NAAR ROME, FIETSTOCHT
DOOR 10 LANDEN.
 
DEEL 1   ST. ANNAPAROCHIE - WALDSHUT.


Vrijdag 6 juni 1997

St. Annaparochie - Zwartsluis

Afstand		:    104 km
Tijd		:   6.08 uur
Gem. snelheid	:   16,9 km/u
Max. snelheid	:   26,3 km/u

Mamma kan vanmorgen uitslapen tot half acht; ze hoeft niet uit met Britta, vandaar. Wassen, scheren en dan alles inpakken. Het is wel een heel gewicht, onze fietsen hebben heel wat mee te torsen. Aukje heeft de koffie klaar, de hele buurt is aanwezig om ons uit te zwaaien. Even voor tien komt Harriët aangelopen, een paar minuten later en wij waren weg geweest ......

Kwart over tien eindelijk op pad. Het is prachtig zonnig weer. Wel waait er een stevige warme wind uit het zuidoosten. De route gaat over Weidum en dan langs de Zwette. Daar ligt het pad vol met hooi. Voor Reduzum eerst weer alle hooi uit de draaiende delen van de fiets peuteren. Dan gaat het over Irnsum, - komen juf Iet toevallig nog tegen, die ons een fantastische vakantie toewenst - Akkrum, Nes en langs de noordkant van de Boorne naar Aldeboarn. Vervolgens richting Tijnje en bij de Rolbrug rechts af. Een prachtige route door de Deelen en over Tjalleberd en de Knipe naar Oranjewoud. Bij Tjaarda op het terras eten we een heerlijke kop soep. Dan binnendoor naar Wolvega. Daar kiezen we niet de route naar Ossenzijl maar volgen we het fietspad langs de oude rijksweg naar Steenwijk. Bij Osse drinken we een heerlijk kopje hete thee, de serveerster kijkt ons wel wat vreemd aan maar daar komt een mens van bij. Die stijve wind tegen is redelijk vermoeiend.

We besluiten over Giethoorn naar Zwartsluis te fieten. Een paar minuten over zes zijn we in Zwartsluis. In Giethoorn hadden we bij de VVV het adres van een pension gekregen. Pension De Weysberg aan de Mastenmakersstraat blijkt een karakteristiek pand met uitzicht op het Zwarte Water. De gastvrouw vertelt honderd uit. Het huis was vroeger bewoond geweest door de heer Tobias, burgemeester van Zwolle. In de ontbijtkamer zijn de symbolen van het ambt afgebeeld boven de schouw. De kamer, de douche en de slaapkamer zien er prima uit. De opgang naar onze kamer vergt enige behendigheid.

Bij het motel tegenover ons pension eten we heerlijk op het terras aan het water met uitzicht op Vollenhove en Hasselt.. De pondjes, die er afgefiets waren zitten er nu wel weer aan. Het is een heerlijke stille zomeravond. Het water van het Zwarte Water is zo glad als een spiegel, de wind is nu gaan liggen.......


Zaterdag 7 juni 1997

Zwartsluis - Drempt

Afstand		:    218 km
Dagtrip		:    114 km
Tijd		:   6.48 uur
Gem. snelheid	:   16,8 km/u
Max. snelheid	:   27,8 km/u

Om zeven uur gaat de wekker, hij werkt dus goed. We hebben allebij niet zo best geslapen, het was erg warm en het moet eerst altijd weer wennen. Om half acht zitten we in de mooie burgemeesters-kamer. We laten ons het ontbijt goed smaken, dan heb je in ieder geval een stevige basis. Er zitten ook twee echtparen die de Zuiderzeeroute fietsen. Vandaag fietsen ze naar huis, 80 km. naar Nijkerk. Ze zullen de groeten doen aan burgemeester Vries. Van mevrouw Van der Berg - van zichzelf heet ze Weys, vandaar dat hun pension de Weysberg heet - krijgen we een kaart mee met het verzoek hem in Rome op de post te doen.

We fietsen eerst naar Hasselt waar we het Zwarte Water oversteken. Dan volgt een prachtige route met prachtige oude boerderijtjes weggedoken tegen de dijk, een plaatje van 50 jaar terug. Vlak voor Zwolle passeren we zo´n typisch huisje met pilaren, inderdaad het tolhuis. Bij Zwolle komen we op de LF3a van Kampen naar Millingen (bij Nijmegen), totale lengte 135 km. We volgen een mooie route rond Zwolle en dan langs de IJssel naar Wijhe. Daar drinken we in de winkelstraat koffie. Er komt een echtpaar bijzitten onder de parasol. Ze komen oorspronkelijk uit Pingjum en wonen nu in Zandpoort. Dan gaat het over Olst naar Deventer. Daar zitten we even op een bankje in de schaduw. Het is drukkend vandaag, 30 graden en weer een vermoeiende wind uit het zuidoosten. Kunnen we alvast aan het Italiaanse klimaat wennen. In Deventer met de pont over en in Voorst op het terras van "De Twee Schimmels" een kop soep gegeten. Welgemoed vervolgen we onze reis naar Zutphen. Dat wordt een afknapper. Als we de IJsselbrug over zijn belanden we in de drukke stad. Tot overmaat van ramp is er markt met als gevolg dat we een heel eind moeten lopen en de weg kwijtraken. Gelukkig krijgen we na een eind fietsen de bekende bordjes LF3a weer in het visier.

Hopelijk de laatste keer over een hele lange IJsselbrug en na talloze vermoeiende kilometers met tegenwind naar Brummen. Als mamma in een horecagelegenheid naar de wc gaat en niet weer terug komt blijkt dat ze met Harriët aan het bellen is. Roel is net gearriveerd en ze zullen straks naar de Hoornse Plassen. Een eindje langs de IJssel en dan met de pont over naar Bronkhorst, een plaatje. Moeten we later nog eens terugkomen. Inmiddels wordt het steeds drukkender en er komt een dreigende lucht opzetten. Midden in de polder kondigen hevige rukwinden de naderende onweersbui aan. Bij een boer onder de kapschuur wachten we de dingen die komen gaan maar af. De luchten worden steeds onheilspellender en de rukwinden duren voort maar het duurt nog een uur voor de eerste regendruppels naar beneden komen. Dan komt het water met bakken naar beneden.

Na een paar onnodige slingers over de IJsseldijk - de LF3 is een prachtige route maar niet de kortste - arriveren we in Doesburg. We vragen een meneer waar een hotelletje of een pension is. die is er niet......! Het dichtsbijzijnde is hotel-cafe-restaurant De Roskam in Drempt. Daar aangekomen blijkt er helaas geen kamer meer vrij te zijn en ook het hotel in Laag-Keppel is vandaag volledig bezet. Er zit niks anders op dan de tent bij de familie Aaldering in de tuin op te zetten tussen de kippen. Mamma krijgt de sleutel van de achterdeur, kan ze in de hal gaan zitten als het weer gaat onweren. Heerlijk gedouched en verrukkelijk gegeten. Dus: eind goed, al goed.


Zondag 8 juni 1997

Drempt - Maastricht

Afstand		:    243 km
Dagtrip		:     25 km (haha, hoe kan dat?)
Tijd		:   1.31 uur
Gem. snelheid	:   16,5 km/u
Max. snelheid	:   24,7 km/u

Zachtjes tikt de regen op het tentzeil". Het regent als we de slaapzak uitkruipen. Echt zin om eruit hebben we dan ook niet. In het het damestoilet in het halletje van De Roskam is een wasbak met warm en koud water, daar kan ik me lekker scheren. Ondertussen is de mevrouw, die het ontbijt verzorgt, gearriveerd. We laten het ons lekker smaken, het lokt ook helemaal niet om in de regen de tent in te pakken en op de fiets. Toch maar de natte fietsschoenen aangetrokken, alle spullen in de fietstassen en de kletsnatte tent opgerold en ingepakt. Regenjas en regenbroek aangetrokken en daar gaat 'ie dan.

In Doesburg zitten we na één keer vragen weer op de goeie weg. Het waait een stuk minder dat het fietst aanmerkelijk lichter. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Bij Westervoort wordt het droog, kunnen gelukkig de regenkleren uit. Maar dat is niet voor lang. We besluiten eensgezind naar Arnhem te fietsen en daar de trein naar Maastricht te nemen. Als we de kaartjes hebben gekocht ziet mamma Olof lopen. Leonie is er ook. Ze zijn op weg naar familie van haar, ook toevallig.

In de stationsrestauratie genieten we van warme chocolademelk en appelgebak. Van Tjallie horen we (door de telefoon) dat tante de jurk al weer aan heeft en met zo'n loophekje al wat omscharrelt. In Friesland regent het ook. Het noodweer gister in het westen met rukwinden en stortregens hebben zij gelukkig niet gehad.

De teinreis naar Maastricht verloopt voorspoedig. Alleen in 's Hertogenbosch moeten we overstappen, dat is even snel snel. Op een gegeven moment zie ik een riviertje water ontstaan uit één van mijn fietstassen. Ik vraag mamma wat voor breekbaars daarin kan zitten. Maar het blijkt al het water uit de buitentent te zijn. Om half vijf hebben we aan de Markt in De La Bourse een kamer gevonden. De tent en andere natte spullen hangen we bij de verwarmingsketel, waar ook de fietsen staan, te drogen.

´s Avonds blijkt Maasticht inderdaad gezellig!


Maandag 9 juni 1997

Maastricht - Bütgenbach

Afstand		:    340 km
Dagtrip		:     97 km
Tijd		:   7.02 uur
Gem. snelheid	:   13,8 km/u
Max. snelheid	:   44,3 km/u

Vannacht hebben we allebij als marmotten geslapen! Van de lawaaiige band op de Markt hebben we niks gehoord. Mamma haalt de fietsschoentjes uit het lekker warme fietsenhok. Alles is weer mooi droog. Als we in het restaurant verschijnen voor het ontbijt gaat de nachtportier een lichtje op: dan bent u zopas door het alarm gegaan. Na een lekker ontbijt zijn we kwart over acht reisvaardig. De echte reis kan nu beginnen.

Maastricht uit in oostelijke richting. De zon schijnt maar warm is het niet en de wind komt uit westelijke richtingen. Eindelijk eens geen tegenwind. In Bemelen het eerste pittige klimmetje, het plateau van Margraten op. Een oude windmolen bewijst, dat het hier stevig kan waaien. Door slapende dorpjes als Sibbe en IJzeren belanden we na 15 kilometer in Gulpen. Achter de kerk loopt een straatje met veel café's waar je heerlijke vlaai kunt eten (volgens ons boekje) maar het is nog te vroeg. Bovendien wordt er net een dooie de kerk ingedragen. Aan de andere kant van Gulpen weer berg op, door het Geuldal via Mechelen naar Epen. Daar laten we ons de koffie met vlaai heerlijk smaken. In de supermarkt kopen we twee broodjes met ham. De vriendelijke juffrouw snijdt de broodje voor ons door en doet de ham er alvast tussen. Voorbij Terziet ligt een prachtig kasteeltje in het bronsgroen eikenhout.

In Sippenaeken zijn we in België. De langgerekte dorpjes zijn meteen een goed voorbeeld van de Belgische (wan)ordening. In Moresnet fietsen we onder een heel lang spoorwegviadukt door, dit is het spoor tussen België en Duitsland. Een binnenweggetje langs - het stijgt hier overigens weer behoorlijk, we hebben geregeld de kleinste versnelling ervoor - en dan komen we op de weg van Montzen naar Lontzen. Het lijkt Húns en Lúns wel. In Walhorn eten we op een bankje onze broodjes op. Na Raeren, voorbij de aluminiumfabriek rijden we het natuurgebied de Hoge Venen binnen. Dit is het grootste natuurgebied in België, dat een eind in Duitsland doorloopt. Er mogen geen auto's in, dat fietst lekker rustig. Het stijgt overigens weer behoorlijk. Langs het Lac d' Eupen bereiken we de gigantische stuwdam die de energie levert voor die aluminiumfabriek. Verderop, langs de Gerbach blijft het stevig klimmen. De uitspanning bij Ternell heeft op maandag Ruhetag, dus maar verder de uitgestrekte bossen door.

Op een gegeven moment moeten we volgens ons boekje na een tiental meters alfalt, voordat de weg echt gaat stijgen, rechts over een klein doorwaadbaar stroompje aan de andere kant een onverhard pad op. Zo gezegd, zo gedaan. Na de nodige verkenningen met fiets en al de beek door en aan de andere kant een soort van pad op. Na enkele honderden meters dringt de harde waarheid zich onontkoombaar aan ons op: het pad wordt hoe langer hoe smaller, dit kan nooit de goeie route zijn. Mamma heel omzichtig voorbereid op het feit, dat we terug moeten, weer de beek door. Terug op het asfalt nog 10 meter verder, net door de bocht, gaat rechts over een miezerig stroompje een onverhard pad, bezaaid met stenen het bos weer in. Na vele kilometers moeizaam klimmen bereiken we het hoogste punt van de route door de Ardennen, 640 meter. Gelukkig daalt de weg nu en als we het bos uitkomen zijn we op het Eifel-plateau. In Sourbrodt op een terrasje thee gedronken. We hadden nog geen enkele gelegenheid gehad geld te wisselen, gelukkig accepteert men guldens.

Op het eind van de dag raken we ook nog de weg kwijt, dus nu maar langs de gemakkelijkste route naar Bütgenbach waar aan het stuwmeer een camping is. De laatste loodjes wegen behoorlijk zwaar. Mamma ervaart met haar open achterwerk het zadel als een waar martelwerktuig. Op de camping is de receptie al lang gesloten. Dus maar snel de tent ergens opgezet. De douches zijn prima. In het hotel naast de camping brengt de eigenaresse ons een draagbare telefoon aan het tafeltje om Harriët te bellen. Alles is goed en tante is vandaag weer thuis gekomen. Het eten is overigens voortreffelijk: soep, forel, Ardenner braten en ijs na.


Dinsdag 10 juni 1997

Bütgenbach - Vianden

Afstand		:    436 km
Dagtrip		:     92 km
Tijd		:   6.20 uur
Gem. snelheid	:   14,5 km/u
Max. snelheid	:   42,8 km/u

Van Bütgenbach - na thee met een theezakje van de buurman, broodjes uit het dorp met jam en geld wisselen bij de bank - over de grote weg naar Büllingen en dan een schitterend binnenweggetje langs naar Honsfeld. Toen we van de camping vertrokken was er bij de receptie nog geen teken van leven, dus konden we ook niks betalen. Dat betekende een goedkoop nachtje slapen. Bij Schönberg zijn we in het dal van de Our. We hebben zin in koffie maar beide café's hebben "Ruhetag". Wel twee broodjes en ham kunnen kopen, dan verhongeren we onderweg tenminste niet.

Ergens tussen Weppeler en Hemmeres passeren we een viadukt hoog boven het Ourtal. Het onverharde pad is haast meer kuil dan pad. De Our vormt hier de grens tussen België en Duitsland, elke keer als we een brug passeren zijn we weer de grens overgestoken. Na Weveler houdt de weg langs de Our op, wij moeten zo'n vier kilometer pittig klimmen om op het plateau te komen. Na Lützkampen fietsen we ongeveer evenwijdig aan de Our maar wel een stuk hoger wat af en toe een prachtig uitzicht oplevert. De middeltjes, die mamma bij "De Aren" heeft gehaald tegen haar zonne-allergie, helpen goed. Het is alle dagen zon en ze heeft niks geen last. Alle café's onder- weg zijn gesloten, zelfs als we de grens met Duitsland weer zijn gepasserd. Dat betekent balen. Plots staat er links van de weg een Gasthof met een paar mannen met een flesje bier op het bankje voor de deur. En ja warempel, wij kunnen een glas koel mineraalwater en een kopje koffie krijgen. Daar knapt een mens van op!

Naar Dasburg gaat de weg stijl naar beneden. De kasteelruïne torent hoog boven het dal. Dan volgt de route weer getrouw de Our, die hier wat breder is geworden en de weg is op een paar stevige klimmetjes na (om het leuk te houden) aardig vlak. We zijn nu in Luxenburg aangeland. Als we Vianden naderen zien we al van ver het imposante kasteel boven de vallei opdoemen. Een kilometer voorbij Vianden zetten we ons tentje op. De warme douche doet wonderen. De grote pils op het terrasje in de stad, tegenover het huis waar Victor Hugo heeft gewoond, smaakt verrukkelijk. Het kasteel van Vianden is een poos in handen van de Oranjes geweest. Of dat de reden is weten we niet maar Vianden blijkt "vergeven" van de Nederlanders. Van het meisje, dat ons aan het avondeten helpt, horen we dat bijna de hele horeca hier in Nederlandse handen is. Zij werven al hun personeel in Nederland zodat het wel een Hollandse kolonie lijkt. Zij komt zelf uit Coevorden. De menu's zijn ook allemaal in het nederlands en er staat zelfs een "Hof van Holland".


Woensdag 11 juni 1997

Vianden - Sierck-les-Bains

Afstand		:    518 km
Dagtrip		:     82 km
Tijd		:   5.18 uur
Gem. snelheid	:   15,5 km/u
Max. snelheid	:   42,5 km/u

De boel vanmorgen redelijk vlot ingepakt. Zo nu en dan vallen er spetters. De overburen hebben de wereldomroep ervoor. "Tegen de avond onweersbuien met hagel", is hun bericht. Bij de receptie moeten we even wachten. Maar precies om negen uur komt de mevrouw aanrijden in haar autootje en kunnen we afrekenen. (Dat moet je ook altijd de avond tevoren doen.) Ze had thuis alles eruit getrokken want er werd de hele dag zwaar onweer voorspeld. Maar voorlopig is het nog droog en dus gaan we welgemoed op pad.

We blijven voorlopig steeds weer vlak in de buurt van de Our, dat betekent dat de route over het algemeen mooi vlak blijft. We komen over prachtige binnenweggetjes. Bij Wallendorf dalen we stijl naar beneden, dan de brug over en vervolgens fietsen we weer een eind door Duitsland. Bij Dillingen weer naar de Luxemburgse kant en bij Grundhof verlaten we de Our en gaan we het prachtige Müllertal in. In het dorpje met diezelfde naam drinken we een grote kop verrukkelijke hete chocola en een stuk appelgebak zoals ze ze bij ons niet maken. Dan volgt een schitterende route waar het ri- viertje en de weg door een nauwe kloofslingeren. Hier en daar stoomt het water via watervalletjes langs de rotswand naar beneden. Door het bladerdak wordt het zonlicht gezeefd. In Junglister voorbij de zendmasten van Radio Luxemburg slaan we in een grote supermarkt het nodige in voor vanmiddag en morgenvroeg. Dan volgt een heerlijke lange afdaling tot Mensdorf waar we op een bankje onze lunch nuttigen. Mensdorf ligt in het hart van le Bon Pays, oftewel Gutland. De boeren hebben hier in het golvende landschap door de vruchtbare bodem en het zachte klimaat een beter bestaan dan in de schralere Ardennen. We zitten precies onder de aanvliegroute van Luxembourg-Airport, er komen verscheidene vliegtuigen laag over. Na Mensdorf nog een stevig klimmetje en dan steken we de autobahn Luxenbourg - Trier over. We besluiten onze regenjacks aan te doen want het begint nu echt te regenen.

Dan dalen we helemaal naar beneden tot in Ehnen aan de Moezel. We zijn nu in het gebied van de moezelwijnen. Bij Wormeldange steken we de rivier over. Aan de Duitse kant loopt een "Betriebsweg" langs de rivier, dat fietst heerlijk. Voorbij Wehr moeten we twee keer de naastliggende spoorbaan oversteken. Als je op een handeltje drukt meldt een mechanische stem dat de bomen geopend zullen worden of - zoals de tweede keer - dat er een trein aankomt en dat we dus even geduld moeten doen. Verder langs de Moezel, de jassen kunnen weer uit, het wordt helemaal blauw in de lucht.

Bij Schengen - juist ja, van dat accoord - waar Duitsland, Luxemburg en Frankrijk elkaar raken gaan we de brug weer over en even later rijden we vrijwel ongemerkt Frankrijk binnen. Voorbij een lange bocht van de Moezel ligt aan de overkant Sierck-les-Bains, gedomineerd door de ruïnes van een vesting, die eens de toegang tot Lotharingen bewaakte. Op de gemeentecamping aan de rivier slaan we de tent op. Na de douche gaan we het stadje eens verkennen. Het is nu prachtig weer. Eens was Sierck-les-Bains een fleurig kuuroord, nu is het slechts vergane glorie. De helft van de huizen staat leeg en in de stad hangt een wat gedeprimeerde sfeer. Na wat zoeken vinden we een restaurant dat ons wel wat lijkt.

Het eten smaakt uitstekend maar de lucht boven het Moezeldal wordt inktzwart. De deur van het restaurant moet zelfs op slot anders waait 'ie open door de hevige rukwinden. Nog wat later begint het te regenen en niet zo'n beetje ook. En we hebben onze regenjacks niet eens bij ons... Er zit dus niks anders op dan het eten maar zo lang mogelijk te rekken. Maar ja, als je de coupe Jamaica te lang laat staan wordt het crême met een beetje rum, toch wel lekker. Voor het raam zit een echtpaar, kennelijk hotelgasten. Als we voor de vijfde keer kijken of het al wat lichter wordt raken we met hen aan de praat. Zij zijn uit Milaan komen fietsen langs dezelfde route. Ze waren (nog maar) tien dagen onderweg. In Zwitserland vonden ze het veel gemakkelijker fietsen dan hier in Frankrijk, met zijn op en neer. Dat geeft de burger moed. Doordat we zo in gesprek raken kunnen we de tijd nog aardig rekken. Maar op het laatst kijkt de eigenaresse ons zowat de zaak uit.

Dus wij zonder jas de regen in, het lijkt eerder nog erger te worden dan beter. Dus in halve drafpas over het pad langs de Moezel naar de camping. Op het afgemeerde cruiseschip is het bal in volle gang. Op de camping aangekomen eerst onder het afdak bij de receptie op adem komen. Toen de regenjassen gehaald. Gelukkig hadden de buren de was in hun auto gegooid. Kleddernat in zo'n klein tentje is toch wel een beetje behelpen. Tot overmaat van ramp hebben de Duitse motormuizen het washok naast ons uitgekozen om sterke verhalen uit te wisselen. En hoe meer bierflesjes leeg raken hoe luider de stemmen worden. Van slapen komt dus eerst niet zoveel.


Donderdag 12 juni 1997

Sierck-les-Bains - Morhange

Afstand		:    611 km
Dagtrip		:     93 km
Tijd		:   6.14 uur
Gem. snelheid	:   15,0 km/u
Max. snelheid	:   44,3 km/u

Vanmorgen toch maar welgemoed de halfnatte boel ingepakt en weer op weg. Vanaf Sierck-les-Bains nemen we de route over Rettel. Dat betekent meteen een klim van 13%! Ik loop het laatste stukje, mamma haalt het fietsende. Als we achter ons kijken hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving. We begrijpen nu ook waar die merkwaardige verticale wolk gister vandaan kwam: de kerncentrale van Cattenon. Over Kerling-les-Sierck en Lemestroff komen we in Budling. Achter het dorp rijst de Hackenbergop. Dit is één van de hoogste heuveltoppen in de omgeving. Van hieruit bestrijkt men in noordelijke richtinghet Moezeldal en in zuidoostelijke richting het dal van de Nied. In het binnenste van deze Hackenberg is een "ouvrage" aangelegd, een ondergrondse garnizoensstad waar 2400 man ondergebracht konden worden inclusief een veldhospitaal, een "metro" en voorraden voor een jaar. Dit vormt onderdeel van de bekende Maginotlinie. Ondanks de enorme inspanningen, die de Fransen zich destijds hebben getroost heeft deMaginotlinie nooit direct als verdedigingslinie gefunctioneerd. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog trokken de Duitse troepen met een grote boog door België om de Maginotlinie heen.

Dit deel van Lotharingen is in hoofdzaak een landbouwgebied met uitgestrekte bossen vooral op de hogere gedeelten. Sommige percelen zien rood van de klaprozen, slechte kwaliteit weiland maar prachtig om te zien. Het gebied is behoorlijk geaccidenteerd, meer dan ons als fietsers lief is. Om de 4 à 5 kilometer ligt er een boerendorpje. Dit deel van Frankrijk is van 1871 tot 1914 in Duitse handen geweest. De plaatsnamen wijzen ook op een Franse of een Duitse oorsprong en eindigen veelal óf op "court" óf op "troff". De dorpjes hebben gemeen dat ze een uitgestorven indruk maken. De helft van de huizen staat leeg en de huizen, die wél bewoond zijn, lijken met alle luiken dicht verlaten.

In Kédange-sur-Canner doen we boodschappen en brengen we een bezoekje aan de bank. Ik heb inmiddels vijf soorten geld in de portemonnaie: Hollands, Belgisch, Duits, Luxemburgs en Frans. De pogingen om het te begrijpen heb ik inmiddels opgegeven. Die euro heeft toch grote voordelen! Na de middagpauze - een stokbrood in een bushokje bij Vrij - gaat het meest naar beneden en dus lekker vlot. In Arraincourt drinken een kop thee. De bazin raadt ons aan de weg over Harprich te nemen en in hotel Bellevue aan de Rue de Gare in Morhange te overnachten. Een plezierige afwisseling zo'n hotelkamer, van alle gemakken voorzien.


Vrijdag 13 juni 1997

Morhange - Rothau

Afstand		:    714 km
Dagtrip		:    103 km
Tijd		:   7.21 uur
Gem. snelheid	:   14,0 km/u
Max. snelheid	:   47,6 km/u

Vanmorgen mooi op tijd op reis, om kwart over acht zitten we al weer op de fiets. We volgen een mooie rustige weg door een landbouwgebied langs een paar meertjes naar Virming. Daar zitten we weer op de route uit onze gids. In Bénestroff halen we op het postkantoor geld. Is dat in het weekend in ieder geval geen probleem. In Loudrefing hebben we zin in koffie maar "Cher Susy" is helaas gesloten. We besluiten de kortste weg te nemen over de onverharde weg door het bos. De kuilen staan vol water maar het is te doen. In Bisping drinken we in een café-bar onze warme chocolademelk. In de gelagkamer staat zo'n opgezette wilde kat, dit zeldzame dier schijnt hier nog voor te komen.

Als we het bos achter ons laten nemen we het pad langs Le Canal des Houilleres de la Sarre. Dit ka-naal is destijds aangelegd om het Lotharings steenkoolgeied langs de Saar een ontsluiting te geven met de rest van Frankrijk. Dit kanaal is in een soort dijk aangelegd en loopt via een soort aquaduct zelfs over de Etang du Stock. Ons boekje schrijft, dat vissers en surfers zelfs onder het kanaal door kunnen varen maar dat hebben we niet zelf gezien. Hier komt een Hollands echtpaar ons achterop. Zij doen de tocht in twee keer, nu tot Bazel en volgend jaar van Bazel naar Rome.

Vlak voor we voorbij Lorquin het groene dal van de Witte Saar induiken zien we de Vogezen dreigend dichterbij komen. Aan het begin van het dal ligt een verlaten voetbalveld en bij het vervallen clubgebouwtje staat een wankele bank. Daar laten we ons de stokbrood uit La Bellevue met een heerlijk plak ham uit Bénestroff prima smaken. De "cup a soup" is verrukkelijk, nu durven we de beklimming van de Col du Donon wel aan. Dat betekent 25 kilometer stevig doortrappen. Eerst gaat het geleidelijk omhoog maar na Turquestein stijgt het contenue stevig. Op de klok aan de school annex gemeentehuis zien we dat de tijd hier letterlijk en figuurlijk stilstaat. Een groepje verlaten schuren en een schilderachtige bouwval leveren mooi plaatsjes op.

Na een paar series haarspelbochten belanden we na heel wat zweetdruppels geproduceerd te hebben eindelijk op het hoogste punt. De officiele hoogte is hier 799 meter, dus onze hoofden steken boven de 800 meter uit. We zitten nu in de Elzas. De weg daalt nu drie kilometer naar de Col du Donon. In de herberg daar kun je volgens onze routebeschrijving heerlijke bosbessentaart eten. Helaas, uitverkocht. Maar de Apfelstrüdl met warme vla en een bolletje ijs is ook uitstekend. Dan de regenjassen aan voor de afdaling. Negen kilometer naar beneden naar Schirmeck, we halen bijna 50 kilometer per uur. Daar vernemen we, dat mevrouw Hamm haar pension in Schirmeck heeft opgedoekt. Dan maar naar La Rubanerie in Rothau.


Zaterdag 14 juni 1997

Rothau - Mulhouse

Afstand		:    836 km
Dagtrip		:    122 km!
Tijd		:   7.28 uur
Gem. snelheid	:   16,3 km/u
Max. snelheid	:   41,4 km/u

We kunnen niet eerder dan acht uur ontbijten. Eigenlijk kon het pas om half negen maar de serveerster was bereid speciaal voor ons eerder het ontbijt klaar te maken. Een heerlijk warm broodje en de thee in zo'n zeefbolletje, dat je in de theepot moet hangen.

Voldaan stappen we om half negen op de fiets. De lucht ziet er dreigend uit maar we hopen er het beste van. Het eerste stuk gaat over een drukke weg door het dal van de Bruche, dan volgt een geleidelijke klim naar de Col de Steige. De dorpen hier in de Elzas zien er aanmerkelijk welvarender uit dan aan de andere kant van de Vogezen. Na de col volgt een lange comfortabele afdaling, bijna tot aan Villé, de hoofdplaats in het dal. Vlak voor Thanvillé staat een groot 17e eeuws kasteel. Het ziet er verwaarloosd uit. Na dit dorp volgen we een riant fietspad door het bos, iets hoger in het dal.

In Schatenois drinken we onze hete chocolademelk en verorberen een dik stuk taart. In het winkeltje ernaast kopen we kaarten voor de kinderen, opa, Aukje en Folkert Schat. Even iets van ons laten horen en voor de laatste sterkte toegewenst. We zitten nu op de druk bereden touristische Route du Vin door de golvende wijngaarden van de Elzas aan de voet van de Vogezen. De route rijgt talloze dorpen met de schitterendste pleinen en straten met vakwerkhuizen aaneen. Boven de dorpen herinneren oude kastelen en ruïnes aan andere tijden en boven alles uit torent het majestueuze slot Haut Koeningsbourg. Als je op elke proeverij langs de weg een half glaasje wijn zou drinken zat je na een kilometer al te slingeren op de fiets.

In Bergheim met z'n mooie poort besluiten we de wijnroute rechts te laten liggen. Wij kiezen voor de stille landweggetjes door een vruchtbaar akkerbouwgebied. Aan onze rechterhand de inmiddels vertrouwde flanken van de Vogezen en links doemen de imposante contouren van het Zwarte Woud op. La Plaine, de vlakte heeft als voordeel, dat de weg rustig en haast op z'n Bildts vlak is maar de wind heeft ook vrij spel. En met een harde zuidwestelijke wind tegen doet ook dat aan het Bildt denken. Na Hirtzfelden steken we het onnatuurlijk rechte Canal du Rhone au Rin over, kennelijk met de lineaal getrokken. De laatste 20 kilometers hebben we een comfortabele weg zonder auto's en - wat nog belangrijker is - door het uitgestrekte Forêt Domaniale de la Hardt Nor.

Eerder dan verwacht zijn we in Rixheim waar volgens ons kaartje een hotel moet zijn. Maar dat blijkt een vergissing naar Ile Napoléon, een onoverzichtelijk kruispunt van grote autowegen waar wel vijf hotels staan. Het "Villages Hôtel" is prima maar als fietser heb je hier in het drukke verkeer niks te zoeken!


Zondag 15 juni 1997

Mulhouse - Waldshut

Afstand		:    939 km
Dagtrip		:    103 km
Tijd		:   6.42 uur
Gem. snelheid	:   15,3 km/u
Max. snelheid	:   37,8 km/u

We hebben vannacht best geslapen in ons "plastic" hotel. Dezelfde vriendelijke jongen van gisteravond is alweer present om de ingrediënten voor het ontbijt bij te vullen. Er staat ook een mandje met eieren. Gelukkig waarschuwt hij mij, dat die eieren nog rauw zijn, je moet er zelf één in een bakje heet water koken. We halen de fietsen weer uit de linnenkamer. Kwart over acht rijden we weer op de rotonde, gelukkig is er 's zondagsmorgens nauwelijks autoverkeer.

Het schiet meteen lekker op, weer over Rixheim en dan over Habheim rechtstreeks naar Kembs. Het lijkt wel of we de hele weg voor onszelf hebben. We hebben besloten de route om Bazel te laten voor wat hij is en rechtstreeks zo snel mogelijk aan de andere kant van Bazel zien te komen. Tot aan Bazel hebben we een comfortabel fietspad langs het Canal du Rhone au Rhin. Er zijn op deze mooie zondagmorgen heel wat dravende en fietsende sportivelingen op pad. In een voorstadje van Basel roept een kerkklok de gelovigen naar de kerk. Het geeft een merkwaardig effect, dat klokgelui van verschillende fabrieksmuren weerkaatst te horen.

Aan het begin van Basel passeren we de grens met Zwitserland en die functioneert hier tenminste nog echt. Als we even verder de weg naar het SBB Bahnhof vragen krijgen we een heel simpel advies: als u deze tramrails volgt komt u er vanzelf. Als we op een terrasje koffie bestellen hebben we een probleem. Men accepteert geen Frans of Duits geld en Zwitserse franken heb ik nog niet. Na enig aandringen lukt het toch maar ik heb wel de indruk, dat we het driedubbele betalen.

Heel vlot zijn we bij het Bahnhof. Daar kan ik meteen een voorraadje Zwitserse franken aanschaffen. Nu Basel weer uit. Het is een fietsvriendelijke stad maar de omgeving van het station is één grote bouwput, dus dat is even zoeken. Na een paar keer vragen zijn we in de Mûnchensteinerstrasse. Dan zijn we alweer op de officiële route. Ik moet nu overschakelen op deel 2 van onze fietsgids "On-begrensd fietsen van Amsterdam naar Rome". De eerste dorpjes voorbij Basel hebben stuk voor stuk grote industrieterreinen. Zelfs staan er ondefinieerbare bouwsels uit het pré-industriële tijdperk.

In Rheinfelden gebruiken we de lunch, het is hier even zoeken om de goede weg te vinden. Je hebt onwillekeurig de neiging om de rode richtingbordjes van de SRB te volgen temeer omdat de route volgens onze gids zonder het boekje erbij moeilijk te volgen is. Maar die bewegwijzering lijkt niet steeds consequent aangebracht. Tussen Möhlin en Wallbach hebben we een prachtig landelijk weggetje. Als verderop de bergwand de Rijn weer dichter nadert ligt het fietspad naast het spoor of de snelweg.

In Laufenburg steken we de Rijn weer over en passeren we dus de grens weer. Dit is een fraai stadje, stijl oplopend aan weerszijden van de rivier. Via Albbruck en Dogern fietsen we Waldshut binnen. Waldshut is een van de mooiere Zuidduitse stadjes langs de Rijn. Het stadje ligt bovenop een helling die zowat 50 meter boven de rivier uitsteekt. We hadden ons dus voorgenomen om hier een hotelletje te zoeken maar...... het is het jaarlijkse feest in Waldshut. Je kunt over de hoofden lopen. En van al het moois in dit oude stadje is dus niks te zien.

Een echtpaar op een bankje raadt mij na een heftige onderlinge discussie het "Veerhuis" een paar kilometer verder aan. Bij verassing - op ons kaartje stond helemaal geen tentje - ontdekken we een schitterende camping, pal aan de Rijn. De accommodatie is hier om door een ringetje te halen. Er is zelfs een restaurant bij de camping. Mamma maakt meteen van de gelegen- heid gebruik om bijna al onze kleren in de wasmachine te stoppen, dus morgen fijn frisse fietskleren aan. Het eten op het terrasje smaakt mamma dubbel lekker. Nadat we nog een eindje langs de Rijn hebben gewandeld zoeken we onze slaapzakken weer op, een mooi eind opgeschoten vandaag.