In 1983 trok de Leeuwarder Courant langs Friese dorpen en buurtschappen aan het einde van
een doodlopende weg. De tijd leek vaak geen vat te hebben op de afgelegen plaatsjes. Als vanzelfsprekend vloeiden de
generaties er in elkaar over. Slechts mondjesmaat sijpelde de moderniteit van gasaansluiting en elektriciteit er
door. Hoe staat het nu met de dorpen en gehuchten aan het 'voeteneind'.
Aflevering 10: Zwarte Haan
(slot)
Het is een instinctief verlangen dat rusteloze zielen drijft naar Zwarte Haan. Ze beklimmen de trap bij de
slikwerker en steken even hun kop boven de zeedijk. Al vlot vertrekken ze dan weer. Wat dergelijke figuren hier zoeken?
Misschien is het de eerlijkheid van deze afgelegen hoek, dit grensgebied tussen land en zee. De herkenbaarheid van
de heldere lijnen en rustige vergezichten van het uitgestrekte bouwland. De eenvoud ervan verbeeldt een staat van zijn
die de hedendaagse mens nooit meer bereiken kan.
Toch brengt de uitgestrektheid van het landschap ook een zekere onbestemdheid met zich mee. In de strakke lijnen
van de landerijen en de dijken schuilt koppige rigiditeit. Onverbiddelijk heeft de mens hier ingegrepen in de natuur,
er zijn wil aan opgelegd.
Gouden cirkel
Wie twijfelt of de mensheid een dergelijke almacht wel is toevertrouwd, wordt gerustgesteld als hij bovenop de dijk
de zee aanschouwt. Aan deze kant van de zeekering heerst nog altijd de grootsheid van de natuur: de zee die geeft en
neemt, ver verheven boven het menselijk gewoel.
Geloof het of niet, maar soms ervaart zelfs een nuchtere Bilkert hier momenten van haast mystieke schoonheid. Een
dubbele regenboog die achter de dijk het water in verdwijnt en oplost in een gouden cirkel, zeevogels als oplichtende
witte punten in het grauw van wad en water. Zwarte Haan, zegt men, is het einde van de wereld. Maar is het eigenlijk
niet het begin?
De eeuwige strijd tussen mens en zee wordt verbeeld door een standbeeld onder aan de dijk. Het is de slikwerker.
'Hij won land ut see, in weer en wyn. Skep foor skep, monnikewerk', staat er op het onderschrift. Buitendijks wordt
tegenwoordig de vrucht van zijn arbeid langzaam door de zee weer afgebroken. Wrang, maar het is tegelijk een vorm van
gerechtigheid, de wraak van de natuur.
Slingerhaan
De lieden die hier komen om uit te waaien, zijn in wezen dezelfde als degene die hier wonen. Vaak zijn het
eenzelvige figuren, niet eenzaam maar gesteld op hun afzondering. Het zijn vaak mensen die zich afkeren van de
dynamiek van het moderne leven en de regels van de maatschappij.
Van oudsher leefden op Zwarte Haan landarbeiders en vooral ook visserslui. Haringvissers die hun fuiken hadden
liggen in 'regels' langs de kust: "t Langhoofd', de 'Strúfpan', de 'Folharding', 'Slingerhaan'. De namen van de
plekken zijn al even mooi als de verhalen uit die vervlogen tijden.
De gebroeders Tymen en Barend Hemkes hebben nog heel wat meegekregen van dat ruige maar ook vrije leven. Hun
verweerde koppen zijn het bewijs dat ze hun hele leven hier aan zee hebben doorgebracht. Hun vader Willem was nog een
echte visserman. Zij zelf werkten als boerenarbeider, maar ook de broers waren vaak te vinden op het wad.
In hun schuur staat de Trijntje-Willem, een op schaal nagemaakte 'hirringboat', Daarmee gingen ze naar de Boschplaat
en de Richel. "De botten konnen wy met 'e hannen fange", zegt Barend. Het was een trucje dat ze leerden van Dirk Bouma,
de visserman van Koehool.
Langs de zee langs gaan, dat doen de broers nog altijd graag. Jutten, of ook wel bútsoeke op zijn Bildts. Vroeger
kon je alles gebruiken wat je tegenkwam, zegt Barend. Men had liet hier immers niet breed.
Misschien komt het door de ophoging van de dijk, maar de beleving van de natuur is anders dan
in het verleden. Het is alsof de zee verder van de mensen afstaat. Vanuit hun huiskamer konden de broers in hun jeugd
de wimpeltjes aan de masten van de boten zien. "En bij goed tij sagst ok de sailen", vertelt Tymen.
Wie vanaf de Nieuwebildtdijk het langs streekje huizen van Zwarte Haan rijdt, komt als eerste voorbij het woninkje
van Hans en Julia van Houten. De schooldirecteur krijgt een blije blik als het over jutten gaat. Met zijn drie dochters
Bente, Britt en Rixt gaat hij vaak op pad.
Vrijstaat
Stukken visnet, plastic tonnen, van alles gaat er mee naar huis. Het is een beetje de cultuur, het mooie van dit
gebied, zegt Van Houten in een mengeling van Nederlands, Bildts en Fries. "Het jutten is toch een gezamenlijk geheim,
het heeft een bepaalde heroïek."
Zelf komen ze oorspronkelijk uit Sneek en Heerenveen, maar hier voelen Hans en Julia zich thuis. Het is het vrije
leven aan een buitengrens, zegt het Stannebuurtster schoolhoofd. De mensen bepalen zelf de rebels en eigenlijk gaal
dat verba/end goed. "Het gezag laat zich maar heel af en toe zien. Het voelt hier als een vrijstaat", zegt Van Houten
met een glimlach.