Sint Jacobiparochie, 29 september 2007

Bildtse klei kraamkamer van zeldzame noten

Arie Bruin met walnootent

Boomkwekers uit zeven Europese landen hopen binnenkort op een gunstig bericht van Arie Bruin uit Sint Jacobiparochie. Hoeveel boompjes zal de enter van exclusieve notenrassen dit seizoen kunnen leveren? Bruin weet het pas na het jaarlijkse 'ogen tellen' van zijn moederbomen.

"Ik ent, dus ik ben", hangt er in een schuur bij boomkwekerij De Acht Plagen. Het symboliseert Arie Bruins passie voor de bomenkweek, een activiteit die hij combineert met een docentschap aan het AOC Friesland. Enten en kweken mag dan wel seizoenswerk zijn, de cyclus gaat het hele jaar door. De laatste entstukken hebben in april het erf nog niet verlaten of de nieuwe bestellingen komen alweer binnen. Als in september de meeste orders zijn geplaatst, bepaalt Bruin in hoeverre hij aan de vraag kan voldoen.

"Die is in ieder geval altijd groter dan het aanbod." En dat zegt wat, want Bruin levert jaarlijks ten minste vierduizend jonge boompjes af. Het geheim zit hem in de exclusiviteit: stuk voor stuk zijn het enten van gewilde notensoorten. Bruin biedt in totaal zo'n zestig verschillende rassen aan, niet alleen tientallen verschillende walnoten-varianten maar ook minder gangbare zwarte noten, hartnoten en boternoten.



De enige concurrent die beroepsmatig noten ent, zit in Zeeland. Van Bruins plantgoed is 60 procent export en gaat naar België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Engeland en Slowakije. De jaarlijkse inventaris van de nieuwe voorraad enten levert doorgaans weinig verassingen op. "Maar het is nodig om de kwaliteit vast te kunnen stellen", zegt Bruin. Met een blocnote in de hand gaat hij zijn honderd moederbomen langs om per ras het aantal takken met geschikte ogen, waaruit nieuwe bladstengels groeien, vast te stellen. In januari worden de takken verwijderd en kan het eigenlijke enten van de paar duizend boompjes beginnen.

Dat proces luistert nauw. "De afgesneden tak moet haarfijn om een onderstam worden geplaatst, anders krijg je geen resultaat." Alles draait om de cambiumringen, dunne eencellige lagen net onder de bast, die secuur op elkaar moeten aansluiten. "Het heeft mij jaren gekost om de routine op te bouwen die voor beroepsmatig enten nodig is."

Het totale kweektraject bestaat uit drie schakels. De onderstammen, of zaailingen, krijgt Bruin van leveranciers uit Brabant en België. Na het enten kweekt hij de nieuwe boompjes een paar maanden op tot een hoogte van enkele decimeters. Tenslotte gaat het jonge groen naar de bomenkweker, die het laat uitgroeien tot 'echte' bomen van twee of drie meter. Elke moederboom, zaailing of ent krijgt een permanent label met ras en afkomst. "Er staat veel op het spel", legt Bruin uit. "Als een klant honderd boompjes bestelt en acht jaar later blijkt dat er geen fatsoenlijke noten uitkomen, kan ik de tent wel sluiten."

Bron: Leeuwarder Courant
Foto LC/Catrinus van der Veen