Vrouwenparochie, 24 december 2007

Mensch, durf te leven

foto Catrinus van der Veen

Gewoon is uit. Het alledaagse is saai en passé. Beroemd en uniek willen we zijn, een ster op televisie, op het podium of op het ijs. Maar als iedereen bijzonder is, wat is dan nog gewoon? Een zoektocht naar het uitzonderlijke in Friesland.

Door Dirk Kuiken

Op weg naar school kwam ik vroeger altijd voorbij dat ene huis in Vrouwenparochie. Witgepleisterde muren, de kozijnen lichtblauw: een opvallend geheel tussen het standaard standgroen en roomwit. En dan stond er boven de deur ook nog die ene spreuk: 'mens durf te leven'.

Die paar woorden bezaten een vreemde aantrekkingskracht. Ze droegen de belofte in zich van een ontsnapping uit het grauwe en kleingeestige van het platteland, van 'dat doarp dat niks oars koe as dy mei in goare finger nei te wizen', om met de dichter Tsjêbbe Hettinga te spreken.

Het was vooral ook een oproep om jezelf te durven zijn; anders dan een ander. Of om in het hedendaagse jargon van zelfhulpboeken te spreken: alleen wie werkelijk leeft, vindt zijn ware ik.

Maar die spreuk in Froubuurt droeg ook een vraag in zich. Want jezelf zijn, hoe doe je dat, en waar valt dat gedurfde leven eigenlijk het best te leven? Voor wie de jeugd heeft, is het antwoord eenvoudig: in ieder geval ver weg van het bedompte Friese platteland. Wie durt te leven moet toegeven aan de verlokkingen van de grote stad.

    Fragment uit 'Mensch, durf te leven
    Dirk Witte (1885-1932)

    Je kop in de hoogte, je neus in de wind,
    En lap aan je laars hoe een ander het vindt!
    Hou een hart vol warmte en van liefde in je borst,
    Maar wees op je vierkante meter een Vorst!
    Wat je zoekt kan geen ander je geven!
    Mensch, durf te leven!



Daar immers kijkt niemand vreemd op van de gebruinde bodybuilder die gekleed in slechts een string tot diep in de winter door de straten skate. Daar heerst de rauwe energie, de opwinding van het onbekende. In de stad wijken de dwingende ogen van de dorpse moraal voor de open blik van de wereldburger.

(.....)

DOEN WAT IK DOEN

Maar wie nu door het Friese landschap rijdt - per auto uiteraard - ontkomt niet aan de tekenen van de moderne tijd. Het letterlijke hoogtepunt daarvan is onbetwist het levenswerk van Abe Bonnema: de Achmeatoren, het architectonisch visitekaartje van Leeuwarden. Waar nog niet zo lang geleden de veeboeren hun borrel dronken, rijst nu aan de Lange Marktstraat de steen geworden abstractie van rechte lijnen en scherpe hoeken ferm omhoog.

Of de toren nu mooi is of niet, hij heeft voorgoed de beleving van het land van Jopie Huisman veranderd. Het mysterie van wat er achter de horizon zou zijn, is kwijt. Nergens kan men zich nog alleen en een met de omgeving wanen. Het gewoel van de stad werpt zich via de toren over het land vooruit.

Je zou kunnen zeggen dat het platteland daarmee ook definitief zijn onschuld heeft verloren, en daardoor zijn we allemaal inmiddels een beetje mensen van de stad. Of we daar ooit naartoe getrokken zijn of niet.

Maar valt het uitzonderlijke, de waarlijke authenticiteit van ons echte 'ik' dan wel ergens terug te vinden? Laatst ben ik eens teruggereden naar Vrouwenparochie, en heb bij dat witte huis aangebeld. Bij Peteren Aagje Dijkstra om precies te zijn.

'Mens durf te leven', de spreuk valt nog steeds boven de deur te lezen, al zijn het nu plakletters in plaats van echt verf. Zijn mem had het er altijd over, was het niet een lied van ene Jan Witte "ofsoa", zegt Peter Dijkstra terwijl hij wat in de tot rommelmarkt omgebouwde garage staat te prutsen. Bij hun trouwen hebben ze de spreuk maar boven de deur geschilderd. Dat is nu ruim veertig jaar geleden.

Je moet de mensen in hun waarde laten, dat is zo ongeveer wel het betekent, zegt Dijkstra. "Ik doen wat ik doen", en verder moeten de mensen niet zo lullen over elkaar. Wijze woorden. Misschien schuilt in de eenvoud dan toch het grootste geluk.

Bron: Leeuwarder Courant, Kerstbijlage
foto Catrinus van der Veen