Berlikum, 10 februari 2005

Berlikum, de vergeten stad van Friesland

Leo Mudde

Olieverfschillderij van Willem Mook

Bolsward, Dokkum, Franeker, Harlingen, Hindeloopen, IJlst, Leeuwarden, Sloten, Sneek, Stavoren en Workum. Dat zijn, volgens de boekjes, de elf steden van Friesland. Er ontbreekt er één, onthulde VNG-magazine vorige week. Berlikum, amper tweeënhalfduizend zielen groot, zou zich ook een echte stad mogen noemen. En daarmee komt het aantal steden van Friesland op twaalf.

‘Berlikum een stad?’ De postbode kijkt verbaasd. ‘Dit is geen stad, het is een dorp. Kijk maar naar de winkels, je hebt hier niet veel. Voor de grote winkels gaan de mensen naar Sint Annaparochie, vijf kilometer verderop. Dáár hebben ze een Albert Heyn en een Aldi. Hier hebben ze allen wat kleine winkeltjes. Nee, ik noem Berlikum geen stad.’

Dat is Sint Annaparochie overigens ook niet, want ook die plaats ontbreekt in het lijstje van elf Friese steden. Net als de postbode is ook de vrouw die de plaatselijke Golff supermarkt (die is er wél) uitkomt verbaasd. ‘Ik woon hier toch al een flink aantal jaren, maar dat Berlikum een stad was, dat wist ik niet.’

De verwarring is groot, zo blijkt. Zelfs op het gemeentehuis van Menaldumadeel, waarvan Berlikum – of Berltsum, zoals de Friezen zeggen – deel uitmaakt, is geen consensus. De archivaris van de gemeente, Jan Metzlar, woont zelf in Berlikum. Hij kent de discussie, maar Berlikum is géén stad, zegt hij gedecideerd. In oude geschriften wordt weliswaar over de ‘stad’ Berlikum gesproken, maar een officieel document waaruit onomstotelijk blijkt dat de plaats over stadsrechten beschikt, is nooit gevonden. Wel kent hij de Lübeckse oorkonde uit 1355, waarin Berlikum en het naastgelegen Tutgum (het vroegere terpdorp Tutingum, op het grondgebied van het huidige Berlikum) als civitas worden vermeld, een stad dus. Ook wijst hij op de oude vermeldingen van een schout en diens schepenen in Berlikum, functionarissen die alleen maar in een stad konden bestaan. En toch, houdt Metzlar vol, is Berlikum géén stad. Want er is geen officieel document waarin het tegendeel wordt beweerd en zolang dat niet opduikt, blijft het aantal Friese steden beperkt tot elf.

Gemeenteraadslid Freerk Siegersma (Fryske Nasjonale Party) denkt er het zijne van. ‘Berlikum is wél een stad’, zegt hij. ‘In ieder geval zijn de aanwijzingen zo sterk, dat je van goeden huize moet komen om het tegendeel te beweren.’ Hij pakt het dorpslied van Berlikum erbij, dat eens in de drie jaar wordt gezongen. En jawel, daar staat het letterlijk: Berlikum is de twaalfde stad van Friesland.

Vikingen

Stad of niet, de geschiedenis van Berlikum gaat heel ver terug. In de negende eeuw werd het (toen nog) dorp vertrapt door plunderende Vikingen. De ellende was zo groot, dat volgens de overlevering de inwoners hun eigen honden moesten eten om te overleven. Een standbeeld van een hond herinnert hieraan. Metzlar: ‘Berlikum lag aan open zee, de Middelzee en was dus goed bereikbaar voor de Vikingen. Hier vertrokken ook schepen naar de Oostzee. Maar toen de Middelzee dichtslibde, stopte de ontwikkeling. Tot die tijd was Berlikum gelijkwaardig aan Leeuwarden.’

Een jaar of tien geleden kreeg de geschiedenis van Berlikum een nieuwe dimensie. Toen werden op twee plaatsen, Dresden en Austin (Texas), kaarten ontdekt van de Spaanse stadhouder Caspar de Robles. De kaarten vertellen het verhaal van de veldtocht van 1572 in de noordelijke provincies. Op de prent wordt ‘Belechom’, afgebeeld als een stervormig vestingstadje, belaagd door de geuzen; de Spaanse troepen, evenals hun tegenstanders bewapend met musket en degen, doen een dappere poging de vijand tegen te houden. Dat lukt uiteindelijk, de geuzen moeten zich terugtrekken, maar niet voordat zij de woningen buiten de vestingmuren in brand steken. Het is allemaal op de kaart te zien.

Stratenpatroon

Metzlar: ‘Van de stervormige verdedigingswal is nu niets meer terug te vinden. Toch is het oude stratenpatroon nog intact. De huidige hoofdstraat van Berlikum, de Buorren, was ooit de verbindingsweg tussen de toenmalige terpdorpen Berlikum en Tutgum. Op de kaarten van Robles is het de weg waarover de geuzen oprukken naar de stad.’

Maar de gebouwen die er in de tijd van de Spaanse overheersing stonden, zijn er niet meer. Het klooster Anjum bijvoorbeeld, ook door Robles vereeuwigd, leeft nu alleen nog voort als naam van de buurtschap Kleaster Anjum. En de kerk die op de kaarten staat afgebeeld, is in 1777 vanwege bouwvalligheid gesloopt. Op dezelfde plek werd een koepelvormige kerk gebouwd, nu nog altijd de blikvanger van Berlikum.

In het dorp zelf blijkt uit niets dat Berlikum wellicht een heuse stad is. Een regiofunctie heeft het slechts als uitgaanscentrum. Op zaterdagavond verdubbelt het aantal inwoners doordat jongeren massaal naar café het Hof van Holland en discotheek The Dance Factory komen. Speciaal voor de af- en aanrijdende bussen – zelfs uit Noord-Holland komen ze, als in Den Oever de kroegen dicht gaan – zijn door de gemeente draaicirkels aangelegd, waar ook de streekbus nu dankbaar gebruik van maakt. Een mobiele toiletvoorziening naast het Hof van Holland moet het wildplassen tegengaan. Dat urinoir is het enige wat je niet verwacht in een dorp. Voor het overige is Berlikum stil, is het winkelaanbod bescheiden en moeten jongeren vijf (Sint Annaparochie) of twaalf (Leeuwarden) kilometer fietsen als zij naar de middelbare school gaan – net als in alle andere Friese dorpen.

Vechten

Ook in een ander opzicht is Berlikum een dorp. Raadslid Siegersma, geboren en getogen in Berlikum: ‘Het verenigingsleven is heel sterk. Mensen zijn erg actief. Ook in vergelijking met andere dorpen. Wanneer je hier als raadslid een bijeenkomst van Dorpsbelang bezoekt, zitten er zo tachtig mensen in de zaal. In andere dorpen praat je met een bestuur van vijf of zes mensen. Ik denk dat het komt doordat we hier altijd hebben moeten vechten om iets voor elkaar te krijgen. Als de bevolking niet zo voor zichzelf zou opkomen, kwam hier niets van de grond.’

Toch is het volgens Siegersma aan valse bescheidenheid te wijten, dat Berlikum z’n stedelijk verleden nooit heeft uitgevent. Dat het nu door vrijwel iedereen als een dorp wordt beschouwd (‘Als Sloten zich een stad mag noemen, waarom Berlikum dan niet?’), zou volgens het raadslid best eens kunnen worden teruggevoerd op een Fries onderonsje. ‘Het kan best zijn dat de Hemmema’s, de familie die Berlikum decennialang bestierde, de stadsrechten bij het dobbelen hebben verloren aan de Sjaardema’s in Franeker. Uit stukken blijkt dat ze met tachtig florijnen naar Franeker togen. Nou, dat maakte je toen niet op aan koffie.’

In Berlikum troosten ze zich met de gedachte, dat meer steden aan belang hebben ingeboet nadat ze door het dichtslibben van de zee werden afgesloten van hun belangrijke bron van inkomsten. Troje, bijvoorbeeld, dat later toch eeuwige roem verwierf. Maar Troje werd aan de vergetelheid ontrukt door ene Homerus. Misschien dat de nieuwe Dichter des Vaderlands, bijna-Fries Driek van Wissen uit Groningen, de taak op zich kan nemen om de geschiedenis van Berlikum in een Fryske Ilias te gieten. Met dramatische ingrediënten als plunderende Vikingen, hondenetende Friezen en brandstichtende geuzen mag dat geen probleem zijn.

Bron: VNG-MAGAZINE