Sint Annaparochie, 10 augustus 2007

Een eigenwijze kop-hals-romp

Vanuit het zuiden heeft Sint-Annaparochie een nieuw gezicht gekregen. De belangrijkste ontsluiting, de benauwde Warmoesstraat, is een volwassen autoweg geworden en aan de rand van het dorp is een kloeke rotonde gelegd. Juist daar is een representatief gebouw verrezen dat de bedrijvige rafelrand van De Wissel met de mantel der architectonische zorg grotendeels aan het oog onttrekt.

Het nieuwe gebouw van Wonen Noordwest Friesland: een eigentij-des kop-hals-romp.

Sint-Annaparochie is niet gelouterd door de Middeleeuwen. Maar het relatief jonge dorp heeft toch een ontwikkeling doorgemaakt dat aangename binnenkomsten heeft opgeleverd. Aan Middelweg en Stadhoudersweg staan monumentale boerderijen, burgerwoningen en schilderachtige arbeiderswoningen met een geleidelijke verdichting naar het centrum toe.

Alleen vanuit het zuiden, de belangrijkste entree, was het zicht onaantrekkelijk door bedrijfs-bebouwing van grimmige loodsen en hier en daar kantoorpukkeltjes. Daar is recent verandering in gekomen. Waar de tot verkeersweg omgetoverde Warmoesstraat overgaat in de Hemmemaweg is aan de rotonde, ter verwelkoming van bewoners en gasten, een interessant bouwwerk neergezet. Het maskeert de bedrijfsgebouwen en het meet zich op eigentijdse wijze met de monumentale boerderijen.

Het bijna voltooide gebouw is het nieuwe kantoor van een van de belangrijkste bedrijven van Het Bildt en omstreken: Wonen Noordwest Friesland. Het is een corporatie die zo'n 4500 woningen beheert. Sint-Annaparochie ligt in het centrum van haar gebied. Het is een van de grotere woningbedrijven van Friesland, in 1970 gevormd door het samengaan van verenigingen, stichtingen en gemeentelijke woonbedrijven van de toenmalige gemeenten Het Bildt, Menaldumadeel, Ferwerderadeel, Franekeradeel en Barradeel.

Het woningbedrijf heeft in Sint-Annaparochie tientallen jaren verstopt gezeten achter in de Grietmansstraat, op het schellinkje. Binnenkort kan het zich presenteren op de eerste rang, prominent aan de zuidelijke entree van de hoofdplaats van Het Bildt.

Het gebouw moest een veelheid aan functies herbergen. Kantoren, werkplaatsen en magazijnen van verschillende aard. Er wordt dan vrijwel altijd gekozen voor een grote werkhal in een formaat en vorm die de praktijk eist, zo goedkoop mogelijk. Het kantorenfront mag wel iets uitstralen en wordt in de baksteen gezet en voorzien van een overluifelde ingangspui. Armoedige bouw voor waar het geld wordt verdiend en architectuur voor het gedeelte waar het geld wordt uitgegeven.



Wonen Noordwest Friesland heeft gekozen voor een samenhangend concept. Een gebouw dat zich als een geheel voordoet en waar de verschillende functies toch van kunnen worden afgelezen. Heel vanzelfsprekend en eigenlijk klassiek, zoals bij een kop-hals-romp-boerderij.

Hier is er een hoog, slank voorhuis; drie verdiepingen met een zadeldak. De hierop volgende hals springt niet in, maar juist flink uit en heeft twee verdiepingen waarbij het kapschild in een tragere hoek uit de voet van het zadeldak is gesleept. D atzelfde is gebeurd bij het weer aanzienlijk bredere stalgedeelte.

Het levert een spannende hoofdvorm op die in de afwerking overal dezelfde verzorgde materialisatie kreeg. In het slanke hoge front zitten de kantoren voor administratie, techniek en projectbureau en de vergaderzalen, in de hals de ontvangstruimten voor publiek en andere representatieve ruimten en in de brede lage schuur zijn de werkplaatsen, magazijnen en de aannemerij.

Doeke van Wieren van GDA Architecten uit Burdaard ontwierp het gebouw. Aan de zuidzijde zijn grote glaspuien aangebracht, waardoor optimaal gebruik wordt gemaakt van de natuurlijke lichtinval. Deze kan getemperd worden door uitwendige amellenbanen die per werkruimte kunnen worden bediend. Zo zal de belangrijkste zichtzijde een dynamisch beeld opleveren.

De andere wanden zijn geopend met smalle, van vloer tot plafond reikende vensters die per verdieping alternerend zijn geplaatst in geprofileerde kozijnen van grijze kunststeen en onder forse lateien. Ze verlevendigen het vrij strenge gebouw aanzienlijk.

Het metselwerk boven de kloeke betonnen plint is op het eerste gezicht heel gewoon, van een gemêleerd rode baksteen. Er is een fraaie verfijning in verwerkt; meer dan een geintje. Er zijn afwisselend twee kleuren baksteen toegepast: paars en volrood. Ze zijn bovendien in twee formaten baksteen vermetseld, steeds twee lagen dikke en twee lagen dunne stenen.

Toch is het vooral de ruimtelijke geleding met de geleidelijke overgang van slank en hoog naar breed en laag die het gebouw cachet verleent.

PETER KARSTKAREL

Bron: Leeuwarder Courant
Foto LC/Wietze Landman