Oudebildtzijl, 5 januari 2008

Explosief materiaal

In een schuur in Oudebildtzijl werd in 1992 een grote partij drugs en explosieven gevonden. Wat zat daarachter?
De partij semtex die de politie 7 november 1992 in een schuur aan de Nieuwebildtdijk vond, was genoeg om half Friesland op te blazen

Het is vrijdag 6 november 1992 als aan de voet van de dijk ten noorden van Oudebildtzijl een bestelbusje stopt. Twee mannen laden bruine kartonnen dozen uit en zetten die in een schuur aan de Nieuwebildtdijk. Zij merken niet dat rechercheurs hen in de gaten houden.

Politie en justitie speuren sinds enkele maanden naar de leiders van de Deltagroep. Om deze Amsterdamse topcriminelen te pakken te krijgen, zetten zij criminele infiltranten in en hebben zij een partij hasj ongemoeid vanuit de Amsterdamse haven naar het noorden van Friesland laten vertrekken.

Om er zeker van te zijn dat de drugs echt in de schuur aan de Nieuwebildtdijk zijn beland, klimt een politieman 's avonds via een raampje aan de achterkant van het pand naar binnen. Omdat hij niet betrapt wil worden bij zijn 'inbraak', doet de rechercheur geen licht aan. Op de zolder ontdekt hij de bruine dozen. Vier minuten later staat de speurder weer buiten en meldt hij de resultaten aan de leiding van het interregionale rechercheteam (IRT) in de Randstad.

De teamleiding en justitie vinden de hoeveelheid drugs deze keer zo groot, dat ze besluiten in te grijpen. Op zaterdagochtend krijgt Anton Contant, het hoofd van de Friese Criminele Inlichtingendienst (CID), een tip over de schuur met softdrugs in Oudebildtzijl. Wat Contant niet te horen krijgt, is dat het drugstransport gevolgd is door het IRT.

Dat wil voorkomen dat de Friese politie zelf een uitvoerig onderzoek instelt en arrestaties verricht. Want een van de mogelijke verdachten is een informant van het IRT. Via hem wil het team informatie verzamelen om de leiders van de Deltagroep te kunnen arresteren en dat moet de Friese rijkspolitie zeker niet dwarsbomen.

Onwetend doorzoeken de Friese rechercheurs op zaterdag 7 november de schuur vlakbij de Waddenzee. Tot hun grote ontzetting



De criminelen van de Delta en de IRT-affaire

In het diepste geheim start het interregionaal rechercheteam (IRT) Noord-Holland/Utrecht in 1992 de Operatie Delta. De rechercheurs speuren naar de opvolgers van de geliquideerde topcrimineel Klaas Bruinsma. Om de kopstukken van deze Deltagroep uiteindelijk te ontmaskeren, laten de opsporingsinstanties ongemoeid tonnen drugs door.
Deze drugstransporten leggen een van de bekendste Nederlandse onderwereldfiguren geen windeieren. Mink Kok verdient er tientallen miljoenen mee, schrijft VN-verslaggeefster Marian Husken in haar onlangs verschenen boek over de carričre van de topcrimineel. Als de politie op 7 november 1992 in Oudebildtzijl op de grote partij drugs en explosieven stuit, komen Kok en zijn vriend Jan Femer in beeld.
Maar het IRT-team ontmantelt de criminele organisatie niet. In de herfst van 1993 merkt de nieuwe teamleider Johan van Kastel van de Amsterdamse politie welke omstreden opsporingsmethodes zijn rechercheurs gebruiken. Ze laten niet alleen drugs door, maar zijn ook begonnen met het opzetten van een eigen cocaďnelijn, meldt Van Kastel bij de korpsleiding in Amsterdam. Die wil daar de verantwoordelijkheid niet voor dragen.
De commotie die bij politie, justitie en de ministers ontstaat, leidt in december 1993 tot opheffing van het IRT-team. De gegevens die IRT-rechercheurs tijdens de onderzoeken hebben verzameld, mogen niet meer worden gebruikt als bewijsmateriaal in strafzaken.
Officier van justitie Fred Teeven sluit in 1998 met toestemming van de top van het Openbaar Ministerie een deal met Mink Kok. Zij voeren zeker tien gesprekken. In september 1999 wordt de crimineel gearresteerd wegens de grootste wapenvondst die ooit in Nederland is gedaan. Terwijl hij in de cel zit, wordt hij opnieuw aangehouden voor de moord op drugshandelaar Jaap van der Heijden. De rechtbank spreekt hem in juni daarvan vrij.

vinden zij niet alleen 4115 kilogram hennep en 564 kilo xtc-pillen ter waarde van 60 miljoen gulden. Op de zolder ontdekken zij drie koffers, twee grijze en een rode. Daarin zitten in totaal ongeveer 130 kilo explosieven, waaronder 100 kilo semtex en ruim tweehonderd ontstekingsmechanismen. Ook vinden zij een revolver, een alarmpistool en 25 handgranaten. En daar wist ook het IRT niets van af.

De Friese politie arresteert de bewoners van het huis dat achter de schuur staat. Het zijn oud-brandweerman Jan en weduwe Betty uit Amsterdam. Volgens de buurtbewoners staan zij goed bekend en zijn het behulpzame mensen. Wat de Friese politie op dat moment ook niet weet, is dat Betty de vroegere buurvrouw is van Mink Kok, een kopstuk uit de Nederlandse onderwereld. Haar zoon Danny B. en de anderhalf jaar oudere Kok zijn al jaren met elkaar bevriend.

AUTO IN DE NACHT

In de nacht na de inval zien patrouillerende agenten uit Menaldumadeel omstreeks drie uur een auto in de berm staan, op zo'n 500 meter van de schuur waar de drugs en explosieven gevonden zijn. In de blauwe Volkswagen Jetta zitten drie mannen. Een politieman noteert het kenteken en vraagt de bestuurder om zijn papieren. Die heeft hij niet bij zich en de auto is niet van hemzelf maar van een vriend.

De mannen vertellen dat ze op weg zijn naar Sexbierum en dat ze verdwaald zijn. Een van de agenten ziet achterin de auto een zakje met witte handschoenen liggen. Het is dichtgeplakt met tape die ook bij de huiszoeking is gevonden. De politie ziet geen aanleiding om de mannen aan te houden en sommeert ze te vertrekken.

Voor de zekerheid beschrijven de dienders de nachtelijke ontmoeting met het drietal in een proces-verbaal dat bij het IRT belandt. De Friezen weten niet om wie het gaat, maar het IRT inmiddels wel. Aan de hand van de mobiele telefoons van het drietal in de auto, stelt het IRT vast dat Mink Kok, Jan Femer en Donald G. die nacht in de wagen zaten. Maar ook dat vertellen ze de Friese politie niet.

Meer arrestaties naar aanleiding van de drugs- en wapenvondst blijven uit. Op donderdag 11 november 1993 laat officier van justitie Klaas Bunk in de Leeuwarder rechtbank weten dat "het onderzoek naar de organisatie die verantwoordelijk is geweest voor de opslag van de drugs en de explosieven tot zijn grote spijt geen enkel resultaat heeft opgeleverd". Zo blijven de activiteiten van het IRT ook voor de rechters verborgen.

MARKTKOOPMAN

Jan en Betty ontkennen. De oudbrandweerman vertelt dat hij zo'n tien maanden voor de huiszoeking in een Leeuwarder kroeg in contact kwam met ene Ruud, een marktkoopman. Die zocht opslagruimte in de buurt van Leeuwarden. Hij kon de zolder in de schuur huren. Een week later bracht hij meteen zes dozen, vertelt Jan.

Kisten die te zwaar zijn, blijven beneden in de schuur onder een dekzeil staan. Er zit snoepgoed in, vertellen de sjouwers Jan. En in de dozen op zolder zitten sokken. De rechtbank spreekt Betty vrij en veroordeelt Jan tot anderhalf jaar gevangenis waarvan zes maanden voorwaardelijk. Volgens de rechters weet Jan in ieder geval dat er in de schuur dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen. Het Leeuwarder gerechtshof spreekt Jan op 31 mei 1995 in hoger beroep vrij wegens gebrek aan bewijs.

De oud-brandweerman gaat na zijn vrijlating op zoek naar marktkoopman Ruud, eerst in Leeuwarden en later in Amsterdam. Die laatste keer was hij vermoedelijk heel dicht in de buurt, want een week later werd hij op de Afsluitdijk klemgereden door drie Audi's met afgeplakte nummerborden. Uit een van de wagens stapte een man die alleen maar zei dat hij zich niet te veel in zijn eigen zaak moest verdiepen. De intimiderende mannen en auto's zouden agenten zijn geweest van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.

TRUUS DUISTERWINKEL

Bronnen: www.reporter.kro.nl; Marjan Husken, De criminele carričre van Mink K.; Bart Middelburg en Kuit van Es, Operatie Delta.

Bron: Leeuwarder Courant