Boston, 20 oktober 2007

Bilkert speurt in Boston naar oorzaak kanker

Floris Foijer zoekt in gezelschap van Nobelprijswinnars naar de oorzaak van kanker. Foto: Maartje Blijdenstein

Hij komt uit Het Bildt en doet nu belangrijk kankeronderzoek in de Amerikaanse stad Boston. "Het is een geweldig inspirerende onderzoeksomgeving", zegt Floris Foijer. Toch komt hij zeker terug naar Nederland.

Dankzij drie Nobelprijswinnaars voor geneeskunde kreeg vorige week de knock-out muis grote bekendheid. Aan de diertjes is genetisch zo geknutseld, dat bepaalde genen zijn uitgeschakeld. Bijvoorbeeld om kankervorming op te wekken. Voor Floris Foijer (31) is de knock-out muis in Boston dagelijks gezelschap. Hij werkt er met muizen waarbij een rem op de woekering van borstkankercellen genetisch is uitgezet. Daardoor kan hij zijn fundamentele onderzoek naar oorzaken van kanker doen.

Foijer werkt sinds februari in Boston aan de Harvard Medical School met een beurs van Kankerbestrijding KWF. "Het is een geweldige ervaring", zegt hij. "Er zitten Nobelprijswinnaars op loopafstand, bij wie je kunt binnen stappen om iets te vragen. Er zijn heel veel slimme mensen en er is veel geld."

Op een dubbeltje kijken de kankeronderzoekers in Amerika niet. "Er wordt niet moeilijk gedaan over laboratoriumfaciliteiten die je nodig hebt, je krijgt ze gewoon. Ik voel me niet meer geremd om geld uit te geven voor mijn onderzoek."

De aanloop naar Boston begon in Het Bildt op de lagere school. Op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden ontstond tijdens de biologielessen de belangstelling voor DNA en moleculaire biologie. Dat bracht Foijer naar de Wageningen Universiteit om bioproces-technologie te gaan studeren.

STOPKNOP

Omdat de medische kant van de biologie hem meer trok, zocht hij een afstudeerproject buiten Wageningen, bij het Nederlands Kanker Instituut (NKI). Daar ging hij eerst op zoek naar een gen dat de defecte 'stopknop' op deling van kankercellen zou kunnen activeren. Dat bleek er niet te zijn.

Vervolgens zocht hij bij het NKI naar een mogelijke tweede rem op delende cellen en naar de genen die daarbij zijn betrokken. Dat leidde tot een belangrijke ontdekking, waarover hij publiceerde in een gezaghebbend internationaal vakblad en waarop hij promoveerde. Hierop volgden nog vier wetenschappelijke publicaties over dit onderwerp.



Wat bleek? Cellen beschikken inderdaad over een extra bescherming tegen ongewenste deling. Die tweede 'knop' bevindt zich in een latere fase van de celdeling: als het DNA al is gedupliceerd, maar voordat de chromosomen worden gesplitst.

Via het weghalen van groeifactoren (eiwitten) kan de werking van die knop zo worden beïnvloed, dat die niet alleen de ongewenste deling verhindert, maar er bovendien voor zorgt dat de kankercel sterft.

Genezing is er nog niet onmiddellijk van te verwachten, zegt Foijer. Het onderzoek is nog niet in een klinische fase. Maar het is wel heel belangrijk om te weten hoe kanker ontstaat, hoe je het vroeg kunt opsporen en kunt aanpakken zonder veel schade aan gezonde cellen aan te richten.

Terwijl anderen dit veelbelovende onderzoekspoor verder volgen, zit Foijer in Boston inmiddels op een andere weg. Hij bestudeert de vraag of chromosomale instabiliteit een hoofdoorzaak van kanker kan zijn.

De Harvard Medical School

INSTABILITEIT

Bij een geslaagde celdeling worden de chromosomen, waarop het DNA is vastgelegd, netjes gesplitst en verdeeld over de nieuwe cellen. Maar soms gaat het mis, dan krijgt de ene cel meer dan de andere (chromosomale instabiliteit). Bij kanker is de controle op de chromosoomsplitsing veelal defect.

Het onderzoek met de knock-out muizen moet aantonen of dit chromosoomprobleem een bijwerking is van kanker, of dat het een primaire oorzaak is. Bovendien gaat Foijer op zoek naar chemische verbindingen die chromosomaal instabiele cellen doden, maar weinig effect hebben op normale cellen. Die kennis kan ook weer bijdragen tot eerdere signalering van kanker en tot doeltreffender therapieën.

Als onderzoeker voelt Foijer zich in Boston als een vis in het water. Toch weet hij zeker dat hij na twee of drie jaar zal terugkeren naar Nederland om er aan een of andere universiteit verder te werken. "Amerika is een prima omgeving voor onderzoek, maar in die consumptie- en wegwerpmaatschappij wil ik niet blijven leven. Je kunt er niet eens je afval gescheiden inleveren."

CHIEL EVERS

Bron: Leeuwarder Courant
Foto: Maartje Blijdenstein