SPONSORFIETSTOCHT ROEMENIË
een prachtige fietstocht naar een mooi maar arm land.
 

Dag 9 Geyer - Zvikovec.

 

Zondag, 16 mei

Geyer - Zvikovec, afstand: 150 km.

Het heeft vannacht tot een uur of vier geregend. Gelukkig is het in de morgen droog geworden maar de lucht is nog behoorlijk dreigend. Het goede bericht van de campingbeheerder is dat het volgens de weerberichten 's middags zal opklaren. Het inpakken is een mistroostige zaak, alles is vies en nat.
Als we van start gaan is het nog erg koud. Ik heb mijn plastic regenjasje ook nog maar over mijn jack aangetrokken. Op weg naar de grens met Tsjechië komen we nog een aantal stevige hellingen tegen. Vooral na Steinbach, als we de grens naderen, klimt het behoorlijk over meer dan 2,5 kilometer. Bij Reitzenhain passeren we de grens. De paspoorten van de fietsers waren vanmorgen verzameld en met namen en nummers op een lijst genoteerd. Er wordt even naar gekeken en dan wordt de hele stoet doorgewuifd.
Direct na de grens meteen weer flink omhoog. Ik had altijd gedacht, dat ze de grens altijd op het hoogste punt legden. Aan het eind van de klim een groot parkeerterrein met allemaal provisorische winkeltjes. Het verschil met Duitsland is wel heel frappant! Het is inmiddels ook weer gaan regenen. Zo'n 10 kilometer Tsjechië in een afdaling met haarspeldbochten en dan een klim van 14%! De beloning is echter vorstelijk met een schitterende kilometers lange afdaling. Dat maakt het leven van een fietser de moeite waard.
In Vysluni hebben we de eerste stop. In een bushokje kunnen we schuilen voor de regen, een armoedige boel. Bij Kadan hebben we het Ertzgebergte achter ons gelaten. Het landschap wordt nu glooiend met weidse vergezichten. Op een gegeven moment fietsen we tussen uitgestrekte hopvelden. De jonge aanplant staat er nietig bij in verhouding tot het reusachtig raamwerk erboven.
Jappie voor zijn 'bungalowtent' Op een parkeerterrein voor vrachtauto's is onze tweede pauze. De zon schijnt inmiddels weldadig. Je kunt het water uit de fietsschoenen gieten.
Met lekkere afdalingen en doenbare klimmetjes schiet het nu lekker op. Onderweg wordt onze weg versperd door een wielerwedstrijd. Zij hoeven maar één dag te koersen. Na een afdaling van 8% met scherpe bochten rijden we tot onze verrassing het terrein van de camping al op.
De zon schijnt nog steeds volop en geholpen door een lekker windje zijn alle spulletjes in een mum weer droog. We staan aan een riviertje met een stuw, hopelijk kunnen we door het geluid van stromend water lekker slapen. Uit ervaring weet ik dat je er ook hoge nood van kunt krijgen.
Elke dag spoel ik nu mijn fietskleren grondig uit. Sieds heeft het lumineuze idee gehad een oude centrifuge in de vrachtauto te laden. Dat apparaat doet "fertuten"! De was komt er zo droog uit, dat je je kleren bijna meteen weer aan kunt trekken. De andere ochtend zijn ze in ieder geval weer droog en fris.

 

Dag 10 Zvikovec - Tábor.

 

Maandag, 17 mei

Zvikovec - Tábor, afstand: 128 km.

We hebben het maar weer best bij Tine en Freerkje!

Vandaag een lekkere fietsdag. Een prachtig landschap, de route niet te lang en niet te zwaar en prima fietsweer. Ik raak inmiddels aardig gewend aan het dagritme en ook het lichaam raakt er aardig op ingesteld. Nadat we over een viaduct over de vierbaansweg van de grens naar Praag zijn gefietst houden we onze eerste rust aan een zijweggetje met uitbundig bloeiende seringenbomen.
Bijna aan het eind van het traject van vandaag een schitterende lange afdaling, 8% en mooi rechtuit. Ik laat mij lekker gaan, de handen in de beugels en de beide wijsvingers aan de remmen. Zo heb je de fiets lekker onder controle. En vlak voor Tábor even voluit in een sprintje heuvelop.V
We zijn mooi op tijd op de camping. De toiletten zijn nog op slot en de warmwatervoorziening functioneert niet. Dat betekent onder de ijs- en ijskoude douche. Er klinkt onheilspellend indianengehuil vanuit het douchegebouwtje. Toch maar even op de tanden bijten. Je frist er toch lekker van op.
Als vertekelingen in de laadruimte Er was gister afgesproken, dat we vandaag Tábor zouden bezichtigen. De camping ligt een paar kilometer van het centrum. Met elkaar nemen we plaats achterin de vrachtauto en op een parkeerplaats worden we uitgelaten. De voorbijgangers kijken verbaasd toe hoe een groep mannen en een vrouw in dezelfde fleesejack uit de laadruimte tevoorschijn komen nadat de laadklep geopend is. "Zouden het verstekelingen zijn?"
Aan de overkant van een dam, die de Jordán buiten de stad moet houden, klimmen we via trappen en nauwe straatjes naar het oude centrum. Een leuk plein is helemaal omzoomd door historische gebouwen en woningen met mooie gevels. Bij de VVV hebben ze een historische stadswandeling en samen met Henk en Cor bezoek ik de belangrijkste bezienswaardigheden.
Kasteel Kotnov Tábor was in de vijftiende eeuw een belangrijk centrum van de Hussieten, die hier in 1420 een versterkte militaire versterking vestigden. Later werd Tábor een keizerlijke stad onder keizer Sigmund. Volgens het foldertje zijn de souterrains van de gebouwen met elkaar verbonden door een 800 meter lang gangenstelsel. De musea zijn om vier uur dicht gegaan maar de wandeling door de bochtige straatjes en over stille romantische pleintjes geeft best een leuke indruk van het stadje. Van het kasteel Kotnov is slechts één toren bewaard gebleven.
Ook in de drukke winkelstraat zijn tal van schitterend versierde gevels. In een restaurantje drinken we in de kelder vol harnassen en wapentuig een grote pils. Fietsen maakt dorstig.
We besluiten in restaurace Beseda aan het historische plein, naast de kerk te gaan eten. Groentesoep, forel met gebakken aardappelen en fruitsalade en een ijssorbet na. Prima, de forel is hier voortreffelijk. Zo'n uitstapje is toch een leuke onderbreking en dan heeft de verzorging ook een keer vrij.
In de vrachtauto weer terug naar de camping en om half tien lig ik al op één oor.

 

Dag 11 Tábor - Vranov.

 

Dinsdag, 18 mei

Tábor - Vranov, afstand: 130 km.

Ype, de mecanicien

De tent is vanmorgen weer kletsnat van de condens. Maar er is geen keus, inpakken de handel. Ik zit in de "afbraakploeg". Dat betekent elke ochtend de volgende routine: 06.15 uur gaat de wekker. Slaapzak en slaapmatje oprollen, fietsbroek en -schoenen aan en dan scheren, tandenpoetsen en het gezicht afspoelen met koud water. Dan de rest van de fietskleren aan, de tent opruimen en de koffer inpakken. Vervolgens de tent inpakken en even over zeven ontbijt in de grote tent. Boterhammen met koffie en een banaan na. Ik eet soms wel vier boterhammen, met chocopasta hapt het lekker weg. Van dat fietsen gebruik je kennelijk toch veel energie want thuis eet ik alleen maar een appel en nu heb ik om tien uur bij de eerste pauze al weer honger. Om half acht de tent afbreken en alle bagage in de vrachtauto. Bij het tent afbreken heb ik een vaste taak: als al het doek is opgevouwen wip ik met een soort vork met lange steel de metalen balken aan één kant uit de beugels waarna het frame op de grond gelegd kan worden. Precies om acht uur staat de hele karavaan weer klaar voor vertrek.
Vandaag alweer een pracht van een fietsdag. Hoe verder we in Tsjechië naar het zuidoosten afzakken hoe vlakker het landschap wordt. In vergelijking met Friesland blijft het uiteraard aardig heuvelachtig, een beetje net als in Zuid-Limburg.
Wobbe neemt Karst onderhanden Mijn fiets houdt zich prima. Afgezien van die kapotte spaak en het zadel, dat wat los getrild was heb ik totaal geen problemen. De fietsen hebben trouwens heel wat te houden. Vooral bij een slecht stuk weg en ook bij het klimmen wordt er nogal wat kracht op uitgeoefend. Ype, onze mecanicien heeft het er regelmatig maar druk mee. Ik heb overigens niet de indruk, dat hij er echt een hekel aan heeft. Elk vrij moment zoekt hij weer een karretje op waar hij weer iets aan kan verhelpen.
Mijn fietsgenoten vinden mijn meer dan 20 jaar oude racefiets niet meer van deze tijd. Loodzwaar in vergelijking met hun aluminium hoogstandjes met de nodige carbon onderdelen. En mijn versnelling met de twee versnellinghandeltjes op de framebuis is ook hopeloos verouderd. Tegenwoordig hebben alle fietsen twee klikhendeltjes op het stuur. Maar er zijn van die dure karretjes die veel moeilijker schakelen dan de mijne. En zij moeten net zo goed trappen om bij de helling op te komen als ik.
Ook lichamelijk heb ik niets te klagen. Helemaal geen last van spierpijn. Wobbe, onze fysiotherapeut kan aan mij niks verdienen. en ook mijn zitvlak houdt zich uitstekend. Sommigen smeren heel wat af op een dag. Zij zweren bij hun eigen smeersel. André heeft een hele bus uiervaseline meegenomen.
In Vranov belanden we op een camping temidden van restaurants en vakantiebungalows. Er wordt overal nog druk gewerkt om alles klaar te maken voor het toeristenseizoen. De camping is mooi gelegen aan een groot stuwmeer, niet eens zover van de Oostenrijkse grens. Een schitterende hangbrug, werkelijk een waar kunstwerk, leidt naar nog meer restaurants. Er wordt hier kennelijk op nogal wat euro's van de Oostenrijkers gerekend.
Op onze camping is niemand aanwezig. Telefonisch wordt de campinghouder opgetrommeld. Dan blijkt, dat de camping 1 juni pas open gaat. Ze hadden al bij herhaling geprobeerd contact te krijgen met de beheerder maar steeds geen gehoor gekregen. Na uitvoerig overleg is de beheerder bereid één toiletgebouw open te stellen en een monteur te laten komen om de douches klaar te laten maken. Het enige nadeel is dat ons terrein erg ongelijk is met nogal wat kuilen.

 

Dag 12 Vranov - Petronell Carnuntum.

 

Woensdag, 19 mei

Vranov - Petronell Carnuntum, afstand: 189 km.

Lieuwkje wordt in de ambulance afgevoerd

Vanmorgen, als de wekker gaat is het al direct lekker weer. Voor de verandering zijn de tafeltjes en klapstoeltjes buiten gezet voor ons ontbijt. Lammert Everts vertelt dat de voor vrijdag geplande rustdag verschoven wordt naar later in Roemenië. Lieuwkje, bedrijvig als altijd, loopt naar de auto om wat op te halen en "knak!" ………… jammerend valt ze op de grond. Haar ene been vertoont een vreemde knik; het onderbeen is gebroken.
Grote consternatie. Met een stoelpoot leggen Wobbe en Cor een provisorische spalk aan. De ANWB- alarmcentrale geeft aan: bel de ambulance en dan naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Binnen 20 minuten is de ambulance ter plaatse, het been wordt met behulp van een luchtspalk gestabiliseerd en Lieuwkje wordt op een brancard in de ambulance geschoven. Mindert en Lammert rijden er in de Opel achteraan.
Wij gaan door met onze tentjes af te breken en vervolgen de normale ochtendroutine. We zullen toch wel verder moeten. Ruim acht uur zitten we alweer op de fiets, voor het eerst meteen zonder arm- en beenstukken. Tsjibbe en Wobbe rijden nu alleen voorop.
De stemming is in eerste instantie duidelijk bedrukt. Hopelijk valt de beenfractuur mee. Het is voor Lieuwkje en Lammert wel heel erg sneu, ze hadden zich zo op deze tocht verheugd.
We mogen gebruik maken van het toilet in de kapsalon De route wordt nu aanmerkelijk vriendelijker: licht glooiend, prima wegdek en de wind in de rug. De gang zit er behoorlijk in en voor we er erg in hebben zijn we al bij de eerste rust.
De grensovergang bij Laa a/d Thaa verloopt voorspoedig en in Oostenrijk fietsen we vlot door. In Prinzendorf an der Zaya houden we pauze op het dorpspleintje tegenover een kapsalon. Van de eigenaresse mogen we allemaal van haar toilet gebruik maken.
Het wordt steeds weidser en een stevige wind in de rug voert het tempo aardig op. Het fietsen gaat me hier gemakkelijk af, ook als het mijn beurt is om op kop te rijden. Overigens mag ik ook niet ontevreden zijn over de afgelopen dagen met meer op en neer. Met een stevige aanloop zijn de meeste klimmetjes in een redelijk groot verzet te nemen. Dat kost aanmerkelijk minder inspanning dan wanneer je de hele helling met klein verzet op moet zwoegen. Ik sta soms zelf verbaasd over de kracht in mijn benen.
Camping bij Petronell Carnantum Ook hier in Oostenrijk heeft elk dorp en elke stad zijn meiboom staan, een gigantisch hoge, kaarsrechte naaldboom met alleen in het topje nog wat takken en verder een glad gemaakte stam. Soms, zoals hier in Petronell Carnantum is de boom nog versierd met een krans rond de stam.
Nadat er in Weikendorf nog een derde pauze is ingelast - je staat er echt versteld van wat je elke keer weer naar binnen slaat - rijden we vlak voor Hainsburg over een prachtige brug de Donau over. Het kaarsrecht fietspad over de dijk langs de uiterwaarden geeft een schok van herkenning. Zomer 1994 zijn Truida en ik hier langs gefietst op onze tocht van Budapest naar huis.
Na de Donau slaan we rechts af, door Bad Deutsch Altenburg fietsen we naar Petronell Carnantum waar naast de tennishal een veldje is ingericht om onze tentjes op te zetten.

 

Dag 13 Petronell Carnantum - Komárom.

 

Donderdag, 20 mei

Petronell Carnuntum - Komárom, afstand: 150 km.

Vandaag gaat de route door de Donauvlakte. Het grote voordeel is dat de wegen lekker vlak zijn. Het nadeel is, dat er aan het landschap niet veel te beleven valt.
Pauze in Györ In Nickelsdorf passeren we de grens Oostenrijk - Hongarije. We wagen het erop en kiezen als karavaan voor de grensovergang voor het lokale verkeer. Officieel mogen alleen fietsers en buurtbewoners van deze overgang gebruik maken. Het andere verkeer moet gebruik maken van de overgang verderop op de vierbaansweg. Een vriendelijke vrouwelijke douanebeambte zet de regeltjes opzij en laat ons door nadat ze zich van het doel van onze tocht verzekerd heeft. De vrachtauto kan maar nauwelijks onder de slagboom door.
In Györ hebben we middagpauze op een grasveld naast de universiteit. Vooral de vrouwelijke studentes ontlokken heel wat commentaar. Dat heb je met mannen, die lang van huis zijn. Het is wat moeilijk Györ weer uit te komen. Dan volgt een eentonige rit, nu eens over een erg slechte weg en dan weer over een weg met veel autoverkeer. En het is erg warm vandaag.
Zonsondergang boven de Donau Ik heb vandaag mijn dag niet, trouwens ook bij de anderen is de animo om op kop te fietsen niet bijster groot. Ik ben blij, dat we in Komárom op de camping zijn. De camping ligt naast een Kurort en daardoor is de camping druk bezet. Er wordt besloten de grote tent niet op te zetten. In het overdekte zembad nog een paar baantjes getrokken, lekker verfrissend.
Er is telefonisch contact geweest met het thuisfront. Nadat in het Tsjechisch ziekenhuis het been van Lieuwkje in gips was verpakt zijn ze met z'n drieën in één ruk naar Friesland terug gereden. Lieuwkje had veel pijn. In Dokkum zal nu verder gekeken worden naar de fractuur. 's Avonds nog even het dorp in en uiteraard een blik op de Donau geworpen, de zon gaat net onder. Aan de overkant ligt Slovenië.

 

Dag 14 Komárom - Jaszapati.

 

Vrijdag, 21 mei

Komárom - Jaszapati, afstand: 201 km.

Omdat de grote tent niet afgebroken hoeft te worden staan we vandaag twintig voor acht al klaar voor vertrek. De afstand is vandaag volgens de route-informatie niet minder dan 192 kilometer en we moeten ook nog door Budapest.
Dwars door Budapest De route voert over een "rode weg" naar Budapest. Dat betekent over grote delen druk verkeer en dat op een slechte weg. Na de eerste pauze, als we al vrij dicht bij de hoofdstad van Hongarije komen, wordt het autoverkeer steeds drukker. Als je achterin de groep fietst hou je vaak je hart vast of het wel goed komt. Het autoverkeer trekt zich niets aan van het fietsverkeer. Achteropkomende vrachtauto's passeren regelmatig zonder zich wat van het tegemoetkomend verkeer aan te trekken. Op een gegeven moment dendert een betonwagen langs de groep fietsers terwijl drie grote vrachtwagens van de andere kant komen. Dat betekent knijpen en wringen. Gelukkig gaat alles nog net goed.
In Budapest gaan we in gesloten formatie achter Wobbe en Tsjibbe aan over de vierbaans weg en over de grote Donaubrug. Bij een stoplicht gaat Cor onderuit doordat het wegdek spiegelglad is door een spoor hydrauliekolie,dat uit een vrachtwagen is gelekt. Andere fietsers kunnen hem nog net ontwijken. We rijden in één keer goed enna een uurtje rijden we Budapest alweer uit.
Op de camping in Jaszapati De route voert ons nu in oostelijke richting. Aan de kant van de weg biedt een schaars geklede dame non-verbaal haar gunsten aan. "Daar mag je alleen maar naar kijken…….." Als we de stad al een eind achter ons hebben gelaten fietsen we over een eindeloze vlakte, een akkerbouwgebied vrijwel zonder bomen. Graan, maďs en zonnebloemen worden hier in hoofdzaak verbouwd. De bermen kleuren rood en paarsblauw van de klaprozen en de lupinen. Krekels sjirpen in het gras en kikkers kwaken in de sloot.
Na zo'n 200 kilometer op de fiets hebben we het ook wel weer gehad. Ik ben blij, dat in Jaszapati de camping meteen vooraan in het dorp is gelegen en niet nog eens 10 kilometer verderop zoals de routebeschrijving suggereerde.
Na uitvoerig overleg met de chef en de opperbaas krijgen we een apart veldje bij een geel logeergebouwtje toegewezen. De tent hoeft ook nu niet opgezet te worden. Het is weer een camping bij een thermal bad. Ook de douche ruikt naar zwavel.

 

Dag 15 Jaszapati - Artand.

 

Zaterdag, 22 mei

Jaszapati - Artand, afstand: 199 km.

De poesta in Hongarije

De route voert ons vandaag nog verder oostwaarts. Het landschap wordt nog steeds leger. Lange rechte wegen door uitgestrekte akkerbouwgebieden met een enkel groepje bomen en maar hier en daar een boerderij. Een paar keer staat er in de ruimte een bus waarmee een grote groep mannen en vrouwen is aangevoerd, die aan het wieden zijn. Een enkele keer passeren we restanten van de echte poesta. Een uitgestrekte grasvlakte met midden in het veld een enkele waterput met zo'n hefboom om water te putten. In de buurt grazen dan enkele kudden vee, die door een veehoeder in de gaten gehouden worden.
In Hortobagy bezoeken we een zigeunermarkt. Er is van alles te koop: manden, potten, hoeden en zwepen. Zelfs een schaakspel van houtsnijwerk is er te koop. Wel erg duur, lijkt mij. Aan de overkant van de weg zijn verschillende families eten aan het koken in een pot boven een houtvuurtje. Ook kan er paardgereden worden, echt een toeristische attractie dus. Verschillende mannen en vrouwen dragen de klederdracht van de poesta.
Zigeunermarkt bij Hortobagy We passeren een grote rivier, de Tisza. Het gebied is bijzonder rijk aan vogels. Vooral Cor en Henk herkennen vele soorten: zilverreiger, kwak, bruine kiekendief en de grote kiekendief. Zelfs de zeldzame wouwaap werd gespot.
Op de vlakte haalt de wind aardig aan. Op de trajecten voor de wind trapt het aardig aan maar bij tegenwind is het werken geblazen. "Je raakt achter de poest van die poester over de poesta!"
De planning is bij Szentpetrszeg de tenten op te slaan. Echter de kwartiermakers melden, dat er in de wijde omgeving van deze plaats niet een camping te bekennen is. Ook de plaatselijke politieagent kent geen kampeerterrein. De suggestie is zo'n 15 kilometer terug te fietsen waar we een verwijzingsbordje naar een camping hebben gezien. We besluiten toch maar twintig kilometer verder te fietsen naar Artand, zo'n vijf kilometer voor de Roemeense grens. Op de kaart staat daar een klein tentje.
Artand Gelukkig hebben we nu de wind in de rug en zwijgend trapt de groep met behoorlijke vaart naar het nieuwe einddoel van vandaag. In Artand is het even zoeken om de camping te vinden. Tsjibbe en Wobbe slaan af om ons eerst nog het hele, langgerekte dorp te laten zien voordat ze erachter komen dat de camping meteen vooraan in het dorp te vinden is, maar dan rechtdoor. "Dat is zeker om het moreel van de club te testen!"
We belanden bij allervriendelijkste Hongaren met een kleine kampeergelegenheid bij hun huis. Er is maar één toilet en één douche maar dat redt zich best. De dames mogen van het eigen sanitair van de familie gebruik maken. Ze hebben nog nooit zoveel kampeerders tegelijk gehad. Vanavond met Truida gebeld. Ze had de Elfstedentocht zonder noemenswaardige problemen uitgelopen. Knap!
's Nachts blijken alle bewoners in het dorp over één of meer honden te beschikken. Die houden elkaar - en ons! - de hele nacht wakker met hun geblaf.