Zwarte Haan, 16 december 2006

Trotse aantrekkingskracht

klik voor grotere foto

Oan it fuottenein

In 1983 trok de Leeuwarder Courant langs Friese dorpen en buurtschappen aan het einde van een doodlopende weg. De tijd leek vaak geen vat te hebben op de afgelegen plaatsjes. Als vanzelfsprekend vloeiden de generaties er in elkaar over. Slechts mondjesmaat sijpelde de moderniteit van gasaansluiting en elektriciteit er door. Hoe staat het nu met de dorpen en gehuchten aan het 'voeteneind'.

Aflevering 10: Zwarte Haan
(slot)

Het is een instinctief verlangen dat rusteloze zielen drijft naar Zwarte Haan. Ze beklimmen de trap bij de slikwerker en steken even hun kop boven de zeedijk. Al vlot vertrekken ze dan weer. Wat dergelijke figuren hier zoeken?

Misschien is het de eerlijkheid van deze afgelegen hoek, dit grensgebied tussen land en zee. De herkenbaarheid van de heldere lijnen en rustige vergezichten van het uitgestrekte bouwland. De eenvoud ervan verbeeldt een staat van zijn die de hedendaagse mens nooit meer bereiken kan.

Toch brengt de uitgestrektheid van het landschap ook een zekere onbestemdheid met zich mee. In de strakke lijnen van de landerijen en de dijken schuilt koppige rigiditeit. Onverbiddelijk heeft de mens hier ingegrepen in de natuur, er zijn wil aan opgelegd.

Gouden cirkel

Wie twijfelt of de mensheid een dergelijke almacht wel is toevertrouwd, wordt gerustgesteld als hij bovenop de dijk de zee aanschouwt. Aan deze kant van de zeekering heerst nog altijd de grootsheid van de natuur: de zee die geeft en neemt, ver verheven boven het menselijk gewoel.

Geloof het of niet, maar soms ervaart zelfs een nuchtere Bilkert hier momenten van haast mystieke schoonheid. Een dubbele regenboog die achter de dijk het water in verdwijnt en oplost in een gouden cirkel, zeevogels als oplichtende witte punten in het grauw van wad en water. Zwarte Haan, zegt men, is het einde van de wereld. Maar is het eigenlijk niet het begin?

De eeuwige strijd tussen mens en zee wordt verbeeld door een standbeeld onder aan de dijk. Het is de slikwerker. 'Hij won land ut see, in weer en wyn. Skep foor skep, monnikewerk', staat er op het onderschrift. Buitendijks wordt tegenwoordig de vrucht van zijn arbeid langzaam door de zee weer afgebroken. Wrang, maar het is tegelijk een vorm van gerechtigheid, de wraak van de natuur.

Slingerhaan

De lieden die hier komen om uit te waaien, zijn in wezen dezelfde als degene die hier wonen. Vaak zijn het eenzelvige figuren, niet eenzaam maar gesteld op hun afzondering. Het zijn vaak mensen die zich afkeren van de dynamiek van het moderne leven en de regels van de maatschappij.

Van oudsher leefden op Zwarte Haan landarbeiders en vooral ook visserslui. Haringvissers die hun fuiken hadden liggen in 'regels' langs de kust: "t Langhoofd', de 'Strúfpan', de 'Folharding', 'Slingerhaan'. De namen van de plekken zijn al even mooi als de verhalen uit die vervlogen tijden.

De gebroeders Tymen en Barend Hemkes hebben nog heel wat meegekregen van dat ruige maar ook vrije leven. Hun verweerde koppen zijn het bewijs dat ze hun hele leven hier aan zee hebben doorgebracht. Hun vader Willem was nog een echte visserman. Zij zelf werkten als boerenarbeider, maar ook de broers waren vaak te vinden op het wad.

In hun schuur staat de Trijntje-Willem, een op schaal nagemaakte 'hirringboat', Daarmee gingen ze naar de Boschplaat en de Richel. "De botten konnen wy met 'e hannen fange", zegt Barend. Het was een trucje dat ze leerden van Dirk Bouma, de visserman van Koehool.

Langs de zee langs gaan, dat doen de broers nog altijd graag. Jutten, of ook wel bútsoeke op zijn Bildts. Vroeger kon je alles gebruiken wat je tegenkwam, zegt Barend. Men had liet hier immers niet breed.

Misschien komt het door de ophoging van de dijk, maar de beleving van de natuur is anders dan in het verleden. Het is alsof de zee verder van de mensen afstaat. Vanuit hun huiskamer konden de broers in hun jeugd de wimpeltjes aan de masten van de boten zien. "En bij goed tij sagst ok de sailen", vertelt Tymen.

Wie vanaf de Nieuwebildtdijk het langs streekje huizen van Zwarte Haan rijdt, komt als eerste voorbij het woninkje van Hans en Julia van Houten. De schooldirecteur krijgt een blije blik als het over jutten gaat. Met zijn drie dochters Bente, Britt en Rixt gaat hij vaak op pad.

Vrijstaat

Stukken visnet, plastic tonnen, van alles gaat er mee naar huis. Het is een beetje de cultuur, het mooie van dit gebied, zegt Van Houten in een mengeling van Nederlands, Bildts en Fries. "Het jutten is toch een gezamenlijk geheim, het heeft een bepaalde heroïek."

Zelf komen ze oorspronkelijk uit Sneek en Heerenveen, maar hier voelen Hans en Julia zich thuis. Het is het vrije leven aan een buitengrens, zegt het Stannebuurtster schoolhoofd. De mensen bepalen zelf de rebels en eigenlijk gaal dat verba/end goed. "Het gezag laat zich maar heel af en toe zien. Het voelt hier als een vrijstaat", zegt Van Houten met een glimlach.



Er wordt immers wel eens een vuurtje gestookt waar dat feitelijk niet mag, en zijn drie jonge dochters kunnen al prima autorijden. Die vrijheid om te doen en laten wat je wilt, is wat het gezin bindt aan Zwarte Haan. "De mensen zijn hier trots op hun eigenheid. Ik herken die verbondenheid met je achtergrond, je roots. Trots is voor mij een mooie emotie", zo verwoordt de schooldirecteur zijn gemoed.

Achter het H.G. Miedema-gemaal, waar de Nieuwe Bildtdijkstervaart en het stroomgemaal samenkomen, wonen Wouter en Jelly Wieling. Toen in 1973 het gemaal werd gebouwd, is ook hun huis, de dienstwoning er neergezet: adres Zeedijk 1. Wouter werd machinist. Als het gemaal aansloeg moest hij op Zwarte Haan als menselijk toezichthouder waken over de apparatuur.

Bij stormweer ging Wieling de dijk over om de noodschuiven te laten zakken. Hij weet nog van een storm halverwege de jaren zeventig. "De dyk wie doe noch net op hichte en it wetter sloech de dyk oer, en it wrakhout ek."

Het is het mooie van Zwarle Haan zegt Jelly, de elementen hebben hier nog vrij spel. De voorbije week bijvoorbeeld was het verschrikkelijk slecht weer. "Tonger en hagelstienen. It wie krekt as fergie de wrald." Toch zijn ze nooit bang geweest, achter de dijk voelden ze zich altijd veilig.

De inwoners van Zwarte Haan kijken dan ook wat meewarig naar alle drukte die nu over de sterkte van de zeedijk wordt gemaakt. Het asfalt op de zeekering was gruizig, nu ligt er een nieuwe laag. Noodzakelijk of geldverkwisting? Het zal allemaal wel, denken de Haansters.

Sinds een paar jaar draait het gemaal automatisch, het werk van Wouter Wieling zit erop. Toch kijkt hij alle dagen nog even bij de zee. Net als al die andere Bilkerts die in de ochtenduren de oude dijk af komen rijden, iedere dag opnieuw. "It heart by harren libben", zegt Wieling. "De see lukt sa ferskrikkelik en Swarte Hoane is it oantrekkingspunt."

Wouter en Jelly hebben inmiddels de dienstwoning van het waterschap gekocht. "Froeger moasten wy hjir wêze, en no wolle wy hjir net mear wei", zegt Jelly.

Smokkelaars

Zo door de week dan heerst de rust op Zwarte Haan, maar in het weekeinde is dat tegenwoordig heel wat anders. Dan kan je er over de koppen lopen, en kunnen de Wielings met hun auto haast niet weg. Het komt allemaal door de recreatie. Zwarte Haan is inmiddels een 'fietsrouteknooppunt'.

Voor Jacob Jensma en Loes Plantinga van het restaurant op Zwarte Haan is het hard werken, van 's morgens even over zessen tot vaak diep in de nacht. Vogelaars en middenstanders, toeristen en hoge politici, van alles krijgen ze over de vloer.

Maar daarbij blijven doet het niet. Er komen op Zwarte Haan ook ongenode gasten, vooral in het duister van de nacht. Dan staan er auto's waarvan je denkt, 'Wat moet dat hier', stelt Jacob. Het zijn in dergelijke gevallen niet altijd vrijende stelletjes die hier een rustig plekje zoeken.

Net als vroeger komen op Zwarte Haan nog altijd smokkelaars vanaf het wad de dijk oversteken. Dat behoort ook tot de romantiek van dit grensgebied.

Misschien is er steeds minder van het verleden op Zwarte Haan te vinden, en komen er in de weinige huisjes steeds meer Hollanders te wonen. Toch verblijft hier nog altijd een apart slag volk. Of ze nu iets zoeken, of juist iets achter zich willen laten, het zijn altijd mensen met een verhaal.

Hier vindt een ieder nog de rust en de ruimte om zijn gedachten te laten gaan. Het is zoals de Bildtse dichteres Ineke Schat schreef over haar geliefde streek. 'Wadden, wat kînstou hele, groate wonden worre klain deur dyn feergesichten.'

DIRK KUIKEN



De geschiedenis van Zwarte Haan reikt niet verder dat 1715, toen de huidige
zeedijk, de Poldijk werd aangelegd. Het eerste wat daarna op de hoek van
oude- en nieuwe dijk werd gebouwd, was de kroeg, tevens veerhuis en
logement. De familie Van der Zee baatte generaties lang het café uit,
tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Nu zit er alleen een
restaurant, met vanzelfsprekend de naam De Zwarte Haan.

De naam van Zwarte Haan heeft overigens niets met een haan te maken. Het is
een verbastering van het Friese hoarne of harne, dus eigenlijk gaat het hier om
een zwarte hoek. Het zwart zou mogelijk zijn afgeleid van het zwartgekleurde
zeewier dat langs de dijk in grote hoeveelheden werd aangetroffen, maar die
verklaring is niet zeker. Het verduidelijkt in ieder geval niet waarom de paar
huisjes even buiten Zwarte Haan, Rooie Haan worden genoemd.

Tot en met 1948 was er een veerdienst van Zwarte Haan naar Ameland, maar
door de aanleg van de Afsluitdijk veranderden de stromingen in de Waddenzee
en viel de aanlegplek droog. Ook met de visserij was het toen bijna helemaal
gedaan. In 2004 was er een plan om de veerdienst voor toeristen in ere te her-
stellen, maar tot nu toe is daar nog niets van gekomen.

Bron: Leeuwarder Courant
foto: Niels Westra

klik op foto voor vergroting