Rome
Onze camping blijkt een prima keus. Het gedeelte vooraan bij de weg blijkt door de regering gevorderd te zijn en wordt bevolkt door Albanese vluchtelingen. Op ons gedeelte merken we daar verder niets van. Het merendeel van de campinggasten bestaat uit Nederlanders, de camping had in de ANWB-kampioen gestaan, vandaar. Met een echtpaar uit de omgeving van Rotterdam kunnen we meerijden naar het station, zo zijn we mooi vroeg in Rome.
Het station ligt vlak bij Vaticaanstad, de soevereine staat van de paus. Dit is het tiende land dat we op onze tocht aandoen: Nederland, België, Duitsland Luxemburg, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein, Italië en Vaticaanstad! Aan het aantal mensen in kerkelijk gewaad is te zien dat dit het centrum van de katholieke wereld is. We steken het ronde plein voor de Sint-Pieter over en werpen een eerste blik op de machtige basiliek. Het is al warm in de stad, het is zaak in de schaduw te blijven.
Gelukkig staat de rij voor het Vaticaan-museum in de schaduw van de vesting- muur rond het Vaticaan. Via een schitterende spiraalvormige opgang komen we in het het museum. We kunnen kiezen uit vier routes, die in tijdsduur variëren, wij besluiten de paarse route van anderhalf uur te nemen. We komen ogen te kort, zo'n pracht, zo'n rijkdom. Het bezoek aan de Sixtijnse kapel is een belevenis. Het is hier zwart van de mensen die in stille bewondering naar het plafond turen. Wachters proberen tevergeefs de fluisterende gonzende massa tot stilte te manen. Wij veroveren een plaatsje op een bank langs de kant en nemen op ons gemak al het moois van Michelangelo in ons op.
De kapel is één groot mozaïek van fresco's. Het gewelf is beschilderd met voorstellingen uit het scheppingsverhaal. Centraal de schepping van de mens waarop God Adam los laat. Ik had mij deze schildering altijd veel groter voorgesteld als voorstelling over het hele gewelf en het blijkt nu een afbeelding in een lange serie fresco's. Maar het blijft adembenemend mooi. In 1535 heeft Michelangelo met zijn leerlingen op de westelijke muur een gigantisch "Laatste Oordeel" geschapen. Linksonder verrijzen de doden uit het graf om op te stijgen terwijl rechts de verdoemden naar de hel afdalen. In het midden de oordelende Christus omgeven door een groot gezelschap heiligen. De vele naakte figuren werden op bevel van latere pausen, die in een wat preutsere tijd leefden, van sluiers voorzien maar bij de meest recente restauratie is de helft van de lendendoeken weer verwijderd. Ook zijn de oorspronkelijk vrij felle kleuren weer tevoorschijn gehaald.
Dan gaan we de Sint-Pieter bekijken. Wat afmetingen en rijkdom betreft stelt dit godsgebouw alle kathedralen en kerken, die we tot nu toe hebbe bezocht in de schaduw. De eerste basiliek werd in de vierde eeuw in opdracht van keizer Constantijn gebouwd boven het graf van de gekruisigde apostel Petrus. Begin 16e eeuw werd, onder paus Julius II, de huidige basiliek met de enorme koepel (132 meter hoog, ontworpen door Michelangelo) gebouwd. Het enorme plein voor de Sint-Pieter wordt omzoomd door twee cirkelvormige colonnaden bestaande uit een koele zuilengalerij waarop 140 heiligenbeelden staan. Via de voorhal, waar streng op de kleding van de bezoekers wordt toegezien, betreden we het middenschip. De altaren, preekstoelen, beelden, fresco's, mozaïeken, engelen, heiligen, groeven, nissen, koepels, kapellen en biechthokjes (in vele talen maar niet in het Nederlands, ontdekt mamma) wedijveren met elkaar wat decoratieve expressie betreft. Op het kruispunt van middenschip en transept ligt het graf van Petrus. Het licht van de ontelbare olielampjes zorgt hier voor een apart effect.
Buitengekomen bezoeken we eerst de kerk van de Friezen vlak bij het uiteinde van de rechter colonnade. Uit het bord op de muur naast de toegangstrappen blijkt dat in de kerk, gewijd aan de heiligen Michaël en Magnus, het Willibrordcentrum is gevestigd. Helaas blijkt het toegangshek gesloten zodat we niet eens een blik op de kerk kunnen werpen. De foto, die ik op goed geluk door de spijlen van het hek maakt, blijkt naderhand inderdaad een beeld van de ingang te geven.
Op de Piazza Venezia staat een opvallend wit standbeeld dat de Romeinen geringschattend de schrijfmachiene of bruidstaart noemen. Dit "Altaar van het Vaderland", ter ere van Victor Emanuel II van Savoie, de eerste koning van Italië, is in 1911 met veel patriottisch vertoon ingewijd. Op het Piazza Navona drinken we een kopje cappucino. Volgens ons boekje is een consumptie hier duur maar we hebben uitzicht op het levendige straatbeeld gratis voor niks. Het verhaal gaat, dat die ene figuur op Bernini's Fontein der vier Stromen zijn hand afwerend opheft alsof de gevel van de door zijn eeuwige concurrent gebouwde San Agnese dreigt om te vallen. Ik denk, dat 'ie last van de zon heeft.
Wij reizen lekker vroeg weer terug naar Bracciano. In het stadje eten we een lekkere pizza en 's avonds voor ons tentje met een fles wijn en een paar zakjes pinda's komen we heerlijk tot rust.
Vrijdag 4 juli 1997
Het Colosseum
We gaan vanmorgen lopend naar het station in Bracciano. Dit is wél een heel eind en het is weer behoorlijk warm. Als we kwart over tien bij het station arriveren blijkt dat er niet eerder een trein gaat dan tien over twaalf. Dus even oefenen in geduld hebben. In Rome aangekomen koop ik een stuk of wat buskaartjes. Als je één keer het openbaar vervoer door hebt is het een heel gemakkelijk vervoersmiddel om je mee door Rome te verplaatsen. Ook al moet je meestal staan, het is nogal wat minder vermoeiend dan te voet door de warme stad.
We hadden ons tot doel gesteld de overblijfselen van het Rome van rond onze jaartelling te bezoeken. Het begin van het Forum Romanum ligt daar zelfs ver voor en grijpt terug op de zesde eeuw voor Christus. De grootste ontwikkeling vond plaats in de tweede eeuw v. Chr. toen de inkomsten uit de veroveringen werden aangewend om hier een pracht en praal ten toon te spreiden die Rome gelijkwaardig moest maken aan de grote steden van de Hellenistische koningen in het oosten van de Middelllandse Zee.
Heel gaaf is nog de boog van Constantijn. Deze best bewaarde triomfboog in Rome is opgericht in 315 op bevel van keizer Constantijn. Hij wilde ermee zijn overwinning op zijn collega, keizer Maxentius, gedenken. Deze had in de slag bij de Milvische brug de dood gevonden in een poging de troepen van Constantijn uit Rome weg te houden. Ter versiering werden de reliëfs van andere monumenten geplunderd; de steenhouders waren deze kunst niet meer machtig.
Het Colosseum is de Romeinse uitvoering van de Amsterdamse Arena met 50.000 plaatsen. Het grondvlak is verweijderd waardoor in het middenterrein de vele vertrekken zichtbaar zijn waar onder andere de dieren werden ondergebracht en waar de decors konden worden opgeborgen. Bij de opening in 80 na Christus liet keizer Titus er een openingsfeest van honderd dagen houden, dat aan 5000 dieren het leven klostte. Hier werd het Romeinse volk met brood en spelen rustig gehouden.
De spelen begonnen in de regel met een optocht van de gladiatoren, die de keizer groetten met de woorden: "Heil Caesar, zij die gaan sterven groeten u." Daarna volgde een komisch nummer waarin dwergen, clowns en kreupelen een schijngevecht hielden. Wanneer deze acteurs op groteske wijze de schijndood waren gestorven, betraden de gladiatoren het middenterrein. Een gevecht opleven en dood nam dan een aanvang. Wanneer een gladiator verslagen was, kon hij proberen zijn leven te redden door de keizer te vragen zijn leven te sparen. De keizerlijke duim bepaalde vervolgens of de gladiator bleef leven of niet.
Zaterdag 5 juli 1997
Bracciano - Fiumicino
Afstand : 2212 km
Vanmorgen tien over acht zijn we reisvaardig. We zeggen arrivederci tegen mrs. "Friendly"en dan
begint de laatste etappe. Na de klim naar Bracciano staat mamma het zweet al weer in het haar.
Het kost een paar keer vragen voor we de provinciale weg naar Cerveti hebben gevonden maar dan
schiet het lekker op. Eén lange afdaling van 16 kilometer lang, duidelijk dat we richting
Middellandse Zee fietsen. De Via Claudia, die we dan een eind moeten volgen is wel erg druk
maar wel lekker vlak. Dan belanden we echt in de vlakte, nu gaat het echt op een Nederlands
landschap gelijken. Hoe dichter we bij onze bestemming komen hoe lager de vliegtuigen overkomen.
Een eindje fietsen we precies in het verlengde van de landingsbaan. Een eind verderop leidt
onze route vlak langs de baan waar elke paar minuten een toestel opstijgt.
Als we in Fiumicino zijn gearriveerd gaan we ons eerst oriënteren op het vliegveld, dan weten
we tenminste wat ons morgen te wachten staat. De vertrekhal is gemakkelijk te vinden. Bij de
incheckbalie van Alitalië begrijpen ze niet wat ik zou willen weten over het meenemen van onze
fietsen; ze nemen ze gewoon mee. (De andere dag zal blijken, dat dat wel erg optimistisch was
gedacht. De fietsen moeten helemaal worden gedemonteerd om op de band door het poortje te
passen.) Bij de hotel-informatie denken ze, dat we hen voor de gek houden als we hen vragen
wat een geschikt hotel is om met de fiets te bereiken. Dus zoeken we het zelf wel uit en vinden
een prima hotel vooraan in Fiumicino, een kwartiertje fietsen van het vliegveld. Fiumicino
blijkt een morsig vissersstadje waar het kanaal door de stad als haven dient. De vissersvloot
is net binnengevallen. Er is een onvoorstelbaar groot assortiment vissen en schelpdieren op de
kade uitgestald.
Morgen om deze tijd zijn we weer thuis !
Dagtrip : 70 km
Tijd : 4.21 uur
Gem. snelheid : 16,0 km/u
Max. snelheid : 42,5 km/u