich', voor het loon van hen die (de lammeren) pakten, 17 groten, waard 21 schellingen en 4 penningen

Voor de uitgaven van de valkenier (falconariorus) van de heer hertog in den Bosch in het gasthuis Joannes Roeskens, 18 groten, waard 24 schellingen

Voor de uitgaven van genoemde Tielmannus gemaakt in Brussel vanwege die van Vechel, en toen de gedingen waren bij Eerde, 18 schellingen en 9 penningen groten, waard 15 pond

Ook zond genoemde Tielmannus, voor Tielkinnus, zijn verwante aan de heer (domino) ontvanger van Brabant op zondag na Sint-Barnabas Apostel, 5 pond groten, waard 80 pond, en gaf aan Johannes van der Trappen in plaats van Antonius van Brussel (op verzoek van?) voornoemde ontvanger.

Aan de tollenaar (theolonario) van Lit, van het schip aan de kant van de graaf van Holland (comitus Hollandie), voor (de overtocht van?) heer Willelmus van Duvenvorde, 6 schellingen groten, waarde 4 pond + 16 penningen

Totaal: 293 pond en 17 schellingen en 7 penningen

bijschriften 1 fol. 95v:

aan Theodoricus van Brienen 20 pond

aan heer Arnoldus Coc 15 pond

aan heer Herbernus van Rieden 10 pond

aan heer van Zeveberghen 30 pond

aan heer Theodoricus van Berze 30 pond

bijschriften 2 fol. 95v::

aan Baldewinus van Batenberch 15 pond

aan heer Gherardus van Meerwyc 4 pond oude groten

(= 64 pond payment)

aan heer persoon (investito) van Nysterle 10 gulden (flor.)

aan de leenmannen (hominibus feodalibus)

Ten eerste aan de persoon (investito) van Orte en 's-Hertogenbosch, 8 schellingen en 4 penningen

aan de kapelaan (capellano) van Graven (Gravia), 20 pond

aan Godefridus Schemel, uit het deel van Willelmus Voet, 6 schellingen en 7 1/2 penningen

aan de kanunnikken (canonicis) in Orscot, 7 schellingen en 3 penningen

aan de heer van Postel, 15 schellingen

aan Henricus Bresser, uit het deel van Haetkinus van Eyke, 15 schellingen

aan Willelmus, zoon van Johannes van Haren, 45 schellingen

aan de heer van Lippa, 68 pond, 13 schellingen en 4 penningen groten, voor 12 penningen gerekend, waarde: 88 pond en 16 schellingen

aan Johannes, zoon van Zebertus van Vluenhout, 10 pond groten, voor 25 penningen gerekend, waard 6 pond + 8 schellingen

aan Petrus, zijn zoon, 10 pond groten, voor 25 penningen gerekend, waard 6 pond en 8 schellingen, bijschrift: de zoon

aan Johannes Bie van Breda, 10 pond groten, voor 25 penningen gerekend, waarde 6 pond en 8 schellingen

aan Johannes, zoon van Walterus van den Hout (ex Ligno) van Breda, 20 pond groten, voor 25 penningen gerekend, waarde: 12 pond en 16 schellingen

aan de heer van Cuyc, uit het deel van de heer van Cuyc, 100 pond

('aan de heer van Cuyc' vervangt een weggeradeerde naam)

aan de heer van Brederode, 16 pond, 4 schellingen en 9 penningen groten, waarde: 259 pond en 16 schellingen

('4 schellingen en 9 penningen' is doorgestreept.)

aan jonkvrouwe Mente? van het klooster (monesteriale) in Binderen, 5 pond

aan Johannes van den Eechoven, 180 pond

aan de kapelaan (capelano) van de Heilige Elizabeth in 's-Hertogenbosch, 25 schellingen

later: heer Modellinus

aan de Minderbroeders (fratribus minoribus) in 's-Hertogenbosch, 3 pond

aan de heer Johannes van Hezebeen, 4 pond en 10 schellingen

aan Petrus Balistarius in den Bosch, 10 pond

aan de kerk (ecclesie) van de Heilige Johannes in 's-Hertogenbosch, 17 schellingen en 3 obolen

aan heer Willemus van den Bossche, ridder (militi), voor de cijnzen van zijn huisplaatsen in den Bosch, 44 schellingen, 5 penningen en 1 obool

aan Wiero van Barle, voor zekere huisplaatsen in den Bosch, 13 schellingen en 6 penningen

aan heer Henricus van Bozeloe, 10 pond

aan heer Ottonus van Driele, 15 pond

aan de heer van Arkel, 32 pond

aan Vasteradus van Ghiesen, 30 pond

later: heer Arnoldus

aan de heer van Cranendonc, 60 pond

aan de abdesse van Thoren, 20 schellingen

aan de heer van Fontania, 5 pond, 19 schellingen en 8 penningen groten,waarde: 95 pond, 14 schellingen en 8 penningen

aan Johannes van Vonderen, 15 pond

later: Borgardus van Vonderen

aan heer Henricus van Hoeps de jonge (junioris), 20 pond

aan heer Johannes van Levedale, uit het deel van de heer van Stapel,12 schellingen en 6 penningen

Totaal uitgegeven : 1.391 pond + 4 sch. + 0 pen. + 1 ob.

Opmerkingen:

Uit de optelling van rentmeester Tielman is op te maken dat hij de bijschriften 1 op fol 95v wel meegeteld heeft, en de bijschriften 2 (die van latere datum zullen zijn) niet.

Een notatie als '5 pond en 4 schellingen en 3 penningen groten' staat voor (5 keer 240) + (4 keer 12) + (3 keer 1) groten = 1251 groten.

De waarden zijn steeds gegeven in payment geld. 16 penningen payment gingen in een groot.

Een notitie als 10 pond groten, voor 25 penningen gerekend, waarde 6 pond en 8 schellingen, laat zich als volgt omrekenen:

10 pond groten = 2.400 groten = 38.400 penningen payment

voor 25 penningen gerekend, betekent kennelijk 'delen door 25'

10 pond groten, voor 25 penningen gerekend = 38.400/25 = 1.536 penningen

payment, wat omgerekend de 6 pond + 8 schellingen payment oplevert.

3.2 De inkomsten

Een aantal van de volgende cijnzen worden ook vermeld in het oudst bewaard gebleven cijnsboek van ‘s-Hertogenbosch, dat dateert uit 1520. Zie paragraaf 3.3.

bedragen in payment (16 penningen payment werden voor 1 groot gerekend)

Bijschrift:

Item van 2 hoefstade Henricus Colen van Cnode rosmolen, 32 schellingen

Item van Goesken Nennen van den uutfanc, 12 schellingen

in oorspronkelijk handschrift:

Ten eerste de tol (theolonis) te Lit 442 pond (veranderd in 446 pond)

van een recht in Den Bosch (jure in Buschoducis)genaamd loectgheleide, 200 pond

(bijschrift: + 17 pond)

van de windmolen (molendino venti) in Os en Hees 180 pond (veranderd in 184 pond)

van de windmolen (molendino venti) van wijlen Johannis Lisscaps, 20 schellingen

van de windmolen (molendino venti) in Lit voor het deel van de hertog (pro parte ducis),

10 schellingen

van die van Alem van hun gemeint, 3 pond

van het goed (bonis) van Stapel, 11 pond

van de gemeint van de geburen van Haren et Belveren, 5 pond

van heer (domino) Willelmo de Buscho van elf lakens?, 27 schellingen

van de markttol (nundius) in Tongheren, Endoven et Orscot, voor het deel van de hertog (pro parte ducis), 12 pond

van de gemeint van de geburen van Gheffen, 3 pond + 4 schellingen

van de gevangenpoort (porta captinorum) in den Bosch, 6 pond

van Willelmus van Neysel van de visserij genaamd Ortensche mere, 40 schellingen

van de waag (statera) in den Bosch (Buschoducis), 3 pond

van het gewandhuis (domo pannorum) in Osse en de oliemolen (molendino olei) aldaar,

25 schellingen

van de accijns (assisia) in Endoven, voor het deel van de hertog (pro parte ducis), 40 pond

van de accijns (assisia) in Oesterwyc, 40 pond

van de heer (domino) de Cranendonc van het bos (nemore) genaamd Achte, 3 pond

van het goed (bonis) van Netersel, 45 pond

bijgeschreven: 4 pond Aude groot (= 60 pond payment)

van de accijns (assisia) van Waelwyc, 30 pond

van een huis in den Bosch (domo in Buschoducis) van Henricus Steenwech en de zijnen (et socij sui), 13 pond payment

van de markttol (nundius) in Osse, 4 pond + 10 schellingen

van de markttol (nundius) in Eersel 3 pond + 4 schellingen

bijschrift: vacat

van de windmolen (molendino venti) in Wcht, 10 pond

van de (molendino venti) van Enghelbertus Ludincs, 10 pond

van de windmolen (molendino venti) van wijlen Gerardus, zoon van Henricus, 3 pond

van de windmolen (molendino venti) van Johannus Egkens en Halsnete, 3 pond payment

van de watermolen (molendino aquorum) van wijlen Johannis van den Hovel, 20 schellingen

van het dorp (villa) genaamd Zomeren, 30 pond

van het eiland (insula) van Oyen, 32 pond

bijschrift: de heer (dominus) van Bocstel

van het goed (bonis) van Meerwyc, 14 pond + 8 schellingen

weggehaalde, of moeilijk leesbare regel:

van de molen (molendino) ....

Bijschrift:

van Jan van den Straten van goed (bono) in Rode 16 pond, op Lichtmis (ad purificatione)

van den goede dat Gielijs Srode soen was te Rode 25 pond

oorspronkelijk handschrift:

van het huis van de hertog (domo domini ducis) in Rode, 20 schellingen

bijschrift: betaald (solvit)

van Walterus van den Broek (de Palude) van de visserij (de piscatura) gelegen bij Endoven, 40 schellingen

van hooi? (feno) en de kleine tienden (decima minuta) in Duren, 26 pond + 4 schellingen + 4 penningen

bijschrift: van 11 mud (modus) gerst (ordea) 37 pond + 8 schellingen

(deze 11 mud gerst, is de doorgestreepte post op fol. 95)

van het huis van de hertog (domo ducis) aldaar 24 schellingen

van de waterloop (aqueducta) van de Oude Maas (veti Mosa) in Oude Hoesden, 40 schellingen

van de waag (statera) in Endoven, voor het deel van de hertog, (pro parte ducis),

20 schellingen

van de gruit (maheria) in den Bosch (Buschoducis), 50 pond

van Ysebold van Asten van de gruit (maheria) van Pedel, 7 pond

van het ambt (officio) genaamd scry(f)ambacht in den Bosch (Buscoducis) en kleren? aan anderen verkocht aldaar, 21 pond

van de wateroliemolen (molendino aque olini) gelegen (compenis) in Rode, 50 pond

van Rutgherus Model van goed gelegen in Rode, 40 pond

van de oliemolen (molendino olini) gelegen in den Bosch (Buscoducis) gegeven voor een jaarlijkse erfelijke cijns, 40 schellingen

van het goed van wijlen Florentius van Gorc, 7 pond

(doorgestreept, bijschrift: is verdeeld)

fol. 91 geeft de volgende tekst:

van het goed van Floris van Goer, 7 pond, betaald door de volgenden:

ten eerste Johannes van Gunterslaer, Bela van Loeke, 17 1/2 schellingen

Johannes van Gunterslaer is doorgestreept

Arnoldus, zoon van Johannes van Gunterslaer, 17 1/2 schellingen

Arnoldus, zoon van Wolterus van Rode, 35 schellingen

Andreas Broechoven, 23 schellingen en 4 penningen

Everardus, genaamd Leeuken, 23 schellingen en 4 penningen

later: de weduwe en kinderen

Henricus Roesemont, 23 schellingen en 4 penningen

later: de erfgenamen

van de gemeint (communitatibus) in Duren, 21 schellingen

bijschrift: vacat

van twee hoeven (mansis) in Osse van wijlen Johannus van Wansem 24 schellingen

van de waag (statera) in Oesterwyc, 10 schellingen + 8 penningen

aldaar van het weggeld, genaamd wechghelt , 16 schellingen

van de windmolen (molendino venti) van Pyranius, genaamd Mors van Steensel, 7 pond bijschrift: waarde is 8 pond + 15 schellingen

van de gemeint (communitatis) in Oyen 8 pond + 16 schellingen

van het gewandhuis (domo pannoris) in Orscot

voor het deel van de hertog (pro parte ducis), 12 schellingen + 6 penningen

van het goed (bonis) van de heer hertog (domini ducis) in Tongheren, 36 pond

bijschriften:

van 6 pond pyper

van Ghodefridus van Sceepstade van de molen in Bakel , 20 schellingen

bijschrift: waarde is 25 schellingen

van het goed (bonarijs)in Gunterslaer, 46 pond + 8 schellingen

waarde

van de vleesbank (scamnis carnificum) in Endoven, voor het deel van de hertog (pro parte ducis), 26 schellingen + 8 penningen

van Egidius van Hoesden van de windmolen (molendino venti), 12 oude groten

oude cijnzen (censibus antiquis), een groot voor 9 penningen gerekend

(Dit zijn de cijnzen betaald in oude penningen, waarbij 9 oude penningen voor 1 groot gerekend werden).

pd. sch. pen. ob.

- Ten eerste in Wcht 4 14 8 -

- in Essche - 6 7 -

- in Ghestel bij (prope) Herlaer - 22 - 1

- in Straten bij (prope) Endoven 4 5 5 -

- in Strijp - 17 2 1

- in Oerle - 57 - 3

- Item in Oerscot voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - 58 8 -

- in Eersel - 45 8 1

- in Lumel - 25 2 2

- in Mierde 3 9 7 ½ -

- in Berse - 19 6 ½ -

- in Vessem, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - 4 - -

- in Winterle, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - - 17 -

- in Osse 6 7 - -

- in Nisterle 3 4 4 1

- in Hees 3 7 - 3

- in Orten 20 11 8 -

- aldaar, van de hoofdcijnzen

(censisbus capitum) - 24 - -

- in Endoven, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 6 15 8 -

- in Hildwaren beke, voor het deel van

de hertog (pro parte ducis) - 41 10 -

- in Helvort 10 9 - -

- in Oesterwyc en omliggende dorpen

(villis circumstantibus) 42 12 1 -

- van huisplaatsen (domistadius) in

den Bosch (Buscoducis) 72 7 9 -

- aldaar van de cijnzen van buiten de stad

(censibus foraneis) 5 16 7 ½ -

- aldaar van hun gemeint (communitate eorum) - 46 8 -

- die (illi) van Roesmale van hun gemeint

(communitate eorum) - 46 8 -

- in Heze 9 11 2 -

- in Waelwyc - 14 - -

- in Druenen 4 10 - -

- in Alem - 10 - -

- in den Bosch (Buscoducis) van de molen

(molendino) van de kinderen van Gheerlacus

van Zonne en Danielis van den Dijk (de Aggere)

van wijlen Ghiselbertus, genaamd Moitinc 3 - - -

- van het goed (bonis) van Neterse 4 16 6 -

Totaal: 227 pond + 6 schellingen + 1 obool

waarde in payment: 404 pond + 23 penningen

nieuwe cijnzen (censibus novis), een groot voor 12 penningen gerekend

(Dit zijn de cijnzen betaald in nieuwe penningen, waarbij 12 nieuwe penningen voor 1 groot gerekend werden).

pd. sch. pen. ob.

- Ten eerste in Orscot voor het deel van

de hertog (pro parte ducis) 48 - 8 -

(eerst stond er 46 - 18? - 6 - 0)

- aldaar van het bos (nemore) genaamd

Gunterslaer 34 15 3 -

bedrag is doorgestreept.

- in Wcht 8 12 5 -

- aldaar, van hun gemeint (communitate eorum)

- 12 - -

- in Essche 6 5 3 -

- in Zonne - 50 8 -

- aldaar, van hun gemeint (communitate

eorum) - 15 - -

- in Stiphout et Lieshout - 13 11 ½ -

- in Aerle - 41 8 ½ -

- in Bakel, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - 27 2 -

- in Doerne, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 7 8 3 -

- in Vlierden - - 20 -

- aldaar, van hun gemeint (communitate eorum)

- 30 - -

- in Zomeren - 4 8 -

- in Liedorp - 26 6 -

- aldaar, van hun gemeint (communitate eorum)

- 12 - -

- in Rode 5 8 11 -

- in Liemde - 34 5 -

(bijschrift: 38 schellingen)

- in Nunen - 13 2 ½ -

- in Tonghere - 42 10 ½ -

- in Scinle - 3 - 1

- in Middelrode 35 19 5 ½ -

- in Ghestel bij Herlaer 22 12 8 -

- in Straten bij Endven 3 10 6 -

(bijschrift: 4 pond + 7 schellingen)

- in Stryp 4 16 6 ½ -

- in Orele (= Oerle) 15 7 - -

- aldaar, van hun gemeint (communitate eorum)

- 36 - -

- in Eersel 64 5 10 -

- in Lumel 3 9 1 -

- in Mierde 8 3 8 -

- in Berse 12 12 4 -

- aldaar, van hun gemeint (communitate eorum)

- 12 - -

- in Vessem, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - 41 7 -

- in Winterle, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 4 8 2 -

- in Osse 12 15 - -

- in Nisterle 5 - - -

- in Hees 9 10 6 -

- in Orten 5 19 6 -

- in Endoven, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) - 28 6 -

- in Hildewarenbeke, voor het deel van

de hertog (pro parte ducis) 10 6 4 -

- in Helvort 38 19 6 -

- in Oesterwyc en omliggende dorpen

(villis circumstatibus) 80 13 10 -

- de cijnzen van buiten de stad

(censibus foreneus) in den Bosch - 47 7 ½ -

- in Hese 7 3 4 -

- in Druenen - 26 5 -

- van het goed (bonis) de Neterse 3 9 7 -

bijschrift: vacat

- van de watermolen (de molendino aquorum)

van de kinderen van Gheerlacus van Zonne,

van wijlen Ghiselbertus, genaamd Moytinc - 10 - -

- van de grond van de hertog (terra domini

ducis) in Maren, van wijlen Petrus van

Steenwech (de Lapide via) - 40 - -

van wijlen enz. is doorgestreept, en

bovenschrift: Bertoldus P... en zijn broers)

- van de gruit (maheria) in Osse - 25 - -

- van de watermolen (molendino aquorum)

van wijlen Gerardus Henricus - 10 - -

bovenschrift: Joannes Stirken

- van de watermolen (molendino aquorum)

van wijlen Lambertus van Meghen - 10 - -

bijschrift: vacat

- van het erfgoed (heredibus) van heer

(domini) Willelmus van Kessel - 11 - -

- van de watermolen (molendino aquorum)

van wijlen Henricus de Bakker (Pistoris) - 20 - -

- van de gemeint (communitate) van de

geburen (vicinorum) van Gheffen 3 - - -

- van de visserij (piscatura) bij Onlant - 12 - -

- van de geburen (vicini) van Maren 4 - - -

bijschrift: schuld (debet) 2 groten

- van de geburen (vicini) van Kessel - 27 - -

bijschrift: uts. van de heer (domino)

- van de watermolen (molendino aquorum)

van Petrus, genaamd Oer - 10 - -

bijschrift Johannis Pepers

bijschrift:

- Andreas Valant et heer (dominus) Willelmus

van den Bossche (de Buscho), ridder (miles)

van de windmolen (molendino venti) in

Vechghel M(ar)tinius , 3½ oude groot

Totaal: nieuw geld: 500 pond + 5 schellingen + 6½ penningen

waarde in payment 667 pond + 8 penningen + 1 obool

hoenderen (pullor.)

- Ten eerste in Zonne 50 hoenderen

- in Stiphout 15

- in Arle 4

- in Bakel, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 45

- in Doerne, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 21 ½

- in Vlierden 13

- in Zoemeren 124 ½

- in Liedorp 64 ½

- in Rode 127 ½

- in Liemde 3

- in Nuenen 2

- in Tongheren 80

- in Vechel 46

bijschrift: in Vechghel 13 nieuwe penningen

dit bijschrift is weer doorgestreept

- in Scinle 15 ½

- in Middelrode 8

- in Straten bij (prope) Endoven 43

- in Stryp 46

- in Oerle 14

- in Eersel 43

- in Lumel 20

- in Mierde 32

- in Berse 31

- in Vessem et Winterle, voor het deel van de

hertog (pro parte ducis) 32

- in Orscot, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 30

- in Orten 24

- in Helmont 194 (veranderd in 179)

- in Endoven, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 15

- in Hildewarebeke, voor het deel van

de hertog (pro parte ducis) 18 ½

- in Oesterwyc 14

- in Druenen 36

- in Wcht 108

- in Essche 18

- in de dorpen over de Maas

(villis supra Mosan) 159

- van het goed (bonis) van Neterse 60

Totaal hoenderen 1.558

de hoenderen verkocht voor 6 penningen per hoen

waarde 38 pond + 19 schellingen

was (cere)

Bijschrift:

- van de vorsterij (precone) van Dinter 6 pond

Originele tekst:

- Ten eerste van zekere huizen in den Bosch

(domibus in Buschoducis) 12 pond was

- aldaar, van de zoutmaat (mensura salis) 20 pond

- aldaar, van de waag (statera) 17 pond

- van de visserij (piscatura), genaamd Ortensche meer 1 pond

- van de vorsterij (precone) in Arle 6 pond

- van het ambt (officio), genaamd Tolvische

in den Bosch (Buscoducis) 6 pond

- van de vorsterij (precone) in Nuenen 12 pond

(bijschrift: schuld (debet) 3 schellingen)

- van de vorsterij (precone) in Endoven 18 pond

(bijschrift: vacat)

- van de vorsterij (precone) in Eersele 40 pond

- van de vorsterij (precone) in Middelrode et Berlikem 6 pond

- van de vorsterij (precone) in Hildewarenbeke 12 pond

- van de vorsterij (precone) in Liemde 14 pond

- van de molen (molendino) van de heer (domini)

van Crandonc 5 pond

- van de vorsterij (precone) in Lumel en Bladel 15 pond

- van Arnoldus de Timmerman (Carpentarius)

van de vorsterij (precone) in Bakel 3 pond

- van Johannes, genaamd Veerken van den Bosch

(de Busco) van de rundemaat (mensura cortitis)

genaamd Rundemate, aldaar 1 pond

Totaal: 188 pond was

verkocht voor 2 groten per pond was

waarde 25 pond + 16 penningen

rogge Bossche maat

- Ten eerste van Henricus, genaamd Bie, van de grond

van de hertog (terra domini ducis) in Druenen 3 mud

rogge in de kleinere 'pachtmaat' (mensura pa(c)tionis, qui minor. est)

- Ten eerste van de meester (magister) van Postel van de

windmolen (molendino venti) in Lumel en Zomeren 20 mud

- van de molen (molendino) van Steenvort 1 ½ mud

- van de molen (molendino) van Spoerdonc 2 ½ mud

- van de grond van de hertog (terra ducis) in Eersel 3 mud

bijschrift: vacat

- van de grond van de hertog (terra ducis) in Orscot 6 mud

bijschrift: Bossche maat (mensura de Busco), betaalt 8 1/6 mud

- Item in Vessem et Winterle, voor het deel van de hertog

(pro parte ducis) 1 ½ mud

- in Rode 1 lopen

bijschrift:

- Item van een zekere van Rode genaamd Sesken 2 mud

in oorspronkelijk handschrift:

- aldaar (in Rode) van de grond van de hertog (terra ducis)

van wijlen Florentius van Gorc 14 mud

('14 mud' is doorgestreept, bijschrift: geeft jaarlijks 16 pond)

Totaal pachtmaat: 48 mud + 7 lopen

haver (havene) (Bossche maat)

- Ten eerste de dorpen op de Maas (villis supra Mosam) 40 mud, Bossche maat

- van de grond van de hertog in Orten 2 mud

gerst (ordeo) Bossche maat

- Ten eerste, die van Drunen 11 mud

Het bedrag is doorgestreept

- van de grond van de hertog (terra ducis) in Orten 2 mud

Totaal gerst 13 mud

verkocht voor 21 schellingen + 4 penningen per mud

waarde: 13 pond + 17 schellingen + 4 penningen

gerst kleinere 'pachtmaat' (mensura pactionis)

- Ten eerste van de molen (molendino) van Spordonc 2 ½ mud

- in Rode van het goed (bonis) van Florentius van Gorc 3 mud

Totaal: 4 1/2 mud

verkocht voor 15 schellingen per mud

waarde 3 pond + 7½ schellingen

mout en ruwe even

- in den Bosch (Buscho) van 2 mud mout (brasius) 22 schellingen

- in Eersel van 3 mud ruwe even 24 schellingen

bijschrift: vacat

Totaal: 46 schellingen

bijschrift:

- in Oerscot van Willelmus van Cassellaer en de zijnen

(et socij sui) met de pachtmaat (mensura pactionis) 2½ mud mout (brasius)

opmerkingen bij de korencijnzen:

optellen van de rogge cijnzen 'pachtmaat' zonder het bijschrift geeft : 48½ mud + 1 lopen. Tielman geeft als totaal 48 mud + 7 lopen. Hieruit volgt dat 1 mud rogge gelijk was aan 12 lopen rogge.

Uit de laatste roggecijns blijkt dat 1 mud rogge, pachtmaat, 1 1/7 pond payment waard was.

De hertog inde rogge - en gerst- en enkele moutcijnzen in bossche maat en in mensura pactionis qui minor. est, een 'pachtmaat', die kleiner is.

De onderlinge verhouding van de twee rogge-maten blijkt uit een verkeerde inschrijving. Bij de pachtmaat komt een bedrag voor van 6 mud rogge. Een bijschrift vermeldt: dit is Bossche maat, betaalt (in pachtmaat) 8 1/6 mud (rogge)

Hieruit volgt: 1 bosche maat rogge = 1,36 pachtmaat rogge

De onderlinge verhouding voor de gerstmaten volgt uit de waarden die Tielman geeft.

- 1 bossche mud gerst werd voor 256 penningen payment per mud

- 1 pachtmaat gerst werd verkocht voor 180 schellingen per mud

Hieruit volgt: 1 bosche maat gerst = 1,42 pachtmaat gerst

Het cijnsboek geeft geen gegevens om de verhouding tussen de bossche en pachtmaat voor de moutcijnzen te berekenen.

J. Spoorenberg, geeft de volgende informatie:

In het begin van de negentiende eeuw gold voor 's-Hertogenbosch:

1 mud = 2 zakken (of mouwers)

= 8 schepsels (of sesters)

= 16 vaten

= 64 koppen

= 256 maatjes

In Peelland en de Kempen gold:

1 mud = 2 zakken (of malders)

= 6 sesters

= 12 vaten of lopen

= 48 koppen of spinten

= 144 kannen

= 192 maatjes

Verschillende dorpen hadden een eigen maat. De Bossche mud was in 1571 1,10 tot 1,20 groter dan de andere maten.

3.3 De Bossche cijnzen

In het Rijksarchief Noord Brabant zijn twee zestiende eeuwse cijnsregisters van den Bosch op microfiche ter inzage. Het oudste dateert uit 1520, en het origineel bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, Archief van de Rekenkamer, inventaris nummer 45067. Fol. 91-96v betreffen huiserven binnen den Bosch. Het cijnsboek geeft achtereenvolgens de volgende cijnzen:

fol. 1-96 cijnzen van huiserven in Den Bosch

fol. 96v-97v cijnzen van ‘cameren’ in Den Bosch, te betalen op St. Jansmis

fol. 98 de cijns van het broodhuis, payment penningen op St. Jansmis

fol. 98v de cijns uit het gewanthuis, te betalen op Kerstmis

fol. 98v-99v diverse cijnzen, zonder aanhef

fol. 99v-101v cijnzen op St. Maarten, betaald in nieuwe penningen

fol. 101v-102 cijnzen betaald voor molens

fol. 102v cijnzen betaald half op St. Jan en half op Kerstmis, in payment

fol. 103 cijnzen op St. Maarten, betaald in payment penningen

fol. 103v cijnzen op St. Maarten, betaald in nieuwe penningen

fol. 103v-104v cijnzen betaald in nieuwe penningen

fol. 104v cijnzen op St. Maarten, betaald in oude penningen

fol. 105 cijnzen te betalen op kerstmis in penningen payment

fol. 105-106 cijnzen, te betalen in nieuwe penningen

fol. 106-106v enkele cijnzen die in (of kort vóór) 1540 ontstonden

fol. 106v-107 wascijnzen, betaald op St. Jan

fol. 107 rogge cijnzen

fol. 107v-108v rogge cijnzen met de pachtmaat die kleiner is

(cum mensura pactionem que minor est)

fol. 108v havercijnzen, bossche maat

fol. 108v moutcijns, bossche maat

fol. 109-109v cijnzen op Lichtmis (in festo purificat.), in payment penningen.

Een tweede zestiende eeuwse Bosch’ cijnsregister bevindt zich in het rijksarchief Noord Brabant, archief van den Raad en Rentmeester-Generaal der Domeinen, inventaris nr. 280.

Het is met enig voorbehoud gedateerd op de periode 1573-1624. Fol. 1-85v geven cijnzen van huiserven gelegen binnen de stad. Fol. 86-97v ontbreken, Fol. 98, cijnzen van het vleeshuis, fol. 98-99v, cijnzen van ‘cameren’ in Den Bosch, Fol. 99v-100, cijnzen van het broodhuis, Fol. 100-100v, cijnzen van het gewandhuis. Een vergelijking met het register uit 1520 doet vermoeden dat er meer folio’s geweest zijn, die ook verloren gegaan zijn.

In het rijksarchief Noord Brabant, archief van den Raad en Rentmeester-Generaal der Domeinen, inventaris nr. 279 bevinden zich tenslotte nog fragmenten van oudere cijnsboeken, gevonden in de banden van in 1904 herbonden (veelal 17e eeuwse) Bossche Protocollen. De fragmenten zijn veelal halve vellen, en er is moeilijk om deze fragmenten aan de zestiende eeuwse registers te relateren. Wel is duidelijk dat er op de fragmenten op dezelfde manier met voeten en oude penningen gerekend werd als in de latere registers (17 oude penningen voor 40 voet straatlengte).

fol. 1-96 cijnzen van huiserven in Den Bosch

Aanhef: Census domini ducis de domistadys in oppido Buschiducensis. Primo in vito Ortensis. In capi-len, versus Orte. In moneta vetera. Renovetus hic liber anno a nativitate domini Mo CCCC vicesimo. (Cijnzen van de heer hertog van de huisplaatsen in de stad ‘s-Hertogenbosch. Beginnende in Orthen (...?) In oud geld. Dit boek is opnieuw opgemaakt in 1520.)

Hier is verder niet naar gekeken. In nader onderzoek zou de norm en het al dan niet belast zijn van percelen gerelateerd kunnen worden aan andere bekende gegevens betreffende het ontstaan en de groei van de stad. Een vergelijk met de inkomsten van Tielman van de huisplaatsen in 1340 kan wat dat betreft ook wat inzicht toevoegen.

In hoofdstuk 2 zagen we dat de cijnsdata van Den Bosch was: Sint Maarten (11 november), voormiddag

fol. 96v-97v cijnzen van ‘cameren’ in Den Bosch

Aanhef: den chyns van der cameren in shertogenbossche verschynende tsint Jansmisse

Deze cijnzen werden betaald op St. Jansmis (24 juni). Het is opmerkelijk dat deze cijnzen op een andere dag betaald werden als de cijnzen voor de huiserven. Cijnsgoederen worden beschreven als: ‘aen de piler aende selver camer’, ‘van den piler’, de kelder onder de straat (penu sub platea), (4 x), ‘van den kelder onder die straete met eenre valdoiren’, de kelder onder de straat voor zijn kamer (penu sub platea ante cameram suam), van den kelremont (2x), gradu sub plaeta, het tralie?venster op de kelder (fenestra tralea sup. Penu), en er is een cijns van ½ groot, ‘van dat hy alzoe breet als zyn crus (huys?) is achter aen die muere van den gewanthuys een muer leggen mach, eenen steen breet wesende, ende daer op tymmeren.’

Er is ook een cijns van 4 oude penningen voor 11 voeten (straatlengte), wat in de buurt komt van de normale norm voor een huiserf.

Bedragen zijn gegeven in oude groten, oude penningen, payment penningen, vlaamse penningen en zwarte penningen. Een patroon of een norm is me bij deze verkenning van het register niet opgevallen.

fol. 98 de cijns van het broodhuis

Aanhef: den chyns van den broothuys in payment tsint Jansmisse

Deze cijns werd in 1520 betaald door:

Johannes Spoirmeter 36 schellingen payment

later: Arnoldus van Gerwen

Johannes van Roesmalen, harins(?)meker van

de H. Geest van Den Bosch 35 schellingen payment

Johannes van Roesmalen, harins(?)meker van

de H. Geest van Den Bosch 36 schellingen payment

Gerardus van Deventer 20 schellingen payment

dezelfde Gerardus 20 schellingen payment

Rodolphus van Lanckhuysen 20 schellingen payment

later: Daniel Daemss.

Nicolaus Faes 20 schellingen payment

Totaal: 187 schellingen payment. Ik heb de cijns niet teruggevonden in de afrekening van Tielman van 1340 (paragraaf 3.2). Ook in het oorkondenboek van Noordbrabant dat loopt tot en met 1312 heb ik geen vermeldingen van het Bossche broodhuis gevonden.

fol. 98v de cijns uit het gewanthuis, te betalen op Kerstmis

Aanhef: Hiernae volght den chyns van den gewanthuys ten Bosch vytgegeven in bosch ponden verschynende te kersmysse

Deze cijns werd in 1520 betaald door:

Geer van den Oever 20 schellingen payment

Nicolaus Faes 20 schellingen payment

dezelfde van een kelder onder de straat en

een tralie?venster (tralia fenestra), 3 oude penningen

Johannes, zoon van Hermodinus van Bergen 60 schellingen payment

late: Daniel metten Baerde

Rodolphus van Lanchuysen 30 schellingen payment

Merselinus van Eeckart Cremer 30 schellingen payment

later: Arnoldus van Oss

dezelfde van een kelder onder de straat

(de penu sub platea), 4 ½ leuvense penningen

Gerardus van Deventher 30 schellingen payment

dezelfde, 30 schellingen payment

De twee cijnzen uit de kelders horen natuurlijk bij de ‘kamercijnzen’ thuis. Als we die buiten beschouwing laten is het totaal 220 schellingen payment (ofwel 11 pond payment). Ook deze cijns heb ik niet teruggevonden in de afrekening van rentmeester Tielman van 1340 (paragraaf 3.2). Het gewandhuis bestond in 1340 echter wel, het wordt voor het eerst in 1287 in een oorkonde vermeld.

Fol. 98v-99v diverse cijnzen, zonder aanhef

Dat vleeshuys te kers(mis)se ende St. Jans(mis)se 14 pond payment

Deze cijns wordt niet vermeld onder de inkomsten van rentmeester Tielman in 1340 (paragraaf 3.2). Het vleeshuis wordt voor het eerst in 1310 in een oorkonde genoemd.

Van den twee huysen staende op die Borch

sinte jans(mys)se ende kers(mys)se 24 pond payment vercoft

Deze cijns is niet vermeld door rentmeester Tielman, en ook in het oorkondenboek vond ik geen aanvullende informatie.

Van der moelen van Lyt, s(in)te mertens(mys)se, 1 oude schelling

Tielman noemt een cijns van 10 schellingen payment uit de windmolen in Lit voor het deel van de hertog (pro parte ducis). Op 22 december 1303 geeft de hertog aan heer Willem van Kessel, ridder, de windmolen van Lith en Lithoyen uit, tegen een jaarlijkse erfcijns van 10 schellingen.

Die heere van Boxtel van den goeden tot Stapelen, sinte mertensmysse, 11 pond payment

Tielman noemt deze cijns in 1340 ook.

Van der gevangen poirte ten Bosch, sinte Jansmysse, 6 pond + 10 schellingen

Tielman noemt deze cijns in 1340 met een bedrag van 6 pond payment. De hertog gaf op 28 december 1297 de vorsterij en de gevangenpoort te ‘s-Hertogenbosch uit aan Hendrik van Dike van Velthoven voor een jaarcijns van 6 leuvense ponden.

Andries Mels vut Airnts Veren huyse; die becker daer naest,

te betalen op St. Jansmis ( in festo beati Johannis) 13 ponden

Mogelijk betreft het dezelfde cijns als de cijns die vermeld wordt bij Tielman in 1340 als: van een huis in Den Bosch van Henricus Steenwech en de zijnen, 13 pond payment.

Henrick van Uden van zynre wyntmoelen 10 ponden

Tielman vermeldt in 1340 twee cijnzen van 10 pond payment uit een windmolen: de windmolen in Vught, en de windmolen van Enghelbertus Ludincs (die in 1296 vermeld wordt als rentmeester van de hertog in Den Bosch).

Van den eylandt in oyen 32 ponden verset nyet

Deze cijns komt ook in 1340 voor in de rekening van rentmeester Tielman, met een bedrag van 32 pond payment. Daat staat dan bijgeschreven: de heer van Bocstel.

Dabt van berne vander leydinge der ouder mazen in outhuesden 40 schellingen

Tielman vermeldt in 1340: van de waterloop (aqueducta) van de Oude Maas (veti Mosa) in Oude Hoesden, 40 schellingen payment.

Willem van haestrecht vander watermoelen ter stoct,

nativatus Johannis (te betalen op St. Jan geboorte) 35 ponden

Deze cijns is niet teruggevonden bij Tielman (1340)

van den dorpe van Zoemeren 32 ponden Tournois

Penningen Tournois, werden ook wel zwarte penningen genoemd, en werden in 1340 voor dezelfde waarde gerekend als de penningen payment. Tielman noemt in 1340 deze cijns met een bedrag van 30 pond payment. De hertog geeft op 2 juli 1301 aan het dorp Someren een schepenbank voor een jaarcijns van 30 ponden Tournois, te betalen op St. Jan.

Den zusteren van ortten van der boerscher moelen,

in festo beati Johannis (te betalen op St. Jan) 1 gulden Ren.

Deze cijns wordt niet vermeld bij Tielman in 1340.

fol. 99v-101v Martinuscijnzen, betaald in nieuwe penningen

Aanhef: Census domini in festo beati Martini grosso vetus pro XII d(enari) computatis

(cijnzen van de heer (hertog) te betalen op St. Maarten (11 november), 1 oude groot voor 12 penningen gerekend (d.w.z., de bedragen zijn gegeven in nieuwe penningen).)

Vanden eylande des abdes van sint truyden in Alem, 20 nieuwe schellingen

Deze cijns wordt niet genoemd door Tielman in 1340.

Van shertoghen landen in maren, 40 nieuwe schellingen

Tielman noemt in 1340: van de grond van de hertog in maren, van wijlen Petrus van Steenwech, 40 nieuwe schellingen.

In het cijnsboek volgen hierna een aantal individuen die ieder een deel van deze cijns van 40 nieuwe schellingen betalen, ik laat die namen hier achterwege.

... de hereditatus Willelmi de Kessel, 11 nieuwe schellingen

Tielman noemt deze cijns in 1340 ook (van het erfgoed van heer Willemus van Kessel, 11 nieuwe schellingen)

... van der gruyten in Os, 18 nieuwe schellingen en 9 nieuwe penningen

... van de zelver gruyten, 11 nieuwe schellingen en 3 nieuwe penningen

Opgeteld geven deze twee bedragen 30 nieuwe schellingen. Tielman noemt deze cijns in 1340: van de gruit (maheria) in Osse, met een bedrag van 25 nieuwe schellingen

van den gebueren van Maren, 4 nieuwe ponden

Tielman vermeldt deze cijns in 1340 ook.

Hierna volgen in het cijnsboek de namen van degenen die de cijns van 4 nieuwe ponden betalen, de geburen betalen er zelf nog 2 nieuwe schellingen van. Ik laat die namen hier achterwege.

Domina Adriana, Relicta, et filia domini Johannis Back, militis (ridder), 27 nieuwe schellingen

Vermoedelijk wordt deze cijns door Tielman vermeld als: van de geburen van Kessel, van de heer, 27 nieuwe schellingen.

fol. 101v-102 cijnzen (voor molens)

Geen van de volgende cijnzen worden genoemd in de rekening van rentmeester Tielman van 1340. Vermoedelijk zijn al deze molens na 1340 uitgegeven,

Aanhef: Census grossorus vetus pro XII d(enari) computatus

(Cijnzen 1 oude groot voor 12 penningen gerekend)

van zynre Rosmoelen, .. in de Hinthamerstraet, Martini 20 nieuwe penningen

van ... Rosmoelen opten Vuchterendyck, Martini 20 schellingen payment

van der Rosmoelen in die Kerckstraet, in die Clocke, Martini 10 nieuwe schellingen

Vander wyntmoelen in doirne 1 Rijnsgulden

van der wyntmoele,... prima octobris, Remigij, 6 nieuwe schellingen

Vander wyntmoelen... buten prickenpoert, in festo beati Johannis, 1 oude schelling

Vander wyntmoelen des convents opte Dungen, sinte mertensmisse, 1 Rijnsgulden

+ 2 oude groten

Vander rosmoelen stadt by die Coepoert, Martini, 6 nieuwe schellingen

van ghiessen hoff, Letare, 6 nieuwe schellingen

van eene Rosmoelenstadt op de Vluet, Huberti 12 nieuwe penningen

(De Vleut ligt in Oirschot (nu Best).)

fol. 102v cijnzen betaald half op St. Jan en half Kerstmis, in payment

Aanhef: Census domini solven. Mediatem in festo beati Johannis et mediatum in festo nativitas

j-hi x-pi. In pagamento. (Cijnzen van de heer hertog, half te betalen op St. Jan en half op Kerstmis. In penningen payment.)

In den iersten van der wagen vanden bosch, 3 pond payment

Tielman noemt deze cijns in 1340 (van de waag (statera), 3 pond payment.) Op 15 januari 1299 schenkt de hertog de waag van ‘s-Hertogenbosch aan Agnes. Dochter van wijlen Jacob zoon van Ulrich.

Van der watermoelen in Rode, 50 ponden payment

Tielman noemt in 1340 deze cijns van 50 ponden uit een water-oliemolen in Rode.

Van compeys gueden in Rode, dictis Veehuys hoeve, 40 ponden payment

Dit zal de cijns zijn die Tielman in 1340 vermeldt als: van Rutgherus Model van goed gelegen in Rode, 40 pond payment.

Vanden assyze in Oisterwyck, 40 Rijnsguldens

Tielman noemt in 1340: van de accijns in Oesterwyc, 40 pond payment.

Van den moelen in os ende in hees 100 Royael

Tielman vermeldt in 1340: van de windmolen in Os en hees, 180 pond payment (veranderd in 184 pond payment.)

Vanden tol van Eerssel, 26 schellingen oude groten (= 312 o. gr.)

Tielman vermeldt de markttol (nundius) van Eersel, 3 pond payment + 4 schellingen payment (= 48 oude groten, ofwel 4 schellingen oude groten). Met het bijschrift vacat. Als deel van het leengoed ‘s-Hertogenhofstat komt in Eersel (in het Stootboek 1350-1374) voor: den tol tussen Ravelsen ende Eerssel totten Cattendijc, omme 22 s. groete yaers, den hertoghe half te Kersseavonde ende half te Sente Johans messe; den marctol van Eersele omme 4 s. grote syaers te elken Sente Mertens daghe.) In de 17de leenboeken worden de tollen niet meer vermeld. De conclusie is dat de 26 schellinggen oude groten voor een deel (4 schellingen oude groten) de markttol van Eersel betreft, en een deel (22 schellingen oude groten) de tol tussen Ravelsen en Eersel tot de Cattendijc.

Vander vooghdyen van groot Lyt te kersmisse, 3 ½ Realen

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman niet vermeld.

Vander proestdyen van meerssen te kers(mis)se,

den ouden vlemschen voir 16 denari (payment) 4 ponden payment

Ofwel: 1 vlaamse schelling = 1 oude groot = 1 nieuwe schelling, in paragraaf 3.4 kwam in tot dezelfde omrekening voor het cijnsboek van 1340. Deze cijns komt niet voor in de rekening van Tielman van 1340.

fol. 103 cijnzen op St. Maarten, betaald in payment penningen

Aanhef: Census domini ducis in festo beati martini hyemaelis. In pagamento solven. (Cijnzen van de heer hertog. Te betalen op St. Maarten in de winter. Te betalen in penningen payment.)

van der visseryen int ortense mere, 40 schellingen payment

Deze cijns komt ook voor in de rekening van Tielman van 1340.

Die joncker van Craendonck, Van den bosch datmen heyt op Acht

later: die heiligeest ten bosch 3 pond payment

Deze cijns komt voor in de rekening van Tielman van 1340.

Die zelve vander visscherien bij Eyndoven, 40 schellingen payment

Deze cijns komt voor in de rekening van Tielman van 1340.

Van wyntmoelen buyten die Ortenpoert, 3 pond payment

Er komen bij Tielman in 1340 twee windmolens voor met een cijns van 3 pond payment: de windmolen van Gerardus, zoon van Henricus, en de windmolen van Johannes Egkens en Halsnete.

Van den gueden van Meerwyck, 14 pond payment en 10 schellingen payment

Het cijnsboek van 1340 geeft in de rekening van Tielman een cijns voor het goed van Meerwyc van 14 pond payment en 8 schellingen payment.

Van der wyntmoelen by Pickepoirte, 40 schellingen en 2 oude groten

Deze cijns komt niet voor in 1340 bij Tielman. Het is onduidelijk of het bedrag gelezen moet worden als: (40 schellingen payment) plus (2 oude groten) (= 480 penningen payment plus 2 oude groten), of als (40 schellingen plus 2) oude groten (= 482 oude groten).

Vander gemeynten van Oyen, 8 pond payment + 16 schellingen payment

Deze cijns komt voor in de rekening van Tielman van 1340.

Van zynre wyntmoelen tot Hyntham, 20 schellingen payment

Dit is vermoedelijk de bij Tielman in 1340 vermeldde windmolen van Johannis Lisscaps, met een cijns van 20 schellingen payment.

fol. 103v cijnzen op St. Maarten, betaald in oude groten

Aanhef: Census domini ducis dolven. In festo beati martini. Grossor. Vetus pro XVI d(enari) computatus. (Cijnzen van de heer hertog, te betalen op St. maartem 1 oude groot voor 16 penningen (payment) gerekend.)

Vander wyntmoelen in Vucht, kersmisse, 4 scuta antique

Tielman noemt in 1340 deze cijns met een bedrag van 10 pond payment.

Vander wyntmoelen in eerssel, 7 pond payment

Dit is vermoedelijk de cijns die in 1340 bij Tielman vermeld wordt als: van de windmolen van Pyranius, genaamd Moors van Steensel, 7 pond payment.

Vander wyntmoelen in Bakel, 20 schellingen payment

Deze cijns komt voor in de rekening van Tielman van 1340.

Van dien van Alem, 3 pond payment, in oude groten, 4 ½ Rijnsguldens

Deze cijns komt voor in de rekening van Tielman van 1340. Omgerekend komt het bovenstaande neer op 16 penningen payment = 1 oude groot = 32 rijnlandse penningen, wat overeenkomt met de omrekening in de 17de eeuwse cijnsboeken van de hertog.

fol. 103v-104v cijnzen (op Sint Maarten), betaald in nieuwe penningen

Aanhef: Census domini ducis, grossor. Vetus pro XII d(enari) conputatis. (Cijnzen van de heer hertog, 1 oude groot voor 12 (nieuwe) penningen gerekend.)

van zynre Rosmoelen, letare (Johanni) 10 nieuwe schellingen

van ... Rosmoelen by die orten poirte, letare, 10 nieuwe schellingen

Vander visscherien by orten, martini, 12 nieuwe schellingen

Vander gemeynten van geffen, martini, 6 nieuwe leuvense ponden

Tielman noemt deze cijns in 1340 met een bedrag van 3 nieuwe leuvense ponden. De lieden van geffen krijgen op 16 mei 1303 een gemeint van de hertog, gelegen binnen de jurisdictie van Hendrik van Nuland, ridder van Geffen, tegen een jaarcijns van 3 ponden, te betalen daags na Willibrordus (crastino beati Willebrordi).

Symon van gheel, vander wyntmoelen gielis van Huesden, letare, 12 nieuwe schellingen

Van zynre andere wyndemoelen tot Roesmalen staende, te paesschen, 2 nieuwe ponden

Van zynre andere moelen staende tengelant, 1 rijnsgulden

Deze cijnzen worden door Tielman in 1340 niet vermeld.

Sanctus Spiritus de Busco vander wyntmoelen staende by deindhouts, 1 scutum antiqu. ‘niet’

Mathys Peterss van zynre wyntmoelen tot hyntham, 1 acutum antiqu. en 2 oude groten

Jan van Pynappel, van zynre wyntmoelen in Strathem onder Oirschot, huberti, 2 rijnsguldens

van de wyntmolen Jans van Erpe tot hintham staende, martini, 1 scutum antiqu. en 2 oude groten

van art staemelaars wyntmoelen tot hyntham staende, St. Jans(mis)se, 1 gulden en 2 oude groten

Deze cijnzen worden door Tielman in 1340 niet vermeld.

fol. 104v cijnzen op St. Maarten, betaald in oude penningen

Aanhef: Census in festo beati martini, grossor. Vetus pro IX d(enari) computatis (Cijnzen te betalen op St. Maarten, 1 oude groot voor 9 (oude) penningen gerekend.)

Van der gemeynten In den bosch, 46 oude leuvense schellingen en 8 oude leuvense penningen

deselve stadt vanden bosch, 11 oude schellingen en 1 oude obool, en 6 nieuwe schellingen

item, 18 oude penningen en 1 oude oort, en 9 oude penningen

Vicini (de geburen) de Roesmalen, vander gemeynten, 46 oude leuvense schellingen en

8 oude leuvense penningen

Op 22 augustus 1300 verkoopt de hertog een gemeint aan de poorters van den Bosch, zijn mannen in Berlicum (inclusief Belver en Middelrode), en zijn mannen te Rosmalen (inclusief Heinen, Bruggen en Hintham) voor een jaarcijns van 7 ponden. De cijns komt in de cijnsboeken in drie delen van 46 oude schellingen plus 8 oude penningen voor. De twee delen die hierboven genoemd worden, worden ook door Tielman genoemd in 1340. Het derde deel van Berlicum is in 1314 met de andere peellandse cijnzen overgegaan naar Jan II Berthout van Berlaar, en is te vinden in de cijnsboeken van de heer van Helmond.

De andere hiervoor vermeldde Bossche cijnzen worden door Tielman niet genoemd.

In Alem, 10 oude leuvense schellingen

Tielman noemt deze cijns in 1340.

Vanden dorpe van Littoyen van haire gemeynten,

sinte peeters ende pauwels daege, (29 juni) 4 keulse (penningen)

Op 15 januari 1288 verkoopt de hertog aan die van Lithoyen de gemene weiden voor een voorlijf van 210 leuvense ponden en een jaarcijns van 4 keulse penningen, te betalen op Petrus en Paulus. Bij rentmeester Tielman wordt deze cijns in 1340 niet vermeld.

fol. 105 cijnzen te betalen op kerstmis in penningen payment

Aanhef: Census in festo navititatus j-hi. x-pi. In pagamanto. (Cijnzen te betalen op Kerstmis, in penningen payment.)

Vander gemeynten van haren en Belveren, 5 pond payment

Tielman noemt deze cijns in 1340.

Van peter reeuws moelem, 1 gulden

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman niet genoemd.

Van den wechgelde in Oisterwyck, 10 schellingen payment

Tielman noemt in 1340 deze cijns met een bedrag van 16 schellingen payment.

vander carthuseren moelen tot hintham, martini, 1 rijnsgulden en 2 oude groten

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman niet genoemd.

vander weyden in Oeteren, 15 schellingen payment

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman niet genoemd.

de eadem pascua (van dezelfde weiden), 15 schellingen payment

fol. 105-106 cijnzen, te betalen in nieuwe penningen

(Latijnse teksten zijn vertaald.)

van den bedevange olyslach, ende gemaele vanden dorpen van vechel, berlikem,

Roesmalen, nulant, ende in die eygen, purific. (op Lichtmis), 8 nieuwe schellingen ‘fault’

de stadt van shertogenbossch voir tgebruyck vander visscheryen

inder stadt ende vryheyden van shertogenbossch ende

des gelycs bynnen der prochien van vucht, 1 oude groot

die selve stadt vander visscherien beginnende opt eynde vander

vriheyt van shertogenbossche tot (a)ende waterlaet loopende aenden

dungen doir die spoercsch brugge tegen den calverstart over gelegen, 1 oude groot

heer Wemiemarus de Juliaco, als sterfelijk laat voor de kommandeur

van het huis van Gemert, van woestenij, of gemeint (de tali vastina,

sine communitate) gelegen ‘in den Pedel’, welke kommandeur van

het huis van Ghemert van de hertog kreeg, te betalen op Remigius, 50 oude groten

vander wyntmoelen staende tot hyntham by die Valbrugge, Martini, 12 nieuwe penningen

van een molen (de molendino), in Schyndel, te betalen op 1 oktober, 80 oude groten

De zusters van Orthen, van een windmolen voor (retro) hyntham,

in hun beemd bij hun molen, (moeilijk leesbaar?), 2 oude groten

De Tafel van de Heilige Geest van Den Bosch, van

(... moeilijk leesbaar?) van Empel, 1 rijnsgulden

vander wyntmoelen staende tot hyntham voir den convente (= klooster)

vander baseldonck toebehoirende, s(in)te mertenm(is)se, 25 schellingen payment

Bovenstaande cijnzen worden in 1340 niet door Tielman vermeld:

vander gruyte in Pedelant, oude groten voor 16 penningen gerekend,

(= in penningen payment), paschen 8 pond payment

Tielman vermeldt in 1340 deze cijns met een bedrag van 7 pond payment.

vander boerdscher moelen, pasche, 16 oude groten

Deze cijns wordt in 1340 niet vermeld bij Tielman.

fol. 106-106v enkele cijnzen die in (of kort voor) 1540 ontstonden

Aanhef: Inceptus anno XVC quarto (uitgegeven in 1540)

Deze cijnzen, die in of kort daarvoor 1540 ontstonden komen niet voor bij Tielman in 1340.

Vander wyntmoelen achter die tolbrug, sint Jans(mis)se, 6 oude groten

van zynre Rundtmoelen die hy geset heeft buyten die

Ortenpoirte int jaer 1510, op kers(mis)se, 8 oude groten

Met voirwairden oft die voirs. Moelen namaels verandert wordde

met Rogge te maelen, dat alsdan die voirs. Moelen geven sal, 10 oude groten

Die stadt vanden bossch heeft vutgegeven Peteren Lambrechtszn.

Van Os een stucsken erfs opt hynthamereynde, in den winckel

tusschen zyn huys ende dat wegehuys aender stadtmuer aldair,

in Recompensatien vanden gedeelte van zynen hof by der stadt

hem afgegeven daer der satdt nyeuwe muer doir geleeght is,

omme mynen genadighen heere jairlics daer vuyt te gelden,

letare J-h. l-r-m (?) den grontchyns van 4 ½ leuvense penningen

fol. 106v-107 wascijnzen, op St. Jan

Aanhef: Recepta cere in festo beati Johannis (was, ontvangen op St. jan)

van der wagen in den bossch, 17 pond was

vander visscherien int orttensche meer, 1 pond was

vanden Tolvissche vanden bossch, 6 pond was

vander moelen des heeren van Craendonck in Zeelst, 5 pond was

vander Rundtmoelen, ... in vito orten, 1 pond was

vanden gebueren van Vechel, Remigius, 3 pond was

vuter hoeven ter notelen, geheyten sinte Marienvenne, huberti, 6 pond was

de geburen van berlickem..., van de visserij in de Aa, of

Quaelbeke, 2 pond was

De eerste 4 wascijnzen worden in 1340 ook door rentmeester Tielman genoemd, en de laatste 4 worden niet genoemd.

fol. 107 rogge cijnzen

Aanhef: Recepta silignis cum mensura de busco (ontvangen roggecijnzen met Bossche maat)

primo ab henrico de bye de druenen, 3 mud rogge

Idem a godefrido bont in tyelborch, quis solvere consitint (Bactoim?) de cornel, 14 lopens rogge

Deze eerst roggecijns wordt in 1340 wel door Tielman genoemd, en de tweede niet.

fol. 107v-108v rogge cijnzen met de pachtmaat die kleiner is

Aanhef: Receptor silignis cum mensura pactionem que minor est (ontvangen rogge met de pachtmaat, die kleiner is.)

Primo de molendino in Loemel et Zoemeren, 20 mud rogge

de molendino in in steevoirt, 1 ½ mud rogge

de molendino in Spoirdonk, 2 ½ mud rogge

hospitale milierus domini Avelricus boor, de terra

domini ducis in Oirscot, 6 mud rogge

in Vessem en Wintelre, pro parte ducis, 1 ½ mud rogge

heredes henrici Roesmont de zestino in Rode, 2 mud rogge

solvit Lambertus de delft, petrus vanden gasthuys et henricus

de haeswinckel in neynsel, Rovi infantes de busco in Rode, 1 lopens rogge

Johannes et henricus Smeets de best, Johannes et theodoricus

hoppen de terra domini ducis in herzel, 4 mud rogge*

Willelmus vanden hove de terra domini ducis in Zonne, 2 mud rogge*

henricus haengraeeff et henricus michiels, de terra domini

ducis in Eerssel, 3 mud rogge

yda Idekens ex hereditatibus dictis den oudenberch in Tongelre, ½ mud rogge*

Johannis goyartsz pro goswino de coninck, in Rode, 7 lopens rogge*

De vier met een * gemerkte cijnzen worden in 1340 door rentmeester Tielman niet genoemd, de andere cijnzen wel.

fol. 108v havercijnzen, bossche maat

Aanhef: Recepta havene cum mensura de buscoI (ontvangen haver, met Bossche maat)

Primo de villis dupra mosam Lyt, Littoyen, Kessel et Maren, 40 mud haver

Willelmus henrici filius gerardi., de terra domini ducis in ortten, 2 mud haver

henricus haengreef et henricus michiels, de terra domini ducis

in Eerssel, dictis rouwe ...? 3 mud haver

De eerste twee havercijnzen worden in 1340 door rentmeester Tielman genoemd, de laatste niet. De laatste havercijns is in de veertiende en vijftiende eeuw een tijd lang aan het lenegoed ‘s-Hertogenhofstat te Eersel verbonden geweest.

fol. 108v moutcijns, bossche maat

Aanhef: Recepta brasij cum mensura de busco (Ontvangen mout, met de Bossche maat).

Primo in communitate in vito hyntham, 2 mud mout

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman vermeld als ‘in den Bosch, van 2 mud mout’.

henricus die lubber et adam Boempot, de hereditatibus de

Willelmus casselair et socij sui in oirschot, 1 ½ mud mout pachtmaat

Tielman vermeldt deze cijns met een bedrag van 2 ½ mud mout pachtmaat

fol. 109-109v cijnzen op Lichtmis (in festo purificat.), in payment penningen.

Van Willems wyntmoelen vanden arennest ende Goessens van best, 3 pond payment

Rentmeester Tielman vermeldt in 1340 twee windmolens met een cijns van 3 pond payment, de windmolen van wijlen Gerardus, zoon van henricus, en de windmolen van Johannes Egken en Halsnete.

Sanctus spiritus de megen van dirck roevers gueden in Rode, 16 pond payment

In het cijnsboek van 1340 is deze cijns als een bijschrift opgenomen in de rekening van rentmeester Tielman: van Jan van den Straten van goed in Rode, 16 pond, te betalen op Lichtmis

vander vriheyt van Os, 3 marck silvers

Deze cijns wordt in 1340 door Tielman niet genoemd.

Tconvent vanden Cruysbrueren ten bossche den welcken geconsenteert

is by den Rentmeester van den bossch vytoir vander moelen t moegen

doen leggen ende maecken over dwater geheyten die diese, omtrent

haren erve ten steenen brugge dair op dat nyeuwe choir staet vander

kercken, omme mynen genadichen heere daer af jairlics ende erffelics

te betalen opten chynsen van Letare haernsalem(?),

Actum XXI april anno XXII (21 april (15?)22), 3 leuvense penningen en 1 leuvense obool

Die erfgen(amen)wylen Art Stevens die by apponickmente ende consente

der heeren vander rekenkamer hair wyntmoelen gestaen hebbende buyten

pickepoirte opte donck hebben getransporteert op Langdonck buyten die

Ortenpoirte (mlds?) jaerlics betaelende eenen erfchyns avn II oude groten

mit conditien dat deze moelen mitten erve ende gronde daere nv op staet

mede onderpant zal wesen van eenen erfchyns van VI s(echellingen) novus,

die men jaerlics heeft ge(h)ouden vuter voirs. Moelen mitten gronde ende

erve opte voirs. Donck buyten pickepoirte gelegen voirtyts toebehoerende

Jouffr. Beelen van berckel, daer nae peterken art stevenszn., staende

geregistreert hier voir fol. CII, gelyck dit al tsaemen breeder staet

verclaert in die Rekeningen vanden demeynen alzoe hier jaerlics op kersse,

die voirs, 2 oude groten.

3.4 Vergelijking van de inkomsten Tielman met cijnsregister

Het pakket cijnzen uit het cijnsregister is te vergelijken met de inkomsten van Tielman.

Niet alle inkomsten van Tielman zijn terug te vinden in het cijnsregister van de Meijerij van 's-Hertogenbosch. De volgende vermeldingen bij Tielman zijn wel terug te vinden in het cijnsregister van 1340. De cijnzen van 's-Hertogenbosch werden in een apart register geadministreerd, waar ook veel (of wellicht alle) cijnzen uit de rekening van Tielman die in het cijnsboek van 1340 niet bij de andere cijnsdorpen te vinden zijn, geschreven werden. Zie hiervoor paragraaf 3.4.

bedragen in payment:

- van het gewandhuis in Osse en de oliemolen aldaar, 25 schellingen payment

- van de waag in Eindhoven, voor het deel van de hertog, 20 schellingen payment

- van twee hoeven in Osse van wijlen Johannus van Wansem, 24 schellingen payment

de bijschriften:

- van het goed in Gunterslaer, 46 pond en 8 schellingen payment

- van de vleesbank in Endoven, voor het deel van de hertog, 26 schellingen en 8 penningen

payment

bedragen in oude penningen

alle cijnsposten van Wcht tot en met Heze (Rosmalen), met uitzondering van de hoofdcijnzen in Orthen, de huisplaatsen in den Bosch, de gemeint van den Bosch en de gemeint van Rosmalen

bedragen in nieuwe penningen

alle cijnsposten van Orscot (eerste cijnspost) tot en met Hese (Rosmalen).

bedragen in hoenderen

alle cijnsposten van Zonne tot en met Essche.

cijnzen in natura

Van de cijnzen in natura is alleen de cijns van 1 lopen rogge in Rode terug te vinden bij de cijnsposten van Rode.

Om het pakket cijnzen te kunnen vergelijken met de inkomsten van rentmeester Tielman zijn in alle cijnsdorpen de bedragen van de cijnzen opgeteld, zoals die volgens de reconstructie in 1340 bestonden. Dat betekent dat de nieuwe uitgiften uit de periode 1340-1351 niet meegeteld worden. Ook de vacante cijnzen worden niet meegeteld, behalve enkele cijnzen die pas in de periode 1340-1351 vacant geworden zijn. Dat zijn:

Mierde, cijns nr. 166 2 1/2 nieuwe penningen

Wintelre, cijns nr. 21 11 nieuwe schellingen en 3 nieuwe obolen

Helvoirt, cijns nr. 210 15 nieuwe penningen

Oisterwijk, cijns nr. n1 12 nieuwe penningen

De lijst met de waarde van het nominale pakket cijnzen in de verschillende dorpen uit 1340 is opgenomen als appendix I.

Als men de bedragen uit die lijst wil vergelijken met de afrekening van Tielman stuit men op twee problemen.

1. Tielman noemt alleen bedragen in oude en nieuwe penningen en hoenderen, maar bij de cijnsdorpen staan ook cijnzen vermeld die betaald werden in oude groten, in sterlingen, en andere penningen: (zwarte, keulse, vlaamse), ook is er een cijns betaald in rogge en een betaald in kapoenen. De kleinere bedragen in payment staan niet bij Tielman genoemd, die geeft in zijn lijst met bedragen in payment alleen grote bedragen, waarvan er maar enkele ook voorkomen in de cijnslijsten.

2. Bij een groot aantal cijnzen blijken de penningen niet nader gespecificeerd te zijn.

Uit de lijst met cijnzen gegeven in appendix I is af te leiden dat de rentmeester voor het berekenen van zijn totale inkomsten de cijnzen te betalen in andersoortige penningen omgerekend heeft in nieuwe penningen. Informatief zijn bijvoorbeeld de bedragen van Vught, Rode en Liempde. De kapoenen vermeld te Oirschot werden vermoedelijk omgerekend in hoenderen.

De omrekening was als volgt:

penningen payment

Rentmeester Tielman rekende al zijn inkomsten en uitgaven om in penningen payment, de in 1340 gangbare munt. Uit zijn berekeningen volgt: dat 1 oude groot = 12 nieuwe penningen = 16 penningen payment

zwarte penningen

Uit de cijns voor de Vughtse gemeint (fol. 6v , Vught, cijns i) blijkt dat 11 1/2 groten en 8 zwarte penningen, gelijk is aan 12 groten. Hieruit volgt dat 16 zwarte penningen voor 1 oude groot werden gerekend

vlaamse penningen

St. Michielsgestel, cijns nr. 27 vermeldt een cijns van 6 1/2 bunder min 20 roeden, met een bedrag van 6 1/2 schellingen min 1/2 vlaamse penning. Hieruit volgt dat 40 roeden uitgegeven werd voor ongeveer 1 vlaamse penning, en dat er ongeveer 10 vlaamse penningen per groot gerekend werden.

Bij Orthen (Martinus), wordt het totaal van cijns nrs. 56 t/m 68 gegeven als: 18 pond, 9 schellingen en 4 penningen (payment), omgerekend gelijk aan 277 groten. De feitelijke bedragen van die cijnzen zijn opgeteld:

oud: 7 pond + 9 schel.+ 8 pen. + 1 oort = 199,58 groten

nieuwe: 2 pond + 18 schel. + 6 p. = 58,50 groten

vlaamse: 216 penningen = X groten

--------

277,0 groten

Hieruit volgt dat X = 18,92 groten, en 1 groot = 11,42 vlaamse penningen. We gaan er vanuit dat er met 12 vlaamse penningen per groot gerekend werd. Ofwel 1 vlaamse penning = 1 nieuwe penning. Dit wordt ook bevestigd door gegevens uit andere bronnen, de Bossche cijnzen uit 1520, zie paragraaf 3.4.

sterlingen

Het cijnsboek geeft geen aanwijzingen hoe Tielman de sterlingen omrekende. Uit gegevens van de cijnzen van Helmond is afgeleid dat een groot voor 2 sterlingen gerekend werd.

keulse penningen:

Het cijnsboek geeft geen aanwijzingen hoe Tielman de keulse penningen omrekende. Vóór ca. 1214 was de oude brabantse penning gelijk aan de keulse penning. In deze reconstructie wordt een keulse penning voor dezelfde waarde gerekend als de brabantse penning.

kapoenen.

In Oirschot werden 4 kapoenen en 20 hoenderen betaald. Tielman geeft als totaal: 30 hoenderen. We veronderstellen dat een kapoen voor 2 hoenderen gerekend werd. Dit komt ook overeen met de relatieve waarde van hoenderen en kapoenen in Helmond in 1420.

De omrekening is dus:

1 penning payment = 3/4 nieuwe penning

1 zwarte penning = 3/4 nieuwe penning

1 vlaamse penning = 1 nieuwe penning

1 keulse penning = 1 1/3 nieuwe penning

1 sterling = 6 nieuwe penningen

1 kapoen = 2 hoenderen

In de tabel in appendix II zijn alle andersoortige penningen omgerekend in nieuwe penningen. Enkele cijnsdorpen zijn samengevoegd, omdat dat ook bij Tielman het geval is:

- Oirschot (vooravond van Maria Geboorte) met Oirschot (Hubertus)

- Stiphout met Lieshout

- Rode (Remigius) met Rode (Dionysus)

- Orthen (Martinus) met Orthen (tweede paasdag)

- Tilburg met Oisterwijk

De cijnsdorpen Eersel en Bergeijk waren ook in het cijnsboek al samengevoegd.

In een aantal cijnsdorpen deelde de hertog de cijnzen half om half met een ander. Rentmeester Tielman vermeldt daar de bedragen pro parte ducis, voor het deel van de hertog. Tielmans bedragen zijn in de tabel daarom met twee vermenigvuldigd. Het gaat om Bakel, Deurne, (niet Vlierden, zoals wel eens geschreven wordt), Vessem, Winterle, Eindhoven, en Hilvarenbeek. Ook bij Oirschot vermeldt de rentmeester pro parte ducis, maar uit de gegevens blijkt dat de hertog in Oirschot in 1340 toch alle cijnzen inde. Vermoedelijk is de aantekening bij Oirschot per abuis uit een vorig register overgenomen.

de niet gespecificeerde penningen

In de eerste tabel van appendix II staan de bedragen in oude-, nieuwe en ongespecificeerde penningen, en de inkomsten van Tielman in oude en nieuwe penningen gegeven. Om te bepalen of de niet gespecificeerde penningen oude, dan wel nieuwe penningen zijn voeren we een simpele test uit. We beschouwen de niet gespecificeerde penningen achtereenvolgens als oude en hierna als nieuwe penningen, en berekenen voor beide gevallen de gemiddelde afwijking met Tielmans bedragen. Hierna kijken we wat de laagste afwijking geeft.

Uit deze test blijkt dat in alle dorpen de niet gespecificeerde penningen nieuwe penningen zijn, behalve in Lommel, Eindhoven, Nistelrode, Heesch en Hilvarenbeek.

Er blijkt nu een opmerkelijke verband met het voorkomen van het woord 'oude' in de aanhef bij sommige cijnsdorpen.

fol. 52v Census domini ducis in lumel antiques

de oude cijnzen van de heer hertog in Lumel

fol. 76v Census domini ducis in hees vetus

de oude cijnzen van de heer hertog in Hees

fol. 86 Census communis vetus in eyndoven in octavus beati martini hyemale

de gemeenschappelijke oude cijnzen in Eindhoven, op het octaaf van

St. Martinus in de winter

Dit zijn precies de dorpen waar de onbenoemde penningen oude penningen blijken te zijn, en dit bevestigt dat onze identificatie van de niet gespecificeerde penningen juist is.

In Nistelrode werd op dezelfde dag cijnzen geïnd als in Heesch. In Hilvarenbeek wordt in de aanhef geen 'oude' genoemd, maar uit de analyse blijkt dat ook daar de niet gespecificeerde penningen zonder twijfel toch als oude penningen beschouwd dienen te worden.

cijnsdorpen cijnsregister rentmeester Tielman
  oude pen ning ongespeci- ficeerde

penning

nieuwe

penning

oude pen ning nieuwe

penning

Lommel 172,0 121,5 864,0 302,5 829,0
Nistelrode 754,0 13,5 1.200,0 772,5 1.200,0
Heesch 123,0 699,0 2.282,8 805,5 2.286,0
Eindhoven 2.627,5 1.146,5 1.205,8 3.256,0 1.284,0
Hilvarenbeek 310,5 751,0 4.756,3 1004,0 4.952,0

Tabel 1 vergelijking van bedragen van de cijnsposten bij de cijnsdorpen en de bedragen van rentmeester Tielman, voor die dorpen waar de onbenoemde penningen oude penningen zijn.

De vraag is waarom dat woord 'oude' in de aanhef verschijnt. Is het een geheugensteuntje voor de klerken of rentmeesters: Let op, hier zijn de niet gespecificeerde penningen oude penningen? Maar waarom ontbreekt de aanduiding 'oude' dan bij Hilvarenbeek? Deze gedachte overtuigt niet, want dan ligt het meer voor de hand dat de klerk bij het aanleggen van een nieuw register de aanduiding 'oude' bij elke cijns bijgeschreven zou hebben.

De aanhef is vermoedelijk overgenomen uit een eerder cijnsregister (en bij Hilvarenbeek per abuis weggelaten). Ik vermoed dat bij het aanleggen van het eerste register, of kort daarna er een periode is geweest waarin alle cijnzen in die plaats in oude penningen betaald moesten worden. Het is zo'n geval is het voor de klerk gemakkelijker om in de aanhef te zetten 'cijnzen betaald in oude penningen' (destijds verwoord als 'oude cijnzen'), dan om bij elke cijns apart de aanduiding 'oude' te zetten. Later werden cijnzen bijgevoegd, zowel betaald in nieuwe penningen als oude penningen, die werden toen wel gespecificeerd. Bij het aanleggen van de volgende cijnsregisters werden de bedragen steeds letterlijk overgenomen, dus vaak zonder specificatie.

In dat geval mogen we de ongespecificeerde penningen als de oudste laag van het cijnspakket beschouwen.

Ook de aanduiding 'nieuwe' komt voor, en wel in Bakel, Deurne en Vlierden. In paragraaf 5.2 wordt daar meer in detail naar gekeken.

vergelijking van de bedragen

Nu het probleem van de niet gespecificeerde penningen opgelost is, is het mogelijk de bedragen van rentmeester Tielman te vergelijken met die van de cijnsdorpen. De tweede tabel in appendix II geeft de absolute bedragen en de derde tabel de inkomsten van Tielman als percentage van het nominale pakket cijnzen zoals gegeven voor de cijnsdorpen.

De bedragen blijken goed overeen te komen. De inkomsten van Tielman wijken in 87 % van de gevallen minder dan 10 % af van de waarde van het nominale pakket cijnzen. In 67 % van de gevallen is het verschil minder dan 5 %.

In sommige gevallen inde Tielman meer, in andere gevallen minder. De afwijkingen middelen elkaar voor een groot deel uit. Het totaal voor alle cijnsdorpen vergeleken met Tielman geeft:

  nominale pakket cijnzen in 1340 inkomsten van Tielman

in 1340

inkomsten van Tielman als % van nominale pakket
oude penningen 33.927,8

 

34.582,0 101,9 %
nieuwe penningen 116.002,2

 

113.756,6 98,1 %
hoenderen 1.480,3

 

1.434,0 96,9 %

Tabel 2 vergelijking van de de nominale waarde van het pakket cijnzen in 1340 met de inkomsten van Tielman, gespecificeerd naar oude en nieuwe penningen en hoenderen.

Om het totaal aan inkomsten te vergelijken, rekenen we het totaal om in de munt waarin ook Tielman rekende, de penningen payment.

1 nieuwe penning = 4/3 penningen payment

1 oude penning = 16/9 penningen payment

1 hoen = 6 penningen payment

waarde in payment

 

nominale pakket cijnzen in 1340 inkomsten van Tielman in 1340 inkomsten van Tielman als % van nominale pakket
oude penningen

 

60.316,1 61.479,1 101.9 %
nieuwe penningen

 

154.669,6 151.675,5 98,1 %
hoenderen

 

8.881,8 8.604,0 96,9 %
TOTAAL

 

223.867,5 221.758,6 99,1 %

Tabel 3 vergelijking van de de nominale waarde van het pakket cijnzen in 1340 met de inkomsten van Tielman, omgerekend in penningen payment

Het is niet te verwachten dat de bedragen van de cijnsdorpen precies overeen zullen komen met het inkomen van de rentmeester. De bedragen van de rentmeester geven de feitelijke inkomsten van een bepaald jaar. Het cijnsregister geeft het nominaal bestaande pakket cijnzen.

Uit de betaal-aantekeningen in de marge blijkt dat meestal enkele procenten van de cijnzen onbetaald bleven.

De boetes die daarop geheven werden, verhoogde weer de inkomsten van de rentmeester. Wie zijn cijns op de cijnsdag niet betaalt, of niet gewint op de eerstvolgende cijnsdag werd beboet met 3 schellingen in 't soort geld van de cijns. In het tweede jaar 6, derde jaar 9 schellingen enz.

Bij een aantal cijnzen staat vermeld dat de cijns gewonnen is, dat betekent dat er een gewincijns betaald is. Ook die verhoogden de inkomsten van de rentmeester. Als iemand een goed erfde moest als gewincijns het driedubbele cijnsbedrag betaald worden, plus 1 oude groot schrijfgeld. Bij koop van een cijnsgoed betaalde men een dubbele cijns, plus 1 oude groot schrijfgeld. Zie voor een afschrift van de regelingen Appendix X.

In paragraaf 1.4 hadden we geconcludeerd dat er in 12 jaar in totaal ongeveer 2.203 overschrijvingen zijn geweest. Dat is ongeveer 184 gewincijnzen per jaar. Volgens de steekproef van paragraaf 1.4 waren hiervan gemiddeld 60 % (110 gevallen) opvolging door erfgenamen en 40 % (74 gevallen) door koop (of althans door iemand waarvan niet vast te stellen dat hij of zij een erfgenaam was). De extra inkomen door gewincijnzen voor een gemiddeld jaar was dan 184 groten schrijfgeld plus 478 keer het gemiddelde bedrag van een cijns. Uit het tabel hierboven blijkt dat het omgerekende gemiddelde bedrag voor een cijns 223.867,5 penningen payment gedeeld door 6.656 cijnzen = 33,6 penningen payment per cijns is. Als we 1 groot voor 16 penningen payment rekenen, dan kunnen we de jaarlijkse extra inkomsten door gewincijnzen berekenen op 19.005 penningen payment, dat is 8,5 % van de nominale cijnsinkomsten.

Van de ongeveer 2.203 keer dat er in 12 jaar een cijns van eigenaar verwisselde hebben we overigens slechts 135 vermeldingen van het bijschrift "is gewonnen" gevonden, dat is in 6,1 % van de gevallen, zodat een deel van de gewincijnzen niet is opgetekend, en misschien een klein deel zelfs niet geïnd is.

Per saldo inde Tielman in 1340 een bedrag dat overeenkomt met 99,1 % van het nominale pakket cijnzen.


Naar begin           Naar dorpenlijst