corsica

KAPEL SANTO ELISEO,

woensdag, 1 september 2004



“Door het klimwerk een spectaculaire tocht naar de kapel Santo Eliseo hoog op de berghelling ten westen van Venaco. Zorg vanwege de hoogte voor beschermende kleding, genoeg water en suiker.” Onze reisbeschrijving heeft ons zeer benieuwd gemaakt wat de tocht van vandaag voor ons in petto zal hebben. Het klinkt in ieder geval best stoer. We hebben wel eens beter geslapen dan vannacht. De matras op ons bed is in het midden het slapst waardoor we allebei steeds naar het midden zakken. Dat rust niet comfortabel. Nadat wij vanmorgen een eenvoudig ontbijt hebben genuttigd, dat voor ons klaarstond in de bar bij het hotel, gaan we welgemoed op pad. Het lijkt weer een mooie dag. Langs hetzelfde pad langs de rivier de Misogno en over het boomstammentrapje weer omhoog naar Santo Pietro di Venaco, de bewoners zeggen Sant Pierre. Naast de kerk met klokgevel en fraai gebeeldhouwde deur vullen we onze flessen met het koele bronwater. We lopen in de richting San Eliseu het dorp uit, een brug over en dan langs een stroompje omhoog. Verderop staat nog een huis. Hier is het wat onduidelijk waar ons pad precies loopt. Langs de beek loopt een duidelijk betreden pad maar er is nergens een oranje stip te bekennen, dat kan het dus niet zijn. Opzij van het huis klimmen we dan via grote stenen omhoog en daar komen we inderdaad op een onduidelijk pad dat met oranje stippen is aangegeven. In het begin is het een beetje lastig te vinden maar gaandeweg wordt het gelukkig meer pad. De oranje stippen staan soms op een steen, soms op een boom. Soms ligt er zomaar ergens een enorm rotsblok. Een houten bruggetje is helemaal vermolmd, dat betekent schuifelend passeren. Langs het pad zijn borden bevestigd die de namen van bomen of struiken aangeven.
bergerie Albertina We komen langs de Bergerie Albertina. Een bergerie is een schuilplaats van gestapelde stenen voor de veehoeder, die zijn koeien, geiten of schapen in de zomer op de berghelling weidt. Verderop komen we nog verschillende keren zo’n bergerie voorbij in verschillende stadia van verval. Het bos wordt langzamerhand wat dunner en we komen op een soort weitje waar eindelijk weer eens een richtingbord naar de kapel wijst. Dan gaat het weer flink omhoog. Het is vaak meer klauteren dan lopen. Steeds heb je achterom kijkend een adembenemend uitzicht op de dorpjes in het dal en de bergen verder weg. Het licht- en schaduwspel van de overdrijvende wolken geeft een grandioos gezicht. kapel Santo Eliseo

Een kaarsje gebrand

Steeds als we denken dat we boven zijn is er om de hoek weer een nieuwe helling. Soms opeens na een ruiger gedeelte weer een bosje met beukenbomen. De rotsblok-ken worden groter en dan zien we – na zo’n 2½ uur klimmen – opeens het dak van het kapelletje. De deur van de kapel kan open en binnen steken we een kaarsje aan aan de grote kaars, die op het altaar nog brandt. De kapel is een bedevaartsplaats voor de bewoners van de omliggende dorpjes. Traditioneel op 29 augustus trekken zij dan in processie naar boven.
We zitten hier op 1555 meter hoogte en soms hebben we het idee, dat je de wolken aan kunt raken. Een halve kilometer verder op de bergkam staat een geitenhoeder voor zijn zomerstal. Als wij aanstalten maken om de terugtocht te aanvaarden staat hij plotseling op een grote rotsformatie boven ons. Hij is bijna even vlug als zijn berggeiten. Langs de oranje markering zoeken wij nu weer onze weg naar beneden.
Bergafwaarts vergt toch minder inspanning dan omhoog. Hier en daar dient een stapeltje stenen als markering. Na ongeveer een uur afdalen, afwisselend door ruigere delen en tussen mooie loofbomen komen we bij een bordje met de naam Sartellu erop. We volgen nu verder deze richting en volgen een smal dalend pad in een bos tot aan een droogstaande bron links van het pad. We zijn hier vlakbij het riviertje de Tovo. Onze route gaat hier weer een klein stukje terug en dan links over een smal stenig pad waar we half lopend half glijdend de bergflank afdalen tot we bij een breder zandpad uitkomen. We zijn dan al gauw weer terug in Santo Pietro.

Nul op het rekest

Het is nog veel te vroeg om naar ons hotel en wij besluiten terug te lopen naar Venaco. De weg kennen we inmiddels. Een knoestige kastanjeboom vinden we een foto waard. De vegetatie is hier uitzonderlijk rijk. Venaco is volgens onze reisgids een geliefde toeristenplaats aan de voet van Monte Cardo. Als we bij een restaurantje een salade willen bestellen krijgen we nul op het rekest omdat het klokslag drie uur is. Bij de vriendelijke buurman bestellen we een panine, een geroosterde stokbrood met ham en tomaat ertussen. We hadden inderdaad honger gekregen van de klim naar de kapel.
Op het weggetje naar het station groeien heerlijke dikke bramen, goed voor de dagelijkse portie vitaminen. Ik raak zo langzamerhand door mijn euro’s maar er is nergens in Venaco een pinautomaat, laat staan een bank te bekennen. Het stadje stelt in onze ogen niet zoveel voor met zijn moeilijk te doorgronden stratenpatroon dat erg bepaald wordt door de grote hoogteverschillen.
Het wordt zo langzamerhand weer tijd om ons hotel op te zoeken, lekker onder de douche. Een andere juffrouw in trainingspak dient het avondeten op. De wijn van gisteravond is niet meer in een gewone fles voorradig. Dus bestellen we maar een half flesje. Het avondeten bestaat uit een aardappel, wat onduidelijke groente en een stuk vlees dat hoofdzakelijk uit bot bestaat. Om de stemming er toch maar in te houden bestellen we nog maar een half flesje wijn. De kaas voor dessert bestaat maar uit één klein blokje. Onze conclusie is, dat het eten en ook de bediening in “Le Bosquet” aanmerkelijk beneden de standaard van Eigenwijze reizen ligt. Ook de Duitsers vinden het maar niks…………
 
naar de vorige dag naar inhoudsopgave vakantie Corsica naar de volgende dag