Fietstocht rondom de Triglav
Kranjska Gora, 3 september 2003
49 km.

 
Vandaag hadden we de keus uit twee alternatieven naar Kanjska Gora: over de 1156 meter hoge Predelpas, via ItaliŽ of over de zwaardere 1611 meter hoge Vrsic-pas. De laatste is een uitdaging voor de fanatieke klimmer maar wij kennen onze beperkingen, dus wij kiezen voor de eerste route.
We zijn Bovec nog maar nauwelijks uit of de weg begint al aardig te stijgen. De eerste bezienswaardigheid op ons pad is de Trdnjave Kluze. Daar waar de Koritnica een smalle, 70 meter diepe ravijn heeft uitgeslepen is in de 19e eeuw dit fort gebouwd.
We zijn nu ook weer in het Triglavski Narodni park. Verder klimmend doemt de 2679 meter hoge bergtop MŠngart voor ons op.
Even voor Log Pod Mŗngarton nemen we een kijkje op een soldatenkerkhof uit WO-1 waar enkele duizenden Hongaars-Duitse soldaten liggen begraven die in oktober 1914 in een sneeuwstorm tijdens de slag om Bovec waren gesneuveld.
Met een stijging van 12% klimmen we nu het dal van de Koritnica uit richting Predel-pas. Onderweg steken tegemoet-komende automobilisten bewonderend hun duim naar ons op. Zelfs een paar houten figuren wuiven ons toe.
Vanuit Strmec na Predelu hebben we een prachtig uitzicht op een dorpje diep beneden ons in een dal. Ongeveer een kilometer verder passeren wij een monument uit 1815, een gewonde leeuw als eerbetoon aan de Oostenrijkese verdedigers van de fortificatie waarvan de ruÔnes nog zichtbaar zijn. Tijdens de aanvallen van de Fransen moesten zij het onderspit delven.
Voor we er erg in hebben zijn we zomaar op de Predel-pas, 1156 meter hoog. Wij trakteren onszelf op koffie met pannenkoekjes met frambozen voor mama en een Italiaanse variant van strudel voor mij.
De restanten van een 17e eeuws fort De douane wuift ons voorbij en dan zijn wij op Italiaans grondgebied. Een 17e eeuws fort geeft ons een prachtig panorama op het blauwgroene Lago di Predil beneden ons. Na een 180 meter lange tunnel fietsen we vier scherpe bochten door en dan zijn we afgedaald tot het meer.
We volgen een uit het meer afkomstig riviertje en dalen af naar Cave de Predil. In dit voormalige zinkmijnbouwstadje doet alles nog aan de tijden voor de mijnsluiting herinneren. Na een comfortabele afdaling bereiken we de buitenwijken van Tarvisio met zijn Oostenrijks-Italiaans grensver-keer. Het is trouwens opvallend hoeveel motorrijders we tegenkomen, soms alleen, soms in groepen. Deze route is inderdaad ook voor motorrijders schitterend om te doen.
Door een mooi dal bereiken we na een kilometer of vijf de grens met SloveniŽ weer. We denken, dat we zo weer door mogen fietsen maar dat hadden we geraden. Op barse toon wordt ons te verstaan gegeven dat we de passen moeten laten zien.
Droogrek met hooi In Ratece belanden we zowaar op een officieel fietspad door de weiden in dit brede dal. Links van ons doemen de Karawanken op, het grensgebergte tussen SloveniŽ en Oostenrijk en rechts de inmiddels vertrouwde toppen van de Julische Alpen met de 2863 meter hoge Triglav. Door de hevige regenval van zondag staan hier hele stukken weiland onder water. Ook zijn stukken weg ondermijnd waardoor zelfs het asfalt is afgebrokkeld. Op andere plekken is de weg onbegaanbaar geworden doordat een woeste watermassa modder en stenen op de weg heeft achtergelaten. Later horen we, dat men zondag vanuit Kranjska Gora geen kant opkon omdat alle wegen "gespert" waren vanwege het gevaar van modderlawines.
We zijn mooi op tijd in Kranjska Gora en nemen eerst een drankje op een terrasje, lekker in de zon. Dit is een echt ski-dorp. Skiliften van verschillende formaten en een heleboel grote hotels. Nadat we het dorp hebben verkend zoeken we ons hotel, Hotel Larix op. Daar weten ze van niets maar onze "vouche" geeft het duidelijk aan: hotel Larix. Na een telefoontje van de chef schijnt het goed te zijn en krijgen we de sleutel van de kamer. Jammer dat de bagage nog niet gebracht is. We brengen de fietsen in een ruimte voor de ski's en zoeken onze kamer op. Ze zullen bellen als de bagage er is. Gelukkig is de US-open op televisie: Agasi tegen een onbekende Deen. Als de bagage om zes uur nog niet is gebracht vraag ik maar eens naar het telefoonnummer van ons vorige hotel in Bovec. Als ik dat nummer draai krijg ik iemand aan de telefoon die van geen hotel Kanin weet. Ik probeer het nog maar eens maar de meneer aan de andere kant legt geŽrgerd uit dat ik de kabelbaan aan de lijn heb. Ik weer naar de receptie om het goede nummer van hotel Kanin. Nu lukt het. De receptioniste vertelt, dat de bagage al voor twee uur opgehaald is en geeft me het nummer van Georgij, die voor het transport zorgt. Deze Georgij weet mij te vertellen, dat wij in het verkeerde hotel zitten. Hij heeft de bagage naar hotel Lek gebracht, daar is een kamer voor ons gereserveerd.
Bij de balie zijn ze niet blij met deze ontwikkeling maar we krijgen onze passen terug en na onze fietsen weer uit de berging gehaald te hebben fietsen we naar hotel Lek. Daar staan inderdaad de koffers op ons te wachten. Ze hebben een kamer voor ons vrijgehouden in Pension Rosja, een paar huizen eerder. Het is al met al halfzeven geweest voordat we in ons appartement zijn.
De warme douche is nu dubbel zalig!