's Hertogs tienduizend bunders

HET CIJNSBOEK VAN DE HERTOG VOOR DE MEIJERIJ
VAN 'S-HERTOGENBOSCH
VAN 1340

Analyse en Bewerking

Martien van Asseldonk

Sri Lanka,
maart 1998

Versie 12 februari 1999
© Copyright : M. van Asseldonk


Naar begin           Naar dorpenlijst

HOOFDSTUK 2

DE CIJNSDATA

De cijnzen werden in de verschillende cijnsdorpen op vaststaande dagen geïnd. In veel cijnsdorpen kwamen echter ook cijnzen voor gemeintes en dergelijke voor, die op een andere dag betaald werd. Zo is de cijnsdag van Son 2 oktober, de geburen van Son betaalden echter voor hun gemeint op 11 november. Toch staat die cijns tussen de andere Sonse cijnzen geadministreerd. Dit voorbeeld kan met meer gevallen aangevuld worden.

2.1 de cijnsdata

Informatie over de algemene cijnsdata voor de cijnsdorpen wordt gegeven door verschillende bronnen.

Allereerst is er het cijnsboek van 1340 zelf, dat bij een aantal cijnsdorpen in de aanhef de cijnsdata vermeldt. Ook latere cijnsregisters geven soms data. De inventaris van het Rijksarchief in Noord Brabant, nummer toegang 137.01, p. 35-36, geeft cijnsdata, waarvan er voor Maasland enkele ontleend zijn aan latere cijnsregisters.

F. Smulders, in "Gewin en Boete bij het Cijnsbedrijf:, in: Brabants Heem 1957, p. 129-132, vermeldt een boekje afkomstig van de Vuchtse Karthuizers, dat zich nu bevindt in het Algemeen Rijksarchief van den Bosch, Archief van de Rentmeester Generaal der Domeinen, inventaris nummer 290. Daarin worden de cijnsdagen van de hertog genoemd.

In het betreffende archief werd het door Smulders genoemde boekje niet gevonden. Wel werd er een geschrift aangetroffen, ongeveer het formaat van een in de lengte doorgevouwen A4-vel, waarin onder andere aantekeningen over betalingen en cijnsdata, hierna RG290-I genoemd. De gegevens en de plaatsen waarvan al dan niet de cijnsdata genoemd worden, zijn identiek aan die van Smulders. Alleen heeft Smulders kennelijk bij Es kennelijk per abuis ‘daags na St. Lambertus’ vermeld, in plaats van ‘octaaf van St. Lambertus’, en vermoedelijk is ook bij Strijp het ‘na de middag’ bij Smulders verkeerd. RG290-I is echter zeker niet het door Smulders geraadpleegde boekje. Het is aannemelijker dat bij het opschrijven van RG290-I het boekje van de Vuchtse Karthuizers geraadpleegd is, of dat beiden op dezelfde bron teruggaan.

In RG290 werd nog een geschrift van hetzelfde formaat als RG290-I aangetroffen, ingebonden in een religieuze tekst, hierna aangeduid als RG290-II. De tekst is geschreven door Jacop Bacx, op 22 september 1550. Deze tekst wijkt op enkele plaatsen af van de gegevens van Smulders en RG290-I. Zo geeft RG290-II wel de cijnsdata van Lieshout, Bakel, Deurne, Vlierden, Gunterslaer, Hilvarenbeek en Hintham, terwijl die data bij Smulders en in RG290-I ontbreken. Andersom ontbreken bij RG290-II de bij Smulders en in RG290-I wel vermeldde cijnsdata van Zomeren en Lierop.

Smulders/RG290-I geeft als cijnsdatum voor Oisterwijk, ‘daags na St. Thomas’, en RG290-II geeft ‘St. Thomas’. Het cijnsboek van 1340 geeft ook ‘St. Thomas’, wat suggereert dat RG290-II in 1550 een wat oudere reeks cijnsdata geeft.

J. van der Heijden en A. Vergoossen, Heerlijke grondcijnzen in Peelland, in: Helmonds Heem, 1992, nummer 4, p. 248-276, geven de cijnsdata van de heer van Helmond voor de cijnskring Peelland. Deze datums zijn door mij opgezocht in het cijnsboek van Helmond dat in 1447 opgemaakt is. De heer van Helmond kreeg deze cijnzen in 1314 van de hertog en uit een vergelijk met de gegevens uit RG290 blijkt dat hij de cijnsdata niet veranderde. Bij de cijnsdata van Helmond worden cijnsdorpen genoemd die in RG290 in 1550 niet genoemd worden: Sint-Oedenrode Remigius (1 oktober), Liempde (2 oktober), Aarle (3 oktober), Stiphout (3 oktober), Schijndel (8 oktober) en Middelrode (8 oktober). Uit de beschrijving van de route van de rentmeester en zijn overnachtingen blijkt dat daar in 1550 geen cijnzen meer geïnd werden. In het cijnsboek van 1340 worden deze cijnsdorpen met hun cijnsposten nog wel vermeld.

De bronnen geven samengevat de volgende cijnsdata. Bij verschillen tussen de bronnen wordt de informatie van de oudste bronnen aangehouden als de meest oorspronkelijke informatie. Dat zijn achtereenvolgens: cijnsboek 1340, Helmond (1447), RG290-II (1550), en tenslotte Smulders/RG290-I.

Oirscot cijnsboek in vigilis nati sancti Marie virginis
conclusie vooravond van Maria Geboorte (7 september)

Vught cijnsboek in die sancti Lamberti
Smulders St. Lambertus, na de middag
RG290-I sancti Lamberti, post prandium
RG290-II Sint Lamberts dach ‘s morgens voer middach
conclusie St. Lambertus (17 september), voor de middag

Esch cijnsboek in octavus sancti Lamberti
Smulders daags na St. Lambert
RG290-I octava Lamberti
RG290-II octava Lamberti, ante prandium
conclusie octaaf na St. Lambertus (24 september), voor de middag

Son cijnsboek tertia die post Remigii
Smulders 2 oktober
RG290-I 2 oktober
RG290-II 2 oktober, hora undecima vel duodecima
Helmond crastine Remigij post prandium
conclusie 2 oktober, na de middag

Stiphout Helmond tertia die post Remigij, nave (7.00 - 9.30 uur)
conclusie 3 oktober, 7.00 - 9.30 uur

Lieshout
RG290-II 3 oktober, des smorgens d’acht uren
Helmond tertia die post Remigij, ante prandium
conclusie 3 oktober, voor de middag

Aarle
Helmond eadem die, post prandium
conclusie 3 oktober, na de middag

Bakel
RG290-II 4 oktober
Helmond quarta die post Remigij, ante nonam
conclusie 4 oktober, voor 12.00 uur

Dorne
RG290-II 4 oktober
Helmond eadem die, post nonam
conclusie 4 oktober, na 12.00 uur

Vlierden
RG290-II 5 oktober, heel vroech
Helmond quinta die post remigij, hora pure (7.00 uur)
conclusie 5 oktober, om 7.00 uur

Zomeren
Smulders 5 oktober
RG290-I 5 oktober
Helmond eadem die, post nona
conclusie 5 oktober, na 12.00 uur

Lierop
Smulders 5 oktober, na de middag
RG290-I 5 oktober, post prandium
Helmond eadem die, hora vespetrum (16.10 - 17.00 uur)
conclusie 5 oktober, tussen 16.10 - 17.00 uur

Rode cijnsboek in die beati Remigij
Helmond Remigius (1 oktober)
conclusie Remigius (1 oktober)

Liempde Helmond prima die post Remigij, mane
conclusie 2 oktober, voor de middag

Rode cijnsboek in die beati Dyonisij
Smulders St. Denijs (9 oktober)
RG290-I dionisij
RG290-II 9 oktober, ‘s morgens
Helmond in die beate Dionisij
conclusie St. Dionisius (9 oktober), ‘s morgens

Nuenen
Smulders 6 oktober
RG290-I 6 oktober
RG-290-II 6 oktober, ‘s noenens
Helmond eadem (sexta) die, post prandium
conclusie 6 oktober, na de middag

Tongerle
Smulders 6 oktober
RG290-I 6 oktober
RG290-II 6 oktober, voor de middag
Helmond sexta die post Remigij, ante prandium
conclusie 6 oktober, voor de middag

Erp
Smulders 7 oktober
RG290-I 7 oktober
RG290-II 7 oktober, voor de middag
Helmond septi die post Remigij, ante prandium
conclusie 7 oktober, voor de middag

Veghel
Smulders 7 oktober
RG290-I 7 oktober
RG290-II 7 oktober, ‘s noenens
Helmond septe die, post prandium
conclusie 7 oktober, na de middag

Schijndel
Helmond octo die post Remigij, ante prandium
conclusie 8 oktober, voor de middag

Middelrode
Helmond octo die post Remigij, post prandium
conclusie 8 oktober, na de middag

St. Michielsgestel
Smulders St. Michiel
RG290-I die Michaelis
RG290-II die Michaelis, ante prandium
conclusie St. Michiel (29 september), voor de middag

Stratum
Smulders maandags na St. Denijs
RG290-I ‘s maendachs post Dionisij, na den noen
RG290-II ‘s maendachs na festum Dionisij, ‘s middachs
conclusie maandags na St. Denijs, na de middag

Strijp
Smulders maandags na St. Denijs, na de middag
RG290-I ‘s maendachs post Dionisij
RG290-II ‘s maendachs na festum Dionisij, ‘s morgens
conclusie maandags na St. Denijs, ‘s morgens

Oerle
Smulders dinsdags na St. Denijs
RG290-I dynsdachs ‘s middachs
conclusie dinsdags na St. Denijs

Eersel
Smulders woensdags na St. Denijs
RG290-I des woendachs
RG290-II des woendachs ‘s morgens
conclusie woensdags na St. Denijs, ‘s morgens

Bergeijk
Smulders donderdags na St. Denijs
RG290-I des donderdags
RG290-II donderdachs ende vrydachs
conclusie donderdags na St. Denijs

Lommel
Smulders zaterdags na St. Denijs
RG290-I die sabbath
RG290-II saterdachs ‘smorgens
conclusie zaterdags na St. Denijs

Mierde
Smulders dinsdag na St. Denijs
RG290-I des dijnsdags
RG290-II dynsdachs
conclusie 2e dinsdag na St. Denijs

Beers
Smulders maandag na St. Denijs, na de middag
RG290-I des maendags, na den noen
RG290-II ‘s maendachs tsnoenens
conclusie 2e maandag na St. Denijs, na de middag

Vessem
Smulders zondags na St. Denijs, na de middag
RG290-I dominica die, na den noen
RG290-II sondachs ‘s morgens voore der missen
conclusie zondags na St. Denijs,’s morgens voor de mis

Winterle
Smulders maandag na St. Denijs
RG290-I des maendags
RG290-II ‘s maendachs vroech
conclusie 2e maandag na St. Denijs, ‘s morgens vroeg

Oirschot
cijnsboek: in die beati Huberti
Smulders 3 november
RG290-I 3 november
RG290-II St-e. Huberts dach
conclusie St. Hubertus (3 november)

Gunterslaer cijnsboek in festo Omni Sanctorum
RG290-II omni sanctorum
conclusie op Allerheiligen (1 november)

Oss cijnsboek in crastino beati Wilbrordi
Smulders daags na St. Willibrord
RG290-I altera Willebrordi
RG290-II des anderen dachs nae Sinte Wilbrorts dach,
te wetene 8 november
conclusie een dag na St. Willibrordus (8 november)

Nistelrode cijnsboek in die proxime sequente
Smulders daags na Oss
RG290-I altera die
RG290-II 9 november, ‘s morgens vroech te 8 uren
conclusie twee dagen na St. Willibrordus (9 november),‘s morgens om 8 uur

Heesch
Smulders op dezelfde dag als Nistelrooy
RG290-I eadem die
RG290-II 9 november, ‘s middags
conclusie twee dagen na St. Willibrordus (9 november),Na de middag

Orthen cijnsboek in die Martini
Smulders St. Maarten na de middag
RG290-I na den noen
RG290-II Sinte Martens dach, namiddach
conclusie St. Maarten (11 november), na de middag

Helmond cijnsboek dominica post beati Martini hyemal.
Helmond zondag na St. Maarten
conclusie zondag na St. Maarten (zondag na 11 november)

Eindhoven cijnsboek in octavus beati Martini hyemal.
conclusie octaaf van St. Maarten (18 november)

Hilvarenbeek
Smulders de halve cijns, geen datum genoemd
RG290-I de halve cijns, geen datum genoemd
RG290-II woensdachs
conclusie 2de woensdag na St. Denijs

Helvoirt cijnsboek in die beati Thome apostli
Smulders St. Thomas
RG290-I in festo Thome
RG290-II Sint Thomas dach, ‘s morgens
conclusie St. Thomas (21 december), ‘s morgens

Oisterwijk cijnsboek in die beati Thome apostli
Smulders daags na St. Thomas
RG290-I altera Thome
RG290-II Sint Thomas dach, eenen oft twee uren nae noene,
die rekeninge hout altera die Thome tot Oisterwyck
conclusie St. Thomas (21 december), 13.00 of 14.00 uur na de middag

Tilburg cijnsboek in die beati Stephani
conclusie St. Stephanus (26 december)

Den Dungen cijnsboek circa Navtivitas domini
Smulders St. Maarten
RG290-I Martini, in Busco
RG290-II op sinte Martens dach voer noene comen vele van Orten ende Dungen betalen ten Bossche ten huyse van den Rentmeesteren
conclusie rond Kerstmis (rond 25 december)

Heze (Rosm.) cijnsboek in die purificationis beate Marie Virginis
conclusie Maria Lichtmis (2 februari)

Orthen cijnsboek feria secunda post Pascha
RG290-I altera Pasche
RG290-II des anderen daigs nae paesschen
Smulders tweede Paasdag
conclusie tweede Paasdag (maandag na Pasen)

Den Bosch RG290-I Martini, mane ten Bosch
RG290-II op sinte Martens dach voer noene comen vele van Orten ende Dungen betalen ten Bossche ten huyse van den Rentmeesteren
conclusie St. Maarten (11 november), ‘s morgens

Hintham
RG290-II des anderen dachs na Lichtmisse
conclusie een dag na Maria Lichtmis (3 februari)

Tegenstrijdige gegevens zijn er voor:

Son: Hier lijkt het cijnsboek van 1340 te geven: tertia die post Remigii, de derde dag na Remigius. Smulders en Helmond geven echter 2 oktober, een dag na Remigius, wat geografisch ook beter in de volgorde van de cijnsinning past.

In den Bosch en omstreken waren de oorspronkelijke cijnsdata:

- den Bosch: Sint Maarten, voormiddag

- Orthen: Sint Maarten, namiddag

- Orthen: tweede paasdag

- den Dungen: rond Kerstmis

- Heze/Rosmalen: Maria Lichtmis

- Hintham: een dag na Maria Lichtmis

De cijnzen van den Dungen werden in 1550 tegelijk met de Bossche cijnzen in den Bosch betaald. De poorters van ‘s-Hertogenbosch hadden vanaf 1300 met de geburen van Heze (Rosmalen) en Berlicum een gemeint, met het recht om daar delen van te verkopen, tegen betaling van een cijns op St. Maarten. In het cijnsboek van den Bosch van 1520 zijn dit soort cijnzen niet aangetroffen, zodat ze vermoedelijk geadminstreerd werden in het cijnsboek van Orthen St. Maarten, en van den Dungen. In 1550 tekende de rentmeester aan (in RG290-II): op sinte Martens dach voer noene comen vele van Orten ende Dungen betalen ten Bossche ten huyse van den Rentmeesteren. Dit kan ook de reden zijn dat de cijnsdatum van den Dungen veranderde van rond Kerstmis naar St. Maarten.

Latere cijnsboeken geven enkele latere veranderingen in cijnsdata:

Voor Heze (Rosmalen) geeft het cijnsboek van 1340: in die purificationis beate Marie Virginis (Maria Lichtmis, 2 februari). Een later cijnsboek van 1639 geeft altera purificationis B. Mariae (een dag na Maria Lichtmis, of 3 februari). Kennelijk is hier de cijnsdatum later een dag verschoven, en is 2 februari de oorspronkelijke cijnsdag.

Voor Heesch vermeldt het cijnsboek van 1639 als cijnsdatum: donderdag na Willibrordus. Smulders geeft als cijnsdatum: de dezelfde dag als Nistelrode. Mogelijk geeft Smulders ook hier de oudere datum, en geeft het cijnsboek van 1639 een cijnsdatum die later een paar dagen verschoven is.

RG290-II geeft enkele details betreffende de cijnsinning in 1550. De cijnsinning was toen vanuit ‘s-Hertogenbosch georganiseerd. De rentmeester (of zijn klerk) begon op 2 oktober in Son. De volgende dag werden cijnzen geïnd in Stiphout en Lieshout. De rentmeester overnachtte in Lieshout in het hof. Hierna werd een reeks dorpen afgewerkt. Nadat de rentmeester op 6 oktober in Nuenen klaar was, trok hij naar Erp, waar hij in de herberg overnachtte. Na op 7 oktober in Erp en Veghel zitting te hebben gehouden, keerde hij terug naar den Bosch. Op 9 oktober kwam hij ‘s morgens in Sint-Oedenrode om cijnzen te innen, ‘s middags hield hij zitting ‘in den Hazewyns’ (vermoedelijk werd hiermee het gelijknamige huis van de hertog in den Bosch mee bedoeld), en ‘s avonds keerde hij weer naar huis terug. Op de eerstvolgende maandag begon met Strijp de cijnsinning in de Kempen. In Bergeijk bleef hij twee dagen. Eertijds was Luijksgestel vermoedelijk een cijnsdorp. Die datum was vervallen, vandaar dat de rentmeester een dag langer in Bergeijk bleef. Op de tweede dag vertrok hij ‘s avonds naar Lommel, waar hij overnachtte. In Lommel had de rentmeester een meier zitten, die de rentmeester en zijn paarden op de cijnsdag de kost gaf. Hiervoor ontving de meier een deel van de gewincijnzen. De rentmeester betaalde er op de cijnsdag de wijn. Ook in Mierde zat een meier die de rentmeester en zijn paarden op de cijnsdag de kost gaf, en daarvoor een deel van de gewincijnzen inde. Op 1 november moest de rentmeester in Oirschot de Gunterlaerse cijnzen innen, en op 3 november de Hubertuscijnzen. Hij bleef daar ook op 2 november en hield in Oirschot drie dagen zitting ‘in den Wildenman’. De Bossche cijnzen werden in Sint Maarten (11 november) voor de middag ten huize van de rentmeester geïnd. Daar kwamen dan ook de cijnsplichtingen uit den Dungen hun cijns afdragen. ‘s Middags hield de rentmeester zitting in Orthen, veel Orthenaren droegen hun cijnzen voormiddag in den Bosch al af.

2.2 de herkomst van de cijnzen

Individuele cijnsdata kunnen informatie geven over de geschiedenis van de bezittingen. Zo wijst de cijnsdatum (1 november) van Gunterslaer bij Oirschot mogelijk op de abdij van Sint Truiden, omdat die abdij op die dag in Oirschot cijnzen inde. De cijnsdag Sint Lambertus te Vught wijst vermoedelijk naar de heer van Vught. Sint Michiel in St. Michielsgestel mogelijk naar de abdij van Echternach.

In enkele plaatsen inde de hertog op twee data cijnzen. Deze cijnskringen gaan wellicht terug op aparte bezittingen.

Sint-Oedenrode: Remigius en Dionisius. De Remigius-cijnskring is het oudst en gaat vermoedelijk terug op de Eerschotse bezittingen van de familie van Rode. De Dionisius cijnzen waren de cijnzen van binnen de Oude Vrijheid, en daarvoor vermoedelijk gerelateerd aan de Rooise burcht van de van Rodes. Zie hiervoor paragraaf 5.2

Oirschot: De Mariacijnzen vinden mogelijk hun oorsprong in de Spoordonkse bezittingen van de familie van Vught. De Hubertuscijnzen in het eigen bezit van de hertog in Oirschot. Zie paragraaf 5.1

De twee Orthense cijnskringen vinden wellicht allebei hun oorsprong in verschillend eigen bezit van de hertog in Orthen. Omstreeks 1076/1099 schenkt gravin Adelheid het landgoed Orthen op aan de St. Maartenskerk te Utrecht, en ontvangt het weer als leen terug. Mogelijk verwijst de Sint-Maartenskerk naar de Sint-Maartenscijnzen. Omstreeks 1114/1120 geeft de aartsbisschop van Keulen een allodium in leen aan de hertog van Brabant. Aan dit goed zou dan de cijnskring tweede paasdag gekoppeld kunnen worden. Men kan zich afvragen of de Orthense St. maartenscijnzen teruggaan naar de uitgifte van de gemeint in 1300, waarvan de cijnzen betaald moesten worden op St. Maarten. Het feit dat in Orthen Sint Maarten 3.345 oude penningen voorkomen en maar 1.049 nieuwe penningen, en ook keulse penningen en hoenderen toont echter aan dat de Orthen St. Maarten cijnskring ouder is dan het jaar 1300. Bovendien zouden we dan ook een nieuw cijnsboek verwachten voor Berlicum en Heze, en die waren er niet.

Een aantal cijnsplaatsen vormen aaneengesloten reeksen. In het kwartier Maasland vormden Oss, en Nistelrode met Heesch een kleine samenhangende cijnskring. In het kwartier Oisterwijk hingen de cijnsdata van Helvoirt en Oisterwijk samen. De cijnsdata van Mierde en Hilvarenbeek zijn in het begin van de dertiende eeuw beiden aan de reeks van de Kempen gevoegd.

Peelland

In het kwartier Peelland begint de inning van de cijnzen in Sint-Oedenrode (vermoedelijk Eerschot), en eindigt weer in Sint Oedenrode. De cijnsinning lijkt dus in eerste instantie vanuit Sint-Oedenrode georganiseerd te zijn.

AFBEELDING 1

Afb. 1 De rondgang van de cijnsinning in de cijnskring Peelland.

In enkele verhalende bronnen en oorkonden van omstreeks het jaar 1100 is sprake van een regionale potentaat, Arnold van Rode, die zich noemde naar zijn castellum of kasteel te Sint-Oedenrode. Een groot deel van het bezit van deze familie in het rivierengebied en bij Sint-Oedenrode ging tussen 1133 en 1229 over in handen van de graaf van Gelre, van wie de hertog in 1231 het graafschap van Rode overnam. Ofwel de familie van Rode, ofwel de graaf van Gelre is dus de initiatiefnemer geweest voor het innen van cijnzen in de latere cijnskring Peelland. Dit wordt nog bevestigd doordat voor de cijnsdorpen van de cijnskring Peelland van de heer van Helmond (met uitzondering van Vlierden, Zomeren en Middelrode) ook het zogenaamde rooise recht van toepassing was. De plaatsen met het rooise recht hadden ook schepenbanken waarvan data van het ontstaan in een onbekend verleden ligt. Opgemerkt kan worden dat de cijnsdata voor Bakel en Deurne gelijk zijn aan de dag dat de abdij van Echternach daar haar cijnzen inde. Het is mogelijk dat de van Rodes als voogd Echternachs goed te Bakel en Deurne verwierven, die cijnsdata intact lieten, en de rest van de data daar aan pasten.

In paragraaf 5.3 gaan we dieper op deze zaak in.

Kempenland

Omdat de graaf van Gelre in de late 12e eeuw ook de eninge van de Kempen bezat is te verwachten dat hij ook daar cijnzen inde. Uit de cijnsdata blijkt dat de rentmeester van de graaf van Gelre op de eerstvolgende maandag na 9 oktober weer uit Sint-Oedenrode vertrok om cijnzen in de Kempen te gaan innen. Het eerste cijnsdorp komende vanuit Sint-Oedenrode is Strijp en daar begon de cijnsinning inderdaad. De volgende dag had de rentmeester zitting in Stratum en zo trok hij van dorp tot dorp, om een week later zijn tocht via Beerze weer te beëindigen in Sint-Oedenrode. Dat is een sterke aanwijzing dat deze organisatievorm en dus de cijnsinning in de Kempen uit de gelderse tijd dateert. Dit vindt verder steun bij het feit dat de cijnsdata in de andere kwartieren en andere Peellandse en Kempenlandse plaatsen hier niet bij aansluiten. De cijnsdata van Mierde en Oisterwijk volgen op die van Beerze. Mierde en Oisterwijk zijn echter voor de weg van Beerze terug naar Sint-Oedenrode een omweg. Daarom vermoed ik dat Mierde een latere aanvulling op de cijnskring is. Historische gegevens spreken dit niet tegen. Vermoedelijk kreeg de hertog in Mierde voet aan de grond vanwege zijn voogdij over het klooster Averbode, dat in 1212 belangrijke bezittingen te Mierde geschonken kreeg. Mierde was later een deel van het kwartier Oisterwijk. Oisterwijk werd als nieuwe stad omstreeks 1210-1220 door de hertog gesticht.

Verder valt op dat op donderdag cijnzen werden geïnd te Bergeijk en pas op zaterdag in Lommel. Dit doet vermoeden dat op vrijdag in Luyksgestel cijnzen geïnd werden. Luyksgestel zou dan nog omstreeks 1180 tot de eninge van de Kempen behoord hebben, dus onder het gezag van de graaf van Gelre, en pas later aan de graaf van Loon gekomen zijn, mogelijk via pretenties van de familie van Bergeijk. De cijnsinning in de eninge van de Kempen zag er oorspronkelijk dus mogelijk als volgt uit:

AFBEELDING 2

Afb. 2 Reconstructie van de oorspronkelijke cijnsinning in de Kempen.

Omdat ook in de eninge de cijnsinning gebeurde vanuit Sint-Oedenrode heeft de graaf van Gelre in de eninge van de Kempen de cijnsdata pas ingesteld nadat hij het graafschap Rode verwierf. Dat is overeenstemming met de constatering dat de cijnsdata in de eninge aangepast aan de oudere data van het graafschap Rode (zoveel dagen na Dionisius.) Een gelderse oorsprong van de deze cijnsdata vindt verdere ondersteuning in het feit dat de andere cijnsdata hier niet bij aansluiten.


Naar begin           Naar dorpenlijst