NAAR ROME, FIETSTOCHT
DOOR 10 LANDEN.
 
DEEL 3  SABBIONETA - PARRANO.


Maandag 23 juni 1997

Sabbioneta - San Eusébio

Afstand		:   1649 km
Dagtrip		:    101 km
Tijd			:   5.58 uur
Gem. snelheid	:   16,9 km/u
Max. snelheid	:   31,9 km/u

Vandaag steken we de Po over, de laatste etappe voor de Appenijnen. Eerst
over binnenweggetjes tot aan Pomponesco. De wind waait nu uit het noordwesten
lekker in de rug. Dat scheelt een stuk met gisteren.  In Pomponesco volgen
we een weg boven op de dijk langs de Po. De rivier blijkt een heel breed
water te zijn. Al gauw gaan we de lange brug naar Guastalla over. We zijn
blij dat we de drukke weg kunnen verlaten het stadje in. Na Guastalla volgt
een kilometers lange onverharde weg op een dijk en daarna duiken we de vlakte
weer in. Het gebied oogt hier aanmerkelijk armoediger dan waar we gister
doorheen fietsten. Bovendien heeft hier kennelijk kort geleden een
verwoestende hagelbui alle gewassen vernield. Maïs, bieten, wijngaarden
en bomen, alles staat er ontbladerd bij. Een intriest gezicht.

Het is vandaag schitterend weer, we fietsen in het hemdje maar later trekken
we ons shirtje maar weer aan, anders bakt het te hard. Over Novellara en
Corrégio zijn we vlot met de wind mee in Modena. Omdat de oude brug over de
Secchia gerestaureerd wordt is het moeilijk de stad in te komen. We moeten
nu langs de drukke autoweg en we kunnen ook maar moeilijk het centrum vinden. 
Eindelijk lukt het de Piazza Grande te vinden. Daar wachten we het heetst van 
de dag af met veel "aqua" en een groot stuk chocoladetaart. De stad uit gaat 
aanmerkelijk vlotter en dan volgt het laatste stuk om een geschikt hotelletje 
te vinden. Het leek ons niet aanlokkelijk om in Modena een slaapadres te vinden.

Onderweg stappen we een paar keer van de fiets om een boom met pruimen te
plunderen. In Spilamberto zien we op een bord dat twee kilometer verderop in
San Eusébio een hotel is. Een chauffeurshotel, niet al te duur en alles er
op en er aan, wat wil je nog meer? De pizzeria verderop in het dorp blijkt
's maandags gesloten. We gaan op de fiets terug naar Spilamberto waar we een
heerlijke pizza verorberen. Het is feest in het dorp. De beiaardier en een
popgroep wedijveren om de aandacht van het publiek.


Dinsdag 24 juni 1997

San Eusébio - Rosola


Afstand		:   1687 km
Dagtrip		:     38 km
Tijd			:   3.39 uur
Gem. snelheid	:   10,5 km/u
Max. snelheid	:   35,4 km/u

Vanochtend peuzelen we ons "ontbijt" op in de chauffeursbar, die bij het
hotel hoort (of andersom). Een kan thee en een paar broodjes uit de vitrine.
Onze conclusie is, dat de hele tent wordt gerund door drie generaties van één
en dezelfde familie: beppe, moeder en zoon plus respectievelijke wederhelften
Ze geven overigens niet de indruk, dat ze er erg veel plezier aan beleven.

Binnendoor naar Vignola, daar zijn we zo maar. We rijden nu door één grote
boomgaard, kersen, appels, peren en perzikken. Het dal van de Panaro is
beroemd om zijn bloemenpracht in het voorjaar als er rondom Vignola 300.000
kersebomen bloeien. Een paar kilometer verder begint de eerste steile klim
van de Apennijnen naar Guiglia. Na een kop hete chocola - ze maken hier
chocola uit een zakje in een klein kopje hete melk, het is zo dik dat je
het kunt lepelen - zwoegen we verder naar Zocca. In een boomgaard langs de
weg doen we ons tegoed aan heerlijke rijpe blauwe kersen. Onderweg maak ik
een foto van Casa Serene en dan zijn we al gauw in Socca. Dit dorpje dat
temidden van uitgestrekte kastanjebossen ligt is geliefd als vakantieoord.
We besluiten de camping een eindje verder in Rosola op te zoeken. Het laatste
stuk naar de camping is nog een gemene kuitenbijter met een helling van meer
dan 10 procent. Camping Montequestiolo is prachtig gelegen temidden van de
heuvels tussen de dalen van de Samoggia en de Panaro, waarover we een
prachtig uitzicht hebben.. De voorzieningen op de camping zijn pico bello.

Als we aangekomen zijn komt uit het zuiden een donkere lucht opzetten. We
besluiten eerst de tent maar op te zetten. Er komt een vrouwtje op ons
toelopen  voor een praatje. Het blijkt een Nederlandse, die met haar hond
dezelfde route loopt van Nederland naar Rome. Ze was in maart al vertrokken.
Ze heeft geen tent mee, zo probeert onderweg een plek te vinden om te slapen,
meestal bij boeren. In Italië blijkt dat erg moeilijk te zijn, ze is er soms
moedeloos van. In Modena was er geen enkel hotel dat haar binnen liet omdat
honden niet toegelaten werden. Ten einde raad was ze naar de politie gegaan.
Die hadden haar bij een asielzoekerscentrum gedropt. Ook daar mocht ze met
de hond niet naar binnen. Toen had ze maar onder een afdak in wat beddegoed
geslapen. Het campingmevrouwtje had haar een oude caravan ter beschikking
gesteld om te overnachten. Ze is blij dat ze weer wat aanspraak heeft. Al
pratende hebben we bijna de tent staan. Dat is maar goed ook want de laatste
haring zit er nog niet in of het onweer barst los. Mamma was van plan geweest
de fietskleren in de wasmachine te wassen. Dat valt nu dus in het water. Er
zit niks anders op dan maar rustig blijven liggen in onze tent. Mamma slaapt
binnen vijf minuten en ik lees over de speurtochten van de monnik Lapo 
Mosca, in de veertiende eeuw, zoals opgetekend door Helene Nolthenius.

In de namiddag komt er weer wat blauw in de lucht. Nadat we ons gedouched
hebben gaan we een eindje wandelen naar de eeuwenoude toren op de volgende
heuvel. Op de terugweg moeten we rennen om nog een beetje droog binnen te
zijn. We hadden afgesproken, dat we acht uur zouden kunnen eten, spagetti
schafte de pot. Op de afgesproken tijd wordt het eten opgediend, aan de ene
tafel de familie van de camping aan het andere tafeltje wij. Na het royale
bord spagetti denken we het gehad te hebben, maar nee hoor, dan brengt het
mevrouwtje een mand met heerlijke gebakken broodjes en een schaal verschil-
lende soorten vlees. die rauwe ham is hier héérlijk. Ten  slotte is er nog
een schaal met fruit. Leuk zo op z'n Italiaans te eten.

Onder het eten is de lucht alsmaar grijzer geworden en het is nu gaan hozen.
Er zit niks ander op dan tot bedtijd in de kantine lezen en puzzelen.


Woensdag 25 juni 1997

Rosola - Pistoia


Afstand		:   1768 km
Dagtrip		:     81 km
Tijd			:   5.51 uur
Gem. snelheid	:   13,9 km/u
Max. snelheid	:   38,0 km/u

Om negen uur vanmorgen zijn we weer reisvaardig. Een prima camping, jammer
dat het weer niet meewerkte. Ik neem de gok en neem de weg binnendoor naar
Castèl d' Aiano. Het risico is wel dat je niet weet wat je onderweg tegenkomt
Maar het scheelt kilometers terugfietsen naar Zocca. Het eerste stuk kan
niet beter, een fijne geleidelijke afdaling. Maar wat ik al gevreesd had
blijkt waar, de laatste kilometers voor Castèl d' Aiano gaan fors omhoog.
Het komt weer op de beenspieren aan. Een paar kilometer voorbij Castèl d'
Aiano passeren we het hoogste punt van de Passo Brasa: 895 meter. Dan gaat
het - in verhouding - vriendelijk op en neer tot Goggio Montano. De slager
hier heeft zijn etalage én zijn winkel volhangen met hammen, het water loopt
om je tanden.

Dan volgt een welkome afdaling tot een paar kilometer vóór Porretta Terme,
het zoveelste plaatsje met geneeskrachtige bronnen op onze route met de
karakteristieke grote dure hotels. Onderweg naar Piastre, omhoog door het
nauwe dal van de Reno, liggen de meest schilderachtige dorpjes tegen de
hellingen hoog boven de Reno. Ook staat er zo maar ineens een voorhistorisch
rond bouwwerk met rieten dak vlak langs de weg. Dan volgt een snelle afdaling
naar Pistoia, goed dat onze remblokjes weer in puike conditie zijn.

Voor we in de stad zijn moeten we wel een paar kilometer langs een drukke weg
door één van de buitenwijken van Pistoia, het ziet er hier allemaal niet zo
voornaam uit en het wegdek is bar slecht. We fietsen meteen door naar het
Piazza del Duome, het bekendste plein in de stad. Nu zijn we in Toscane aan-
geland. In het stadje is het 25 graden terwijl het in de bergen nog geen 17
graden was. Pistoia is een stad van grote tegenstellingen. Rijke monumenten
en nauwe Middeleeuwse achterafstraatjes vlak bij elkaar. Hier op het Piazza
del Duome staat naast de dom het Baptiserium, gebouwd rond 1250 en afgewerkt
met wit en groen marmer. Aan de overkant van het plein bevindt zich het
Palazzo del Podestá, een sober uitgevoerd gebouw uit 1367. We zijn meteen
vlak bij Leon Bianco, ons slaapadres voor vannacht. Als we ons geïnstalleerd
hebben drinken we wat op een ander pleintje in de buurt. De marktkooplui van
de fruitmarkt zijn druk bezig hun spullen op te ruimen.


Donderdag 26 juni 1997

Pistoia - Empoli


Afstand		:   1807 km
Dagtrip		:     39 km
Tijd			:   2.49 uur
Gem. snelheid	:   13,8 km/u
Max. snelheid	:   36,0 km/u

Het spettert als we vanmorgen de deur van ons hotel uitstappen. Als we ons
ontbijt bij de bar naast ons hotel - dat scheelt de helft van de prijs -
hebben verorberd is het zelfs echt gaan regenen. Het re-genpak  moet dus
weer aan en als we een kilometer of wat gefietst hebben zoeken we in Bonelle
een afdak om te schuilen, de regen komt nu met bakken uit de hemel. Als het
weer wat beter is geworden gaan we weer op weg en geleidelijk aan laten we
de bui achter ons. De donkerste wolken zeilen mooi om ons heen, de grijze
luchten hebben een merkwaardig effect op de omgeving.

Voorbij Ponte Stella begint een stevige klim en we zijn blij als we in San
Baronto het hoogste punt op onze route over de Monte Albano hebben bereikt.
Bij 25 graden is het zweten geblazen als je zo moet klimmen. Mamma heeft
geen droge draad meer aan haar lijf. Dus voor de afdaling onze regenjacks
weer aangetrokken, voor je het weet heb je het te pakken. Een prachtige
lange geleidelijke afdaling met na elke bocht verassende vergezichten. En
er is weinig autoverkeer. We kunnen volop om ons heen kijken, dat is genieten
geblazen. Het is hier kennelijk een geschikt wielerparcours want we komen
verscheidene wielrenners tegen. Na Vinci, de geboorteplaats van Leonardo di
Vinci, volgen we een prachtig stil weggetje door de (chianti)wijn-gaarden en
olijfboomgaarden. Aan het eind van dit weggetje sla ik links af. Na een stuk
of wat kilometers volgt een afmattende klim naar San Ansano. Dan lees ik in
het boekje dat we rechts af hadden gemoeten. Mamma vindt het niet leuk....... 
Als we de goede weg weer te pakken hebben zijn we snel in Empoli. Tegenover 
het station vinden we een prima hotel, de fietsen mogen in de lounge.

We zijn in een half uur met de trein in Florence. Een prachtige stad. Volgens
onze reisgids is Florence één van de mooiste steden van Italië, bakermat van
de Renaissance en eeuwenlang bloeiend centrum van de Europese cultuur. De
Ponte Vecchio is vergeven van de juweliers, de ene nog duurder dan de andere.
Je kunt er op de koppen lopen. Maar het uitzicht over de Fiume Arno is
schitterend. Vooral de Piazza della Republica en de omgeving van de Dom zijn
het bezoek meer dan waard. Helaas is de Dom net gesloten. Het Baptisterium
heeft een schitterend mozaïkgewelf.

Het wemelt in Florence van de scooters net als in de meeste andere steden.
Vooral de jeugd vindt dat kennelijk een gemakkelijke wijze van vervoer. Wat
ook opvalt is de zaktelefoon die in het publiek regelmatig wordt gebruikt,
vaak als statussymbool.


Vrijdag 27 juni 1997

Empoli - Siena


Afstand		:   1880 km
Dagtrip		:     73 km
Tijd			:   5.50 uur
Gem. snelheid	:   12,5 km/u

Onze fietsen hadden het in de lounge prima naar de zin gehad. In de stations-
restauratie genieten we staande ons ontbijt, we worden al echte Italianen.
Links af en we zijn zomaar de stad uit. De eerste 20 kilometers gaan mooi
vlot, een prima weg zonder al te veel hellingen. In Montespertoli zitten we
weer op de hoofdroute. Hier ondervinden we aan den lijve waar onze reisgids
ons al op voorbereid had. In Duitsland, Frankrijk en Zwitserland volgen de
wegen meestal de dalen. Niet de wegen in dit deel van Italië waar de wegen
meestal over de bergkammen lopen. Vroeger werden nederzettingen bij voorkeur
hoog in de heuvels gebouwd. In de brede moerassige dalen heerste vaak malaria
 Bovendien liepen de reizigers op de hooggelegen wegen minder kans om
overvallen te worden of verrast te worden door plotseling buiten de oevers
tredende rivieren. Deze wegenstructuur heeft voor de hedendaagse fietsers
twee voordelen, je hebt vaak ruim zicht op de omgeving met prachtige verge-
zichten én als er een beetje wind staat profiteer je maximaal van de
verkoelende invloed. Het heeft echter één groot nadeel: elke heuvel op de
route - en de heuvels zijn hier talrijk - moet beklommen worden. Geen lange
hellingen maar vaak wel gemeen. Vermoeiend fietsen dus!

In Tavarnelle Val di Pesa nemen we koffie met wat er bij. Onze koningin
schijnt hier een vakantieverblijf te bezitten maar we hebben haar niet gezien
 Dan volgt een pittig traject onder langs San Donato - een middeleeuws
ommuurd stadje op de top van een heuvel - naar Castellina in Chianti. Alle
vakantiegangers sjouwen hier met tassen en dozen vol chiantiwijn. Het logo
van deze wijnen is een zwarte haan (gallo nero), veelvuldig te zien op borden
langs de weg. De legende wil dat in de eeuwenlange machtstrijd tussen
Florence en Siena tussen de twee steden afgesproken werd dat ieder van hen
's morgens bij het kraaien van de eerste haan een ruiter zou laten vertrekken
over de weg tussen beide steden, de Chiantigiana. Daar waar de ruiters elkaar
zouden ontmoeten, zou de grens komen te liggen. De slimme Florentijnen
gebruikten daarvoor een zwarte haan waarvan bekend was dat deze altijd veel
eerder kraaide dan andere soorten. Zo kwam het dat de Florentijnse ruiter
die van Siena tegenkwam terwijl de stadsmuren van Siena nog in zicht waren.

Het laatste stuk daalt geleidelijk over de kam van een heuvelrug naar Siena.
Eerst doorkruisen we wat heideachtige velden en vervolgens fietsen we in een
meer bebost gebied. In Siena genieten we van een heerlijk koel glas bier.
Een Hollands echtpaar informeert belangstellend naar onze wederwaardigheden.
Zij staan op de camping en maken fietstochten in de omgeving. Van hen
vernemen we, dat de VVV op het Piazza del Campo, in het hart van de
historische stad, te vinden is. Daar krijgen we het adres van een geschikt
hotelletje in een smal zijstraatje van dit wereldberoemde plein. De oude
stad zelf is een monument van de overgang van middeleeuwen naar Renaissance.
Als je tussen je oogharen om je heen kijkt waan je je meer dan vijf eeuwen
terug in de tijd. Het wereldberoemde schelpvormige plein is al helemaal
ingericht voor de Palio. Deze Palio is één van de belangrijkste gebeurtenis-
sen in Siena, die twee keer per jaar - op 2 juli en 16 augustus - wordt
gehouden. De stad is onderverdeeld in 17 wijken, contrade, waarvan de beste
ruiters, gekleed in renaissance-tenue in de kleuren van de wijk, de strijd
met elkaar aanbinden in een race om het plein. Omdat deze wedstrijd door de
inwoners van Siena uiterst serieus genomen wordt en de morele gevolgen groot
kunnen zijn, wordt er keihard gereden en worden er grote risico's genomen.
Van heinde en ver komen bezoekers op dit spektakel af.


Zaterdag 28 juni 1997

Siena - Montepulciano


Afstand		:   1938 km
Dagtrip		:     58 km
Tijd			:   4.49 uur
Gem. snelheid	:   12,1 km/u
Max. snelheid	:   44,3 km/u

Onze fietsen staan er nog vanmorgen in die grote garage waarvan het slot
gedemonteerd was. Om er te komen moet je een doolhof van steile straatjes
door. Mijn achterband is nog hard. Gister heb ik de buitenband vervangen
omdat de zijkant hier en daar scheurtjes vertoonde. In een zijstraat, de
Banchi di Sotto, gebruiken we ons ontbijt, dat smaakt weer prima. Onder de
Porta Pispini door fietsen we de oude stad uit. Eerst volgen we de borden
"Roma A1". Het daalt lekker tot aan de vallei van de Arbia. Maar na Taverne
d' Arbia begint de kale lege vlakte van Le Crete. De bomen zijn praktisch
verdwenen. Geërodeerde grijze uitlopers omsluiten de stoppelvelden op de
kale heuvels. Langs de weg naar elke boerderij, meestal op een heuveltop,
staat een enkele rij cypressen. Alleen langs de weg bloeit de brem. Met de
brandende zon hoog aan de hemel lijkt het erg veel op een schilderij van Van
Gogh.

In Asciano houden we onze eerste stop. Daar ontmoeten we een Amerikaanse
student die nu een cursus in Siena volgt en verleden jaar had hij in Rome
gestudeerd. We krijgen van hem wat nuttige tips voor straks in Rome. Dan het
volgende traject naar Trequanda. Voor het stadje is een mooie afdaling
gevolgd door een klim van 12 procent die het uiterste van onze krachten
vergt. Mamma moet haast overgeven van inspanning. Maar snel een terras in
de schaduw opgezocht. We ontmoeten hier een jongen en een meisje uit
Nederland die hier een huisje hebben gehuurd. Op de fiets of lopend
verkennen ze de omgeving. Zo'n fietstocht lijkt hen ook nog wel eens wat.
Als we zitten te praten zie ik de collega uit Doorn met zijn vrouw op
hetzelfde terrasje neerstrijken. Zij zijn met de auto op doorreis.

Wij moeten nog op de fiets naar Montepulciano, 20 kilometer verderop.
Eindelijk weer bomen langs de weg, dat is een aangename afwisseling.
Stijgend en dalend komen wij bij het hooggelegen Montepulciano dat we al
van verre zien oprijzen boven op een hoge heuvel. Beneden, halverwege
dezelfde heuvel, staat de mooie kerk van San Biagio. Dat het stadje hoog
ligt hebben we geweten. Tegen onze principes in ontkomen we er niet aan
lopend de fiets naar boven te duwen richting Centro Storico. Montepulciano
is een typische Renaissancestad en wordt wel de parel van het Cinquecento
genoemd. De ommuurde stad wordt gekenmerkt door sterk hellende straatjes
waaraan veel fraaie palazzi staan. Als we wat drinken op het Piazza Grande
vragen wij ons af hoe bejaarde mensen en anderen, die slecht ter been zijn,
hier naar boven moeten komen. Dan zien we dat er regelmatig een busje van
beneden naar boven rijdt en omgekeerd.  In onze reisgids lezen we, dat de
stad haar oorsprong vond als Etruskische kolonie die gesticht werd door
inwoners van Chiusi die naar hier trokken omdat de plek veiliger was dan
het in de vlakte gelegen Chiusi. Na enig zoeken vinden we La Tarrazza, een
toepasselijke naam. Gelukkig is er nog een kamer vrij.


Zondag 29 juni 1997

Montepulciano - Parrano


Afstand		:   1990 km
Dagtrip		:     52 km
Tijd			:   3.12 uur
Gem. snelheid	:   16,2 km/u
Max. snelheid	:   48,0 km/u

Het is zondag vandaag. We hebben afgesproken dat we in ons hotel zullen
ontbijten. Dat kan niet eerder dan negen uur dus mogen we uitslapen tot
acht uur! Als we op het terrasje achter ons hotel aan het ontbijt zitten
horen we van de Amerikaanse gasten, die we gisteravond ook al in het
restaurant hadden ontmoet, dat ze het vannacht bloedheet hadden gehad. En
er was vanmorgen ook geen warm water. Wij hebben nergens last van gehad,
waarschijnlijk doordat we in het souterrain onze kamer hadden en ik heb me
met heet water lekker geschoren.

Het gaat weer gezellig op en neer naar Chianciano. Het is broeierig vandaag,
dat maakt het extra vermoeiend. Dan volgt een "eindeloze" afdaling naar
Chiusi, dat inderdaad in de vlakte ligt. In Chiusi Scalo nemen we  ruim de
tijd om een cappucino te drinken. Mamma neemt er een  lekker cakeje bij en
ik een broodje met van die lekkere smakelijke rauwe ham. Dan gaat de route
over een rechte weg  door de vlakte van de Chiani. Met een lekker windje in
de rug vliegen de kilometers onder onze wielen door. De machinist op de
sneltrein op het traject  Rome - Florence geeft een stoor op zijn toeter:
goede reis. Overigens zijn er regelmatig automobilisten en motorrijders die
ter bemoediging even toeteren of hun hand opsteken. Zwaarbepakte fietsen
zijn geen dagelijks verschijnsel in Italië.

We zijn mooi vlot in Fabro Scalo, zeg maar Fabro aan het spoor. Nu moeten we
kiezen: óf nog 26 kilometer verder met een forse klim naar 540 meter hoogte
óf hier alvast een overnachtingsplaats zoeken. We besluiten tot het laatste,
het is per slot van rekening zondag. Het enige redelijk geprijsde hotel is
Il Focolare, zo'n typisch zakenhotel aan de superstrada Roma - Firenze, niet
echt aanlokkelijk. Tegenover het hotel zie ik een bord: Il Colombaio,
Agriturismo, 2 km. richting Parrano. We besluiten eens te kijken wat dat is.
Na twee lange kilometers ligt langs de weg een niet meer te herkennen
boerderij met volledige hotel-restaurant accommodatie mét tennisbaan en
zwembad. De onweerswolken pakken dreigend samen. De kamer is prachtig met
vier-sterren-sanitair. Heerlijk gedouched. Mamma spoelt de fietskleren uit,
die zijn wit van het zweet. Kunnen mooi voor het raam drogen. We maken een
zitje onder een boom op het erf en brengen lekker de tijd door met schrijven,
puzzelen en lezen. Een lekkere luie zondag.