Nieuwebildtzijl, 28 mei 2007
Zeventig jaar samen onder aan de dijk
Door José Hulsing Het was op een dansavond in de jaren dertig in dorpscafé De Drie Gemeenten in Oude Leije dat bij Eeltje Tjepkema (95) en Baukje Wassenaar (93) de vonken oversprongen, "'t Waar liefde op 't eerste gesicht", zegt Baukje met een lach. Eigenlijk was het gek dat ze elkaar niet eerder ontmoetten, want hij woonde in Nieuwebildtzijl en zij woonde even verderop aan het streekje Kriegenbrug aan de Nieuwebildtdijk. Hoe dan ook, in 1937 trouwden ze, afgelopen zondag precies zeventig jaar geleden. Ondanks het huwelijksgeluk was het een moeilijke tijd. "'t Waren de krisisjaren. We mosten ons rede met fijf gulden in 'e week", herinnert Eeltje zich. "Hoe 't kon weet ik niet, maar 't kon", zegt Baukje. Zo'n 53 jaar woont het echtpaar nu onder aan de dijk in Nieuwebildtzijl, de plek waar Eeltje werd geboren aan het doodlopende Butendykswechy dat leidt naar het Noarderleech. Daar namen ze de boerderij van de ouders van Eeltje over. Samen hebben ze altijd hard gewerkt, vertelt hij. Naast het eigen land had Tjepkema ook een loonbedrijfje. Na de oorlog ging hij met de dorsmachine heel de provincie door. "Van Appelska tot an 'e Dongeradelen." Ook Baukje werkte, als kindermeid en bij de bakker. |
Ze kregen vijf kinderen. Drie jongens: Gerben, Jasper en Cees, en twee meisjes: Joukje en Willy. Gerben woont nog altijd bij hen thuis, "'t Weunt hier prachtig. Frij en stil en flakbij see", zegt Eeltje. Toch is de plek niet zonder gevaren. Bij zware stormen ging het er soms woest aan toe, zo dicht bij de zeedijk. Het was een keer zo erg dat de sierborden van de muur sloegen. "Soa skudde 't linnenbehang hyn en weer", weet Baukje nog. De gelijmde borden hangen er nog altijd. Na de landsaneringen in de jaren vijftig kreeg het gezin het beter. "We hewwe goed boerd", zegt Eeltje. Toen hij stopte met werken konden ze genieten van hun vrije tijd. Tot een aantal jaar geleden fietsten de Tjepkema's nog veel, tot aan Harlingen en Dokkum toe. Nu rijdt Eeltje nog wel eens naar de zeedijk, maar Baukje komt niet veel meer buiten: de benen willen niet meer. Toch zijn er nog veel die even de hand opsteken als ze langs het huis van de Tjepkema's rijden, voor een ommetje op de zeedijk. "We hewwe 'n hoop kunde", glundert Eeltje. "En wy binne nag och soa gesond", zegt Baukje. Het echtpaar denkt daarom nog helemaal niet aan een verhuizing naar een verzorgingshuis. "Ik sou niet wete hoe 't ik der de dâg omkrije most", zegt Eeltje. Bron: Leeuwarder Courant |