Buitenpost, 4 mei 2007
Jasper Keizer doorbreekt taboe Friese verraders
Foute Friezen tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de specialiteit van Jasper Keizer (76) uit Buitenpost. Deze week kwam zijn nieuwe boek uit: De zwarte wagon, over Landwachters en stiekeme verraders. Het wordt tijd voor vergeving, vindt de amateur-historicus. " Myn heit soe sizze: 'Hoe krijst it yn 'e harsens om sa te skriuwen.'" Door André Horjus "Ut waar geweldig man. We saten altyd by de see." Jasper Keizer vervalt in zijn moedertaal, het Bildts, als hij vertelt hoe hij als tiener in Oude Bildtdijk de oorlogsjaren ervoer. Brandbommen en mijnen spoelden aan, maar ook pamfletten van de geallieerden of resten aluminiumfolie, gebruikt om de Duitse radars te misleiden. Reuze spannend. "Kinst rustig stelle dat wij as kienders hele mooie jaren had hewwe." Een enkele keer kreeg de jonge Jasper het echt spaans benauwd. Bijvoorbeeld toen hij oog in oog stond met 'de Rooie Kleermaker'. Een beruchte commandant van de Duitse post Zwarte Haan. Jasper had net twee onderduikers gewaarschuwd dat de commandant in aantocht was. "Ik sjoch him noch foar my mei syn brune learene glacé moffen. In klap tsjin myn wang en der lei ik yn de hage." Sinds de jaren zestig is de oorlog opnieuw zijn hobby, maar dan met een volwassen blik. De voormalige basisschool directeur schreef vijf boeken en tientallen publicaties over dit onderwerp. Honderden Friezen die heulden met de vijand werden al met voor- en achternaam genoemd in zijn boek 'Dienen onder het hakenkruis'. Ook zijn nieuwe boek 'De zwarte wagon' - afgeleid van de code die het Bolswarder verzet gebruikte als de Landwacht per tram in aantocht was - staat vol met namen. Dit keer zijn Friese leden van de Landwacht aan de beurt. Vervloekt, verafschuwd en bespot. Deze paramilitairen waren herkenbaar aan zwarte uniformen met een rode band om de linker arm. Ze hielpen de Duitsers op vaak brute wijze bij het opsporen van onderduikers en het bestrijden van het verzet. Maar ook de voor het oog brave burgers zonder uniformen, die stiekem hun man, buurman of collega verlinkten, komen in het boek aan bod. Keizer baseert zijn informatie op tientallen gesprekken met betrokkenen en uit rechtbanken krantenarchieven. Volgens hem is sprake van een gat in de landelijke en regionale oorlogsgeschiedenis. "Oer de foute kant is folie minder skreaun as oer it ferset, mar dy swarte bledside heart der ek by. |
Sommige families neemt Keizer in bescherming. "Ik ha faak beloofd: wat se my yn fertrouwen fertelle, meld ik net." Slechts vijf personen heeft hij de afgelopen jaren bewust niet met naam genoemd. Waarom honderden anderen wel en zij niet? "Om 't dit bisteftige minsken wienen. Dy hawwe it sa mal dien. It soe de bern of de bernsbern bot kwetse. Der haw ik begryp foar." Zo weet Keizer bijvoorbeeld wie de werkelijke verrader was van Tamme van der Veer op het distributiekantoor in Buitenpost in 1942. Van der Veer overleed na een zeer hardhandig verhoor. Niet NSB'er Wierd Veenstra, zoals lang is gedacht, maar een andere collega had hem aangegeven. De zoon van Veenstra vroeg Keizer onderzoek te doen en zo kwam hij in contact met de echte dader. De schrijver wil deze naam ook niet noemen. "Soms kinne jo better swije. De famylje wennet hjir ek noch. Dy man hie noch folie mear op syn gewisse. Hy hat my yn fertrouwen syn skuld bekend." In veel andere gevallen is de familie juist blij met publicatie, stelt Keizer. Na zijn laatste boek kreeg hij tientallen telefoontjes van familieleden. "Se wienen ôfgryslik tankber. De minsken yn it doarp wisten it dochs wol, mar it waard deaswijd." Keizer herinnert zich de woorden van een oud-SS'er uit Bakkeveen. "It is in befrijing. Wat bin ik bliid dat jo it op papier set hawwe" Soms voelt de Buitenposter zich ook een halve therapeut. "Moatst ris witte hoefolle tillefoantsjes ik krij fan bernsbern dy't wolris witte wolle wat as pake en beppe no eins dien hawwe yn 'e oarloch." De schrijver waarschuwt in zijn boeken voor een al te harde opstelling. "We hoege net te ferjitten, mar wy moatte al in kear ferjaan. Dizze minsken hawwe harren straf faak al mear as han." Zelf kiest hij een genuanceerde benadering. "Mar wy prate fan efter ús buro. Myn heit - in hiele fűle man - soe mei de eagen fan doe sizze: 'Hoe krijst it yn de harsens om sa te skriuwen. Yn dy tiid wie alles swart-wyt, goed of fout. Begryplik yn it spanningsfjild fan dy tiid. Wat NSB betsjutte wisten we net, mar dy minsken wienen net te fertrouwen. Punt út." Dat deze mensen misschien ook goede kanten hadden, was ondenkbaar. "Sa as dy boer by ús yn it doarp. In NSB'er dy't ek űnderdűkers halde. Dat heardest pas nei de oarloch." Oud-verzetsmensen zijn opvallend genoeg vaak milder in hun oordeel dan anderen, heeft Keizer ervaren. "Der soest ferbitenheid ferwachtsje. Mar it is krekt as binne dy der mei yn it reine kaam." Jan Hagel De meer dan driehonderd Friese (hulp)Landwachters waren vooral actief in het oostelijk deel van de provincie en kwamen uit alle lagen van de bevolking. Van fabrikant en arts tot bakker en betonwerker of timmerman. Vooral de beruchte Leeuwarder 'bende van vijf' ging zich te buiten aan misbruik van macht en drank. Landwachters, veelal afkomstig uit NSB-kringen, riepen bij de bevolking haat en spotzucht op. Omdat ze vaak provisorisch bewapend waren met jachtgeweren, luidde hun bijnaam 'Jan Hagel'. Minstens 156 vonden de dood door toedoen van de Landwacht. Soms vielen ze in directe confrontatie met Landwachters, veel vaker nadat ze naar concentratie- of strafkamp waren afgevoerd. |
Bron: Leeuwarder Courant