Trams van het Haags Openbaar Vervoer Museum
English
Serie H41. Bouwjaar 1923. Fabrikant: Nordwaggon Bremen. Lengte: 6420 mm. Gewicht: onbekend. Motoren: 2 x 18,5 kW. Buiten dienst: 1982
Om tijdens bovenleidingaanleg en onderhoud over een zelfbewegend Montagevoertuig te kunnen beschikken schafte de HTM in 1923 een benzineelektrisch voertuig aan met nummer HTM3. De benzinemotor (merk: Faun) dreef een generator aan die de stroom leverde voor de tractiemotoren. In 1959/1960 kreeg de wagen een grotere revisie waarbij de benzinemotor werd vervangen door een Kromhout dieselmotor. Tevens werd de oude elektrische hefbrug vervangen door en hydraulische en werd een luchtreminstallatie aangebracht. Ook het uiterlijk wijzigde van bruin naar crème met een rood/witte blokband. Tevens kreeg de wagen het nummer H41. Een van de eerste monteurs van de bovenleiding die met de H41 leerde rijden heette Tinus van zijn voornaam. Dit had als gevolg dat de wagen de bijnaam "Dieseltinus" kreeg. Deze naam wordt door middel van bordjes op de buitenzijde aan het publiek kenbaar gemaakt.
Elektrische locomotief H51 (fabrieksnummer 2310)
Serie 2310-2311. Bouwjaar 1927. Fabrikant: Siegener Eisenbahnbedarf Siegen. Lengte: 8900 mm. Gewicht: 36000 kg. Motoren: 4 x 50 kW. Buiten dienst: 1974
Toen de HTM in 1927 de voormalige HSM stoomtramlijn als lijn 11 ging exploiteren had men ook de verplichting overgenomen het goederenvervoer naar Scheveningen voort te zetten. Hiervoor werden twee elektrische locomotieven aangeschaft die in feite ongenummerd waren. Men duidde de locs aan met de fabrieksnummers van de elektrische installatie (Siemens 2310 en 2311). Pas in 1960 kregen zij "echte" nummers en wel H51 en H52. Tot 1974 reden zij tussen de Delftselaan, waar de goederenwagens van de NS werden overgenomen, en Scheveningen Duinstraat waar een emplacement gelegen was. De 2310 zal worden gerestaureerd in de toestand van 1927.
Serie 1-2. Bouwjaar 1927. Fabrikant: Schorling Hannover. Lengte: 7750 mm. Gewicht: 13000 kg. Motoren: 2 x 43 kW. Buiten dienst: 1972
De 2 is eigenlijk een hele grote stofzuiger op wielen. Samen met de 1 zorgde de wagen ervoor dat de groefrails van vuil ontdaan werden. In het binnenste van de wagen bevinden zich een watertank (om water voor de zuigmonden te sproeien), een vuilketel en de zuigmotor. In latere jaren waren de railreinigers voorzien van enorme reclameborden op de zijkanten van de balkonschermen. Omstreeks 1960 werden de railreinigers vernummerd in H21 en H22. De 2 is gerestaureerd in de toestand van 1927.
Serie 1-14. Bouwjaar 1927. Fabrikant: Allan Rotterdam. Lengte: 4900 mm. Gewicht: 3550 kg. Buiten dienst: 1965
De pekelaanhangwagens werden in de winter gebruikt voor het sneeuwvrij houden van de sporen. Deze wagens werden dan getrokken of geduwd (daarom de grote koplamp) terwijl een bemanningslid op de wagen stond om tijdens het rijden de pekelkranen en de borstels te bedienen.
Serie H25. Bouwjaar 1938. Fabrikant: Centrale Werkplaats HTM. Lengte: 4800 mm. Gewicht: 4000 kg. Buiten dienst: 1980
Door het rijden van de trams treedt er golfslijtage op op het loopvlak van de tramrails. Dit veroorzaakt onder andere geluidsoverlast. Deze slijtage kan bestreden worden door de rails af te slijpen. De H25 is voorzien van slijpstenen, die zich tussen de assen bevinden. Door deze stenen tijdens het rijden op de rails te drukken wordt een dun laagje afgeslepen. Tijdens het slijpen stroomde er water uit de op de wagen staande tank om het slijpsel af te voeren en de slijpstenen te koelen.
Serie H53-H55. Bouwjaar 1961. Fabrikant: Centrale Werkplaats HTM. Lengte: 7860 mm. Gewicht: niet bekend. Buiten dienst: 1971
Bij de sloop van de laatste Ombouwers (serie 21-101) in 1960 besloot de HTM uit een aantal exemplaren werkwagens te bouwen. De motorwagens 41, 44, 25 zouden tot zandlorries H53-H55 worden verbouwd. Van deze Ombouwers werd de bovenbouw verwijderd, waarna de balkons werden verkleind. In februari 1961 werd de H55, ex-Ombouwer 25, in dienst gesteld en in september en oktober 1961 de H54-H53. Bij vervoer van remzand in deze zandlorries werd een zeildoek over de bak gespannen om stuiven tijdens de rit tegen te gaan. Deze zandlorries werden ook nog wel eens gebruikt voor het vervoeren van andere zaken dan zand, zoals reserve-onderdelen voor het trammaterieel naar de remises. Doordat vanaf begin jaren zeventig het vervoer van remzand per vrachtauto geschiedde werden de H53-H55 werkloos. De H53 en H54 werden op 6 november 1974 op remise īs Gravenmade gesloopt, waarna de H55 eenzaam achter bleef voor andersoortig vervoer. In januari 1982 werd van de H55 de bovenste helft van de stalen bak verwijderd en werd hij uitgerust met een hydraulisch kraantje. Daarmee was de H55 de opvolger van de gesloopte H28, die in zijn laatste jaren met het kraantje was uitgerust voor het plaatsen van betonnen platen tussen diverse remises. Nadat het kraantje weer verwijderd was kreeg de H55, nog steeds met zijn afgeknotte bak, in 1991 een schildersbeurt. De thuishaven van deze werkwagen is sinds 1976 het HOVM.
bron: Museumgids Haags Openbaar Vervoer Museum
bron: 130 jaar tram in Den Haag, deel 1 - Drs. A.E.E. van Donselaar
bron: Haagse trams, het Haagse trammaterieel vanaf 1864 tot heden - Johan Blok

Last updated at: 22 oktober 2005