De plaats "Op Halfweg" in de 29e kavel op het Nieuwbildt.

Ontleend aan de artikelenreeks in de Bildtse Post
"De Boerderijen van St. Annaparochie" van H. Sannes (1951).



Deze 29e kavel, de laatste onder St. Annaparochie tegen de dorpsgrens met St. Jacobiparochie, was 31 morgen groot en werd in 1547 gepacht door Philips Jacobs voor 48 Caroli Guldens. Ruim een halve eeuw later, in 1638 zijn pachters: Gijsbert Clasen, Claas Cornelis en Gerrijt Dircx Keth. Deze laatste, burgemeester te Harlingen, kocht bij de verkoop der Nieuw-Bildtlanden door de Staten in 1638, 13 morgen in deze 29e kavel, terwijl Gijsbert Clasen eigenaar werd van de overige 18 morgen. De 31 morgen brachten in totaal 9032 guldens en 11 stuivers op, ruim 291 car.gl. het morgen. Gijsbert Clasen pachtte de laatste Oudbildtplaats zuid aan de Oudebildtdijk tegen de dorpsgrens met St. Jacobiparochie. Gerrijt Keth verhuurde zijn landen, hij bezat ook de halve 28e kavel benevens landen in de 30e kavel onder St. Jacobiparochie. Deze bezittingen zijn voor 1670 vererfd op Jan Ammama.

Oude kaart Op de 29e kavel stond al vroeg de huizinge. In 1672 heeft Ammama deze boerderij met bijbehorend land, totaal groot 30½ morgen met huisinge, schuur, "cleynhuys" c.a. in de 29e kavel en de gerechtigheid van de buitendijkse landen of Pollen ten noorden van de zeedijk verkocht aan een Harlinger combinatie, bestaande uit Auck Reyners wed. van Pieter Minnes Loenen voor ¼, haar dochter Iebeltje Pieters voor ¼, Pieter Pieters Oudaans voor ¼ en Freerck Claessen Braam ook voor ¼; voor 434 car.gl. het morgen. Deze zathe was toen in huur bij Willem Barthouts, die daaraan nog 5 huurjaren had voor 25 gl. 10 st. huur per morgen. De huur werd nog wel eens verlengd, Willem Barthouts is omstreeks 1695 overleden. Pieter Pieters Oldaans' dochter Grietje Pieters Oldaans trouwde met Alexander Wijdenburgh, later Ontvanger-Generaal van de Admiraliteit te Harlingen.
Willem Barthouts werd als huurder opgevolgd door Jelle Ofkes. In 1738 was de eigendom overgegaan op de heer Beernd van Wijdenburgh en pachter was Rinnert Baukes. Kort na 1740 is Rinnert Baukes overleden en in 1745 overleed zijn weduwe Lijsbet Tjommes. Op 23 juli van dat jaar was er inventarisatie "ten haren sterfhuize" op het Nieuwe Bildt onder St. Annaparochie ten presentie van de heer P. B. van Wijdenburgh als landheer en als grootste crediteur van de erfgenamen van wijlen Lijsbet Tjommes. Ze waren 3377 guldens huur achter. Wijdenburgh nam op 2 april 1746 de inventaris over op taxatie voor 1723 gulden. Een boerendrama in de 18e eeuw! En een goede landheer, want hij had ze - ondanks hun steeds toenemende schuld - op de plaats laten blijven. De plaats werd verhuurd aan Trijntje Sijbes, weduwe van Hendrik Philipsz en haar minderjarige zoon Sijbe Hendricksz. Voor 1000 car. gld. en 6 jonge hanen per jaar en onder de bepaling, dat de verhuurder zo vaak hij wilde op de plaats mocht komen, alleen of met gezelschap en dat alsdan zijn paarden gestald moesten worden en hij de voorkamer te zijner beschikking moest hebben.
Omstreeks 1764 is de eigenaar P.B. van Wijdenburgh overleden en op 2 mei 1768 heeft Ernst Willem van Wijdenburg, Raad en Advocaat-fiscaal van 't College der Admiraliteit in Friesland te Harlingen en tevens Grietman van Hemelumer Oldephaert c.s. deze 45½ morgen grote boerderij verkocht aan Tjepke Gratama, koopman te Harlingen, voor 430 c.gl. ieder morgen of totaal 19600 gl., "de huisinge daarin versmeltende". Siebe Hendriks was nu de huurder. Mei 1771 is hij van de plaats afgegaan want 9 april was er boelgoed: 15 paarden, 14 koeien, wagens, boerereeuw etc. Nieuwe huurder werd Atze Gerrits.

Op Halfweg In november 1772 werd in de herberg van Riemer Willems te St. Annaparochie ten verkoop aangeboden deze Nieuwe Bildtplaats groot 45½ morgen met huis, schuur en hovinge in de 29e kavel, door Juffr. Rinske Donker, wed. wijlen Tjepke Gratama te Harlingen. Koper werd Beert Jans Kuiken, huisman te St. Jacobiparochie voor 513 c.gl. het morgen of 23.383 gl. 10 st. totaal. De plaats is dan voor het eerst in Bildts eigendom. Beert Jans Kuiken is voor 1778 overleden; zijn weduwe Amarins Reinders en haar vier kinderen bleven eigenaars. Zij ging in 1781 een tweede huwelijk aan met Teunis Cornelis (later Crap). Deze Teunis Cornelis heeft in 1786 de plaats in gebruik genomen naast een eigen boerderij aan de Koudeweg. Maar in 1792 werd de Nieuw Bildtplaats verhuurd aan Waling Lammerts, die getrouwd was met Aafje Beerts Kuiken, dochter van Beert Jans Kuiken. Teunis Cornelis Crap was een vurig patriot en speelde een rol toen in 1795 de Fransen kwamen, hij werd lid van het Comité Revolutionair en in juni 1795 werd hij gekozen tot Representant van het Volk van Friesland. Hij is voor 1798 overleden en toen behoorde de boerderij dus weer aan de kinderen van Beert Jans Kuiken en Amarins Reinders, waarvan één, Aafje Beerts met haar man Waling Lammert deze zathe bewoonde en gebruikte.
Op 3 maart 1834 werd de zathe en landen met huis en schuur, dorshuis, stalling en hovinge, groot 45½ morgen, op 4 morgen na alles bouwland, publiek verkocht. Er werd op de eerste zitdag 328 guldens per morgen geboden, de landen direct en de huizinge mei 1834 te aanvaarden. Koper werd Klaas Boijens Wassenaar, landbouwer te St. Jacobiparochie en Assesseur (wethouder) van het Bildt. Hij was ook Dijksvolmacht van 't Nieuwe Bildt. De nieuwe eigenaar bleef te St. Jacobiparochie wonen en liet de aangekochte Nieuw Bildtplaats bemeïeren. Bij de boedelscheiding na diens overlijden in 1841 erfde Antje Klazes Wassenaar de Nieuwbildtplaats groot 45½ morgen. Antje Klazes trouwde 6 mei 1847 met Jarig Ouwes Koning en het jonge paar ging op de Nieuwbildtplaats wonen. Beide echtelieden zijn jong gestorven, respectievelijk in 1852 en 1854 en omdat de kinderen nog te jong waren om de boerderij aan te houden werd boelgoed op de zathe gehouden en de plaats werd voor 7 jaar te huur aangeboden.
De beide kinderen Ouwe Jarigs en Trijntje Jarigs Koning hebben zodra ze de kinderschoenen waren ontgroeid - dus rond 1870 - zelf de plaats in gebruik genomen. Trijntje trouwde er uit met Sijmen Klazes Rienks, boer in de Westhoek. En april 1873 haalde Ouwe Jarigs Koning zijn vrouw Aaltje Arjens Boyens Wassenaar op de plaats, waarvan hij na scheiding der ouderlijke goederen ook eigenaar geworden was. Ze bewoonden de plaats van 1873 tot 1879, toen ze na de dood van Aaltjes vader diens boerderij zuid aan de Oudebildtdijk, de laatste tegen de dorpsgrens met St. Jacobiparochie, betrokken. De Nieuwbildtplaats lieten ze bewonen door hun arbeider Eeltje de Jong. Dit duurde zo voort totdat Ouwe Jarigs Koning rond 1890 naar Huizum ging wonen. Nu werden beide plaatsen verhuurd: de Oudbildtplaats aan Gjalt de With en de Nieuwbildtplaats aan Pieter van der Staag. In 1898 nam de zoon van de eigenaar, Jarig Ouwes Koning met zijn zuster Antje de zathe zelf in gebruik. Zij bewoonden de plaats tot ongeveer 1909 toen ze een boerderij bij Leeuwarden betrokken. Later hebben ze zich aan de Oudebildtdijk onder Vrouwenparochie, oost van de Attesweg gevestigd.
Omstreeks 1909 werd de Nieuwbildtplaats verhuurd aan Jan Douwes Bierma, die in 1900 gemeenteraadslid was geworden en in 1908 wethouder (tot 1919). Op oudejaarsavond 1913 brak een hevige brand op de plaats uit waarbij de schuur en de stal met best vee verbrandde. De voorhuizinge bleef bewaard. Na de dood van de eigenaar Ouwe Jarigs Koning op 22 januari 1922 vererfde de plaats op zijn dochter Janke Ouwes Koning, getrouwd met P. Bontekoe, dokter in Hardegarijp. Omstreeks 1919 gingen Jan Douwes Bierma en zijn vrouw van de plaats waar ze als huurder werden opgevolgd door hun zoon Douwe Jans Bierma, die 1930 met zijn vrouw ging rentenieren aan de Oosterweg te St. Annaparochie. Toen kwam Klaas Jans Jensma, getrouwd met Tjitske Wijmenga, op de plaats. Klaas Jans Jensma was bekend om zijn beste paarden, bovenlanders. In de oorlog, 16 februari 1942 is door schoorsteenbrand de plaats in zijn geheel door brand verwoest. (Tot zover het artikel van H. Sannes in de Bildtse Post.)

de in 1942 afgebrande plaats Aan het door gemeenteveldwachter Durk Wierda zowel in het Nederlands als het Duits opgemaakte proces-verbaal ontlenen we het volgende:
Daarna hoorde ik verbalisant, Klaas Jensma, oud 41 jaar, landbouwer wonende op het Nieuwbildt no. 646 te St. Annaparochie, die mij het volgende verklaarde:
"Heden middag, te ongeveer 13½ uur, even na het eten, terwijl ik juist in de koestal was, kwam mijn vrouw hard loopende bij mij roepende: er is brand in de keuken! Dadelijk ging ik naar voren en zag toen dat de keuken waar wij in wonen, boven al geheel in brand stond. Dadelijk heb ik met mijn personeel maatregelen genomen om het vee te redden, wat ons lukt door dit eerst in het land los te laten. De brand woedde inmiddels door en was tot het dak van de schuur doorgedrongen. Intusschen waren er al veel menschen bij de boerderij gekomen, waardoor het lukte nog eenig huisraad en beddegoed te redden.
Ook heb ik nog juist mijn geldswaardige papieren kunnen redden. Verder is zo goed als alles verloren gegaan, daar alles zeer snel ging. Bijna alle huisraad en lijfdracht is verloren gegaan. In de schuur zijn verbrand: ongeveer 15000 kg stroovlas, 5000 kg geroot vlas, 4000 kg vlaszaad, 30000 kg 1e soort plantaardappelen met bakken, 20 baal consumptie aardappelen, 5000 kg hooi, 5000 kg stroo, 1000 zakken, 1 aardappelen sorteermachine met leesband, een autowagen en verder nog zeer vele kleine materialen. Ook alle distributiebescheiden van mijn vrouw en van mij en van mijn kinderen Jacobje en Amarins zijn verbrand. Ook de stamkaart van mijn arbeider Sijmen de Bildt, wonende alhier, die ik even moest gebruiken is verbrand. Wat de oorzaak van de brand betreft, deze moet vrij zeker zijn ontstaan in de schoorsteen van de keuken, daar anders nergens vuur in huis aanwezig was. Meer kan ik u niet verklaren."
Ik verbalisant verklaar alsnog dat het verbrande perceel is gelegen op het Nieuwbildt te St. Annaparochie ongeveer 1 km ten noorden van den Oudebildtdijk aldaar. De brand is ontstaan in de keuken aan de zuidkant van de boerderij, grenzende aan de koestal en de schuur. Tijdens den brand waaide er een sterke noord-oostenwind, en de brandweer van St. Annaparochie, die tijdig was gewaarschuwd kon vanwege de groote hoeveelheid sneeuw (*) niet ter plaatse komen. Van de boerderij zijn alleen de muren staande gebleven ...... den 16 februari 1942.


het vooreind Op 28 december 1942 wordt aan P. Bontekoe vergunning afgegeven voor de bouw van "een noodschuur" voor eigen rekening, ter plaatse van zijn afgebrande boerderij, in gebruik bij J.J. Jensma (zal K.J. Jensma moeten zijn), plaatselijk beteekend St. Annaparochie no. 646." Deze noodschuur is opgetrokken op de fundamenten van het achtereind van de afgebrande schuur en opgetrokken uit afbraaksteen. Het duurt vervolgens tot 18 augustus 1948 voor een bouwvergunning wordt afgegeven voor de herbouw van het woonhuis "de schoorsteenbekroning iets eenvoudiger te nemen". Architect is G.A. Heldoorn en als bouwkosten is een bedrag van ƒ 32.000,- ingevuld. Op dezelfde datum wordt vergunning verleend voor het bouwen van een vrijstaande poterbewaarplaats, getekend door dezelfde architect, geraamde bouwkosten ƒ 10.000,-. Eind 1953 is er nog een bijkeuken en autogarage bijgebouwd aan het woonhuis.
 
(*) in de marge is bijgetypt: op den toegangsweg naar de boerderij ter lengte van ± 1 km.

Wilt u (terug) naar de luchtfoto van "Op Halfweg", klik dan terug: