Muziek en Dyslexie: handleiding voor docenten instrumentaal onderwijs
Inleiding
Een persoonlijk woord vooraf
Er is grote uitval van leerlingen in het instrumentale onderwijs die problemen hebben met dyslexie. In het najaar van 1998 ben ik begonnen om daar een studie van te maken, teneinde deze leerlingen vruchtbaar muzikaal onderwijs te kunnen geven. Ongeveer 10% van de bevolking heeft dyslexie in meer of mindere mate. Dat betekent dat gemiddeld één op de tien van uw leerlingen dyslexie heeft.
Het eerste deel van mijn onderzoek bestond uit het opzoeken en lezen van literatuur en informatie via zoekmachines op het internet. Er volgden gesprekken met deskundigen op dit gebied. Over dyslexie en het leren lezen is heel veel te vinden. Er zijn zeer uiteenlopende theorieën. Over dyslexie en instrumentaal onderwijs is nauwelijks iets gepubliceerd. Uit het gepubliceerde onderzoek over en observaties van dyslectici - al gaan zij niet direct over muziekonderwijs - kunnen wij veel lering trekken en het geleerde toepassen op onze lespraktijk.
Vervolgens heb ik een proefproject op Muziekschool Noord te Amsterdam uitgevoerd - Dwarsfluit Oriëntatie - dat dertien weken duurde. De cursus was gratis, op het plastic Yamaha dwarsfluitje na. Middels contacten met scholen in het basisonderwijs hebben tien kinderen tussen acht en elf jaar deelgenomen aan het proefproject. Natuurlijk is dertien weken onvoldoende om het lange termijn verloop van het leerproces te bestuderen. Wel kon ik constateren dat de leerlingen allerlei extra taken van school mee naar huis krijgen en/of extra lessen bij deskundigen volgen i.v.m. hun dyslexie. Daardoor is de tijd, energie en concentratie om thuis dwarsfluit te oefenen minder.
In dit boekje -- in hernieuwde uitgebreide uitgave verschenen september 2005 -- geef ik eerst een korte uitleg over dyslexie en een opsomming van moeilijkheden die zich voor kunnen doen. Met de nadruk op kunnen, want de problemen die zich aandienen zijn per dyslectische leerling anders. Het is belangrijk om steeds het individu te zien en niet naar conclusies te springen. "Hoe constateer je dyslexie?" laat zien waarop wij kunnen letten om te constateren of een leerling misschien dyslectisch is.
Ik heb extra aandacht besteed aan het probleem van faalangst. Met een juiste aanpak kunnen muziekdocenten bijdragen in het verminderen van faalangst. Juist daardoor leveren wij, docenten, een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van het zelfvertrouwen bij een kind.
Het hoofdstuk "De Gave van Dyslexie" benadrukt de positieve inbreng van dyslectische leerlingen. Hebben wij de gave en inzicht om vanuit hun sterke kanten en creativiteit het musiceren te begeleiden? Kanttekeningen geven een keerzijde aan dit idee.
Bij de "Praktische Tips" heb ik - naast mijn eigen ervaringen - informatie uit boeken en hints van mededocenten op een rijtje gezet. Zonder volgorde van belangrijkheid. U kunt daarvan de vruchten plukken die bij uw situatie horen. "Toetsing, Examens en Dyslexie" geeft u een aantal punten om doeltreffender de kennis bij dyslectische leerlingen te toetsen.
In het hoofdstuk "Nuttige Aantekeningen" kunt u mijn samenvattingen en notities vinden vanuit de literatuur. Deze zijn gekleurd door mijn zoektocht naar betekenisvolle klanken voor de instrumentale docent.
In Appendix 1 kunt u lezen over mijn "leservaringen met dyslectische leerlingen". Appendix 2 bevat een paar "voorbeelden van huiswerkopdrachten voor beginnende dyslectische leerlingen". Grote letters met veel beelden.
FAQ's -- "Vaak Gestelde Vragen met antwoorden" vindt u in het nieuwe hoofdstuk Appendix 3. Appendix 4 is een "lijst van geraadpleegde literatuur en personen."
Voor mij is het een boeiende studie geweest. Ik ben benieuwd naar uw reacties en bevindingen in uw eigen lespraktijk. Heeft u interesse dat ik een lezing/workshop geef in uw instelling over Dyslexie en Instrumentaal Onderwijs, kunt u ook contact opnemen. U kunt mijn boek ook bestellen. U kunt schrijven naar: Judith Pertz Postbus 17167 1001 JD Amsterdam Email: muziek-dyslexie@xs4all.nl
Judith Pertz
Postbus 17167
1001 JD Amsterdam
020-6266578
Email:
muziek-dyslexie@xs4all.nl
Kent u het verhaal van de blinde mannen die het verschijnsel olifant onderzochten? Er ontstonden verschillende scholen omtrent dit bijzondere beest. Er was de school die de "Olifant als een muur" aankondigt. Hun broers waren van het kamp de "Olifant als een touw." Steeds luider wordende kreten kwamen van het wetenschappelijk onderzoek dat zonder twijfel bewees dat de "Olifant als een Pilaar" de enige waarheid bevatte. En dan niet te vergeten de leden van de kult "Olifant als Slang" die elkaar dagelijks met water bespoten..
Zo zijn er meerdere theorieën over het verschijnsel dyslexie. Vaak wordt het onderzoek ernaar opgezet om de theorie te bevestigen. Intuïtie en vindingrijkheid hebben ook allerlei schijnbaar tegenstrijdigheden opgeleverd. Elke "school" schildert de andere scholen af als vals, verkeerd of zelfs gevaarlijk. Moderne wetenschap ontdekt steeds beter de fysieke aantoonbaarheid en werking van dyslexie in de hersenen.
De volgende feiten zijn er:
Een andere studie beweert dat er evenveel dyslexie is bij meisjes als jongens. "Boys' reading disabilities are indeed identified more often than girls', but studies indicate that such identification is biased. The actual prevalence of the disorder is nearly identical in the two sexes." (Zie Sally Shaywitz. "Dyslexia" Scientific American november 1996)
Hieronder geef ik een korte samenvatting van diverse theorieën over de oorzaak en behandeling van dyslexie (in een willekeurige volgorde):
Ik heb wel geconstateerd dat dyslectici meer vooruit, achteruit en plotselinge sprongen maken tijdens verhoogde hersenactiviteit, b.v. onder spanning. 'Onder spanning' kan zijn b.v. een uitvoering of een vraag om de aandacht te verdelen tussen twee activiteiten. Het zeggen van "Let op de ademhaling" terwijl de leerling een stuk speelt kan al genoeg zijn om deze sprongen te veroorzaken. Het helpt de leerling dan als je je vinger onder de te spelen noot of maat houdt tijdens het spelen of een witte bladzijde onder de regel. (jlp)
Braams haalt het voorbeeld aan dat bij normale mensen, na autopsie, blijkt dat de linker hersenhelft een taalgebied heeft dat veel groter is dan hetzelfde gebied aan de rechterkant van de hersens. Bij dyslectici zijn beide gebieden even groot. Wat de fonologische verwerking (een linkerhersenhelft activiteit) niet ten goede komt.
Het lijkt mij wel dat het vergrote "rechter taalgebied" een voordeel kan zijn, in plaats van een nadeel. Dit verklaart wellicht de snelle associaties en vindingrijkheid die dyslectische leerlingen tonen. (jlp)
Onder leiding van Ruissenaars, Hoogleraar Orthopedagogie, is aan de Universiteit van Leiden onderzoek gedaan naar de theorie dat dyslectische kinderen moeite hebben met het automatiseringsproces, niet alleen bij fonologische taalverwerking. Zij hebben veel meer herhalingen nodig om zich de stof eigen te maken. Hun korte termijn geheugen gaat moeilijk over in lange termijn geheugen. Op het moment snappen zij iets wel, echter de volgende dag zijn zij het helemaal vergeten.
Bergit Jaarsma heeft onder de Hoogleraar Ruissenaars studie gemaakt over het leren van het notenbeeld door dyslectische en niet dyslectische kinderen van dezelfde intelligentie en leeftijd. Hiermee wilde zij aantonen dat niet alleen de fonologische verwerking moeilijk was, maar dat er veel algemener verwerkingsproblemen waren. In één serie van haar experimenten leerden de kinderen (middels verschillende spelletjes) de noten a,b,c,d, op de notenbalk te lezen op notennaam, zonder instrument of klank. Een deel van de kinderen waren dyslectisch en de controle groep niet. De dyslectische kinderen maakten in verhouding meer terts vergissingen. Het duurde verder langer om de leerstof eigen te maken dan de normale kinderen van dezelfde intelligentie.
Als docent heb ik veel inspiratie opgedaan met dit boek. (jlp)
Elke methode van het probleem zien geeft een andere wijze van handelen aan om dyslexie te genezen of te verhelpen. Er wordt soms verhaald van wonderbaarlijke genezingen, van langdurige problemen die dan door de gewezen methode genezen. Dat laatste lijkt mij onwaarschijnlijk. Uitgaande van het idee dat dyslexie veroorzaakt is door een hersenafwijking, wordt een dyslectische leerling geholpen om met zijn handicap om te gaan.
Daarnaast is het duidelijk dat een deel van de vooruitgang bij een cliënt komt door het feit dat de persoon gerichte aandacht krijgt. Daardoor ontwikkelt hij/zij meer zelfvertrouwen. Daarom is in mijn betoog steeds de aandacht gevestigd op de houding en respons van de docent op de leerling. (Zie "De afstemmingsstrategie bij spellingproblemen," W. van Werkhoven, Vakgroep Kinderstudies, Rijksuniversiteit Utrecht. Meer info is te vinden in mijn hoofdstuk "Nuttig Aantekeningen.")
Het goed structureren van de leerstof is een basisbehoefte. Omdat de dyslectische leerling niet te veel tegelijk op kan nemen, is het nodig om de leerstof goed te doseren. Wij moeten de leerstof in een logische volgorde presenteren. Het werkt zeer goed als één aspect van de techniek per les of per periode het hoofddoel is, zodat de leerling optimaal zijn aandacht daarop kan richten. Geef de leerling - pas na een aantal weken met goede resultaten in verschillende vormen - een vervolg instructie. Maak de stap van verbinding met het eerste zo eenvoudig en logisch mogelijk.
De afstemming tussen docenten in methoden en terminologie is belangrijk. Sommige kinderen hebben snel een beeld van het totaal; ze zien "hoe het in elkaar zit." Het is verwarrend voor gitaarleerlingen om b.v. eerst tabulatuur te moeten leren lezen en daarna het notenschrift. Om zich alle onderdelen eigen te maken hebben zij een consistente leerstrategie nodig van de docent of samenwerkende docenten. Als docent 1 spreekt over "één-tels noot" en docent 2 over "kwart noot" kan dit onnodig verwarring veroorzaken.
Niet alleen dyslectische leerlingen hebben hier moeite mee. (jlp)
"Ben je moe of heb je minder concentratie, heb je meer last van dyslexie. Ook soms bij veel stress." (Volgens Arja Elshout, een volwassen dyslectische dwarsfluitleerling.)
Dyslexie en instrumentaal onderwijs
Het is soms als docent mogelijk om de nieuwe, voor ons onverwachte, impulsen positief te kunnen gebruiken in de les. (jlp)
Niet alle dyslectische leerlingen vinden het makkelijk om op gehoor te spelen. Zij kunnen ook toondoof zijn. Met toondoof bedoel ik dat een leerling het verschil in toonhoogten niet kan onderscheiden en dus ook niet nazingen of naspelen. (jlp)
Het aanleren van vaardigheden kan lang duren. Omdat het vertraagde proces van automatiseren van leerstof en handelingen een belangrijk kenmerk is van dyslexie, kan het aanleren van fysieke vaardigheden ook veel tijd vergen voor de dyslectische leerling. Sommige leerlingen hebben een snelle motoriek, anderen wat trager. Dit staat, net als intelligentie, los van het effect van dyslexie.

Het plezier in het musiceren moet voorop staan, niet de moeilijkheden.
Wij zijn niet in staat om de diagnose dyslexie te stellen. Daarvoor zijn uitgebreide tests en interviews nodig. Die worden verzorgd door specialistische instituten. De problemen die dyslexie veroorzaakt bij het leren zijn volgens sommige deskundigen niet anders dan leerproblemen bij alle kinderen -- ze zijn alleen hardnekkiger. Waar kan je op letten?
En wij weten allemaal dat kinderen makkelijker een instrument leren spelen als ze gewend zijn om thuis te zingen.(jlp)
Door de reactie van het kind in het algemeen kan je een idee krijgen of je te maken hebt met een kind met een lage intelligentie of met een dyslectisch kind. (jlp)
In het leesonderwijs noemt men dit "spellend lezen", elke letter hardop zeggen en dan proberen een bekend woord uit de klank op te maken. (jlp)