Zondag, 23 mei
Artand - Floresti, afstand: 167 km.
Vanmorgen kwart over acht staan we al aan de Roemeense grens. Fietsers en volgauto's kunnen
na de passencontrôle vlot de grens over. De vrachtauto kost meer moeite. Met hulp van André,
een Roemeense Fries die ons verder zal begeleiden, lukt het toch nog vrij vlot. Om kwart over
negen vervolgen we onze weg, nu in Roemenië. De vrachtauto mag niet door Orádea; dus moeten we
de rondweg om de stad volgen. Een mistroostige, erg slechte weg vol kuilen en hobbels. Voor een
deel betonplaten, maar dat is niet veel beter. Langs de route veel vervallen verpauperde
fabriekscomplexen en langs de weg verschillende keren een auto met een lekke band of een ander
mankement.
Het eerste deel van de étappe van vandaag loopt door een open gebied met in de verte een kilometers
lange dijk. Daarachter is een kunstmatig aangelegd meer om met behulp van een waterkrachtcentrale
elektriciteit op te wekken. Verderop is de vlakte van beide kanten ingesloten door beboste heuvels.
Er is onderweg veel te zien. In veel dorpjes staat verschillende waar uitgestald te wachten op
voorbij komende kopers. In een stadje waar we door komen staan veel opvallende gebouwen met kunstig
gevormde tinnen of zinken daken.
Deze weg nummer 1 wordt druk benut door het grote internationale vrachtverkeer. Tussendoor regelmatig
een Roemeense boer met paard en wagen op weg naar zijn land. Op een zijweg staat een groep Roma's
met hun huifkarren, bespannen met twee paarden.
Na ongeveer 50 kilometer moeten we een forse heuvelrug over. Dat betekent een lange gemene klim.
Dat waren we de laatste dagen niet meer gewend. En inmiddels is het ook gaan regenen. Dat betekent
van twee kanten water: het hemelwater van boven en het spatwater van de fietser voor je van voren.
Na de klim en een tamelijk scherpe afdaling weer een gestrekte weg door een langgerekt dal.
Het begint alsmaar harder te regenen. Voor de tweede rust hebben ze een half afgebouwd hotel
gevonden. We kunnen hier in ieder geval droog staan maar doordat het vanuit alle kanten tocht
worden we nog kouder dan we al waren. Het laatste traject vandaag kent nog een paar klimmetjes
van 10% die je beenspieren doen kraken.
Als we zo'n 12 kilometer voor Cluj-Napoca de camping "El Dorado" oprijden is het gelukkig droog
geworden. De voorzieningen zien er hier uitstekend uit. Na een heerlijk hete douche en twee
beerenburgjes ziet de wereld er al weer heel wat vriendelijker uit. Maar we hebben vandaag aan
den lijve ondervonden wat de uitdrukking: "tot op het bot verkleumd" inhoudt.
Maandag, 24 mei
Rustdag, afstand: 167 km.
Het heeft vannacht gevroren! Als ik om een uur of acht opsta staat de rijp nog op het gras.
Lekker ontspannen wassen en aankleden en op ons gemak in het zonnetje voor de grote tent ontbijten.
Het lijkt inderdaad wel "El Dorado".
Bijna het hele gezelschap gaat met de vrachtauto naar Cluj-Napoca. Een paar vinden het te riskant
met de vrachtauto en nemen de bus. Bennie, Gatze en Rint kunnen geen dag zonder fietsen. Zij
hebben een traject van een dikke 100 kilometer in de omgeving uitgezet. Cor Sijpersma fietst
ook mee.
In Cluj eerst Roemeens geld pinnen. Voor nog geen 50 euro trek je 2 miljoen lei's uit de muur.
De koers is ongeveer 1 : 40.000. In een studentencafeetje nuttigen we koffie met heerlijke strudel.
Een groepje studenten aan het tafeltje naast ons is zeer geïnteresseerd in onze reis. Zij studeren
rechten in Cluj.
Cluj-Napoca is een levendige stad. Het straatbeeld doet westers aan. De stad heeft veel te bieden
voor de toerist. In het centrum zijn de Orthodoxe kerk en de Rooms-Katholieke
kathedraal de blikvangers. Er zijn tal van winkels en een aantal markten. De stad is gesticht
door de Romeinen, waarvan opgravingen getuigen. Een standbeeld met Romulus en Remus getuigt van
de Romeinse wortels, ook bedoeld als tegenhanger van de perioden dat de Hongaren het voor het
zeggen hadden in de stad.
De St. Michaelskerk is het bekijken zeker waard. Vooral de met rijk houtsnijwerk versierde kansel
springt in het oog. Het is een van de weinige gothische kerken in Roemenië. Er werd vooral in
de 14e en 15e eeuw aan gebouwd. De neo-gotische toren is er pas in 1859 aan gemaakt. Voor de
kerk staat een majestueus ruiterstandbeeld van de Hongaarse koning Mathias Corvin. Dat deze kerk
het middelpunt van de stad is, is een doorn in het oog van het rechtse (lees: pro-Roemeense
en anti-Hongaarse) gemeentebestuur. Om de aandacht van de kerk en het standbeeld af te leiden
zijn er jarenlange opgravingen op het kerkplein uitgevoerd, met als doel aan te tonen dat hier
vroeger een Romeinse tempel stond. Je komt de kerk binnen via een Renaissance portaal. De kerk
wordt gebruikt voor Rooms-Katholieke diensten.
Een klein stukje ten oosten van het Piata Unirii is het andere grote plein met aan de noordkant
de orthodoxe kerk. De buitenkant met de koepels doet Russisch aan en het interieur is geheel
in mozaïek uitgevoerd. Alle bezoekers knielen voor het centraal opgestelde katheder en kussen
het icoon dat daar op ligt. Het gehele ritueel maakt een devote indruk.
Eindelijk kan ik hier een Labello-stift kopen. Mijn lippen zijn helemaal gebarsten van de zon
en de wind. Ze hebben alleen maar een rode stift waardoor het lijkt alsof ik lippenstift op mijn
lippen doe.
Op een terrasje op éen van de vele binnenpleintjes bestellen we ons middagmaal: drie maal zalm.
Even later komt het meisje dat ons bedient om te vertellen dat er nog maar voor twee personen zalm
is. Cor neemt nu een andere vissoort. Ik had al in de reisgids van Baukje gelezen, dat het in de
Roemeense restaurants nog steeds eerder regel dan uitzondering is dat wat er op de kaart staat
er niet is en wat er is niet op de kaart staat. En ook het lange wachten schijnt in de Roemeense
horeca gewoon te zijn. Daarover gaan wrange grapjes. Waarom, zo luidt er één, duurt het zo lang
voor de salade wordt geserveerd? Het antwoord: In de keuken wachten ze totdat er voldoende restjes
zijn verzameld. Dan valt het in deze locatie nog best mee. De zalm is voortreffelijk en de vis
van Cor heeft een bekende smaak, maar hij weet niet wat het is.
Na de terugtocht met de vrachtauto gebruiken we met elkaar de maaltijd in het restaurant bij de
camping. En na afloop wordt er, begeleid door Karst op zijn gitaar, weer uitbundig gezongen.
Lieuwkje had nog steeds veel pijn, haar been was op twee plaatsen gebroken.
Dinsdag, 25 mei
Floresti - Bistrita, afstand: 164 km.
Vanmorgen eerst de vrachtautoroute door Cluj-Napoca. Prettig is anders: druk verkeer, soms
een slecht wegdek en ook nog een paar pittige hellinkjes. Aan de westflank van Cluj ligt een
gigantische begraafplaats met een mooi uitzicht over de buitenwijken en het omringende land.
Jammer, dat ze er niet meer van kunnen genieten.
Over een drukke, maar wel mooie weg fietsen we nu richting Dej. De route loopt door een breed
dal met aan weerszijden een glooiend heuvellandschap, hier en daar met bos begroeid. Soms lopen
er koeien. Er zijn vandaag opvallend veel mensen met paard en wagen onderweg. De landbouw
stelt hier niet veel voor. Smalle percelen waar veel mensen met de hand aan het wieden zijn.
Een enkele keer zijn ze met z'n tweeën met een wiedploegje met een paard ervoor aan het wieden.
Dat zal dan wel een grote boer zijn. Maar twee of drie keer een trekker gezien en dan ook nog
van een model van tientallen jaren geleden.
Bij Dej langs de weg grote woonkazernes die een troosteloze aanblik bieden. Ook de industrie
lijkt hier langzaam weg te roesten. Na Dej wordt de weg een stuk slechter. Over de betonplaten
is een laagje asfalt aangebracht dat bij de aanzettingen is afgebrokkeld. Je moet voortdurend
je aandacht bij de weg houden om de scheuren overdwars of in de lengterichting te ontwijken.
Soms zijn de kuilen zo groot, dat er volgens Gatze welhaast een fiets in past. En dan te bedenken
dat we over de belangrijkste regionale weg fietsen. De Betonwei bij Drogeham was hier heilig bij.
Het is een wonder dat er geen ongelukken gebeuren en dat er aan het eind van de dag zelfs geen
enkel schadegeval is.
Aan de kant van de weg is de plek van een ongeval gemarkeerd met twee kruisen, een grote en een
kleine. Moeder met kind, stel je je dan voor. Het is het zoveelste herinneringsteken aan een
dodelijk ongeval onderweg. Opvallend is het grote verschil in uitvoering van de gedenktekens.
In Duitsland heb ik zelfs een in marmer gehouwen herdenkingsmonument aan zo'n ongeluk gezien.
In Tsjechië waren het meestal houten kruisen en in Hongarije en hier in Roemenië vooral ijzeren
kruisen met krullen.
De camping voorbij Bistrita is heel sober. Het kampeerveldje was diezelfde ochtend nog met de
zeis gemaaid en ze hadden nog geen gelegenheid gehad het gras op te harken. Er stond een beste
snee op! Jappie en ik besluiten samen zo'n trekkershutje te huren voor één nacht. De kosten
bedragen 300.000 lei's oftewel 7,50 euro.
We kunnen inmiddels in de verte de Karpaten al zien liggen. Benieuwd wat de dag van morgen weer
zal brengen. Trouwens de dag van vandaag heeft nog een verrassing in petto. Als we 's avonds voor
het slapen gaan nog even wat willen gaan drinken in het restaurant bij de camping blijkt deze
omgebouwd te zijn tot nachtclub. Een drietal schaars geklede dames - en zelfs die laatste prulletjes
gaan ook nog uit - geven een demonstratie paaldansen.
Woensdag, 26 mei
Bistrita - Vatra Dornei, afstand: 76 km.
Het is vandaag genieten geblazen. Een prachtige tocht door de Karpaten over de 1200 meter
hoge Pasul Tihuta. We hadden ons al vaak afgevraagd hoe deze étappe zou worden. De Karpaten
doorsnijden heel Roemenië zodat je er onmogelijk omheen kunt. Niemand had ons kunnen vertellen
hoe steil de Karpaten hier zouden zijn. Dat viel best mee. Veel lange, maar niet steile hellingen,
sommige met een stijgingspercentage van zo'n 7 à 8 %. Tussendoor ook wel vlakke stukjes en soms
weer wat naar beneden, prima te doen dus. Het valt trouwens op, dat verschillende fietsers de
afgelopen weken behoorlijk aan klimcapaciteiten hebben gewonnen.
Onderweg heb je schitterende vergezichten op de dalen beneden je en de toppen van de Muntii Culinani
in het zuiden en de Muntii Rodnei in het noorden. De hoogste toppen zijn nog bedekt met sneeuw.
Volgens de informatie leven er in de Karpaten in Roemenië nog veel wolven, lynxen en zelfs bruine
beren. Het kan zijn, dat ik te snel heb gefietst, maar ik heb niet één van deze diersoorten
gezien.
Twee kilometer voor hotel Dracula staat Wobbe: "Nog maar ruim één kilometer en je bent er!" In
werkelijkheid zijn het er ruim twee voor we boven zijn. Daar aangekomen deelt hij kranten uit
voor onder de trui en trekken we onze jasjes aan. Maar we zijn er nog lang niet. Het hoogste punt
van de pas blijkt nog kilometers verderop te liggen. Dat betekent, dat we met al die kleren aan
nog verschillende hellingen moeten beklimmen.
De afdaling is niet om echt van te genieten door het slechte wegdek. Voortdurend in de remmen en
je moet het stuur stevig omklemd houden anders slaat het je uit handen. Doordat je steeds je
ogen op de weg moet houden gaat de omgeving bijna ongezien aan ons voorbij. Weer beneden in de
bewoonde wereld aangekomen hebben we pauze op een modderig pleintje aan de weg. Een tankauto
komt hier melk verzamelen dat door de boeren op hun wagen hier naar toe wordt gebracht. Het wordt
al weer koud en nattig zodat we maar snel onze tocht hervatten.
De camping in Vatra Dornei ligt vrij hoog zodat je een mooi uitzicht hebt op het stadje. Aan de
andere kant van de bebouwing staan de liften voor de wintersporters werkloos te zijn. Fhilip heeft
contact gehad met de bus met Friezen, die ons zullen verwelkomen in Schitu Stavnic. Zij komen
vanmiddag door Vatra Dornei. Hij rijdt ze met een auto tegemoet. Even zijn vrouw dag zeggen.
Mindert blijkt ook in de bus te zitten, hij voegt zich hier weer bij de groep.
Doordat we al vroeg op de camping zijn hebben we alle tijd op verkenning te gaan. Vatra Dornei is een
leuk stadje, op het centraal pleintje drinken we op ons gemak een drankje. Aan de overkant van
de trein is een nieuwe grote orthodoxe kerk gebouwd. Vooral van binnen is dat een grote verrassing.
Een prachtige decoratie met veel sfeer en symboliek. Een vriendelijke vrouw wil ons graag van
alles vertellen, jammer dat we elkaar niet kunnen verstaan.
Donderdag, 27 mei
Vatra Dornei - Piatra Neamt, afstand: 163 km.
Deze op één na laatste fietsdag alweer een schitterende route. We dalen heel geleidelijk verder
af door het dal van het riviertje de Bistriti. De weg slalomt voortdurend, dan weer links, dan weer
rechts van het water. Aan weerszijden domineren de toppen - sommige tot meer dan 1500 meter - van
de Muntii Stanisoarei en de Muntii Bistritei de omgeving. Koeien grazen vrij in de berm langs de weg.
De melk staat in één of twee bussen langs de weg, klaar om opgehaald te worden. Soms staat er alleen
maar een emmer met een doek erover heen.
Ze zijn hier op verschillende trajecten met de weg bezig. Over grote lengten zijn slechte stroken
vrij diep uitgefreesd. Daardoor zijn er scherpe randen ontstaan zodat het oppassen geblazen is. Bij
ons zouden de uitgefreesde gedeelten direct weer met asfalt opgevuld worden, maar dat hebben ze hier
kennelijk nog niet bedacht.
Langs de weg staat een zigeunerfamilie met hun huifwagen. De vrouwen hebben net de was over de
struiken uitgespreid om te drogen. De kinderen hollen naar de weg, smekend om geld. Even verderop
staan de mannen scheldend en met gebalde vuisten de auto van Tsjibbe en Wobbe na te kijken. Later
vertellen zij, dat ze zelfs met stenen waren bekogeld omdat ze niet wilden stoppen.
Op een prachtig gelegen grasveldje langs de rivier hebben we koffiepauze. Een smalle houten hangbrug
brengt de bewoners aan de andere kant van de rivier naar de overkant. De zon schijnt vandaag weer
uitbundig.
Na Polana Largului mondt de rivier uit in het Izvorul Muntelui. Dit is een uitgestrekt, grillig
gevormd stuwmeer dat de fietser elke keer weer op een adembenemend mooi uitzicht vergast. Bij Bicaz
rijden we onderlangs de tientallen meters hoge stuwdam. Er wordt hier elektriciteit opgewekt.
Verderop moeten we weer regelmatig stevig klimmen. Met deze temperatuur betekent dat behoorlijk
transpireren. Een paar keer moeten we een spoorlijn oversteken. Dan moet je extra uitkijken omdat
de spoorstaven óf een eind boven het wegdek uitsteken of diep in het wegdek zijn weggestopt. En
als er dan ook nog grote kuilen in de overweg zitten vergt het heel wat stuurmanskunst om de rails
een beetje haaks over te steken.
In Piatra Neamt vinden we een simpele camping aan de rivier zonder douches, dat betekent alleen
even poedelen vanavond. Om eerlijk te zijn vindt ik het niet erg, dat het kamperen er bijna opzit.
Na het avondeten lopen we via een voetgangersbrug naar de overkant van het water naar de stad.
Eerst over het spoor, dan door een paar naargeestige straten met aan weerszijden van die treurige
woonblokken. We zoeken een terrasje op om wat te drinken. Mijn wodka smaakt prima.
Vrijdag, 28 mei
Piatra Neamt - Schitu Stavnic!, afstand: 162 km.
Piatra Neamt blijkt een grote levendige stad te zijn. Dat hadden we gisteravond, toen we langs
die ene doorgaande weg om een biertent zochten niet kunnen bevroeden. Zoals ik al vaker in Roemenië
had gezien staan ook hier op sommige kruispunten stoplichten die in rood of groen de resterende
seconden rood c.q. groen aangeven. Dat doet wel attent aan.
Het landschap naar Roman is behoorlijk glooiend met lange zichtlijnen, zoals de lange deining op
de oceaan. Op de hellingen van de groene heuvels zijn grote vlakkere delen in gebruik als bouwland.
Deze velden zijn opgedeeld in smalle stroken, afwisselend beteeld met maïs, graan, zonnebloemen
en een enkel perceeltje aardappelen. Er wordt druk op het land gewerkt, ouderwets gezellig.
Na Roman wacht de vrachtauto ons op voor de koffiepauze. De stoelen zijn al uitgezet. Het is al
warm, de zon brandt aan een wolkenloze hemel. De eigenaar van het motel in aanbouw is kennelijk
niet blij, dat wij alvast van zijn parkeerterrein gebruik maken. Maar met een paar flesjes Dextra
van Johannes is hij weer tevreden gesteld.
Na Targu Frumos buigt de weg in oostelijke richting af. We fietsen nu door een uitgestrekte grasvlakte.
De weg heeft hier aan beide kanten een brede strook buiten de witte streep, kennelijk speciaal
zo breed gemaakt voor paard en wagen. Ook voor ons fietsers heel comfortabel. We hebben een stevige
wind tegen. Op 100 kilometer kijken we uit naar de volgende stop maar die laat nog op zich wachten.
Dan tellen die extra kilometers zwaar. Eindelijk zien we de vrachtauto aan de kant staan.
Hier en daar staan houten optrekjes voor het vee met een houten omheining in de grasvlakte. Twee
mannen zijn bezig de schapen te melken. Verderop loopt een herder met een koppel koeien. Als ik
door mijn oogharen kijk en als ik het dorpje in de verte en de spoorlijn wegdenk waan ik mij in
Mongolië.
Een eind verder is links van de weg de camping waar we vanavond onze tentjes voor de laatste keer
op zullen zetten. André en zijn vriendin voegen zich hier bij de karavaan. Nog een laatste ruk
en we zijn in Iasi. Voor de stad wacht de politie ons op om ons door het drukke stadsverkeer te
loodsen. Met een "buiksprekersgeluid" wordt de weg vrijgemaakt en zonder oponthoud fietsen we
de stad door.
Daar worden we opgewacht door Antoinette Smidts, die verschillende Nederlandse projecten in Roemenië
coördineert. Het zijn nog twintig lange kilometers naar Schitu Stavnic. Voor het dorpje wacht
ons nog een pittige klim, de laatste loodjes wegen letterlijk zwaar. Voor de laatste keer de
ketting op het kleine blad.
Nog één keer de bocht om en daar staan een heleboel mensen, vrouwen en mannen, jongens en meisjes
ons enthousiast toe te juichen. Het hele dorp is uitgelopen om ons welkom te heten. Op de traditionele
wijze worden we persoonlijk door de burgemeester verwelkomd. Elke fietser en begeleider breekt
een stuk brood af en doopt het in een schoteltje zout. Als het stuk brood is weggeslikt neem je
een teug wijn uit een grote kruik. Lekkere wijn! De hele ceremonie wordt vrolijk omlijst door
een koperorkestje, dat typische Oost-Europese muziek speelt. Het duurt niet lang of er wordt
uitbundig gedanst. Karst zit rechtstreeks in de uitzending van Omrop Fryslân zodat ze thuis ook
weten, dat we heelhuids in Schitu Stavnic aangekomen zijn.
Na een toespraak van Wopke Marra namens de Stichting - hij kan alvast 70.000 euro overhandige
voor het nieuwe project - worden we toegezongen door de schoolkinderen. Zij hebben duidelijk
heel erg hun best gedaan. Er worden zelfs een paar teksten in het Fries declameert. De kinderen
hebben hun allermooiste kleren aangetrokken. De onderwijzeres is een juf uit het boekje: kokerrok
met blouse en een knoetje in de nek.
Zodra het programma is afgelopen volgt een run op de biertap want we smachten naar wat te drinken.
De dorpsbewoners drommen om ons heen en verschillende kinderen bieden ons een bloem aan. Wij
maken nu ook kennis met de groep uit Friesland, die eerder met de bus in Schitu Stavnic was
gearriveerd. Vooral de fietsers en begeleiders, wiens vrouw met de bus was gekomen, kunnen hun
geluk niet op. In één van de lokalen wordt ons een maaltijd voorgeschoteld met een heerlijke
cake na. De juf wordt niet moe bier en wodka aan te slepen. Het is maar gelukkig, dat we straks
met de bus naar de camping worden gebracht. Ook de "busgroep" laat zich niet onbetuigd. Het is
duidelijk, dat zij het op hun reis hierheen ook heel gezellig hebben gehad.
Zaterdag, 29 mei
Schitu Stavnic.
Vandaag vieren Bauke en Tine hun 40-jarig huwelijksfeest. Tijdens het ontbijt krijgen ze een
tweepersoons krans omgehangen en worden ze enthousiast toegezongen. Vanavond zijn we van plan
een feestje te bouwen om dit heugelijke feit te vieren.
Met de beide tolken maken we nu een wandeling door het dorp. In 1997 is met geld van de Stichting
Garyp - Earnewâld een nieuwe school in Schitu Stavnic gerealiseerd. Het gebouw ziet er nog keurig uit,
zowel van buiten als van binnen. Aan alles is te merken, dat deze school een belangrijke functie
vervult in het dorp.
En vooral de jonge generatie zal er van profiteren. Het schijnt, dat het
verzuim na het in gebruik nemen van de nieuwe school, tot vrijwel nul is gereduceerd. Wie de
jeugd heeft heeft de toekomst! Achter de school staat nog het oude schoolgebouw, een verschil
van dag en nacht.
We bekijken een huisje waar het hele gezin van vader, moeder en drie kinderen in één kamer woont
en slaapt. De kleren hangen gewoon over een touw, dat door de kamer is gespannen. Met Friese
hulp is er een golfplaten dak opgemaakt. De "heer des huizes" laat via de tolk weten, dat hij
zich eigenlijk schaamt zo met zijn gezin te moeten leven. Ik vraag mij af of hij het in Nederland
ver zou schoppen.
Verderop wordt onze groep aangesproken door een man, die graag wil laten zien hoe hij zijn potten
draait. Op die manier probeert hij de kost voor zijn gezin bij elkaar te scharrelen. De potten
worden vooral op de markt in Iasi verkocht. Het gaat hem best handig af, in een minuut of tien
heeft hij een mooie kruik met handvat klaar. Op het erf bij zijn tuin heeft hij een lemen oven
waar de potten en kruiken worden gebakken. Voor het glazuur wordt het zuur uit oude accu's gebruikt.
Ik koop een leuke kruik voor 25.000 lei's oftewel 0,60 euro. In de woonkamer en zijn werkruimte
waar hij de draaitafel heeft staan brede bedden waar de familie op slaapt.
De weg door het dorp is onverhard met diepe karrensporen. Het is al een paar dagen droog maar je
kunt je voorstellen, dat na hevige regen de straat bijna onbegaanbaar zal zijn. De wagens die de
boeren hier in Roemenië gebruiken zijn heel eenvoudig, wél meestal met luchtbanden. Als rem draait
men van achteren eenvoudig een balk tegen de achterwielen. Heel apart is, dat alle karren tegen
het achterschot een plaat met kenteken hebben. De paarden hebben allemaal een rode kwast achter
het oog aan het hoofdstel. Zou dat dezelfde functie hebben als een oogklep bij ons zodat ze minder
snel schrikken?
Plotseling wordt de rust in het dorp wreed verstoord door schallende muziek uit luidsprekers op
een auto. Het blijkt een verkiezingskaravaan te zijn; over drie weken is de burgemeestersverkiezing.
Een boze vrouw, die ons vanaf haar erf toespreekt, heeft er geen goed woord voor over: "Nu beloven
ze allemaal de mooiste dingen maar na de verkiezing zijn ze alles ineens vergeten!"
Zij draagt een grijsgroen operatie-uniform uit een westers ziekenhuis. "Hospital property" vermeldt
de tekst op haar maag. De vrouw is weduwe. Op haar erf staat een trekker. Alleen haar broer kan er
mee omgaan. Maar die kan maar eens in de twee weken.
We wandelen verder door het dorp. De huizen beschikken niet over waterleiding. Alle water moet uit
de put naar boven worden gehaald. Het erf rond het huis wordt vaak benut om wat groenten te verbouwen.
Of de kippen scharrelen vrij op het erf rond. Soms worden er ook ganzen en kalkoenen gehouden.
Wij uit ons welvarende Nederland kunnen ons nauwelijks voorstellen onder welke erbarmelijke
omstandigheden de mensen hier wonen en leven.
Hetzelfde orkestje van gisteren komt het dorpsfeest weer opvrolijken. Een oude vrouw, met haar
schort nog om, danst vol overtuiging. Spoedig zit de stemming er goed in en wordt er enthousiast
gedanst. De fietsen worden uit de school gehaald. Na "omgebouwd" te zijn worden ze allemaal in
dozen in de vrachtwagen geladen. Dan nemen we afscheid. Toegespeeld door het orkestje en uitgewuifd
door de dorpelingen vertrekken we per bus.
Op de camping genieten we nog één keer van een prima "Iglo-maaltijd", heet uit de oven. Het begint
al donker te worden als het feest ter gelegenheid van het 40-jarig huwelijk van Bauke en Tine begint.
Bij het licht van gezellig flikkerende waxinelichtjes bezingt Karst de levensgeschiedenis van het
bruidspaar. De aardige campingeigenaar heeft aardigheid aan ons gezelschap. Als hoogtepunt van het
feest klinkt er plotseling een geweldig stuk muziek. Een internationaal vermaard zigeunerorkest,
dat een trouwerij in Iasi had opgeluisterd, blaast de sterren van de hemel. Zo'n bruiloft hadden
Bauke en Tine niet van kunnen dromen.
Zondag, 30 mei
Iasi.
De laatste dag hier in Moldavië hebben we gelegenheid voor sightseeing in Iasi. De naam van deze stad spreek je uit als "Jas".
In vroeger tijden - lees ik in de reisgids - was Iasi de hoofdstad van het land Moldavië,
wat de huidige ex-Sovjetrepubliek Moldavië en de Roemeense streek Moldavië behelsde. Het was in
1349 gesticht door voivod ("vorst") Begdan. In de tweede helft van de vijftiende eeuw beleefde
het een korte periode van onafhankelijkheid onder Stefan cel Mare (Stefan de Grote). In 1511
kwam het onder Turkse heerschappij en tussen 1768 en 1854 werd Moldavië overheerst door de Russen.
Na een korte bezetting door de Oostenrijkers gingen de prinsendommen Moldavië en Walachije in
1859 samen en werd Iasi de hoofdstad van het nieuwe land. Drie jaar later voegde ook Roemenië
ch bij deze 'fusie' en werd Boekarest de nieuwe hoofdstad. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verhuisde
de regering tijdelijk terug naar Iasi.
De landstreek Moldavië, de 150 kilometer brede strook heuvel- en bergland oostelijk van de Karpaten
wordt door de Roemenen gezien als het meest "eigen" en ongerepte deel van het land. Sommige streken
lijken nog niet aangeraakt door de vooruitgang, dat hebben we gisteren met eigen ogen kunnen
aanschouwen. In kleine dorpjes, die slechts via niet of nauwelijks verharde wegen bereikt kunnen
worden, leiden de bewoners vrijwel hetzelfde leven als hun grootouders.
Qua cultuur heeft Iasi een rijke historie en ooit was de stad was de zetel van de orthodoxe
metropoliet. Onder de lindeboom mediteerde Mihai Eminescu, waarna hij 's avonds naar de wijnkelders
ging om te debatteren met Creanga en Caragiale. In 1860 werd hier Roemeniës eerste universiteit
gesticht.
Helaas is Iasi nogal gehavend uit de Causescu-tijdperk tevoorschijn gekomen. Kolossale hotels zijn
vlak naast of pal voor historische gebouwen neergezet. De kleine 350.000 inwoners wonen voor een
belangrijk deel in naargeestige woonkazernes. De geschiedenis is echter zo rijk dat er nog genoeg
moois valt te zien in hoofdzaak geconcentreerd rond de Str. Stefan cel Mare. Er wordt druk
gerestaureerd. Vele rampen doorstond de stad zoals branden, aardbevingen en invallen van Polen,
Tartaren en Turken.
Met Cor en Henk loop ik de Stefan cel Mare straat in die vandaag voor het autoverkeer is afgesloten
zodat het publiek beslag heeft genomen van de brede straat. De jeugd kan er vandaag vrij rolschaatsen
of zijn kunsten met de skateboard vertonen. Voor we de belangrijkste bezienswaardigheden gaan
bekijken drinken we op het terrasje voor een pizzeria koffie met een lekker stuk Tiramisu. Regelmatig
proberen zigeunerkinderen bij de gasten te bedelen. Ze worden echter meteen verjaagd. We zien
alledrie tegen de terugreis op; drie lange dagen in de bus. Gelukkig heb ik het laatste boek van
Geert Mak mee: "In Europa", een dikke pil met meer dan 1100 bladzijden. Cor en Henk hebben er niet
aan gedacht leesvoer mee te nemen. Daar kom je naast het fietsen toch niet aan toe, hadden ze terecht
aangenomen. Maar ze hadden er niet aan gedacht, dat we ook nog een paar dagen in de bus zitten.
Dus kijken we allereerst uit of er vandaag ergens een winkel in Iasi open is waar men ook Engelse
boeken verkoopt. Dat blijkt een moeilijke zoektocht. Maar uiteindelijk treffen we een boekwinkel
waar in een schap een stapeltje van vijf boeken in het engels ligt. De keus is wel erg beperkt
maar allebei lopen ze met een boek, ik geloof van Dickens, de straat weer
op.
Na op hetzelfde terrasje een pizza verorberd te hebben worden nu de belangrijkste bezienswaardigheden
bekeken. In de voorheen bisschoppelijke en daarna metropoliete St.-Gheorghe-kerk uit 1761 staan
de gelovigen in de rij om de verschillende iconen te kunnen kussen. Ik blijft het een onhygiënisch
ritueel vinden. Bij één icoon schrijft datzelfde ritueel kennelijk voor dat je nadat je het icoon hebt
gekust onder de tafel doorkruipt om verder te lopen. De witte, met drukke ornamenten versierde
Trei Ierarhie-kerk staat van buiten en van binnen volop in de steigers. Binnen ligt het graf van
Ioan Cuza, de eerste koning van het verenigd Roemenië.
Gezichtsbepalend in de stad is het Cultuurpaleis uit 1906 aan de kop van de Str. Stefan cel Mare.
Het is zowel van buiten als van binnen een imponerend bouwwerk, dat vier musea huisvest. Helaas
ontbreekt ons de tijd om één of meer van deze musea te bezoeken. Voor het Cultuurpaleis staat een
Roemeense "Frambus" op passagiers te wachten.
Je wordt hier regelmatig aangesproken door bedelaars, voor een deel zigeuners. Dat is nu eenmaal
een bijproduct van een grote stad. Ik moet trouwens zeggen, dat ik in Polen en Hongarije wel eens
meer last heb gehad van hinderlijk opdringerige zigeuners als hier in Roemenië, afgezien van die
ervaring na Vatra Dornei dan.
's Avonds biedt de Stichting ons een diner aan in het drie sterren restaurant Onyx. De Roemeense
gasten zijn opvallend duur gekleed en de dames lijken met elkaar te wedijveren wie het meest riante
decolleté heeft. Dit zijn overduidelijk de nieuwe rijken in Iasi en ze schamen zich er niet voor,
integendeel. Het steekt wel heel erg schril af tegen de armoede gisteren in Schitu Stavnic.
Terug gekomen op de camping heeft de eigenaar de tafels klaar gezet voor een "wijnproeverij". Het
wordt een gezellige laatste avond, ondersteund door de gitaar van Karst.
Maandag, 31 mei t/m woensdag, 2 juni
De terugreis.
Maandagmorgen heeft de campingeigenaar nog een grandioos ontbijt geregeld in het restaurant
bij de camping. Hij had het wel geweldig met ons voor. Overigens is de kok ook zichtbaar trots
op het resultaat.
Half negen staat de bus voor, die ons terug naar huis zal brengen. De touringcar van Hofstra,
die op de heenreis halfvol had gezeten met de enthousiaste Friezen, die bij onze aankomst in
Schitu Stavnic wilden zijn, is nu op enkele zitplaatsen na helemaal vol. Onderweg slapen we in
hotels, wat een luxe! Drie dagen in de bus is haast meer vermoeiend dan drie weken op de fiets.
Ik maak een behoorlijk begin in "In Europa" van Geert Mak. Leuk is, dat Roemenië ook uitgebreid
aan de orde komt. Het land is nogal eens speelbal van de internationale politiek geweest!
Overigens heb ik best zin weer thuis te zijn. Lekker in het eigen bed slapen! Toch kunnen we
terug zien op een prachtige reis. Een geweldige fietstocht zonder ongelukken of schade aan de
fiets. Het is verbazend hoe de zeer heterogeen samengestelde fietsersgroep op elkaar ingespeeld
was. Enkele zeer sterken buiten beschouwing latend ontliepen we elkaar nauwelijks wat fietsen
betreft. En eigenlijk is er de hele tocht nauwelijks een onvertogen woord gevallen, dat mag best
bijzonder heten.
Woensdag 's avonds om precies negen uur rijden we Garyp binnen. Een grote groep familie, vrienden
en andere belangstellende staat ons op te wachten. Het muziekkorps van Garyp zorgt voor een muzikaal
welkom.
