Het geslacht Delsman(n) is afkomstig uit het plaatsje Ascheberg in Westfalen, gelegen ca. 25 kilometer ten zuiden van Münster en ca. 100 kilometer ten oosten van de Nederlands-Duitse grens. Ascheberg telt vandaag de dag ongeveer 12.000 inwoners, en hoewel het gelegen is aan de belangrijke Autobahn Ruhrgebiet (Düsseldorf-Dortmund)-Bremen/Hamburg en de grote industrieën van het Ruhrgebiet vlakbij zijn heeft het veel van zijn landelijke karakter behouden.
Ascheberg bestaat traditioneel uit een aantal kernen. Naast het dorp Ascheberg en het gehucht Davensberg wordt het merendeel van het oppervlakte gevormd door de zogenaamde Bauerschaften, groepen van vijf tot tien boerderijen. Ascheberg kent vier Bauerschaften: de Nordbauerschaft, de Osterbauerschaft, de Westerbauerschaft en de Hegemer of Lütke Bauerschaft (ten zuiden van het dorp). Na de gemeentelijke herindelingen van 1975 is een nieuwe gemeente Ascheberg gevormd, waarvan het zuidelijker gelegen dorp Herbern eveneens deel uitmaakt. Het totale oppervlakte van de gemeente beslaat ca. 106 km2.
De oude Saksische naam van het dorp is Askarberge, hetgeen 'nederzetting (berg/burg) omgeven door essen' betekent.
Het geslacht Delsman ontleent zijn naam aan een boerderij die gelegen is in de Nordbauerschaft van Ascheberg. De eerste vermelding van deze boerderij dateert van 1453, toen een zekere Albert, afkomstig van de boerderij Hülsbusch in het nabijgelegen dorp Ottmarsbocholt, introuwde op de boerderij. De boerderij wordt op dat moment als ' wüst' gekenmerkt, waaruit kan worden afgeleid dat ze enige tijd verlaten is geweest.
De boerderij ligt fysiek in de Nordbauerschaft maar maakte organisatorisch deel uit van een complex van goederen, verspreid liggend over Ascheberg, dat veelal wordt aangeduid als de zgn. 'Hüninghove'. De belangrijkste boerderij hiervan was de vrijwel gelijkgenaamde Huninghova of Hüninghof, die voor de eerste keer in de Freckenhorster Heberolle rond het jaar 1000 wordt genoemd: Wiziko bi themo Huninghova tue molt gerston, m.a.w. Wiziko van de Huninghof dient twee molt gerst af te dragen aan het klooster Freckenhorst (een molt is een oude volumemaat uit het hertogdom Braunschweig-Lüneburg en is ongeveer gelijk aan 280 liter) .

Freckenhorster Heberolle (ca. 1000)
De Hüninghof ontleende zijn naam aan graaf Huno, stamvader van het huis Oldenburg, die afstamde van Widukind (Wittekind), hertog der Saksen en tegenstander van Karel van Grote toen deze rond 780 Saksen veroverde. Volgens de overlevering zou Karel de Grote, nadat hij Widukund verslagen had, zelfs zijn intrek op de Hüninghof genomen hebben. In 1059 stichtte Huno samen met zijn vrouw Willa (Guilla) en zoon Friedrich ten noorden van de stad Oldenburg het klooster Rastede, dat als 'startkapitaal' een grote hoeveelheid goederen in Friesland en Westfalen kreeg, waaronder de Hüninghove.
Op 22 oktober 1303 verkocht abt Arnold van het klooster Rastede de Hüninghove aan het bij Warendorf gelegen Benediktiner-klooster Liesborn:
Vendidimus et tradidimus (…) Gerhardo abbati et conventui monasterii Lysebornensis pro centum et quinquaguinta marcis denariorum Susaciensis et Osnabrucensis monetarum (…) duas curtes unam vl. in Betinchusen Coloniensis et aliam in Hüninchove Monasteriensis diocesum in partibus Westfalie sitas, per nos ex donatione perpetua nobilium sc. Hünonis et Wille uxoris eius ac Friderici filii eorundem a tempore, cuius non exstat memoria pacifice et quiete possessas.
De oorspronkelijke Hüninghof werd uit het hofverband afgezonderd, waarna er nog acht boerderijen overbleven, t.w. Delsmann, Möllmann, Trahe (ter Aa, Trau), Me(e)rmann, Entrup (Ellentorp), Hem(b)smann, Lohoff, Hülsbusch. Möllmann, ook wel Frenkingmöller genaamd, werd haupthof. De naam Hüninghove bleef echter nog geruime tijd in gebruik als aanduiding voor de acht boerderijen. In de Delsman-genealogie vinden we de namen van de acht Hüninghove meermalen terug.
Het feit dat de boerderij eigendom was van het klooster Liesborn betekende niet dat er sprake was van een persoonlijke eigendomsverhouding tussen eigenaar en boer (een soort lijfeigenschap). De boer zelf was vrij, maar kende een groot aantal rechten en plichten ten opzichte van de eigenaar of degene aan wie de eigenaar het goed had beleend. De belangrijkste verplichting was - zoals zo vaak - het betalen van belasting, niet alleen over de oogst, maar ook voor familierechtelijke aangelegenheden als huwelijk, overlijden, geboorte en vererving. Het belangrijkste recht van de boer was het recht om het land te blijven bewerken, waardoor de boerderij van generatie op generatie in dezelfde familie kon blijven en er sprake was van een voortdurende bron van inkomsten. Vanzelfsprekend hadden beide partijen belang bij dit systeem, dat met een groot aantal regels (zo mocht een boerderij niet worden opgedeeld onder verschillende kinderen, en dienden kinderen die de boerderij wensten te verlaten vaak een zogenaamde ' vrijbrief' te kopen) tot de komst van Napoleon in 1806 in stand bleef.
De heren Von Büren werden door het klooster met de Hüninghove beleend. Na het uitsterven van het geslacht Von Büren rond het jaar 1600 kwam het leen aan de heren Von Morriën uit Nordkirchen, in 1694 aan de graven Von Plettenberg, eveneens uit Nordkirchen. De stukken die betrekking hebben op de boerderij kunnen dan ook in veel verschillende archieven worden teruggevonden.
De boerderij is de loop der eeuwen verschillende malen herbouwd. De huidige boerderij is gebouwd door Johann Heinrich Delsmann (1819-1878) en dateert uit 1855. Ze wordt bewoond door Karl-Franz Holsen en zijn gezin, achterkleinzoon van Carl Joseph Adolf Holsen en Catharina Sophia Delsmann (1854-1912).
De Delsmann/Holsen-boerderij in 1987
|
Startpagina |
Oorsprong |
Naam |
Verspreiding |
Genealogie |
© 1997 Otto Delsman