Tour de France 2005


Vrijdag 8 VII 05 (Harry)

7/7

Toen Pim Fortuin dood op straat lag
keek ik naar Stephen Hendry tegen Peter Ebdon
Stephen mijn Schotse snookerheld scoorde veel
maar zijn keu weigerde toen het er op aan kwam
op Nederland 1,2,3, 4 slechts één biljartbal
in het spel en die was nog lek ook

Toen op 11 september een tweelingflat
door twee passagiervliegtuigen werd doorboord
vond ik het terecht dat PSV als altijd
de bal aan het rollen bracht
tijdens de bombardementen op Rotterdam
ging in de VS het honkbal ook gewoon door

Toen Theo van Gogh daar op het asfalt lag
was er geen voetbal op TV, geen schaatsen
het enige wielernieuws die dag kwam
van Gerrie Knetemann hij bezweek
daaraan was geen Moslim schuldig
en dus werd er geen zender vrijgemaakt

Gisteren verhongerde iedere drie seconden een kind
de Tour de France hield geen seconde stil
iedere dag kiezen we ervoor dat iedere drie seconden
een kind doodhongert; dood door schuld
men vraagt zich af waarom zoveel mensen zo kwaad zijn
terrorisme is het laatste wapen van de machteloze

En de Tour gaat door en de Tour moet altijd doorgaan
wanneer we armoede geschiedenis willen maken
hebben we daarvoor de hele ochtend
we zullen het helemaal zelf moeten doen
want onze leiders doen het niet willen het niet en
wielrenners hoeven slechts hard van A naar B te fietsen

Ik zet de Tour de France of Feyenoord of Hendry pas uit
wanneer er iemand dood gaat waar ik van hou
wanneer ik die beperking niet ooit had ingevoerd
kon ik nooit meer naar sport kijken
morgen voert de Tour van Lunéville naar Karlsruhe
en in Benin sterft eens in de zoveel minuten een baby

PS Onbegrijpelijk wat deed Karsten Kroon, waarom fietste hij niet door. Waarom zag alleen Maarten Ducrot dat hij de etappe had kunnen winnen en werd verder zijn tactisch rijden geprezen waarmee hij de bolletjestrui binnen haalde. Mengin haalde het bijna, met zijn tweeën hadden ze misschien wel gehaald. Kroon beantwoordde de vraag waarom hij geen kopman is. Dit was Dekker of Boogerd niet overkomen.


Vrijdag 8 VII 05 (Adriaan)

VALLEN EN OPSTAAN

Had ik al gezegd dat ik niet van valpartijen hou? Ja, ik heb al gezegd dat ik niet van valpartijen hou. Maar laat ik het nogmaals zeggen: ik hou niet van valpartijen. De sensatie van het wielrennen zit hem in andere dingen.
    Het was nat gisteren, delen van de weg waren spekglad. Toch ging het redelijk goed, de renners waren natuurlijk extra alert. En dan die bocht naar rechts, de laatste bocht voor de finish. Christophe Mengin aan de leiding, op de hielen gezeten door Vinokourov (fraaie actie overigens van Vino.) In het kielzog van de Kazak de Italiaan Bernucci. Vinokourov had wat mij betreft de beste papieren. Mengin gaat onderuit. Vino moet in de remmen klimmen om hem te ontwijken. Bernucci komt beter door de bocht en wint.
    Na het drietal komt het peloton, de ploegen van de sprinters sleuren. De een na de ander gaat in dezelfde bocht onderuit. Waaronder de sprinters Robbie McEwan en Tom Boonen. En zo kon het gebeuren dat beide concurrenten gezellig keuvelend over de streep kwamen.
    Lichtpuntje was dat Karsten Kroon de bolletjestrui overnam van Erik Dekker. Hij was hem Erik gegund, maar laat Karsten ook eens een mazzeltje hebben. Een van de weinige renners die fervent lezer is. Ik zou hem eens een bundel van mij moeten toesturen.
    En, Abilard, heb je het gezien? Gerrit werd negende. Is hij nog steeds een favoriet van je?


Vrijdag 8 VII 05 (Frank Abilard)

MISSCHIEN VALT DAN DEZE TOUR NOG MEE...?

Zou de Rabo een bankgeheim hebben, een in stilte ontworpen plan, een masterplan voor megagebruikers? Want de bank staat boven de gemiddelde Nederlander, is een beetje onze Hollandse Trots, maar...
    Ja Kakro heeft vandaag de bolletjes van Erik overgenomen, maar wat kan ik ermee. Het is een beetje het laatste reepje ui dat in zijn afnemende kracht hoopt dat iemand de smaak nog herkent. Het is een beetje huilen. Het is de nacht van Dalida, ze strooit geen sterrenstof maar uiensnippers, ongedroogd.
    Frama reageert laconiek in zijn auto, achter het stuur. 'Bolletje is Bolletje,' alsof hij in een reclame spotje meespeelt. Ik wil bolletje en ga geen meter verder als...
    Dan de bocht om. Het is net of ik naar een machine kijk die mensen opslurpt. Alsof ze een voor een in een trechter terecht komen, alsof ze in de menselijke vacuümcleaner in een vrije val naar een ander werelddeel worden overgeheveld. Alsof ik de kaas van mijn stuk kaas me de kaasschaaf afschaaf en voorzichtig in de lucht hou om te zien of...
    Ik zie eigenlijk weinig van wat ik zou willen zien. Het lijkt ook meer en meer op, ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is...
    Alle gebeuren is mysterieus, het beeld is troebel, verregent wellicht, een beetje stram en stijfjes; leunend met de handen op het stuur, gecontroleerd, ja vooral gecontroleerd en geconcentreerd op de laatste kilometer, om dan als een blind paard de gang binnen te lopen en te zeggen, wat een leuk bloemetjes gordijn. Ach, was George maar hier, mijn aardige al op leeftijd komende Griekse restauranthouder, de man van vorig jaar de man van staal de man van de absolute dronkenschap; de mand die de Olympische Spelen Schotel vullen won. De man die Griekenland Europees Kampioen maakte. Misschien kan hij Nederlandse wielrenners een dineetje voorschotelen waarin wat peper en een levendige lamskotelet zit die ieder ander doet verbleken. De man die van de Chanson een Sirtaki maakt. Die man, die man...
    Die man weet het geheim van het bakgeheim, het grillgeheim, het smaakgeheim. Die man zou de Rabo's kruiden dat ze een ons wogen, dat ze fietsend vliegen konden. Die man...
    Bij kilometer vierenzeventig zij Herbert dat we bij kilometer vierenzeventig waren. Bij kilometer vijfendertig merkte Maarten op dat we flink opschoten. Rekenen, rekenen. Vierenzeventig min vijfendertig, negenendertig kilometer geslapen. De voorsprong van de koplopers slinkt terwijl mijn ogen langzaam...
    Nee, het is nog niet de tour en zeker niet de tour waarop ik gehoopt had. Vino deed een poging. Moge Vino, Ivan, Roberto, Jaan, Santiago, Francisco en noem er nog maar een paar op, morgen en overmorgen, de een na de ander een demarrage plaatsen, Lance aanvallen voor dat we de bergen ingaan. Mogen ze eens niet op zijn achterwiel zitten, maar aan zijn voorband trekken, zodat er wat meer zweet en minder gezapigheid in de tour komt. En mag Dennis dan iets van het geheim van de Rabo onthullen. Al eindigt hij maar binnen de top tien. Al valt hij maar aan in plaats van te vallen...
    Misschien valt dan deze tour nog mee...?


Vrijdag 8 VII 05 (Jimmy Tigges)

ZADELPIJN (6)

Ik houd helemaal niet van fietsen. Van hardlopen ook niet, maar het is wel een iets minder vervelende manier om je conditie op peil (en mijn gewicht onder de 103 kilo) te houden dan fietsen. Geen last van zadelpijn na tien minuten, of kleffe handpalmen van het stuur. Door een knieblessure ben ik sinds een paar maanden echter genoopt die conditie toch bij te houden op de fiets in plaats van joggend. Vreselijk. Van die fietsers die vlak voor je neus volkomen onverwacht ineens linksaf slaan. Net als je ze wil inhalen. Ze maken een beweging naar links, steken daarna hun hand uit en als het heel erg meezit kijken ze vervolgens ook nog achterom of het wel kon. En als je dan tegen ze aanknalt krijg je de wind ook nog eens van voren: 'Hee lul, je ziet toch dat ik naar links ga!?!' Ook wel eens meegemaakt in zo'n situatie: 'Je moet niet zo hard rijden!' Het is altijd jouw schuld.
    Ik houd helemaal niet van fietsen. In een eerdere blessureperiode fietste ik verschillende keren, op een voorhanden zijnde huis-, tuin- en keukenfiets (met fietstassen), vanuit het huis van mijn vriendin in Tilburg, het 'Belgisch lijntje' af. Een oud spoorlijntje dat ooit van Tilburg naar Turnhout liep, omgetoverd tot een prachtig, grotendeels kaarsrecht, geasfalteerd fietspad langs een mooi, wisselend decor van zogeheten pittoreske dorpjes, stukjes bos, weilanden en boerderijen. Als het mooi weer was best te doen. Tot die keer dat ik een lekke band kreeg (lekrijden noemen ze dat, in dat opgehypte wielerjargon). Zo'n beetje op het verste punt van huis af. Daar stond ik dan. Met een gevuld reparatiedoosje in de fietstas, maar zonder emmer water om het lek te vinden. Stom, stom, stom. Balend vatte ik, met de fiets aan de hand, te voet de terugreis aan. Onderweg sprak een andere fietser mij aan. Een Brabander. 'Lekke tuub?', vroeg-ie, de situatie inschattend. Hij had spullen bij zich om dat te verhelpen, begreep ik uit zijn aanbod. Ik wilde als normale Hagenees niet wéten wat een tuub was. Gromde wat en liep ijzerenheinig door. Pleur op met je tuub. Uren later was ik terug bij mijn vriendin. Tegenwoordig rijdt ik een vast rondje tig keer, vlak bij huis. Het kan niet snel genoeg voorbij zijn.


Woensdag 6 VII 05 (Adriaan)

SMAK

Tegen de verwachting in toch nog een deel van de tijdrit gezien. Bij een vriend, die wel belangstelling voor het wielrennen heeft, maar de ballen verstand. Ik heb hem uitgelegd hoe zo'n ploegentijdrit in zijn werk gaat. Toevallig waren op dat moment net de jongens van het Ontdekkingskanaal in beeld.
    'Kijk,' zei ik, ' het is kop over kop. Als je op kop zit, geef je alles dat je hebt. Daarna laat je je terugzakken en kan de volgende er een snok aan geven. Achter iemand aan fietsen kost minder kracht, dus in het kielzog van de anderen doe je weer wat energie op. Waar je mee mag smijten als het weer jouw beurt is om de kop te nemen.'
    Hij begreep het.
    'Kijk, kijk,'zei ik, toen de volgende ploeg in beeld kwam, ik weet niet meer wie het waren. 'Die jongens zijn duidelijk op. Dat zwabbert maar een beetje. Het dubbele is dat zoiets juist meer kracht kost en die hebben ze niet meer.'
    'Kippenpootje?' vroeg hij.
    Toen naderden de mannen van Bjarne Riis, CSC, de finish. Het kippenpootje schoot bijna in het verkeerde keelgat: gele truidrager Zabriskie maakte een smak. Een rot gezicht. Voor anderen is het misschien spectaculair om iemand op zijn bek te zien gaan, ik kan er niet zo goed tegen. En dan krijg je ook nog herhalingen.
    De CSCers zijn toch nog heel sterk tweede geworden. Maar Hij, Hij heeft het geel.


Dinsdag 5 VII 05 (Adriaan)

VERSTROOIEN

Vanmiddag eerst naar een crematie (John Lagrand, de mondharmonicaspeler), dan uit eten, dan voordragen in het Congresgebouw tijdens de proloog van het North Sea Jazz festival (ook een soort uitvaart: het is de laatste keer in Den Haag, men vertrekt naar Rotterdam.) Ach, het zijn persoonlijke mededelingen waarmee je eigenlijk niets te maken hebt, maar ik wil ermee aangeven dat ik zonder me schuldig te voelen de ploegentijdrit mis.
    Missen? Het kan me echt niet boeien. Zo saai. Het is een stokpaardje dat met gretigheid wordt bereden door Bjarne Riis, Manolo Saiz en Lance Armstrong, maar geef mijn paardje maar aan Ankie. (Merk je dat ik Armstrong zeg en niet Bruyneel?)
    Nee, dan de maandag etappe. Erik Dekker, we hebben het er allemaal over. Ik maakte in mijn stukje van gisteren een flauwe opmerking over 's mans stotteren (Erik zegt de woorden soms dubbel), maar dat deed ik zeker niet uit gebrek aan respect. In tegendeel: ik heb de man zeer hoog zitten, het afscheid zal straks hard vallen.
    Een gehandicapte mag toch wel een grapje maken over andermans handicap?
    De verstrooidheid sloeg gisteren weer toe. (Als Magere Hein me straks van de sokken heeft gemaaid, wil ik begraven worden. Maar je mag me ook cremeren en daarna verstrooien: ik ben het nou eenmaal gewend.) Dekker werd zo'n twee kilometer voor de finish terug gepakt. Jammer, dan maar weer de hoop gevestigd op Tom Boonen. Zal hij op de tweede achtereen volgende dag de massasprint winnen? Ik tuurde de barsten in mijn glazen, maar ik kon de Belg niet ontdekken.
    De winnaar won met overmacht. Goh, wat een snok! Crédit Agricole, dacht ik. Maar wie? Kirsipuu, Hushovd? Michel Wuyts (ik keek naar de Belg) juichte: Tom Boonen!! Hè? Ach, verrek, natuurlijk: hij rijdt in het groen, hij leidt in het puntenklassement.
    Met enige vertraging juichte ik ook, als een klontje boter na de vis.


Dinsdag 5 VII 05 (Harry)

DEKKERTJE, DEKKERTJE!

Ik ben niet dol op herhalingen, maar sommige dingen kan ik niet vaak genoeg zien. Alle series met Dervla Kirwan bijv. (Hearts & Bones, Ballykissangel en 55 Degrees north), de vrije trappen van Pierre van Hooijdonk en de overwinning in Parijs - Tours van Erik Dekker.
    Om er maar even een paar willekeurige voorbeelden uit te pikken.
    Gisteren een déjà vu. De Tour was op weg naar Tours, het is zoiets als Ullrich die in de Ronde van Zwitserland een etappe rijdt van Ullrichen naar Ullrichen. De Tour was dus op weg naar Tours en wie lag er voorop. Net als in het najaar in Parijs-Tours was Erik Dekker de hele dag vooruit. Toen het Herbert Dijkstra allemaal teveel werd, het ventje kan blijkbaar niet tegen 'déjà vu'-ervaringen, heb ik het geluid uitgezet. Ik zag hoe Dekker de bolletjestrui veroverde door op twee bergjes als eerste boven te komen. Pas op ruim twee kilometer voor de streep werd hij door het bijna wanhopige peloton achterhaald. De ploegen van de sprinters haalden opgelucht adem, want in de kilometers daarvoor zagen ze met een noodgang van 55-60 km/u een déjà vu op zich afkomen. Ze konden Dekker die kilometerslang vlak voor de groep uitreed slechts met de allergrootste moeite achterhalen. Wanneer je om namen verlegen zit Adriaan, je kunt best Dekker spelen, die gaat nog wel een etappe winnen.
    Nog even een paar Tour-déjà vu's die hoog op mijn lijstje staan:
    Boogerd in de aanval in de Alpen, een Tour die door een renner wordt gewonnen die schijnbaar uit het niets komt, Jalabert, Virenque, Gert-Jan Theunisse.
    Déjà vu's die ik het liefst oversla :
    Een ploegentijdrit, Armstrong met het geel in Parijs, Ullrich die weer de Tour niet wint.


Maandag 4 VII 05 (Huisdichter Cornelis)

ROBBIE

Champ in Downunder en
Koning van Zwitserland
Schier onaantastbaar
In eindsprintgeweld

Gaat nu godbetert al
Kopstotenuitdelend
Kansloos ten onder
Door Tommie geveld


Maandag 4 VII 05 (Day Highway)

TROY IN DE TOUR

Een sprinter is flamboyant. Troy kan ze herkennen aan hun karakter. Een sprinter is gek en mooi. Troy schudt handen en geeft high fives als hij met de NOS een dagje meeloopt. Een dolletje met Boogerd, een schouderklop voor collega-sprinter Boonen.
    Het is een genot om iemand zo onbevangen als Troy door het peloton te zien waren. Juichend hangt hij aan een lantarenpaal bij de finish. Zijn collega's denderen met een snelheid van 70 per uur op hem af. Ook met de microfoon kan hij overweg. Hij feliciteert Boonen. Vraagt Knaven hoe het ging. Iedereen kent hem. Olympisch held 2004. En het klopt: Troy zelf is flamboyant, mooi, expressief, explosief. Hij heeft - alweer - een werelddag.
    Maar dan valt de avond en schuift hij aan bij Mart. Na wat inleidend gebabbel komt Mart met de - o nee niet díe - vraag: 'Hoeveel donkere jongens heb jij gezien vandaag?' En Troy antwoordt beleefd. Waar ik de vorige avond in slaap viel, veer ik nu rechtovereind. Dit moet toch verboden worden! Donkere jongens!
    Dan schiet me het stukje over Mart in de Haagsche Courant van zaterdag te binnen. Daarin zegt hij dat hij zich zelf elk jaar verbaast, grenzen verlegt tijdens de ronde. Hij gaat in de tour 'over drempels, die hem de rest van het jaar te hoog zijn.'
    Dus dat is het! Eh, is het alleen in de tour dan? Dat verklapt hij er niet bij.
    Als het dan zo ligt, moet ik er mee op houden me elke avond te verbazen. Journalistiek leek me nu juist bij uitstek een tak met respect en enig politiek correct gedrag hoog in het vaandel. Anders zouden we wel genoeg hebben aan het vermaledijde straatinterview om Nederland van achtergrondinformatie en commentaar te voorzien.
    (SBS-babe op Haagse mart: 'Meneer, wat vindt u ervan als er meer negers in de tour zouden zijn?
    Man: 'O, nou ja, dat kejje toch niet tegehouwe, hè, die bruines zijn overal.')
    Mart verbaast zichzelf al genoeg. Dat hij het nu in de krant zo uitlegt alsof het hem overkomt, baart me zorgen. Wat kan er allemaal nog meer uit zijn mond rollen in de komende tourdagen, denk ik.
    Dan geeft hij het antwoord al in de samenvattende eindzin: 'Troy, je was echt Kuifje in TakaTukaland, hè?'
    Woensdag zal ook ik mijn grenzen verleggen. Met een tas vol verbazing reis ik af naar zo'n land. Een eiland vol donkere jongens, zonder tour, zonder Avondetappe. Tobago, here I come. Buenas noches mi amor!


Maandag 4 VII 05 (Frank Abilard)

SUPER ERIK

Taaie, taaie jongens, taaie jongens Nicolas Portal, Erik Dekker, tot binnen drie kilometer, meer dan honderdtachtig kilometer op kop. Dan Fabian Cancellara macht, macht maar niet genoeg, zijn witte trui schokschoudert. Vervolgens Jaan Kirsipu en dan allemaal. Wie o wie, ja de meet komt dichterbij. Er wordt gekwakt. Kirispu slaat teleurgesteld op zijn stuur, het blauw van zijn tricot is rood van woede, te snel op kop.O Grady en Mc Ewan kwakken tegen elkaar, kelere hé, bij die snelheid. Hushovd net iets te vroeg in de wind zakt door het ijs, zal tiende worden, let op mijn voorspelling. Maar wie komt er weer uit de achtergrond; Boonen, Boonen, Boonen. Zeker Boonen, zo groen als een Boonen zijn kan. En hoe er met de krachten werd gesmeten. O Grady en Mc Ewan gaven koppies, in de herhaling goed te zien. Maar hoeveelste werd de grote man van vandaag Erik?
    Zabriskie na het geel in een prachtig shot met Armstrong wegbreed, een brede gilmlach, dat maakt de sport zooo mooiii!
    Het wachten is op super Erik, de Hoogevener. Niet zijn eerste bol, maar toch een heerlijk gezicht. Erik voor een paar dagen in het bols, daar proost ik op.


Maandag 4 VII 05 (Harry)

BELANGENVERSTRENGELING

Stel de grote bouwondernemer X wordt regelmatig beticht van activiteiten, die het daglicht niet kunnen verdragen. Er wordt nooit iets bewezen. Van de meeste van zijn concurrenten komt echter vast te staan, dat ze betrokken zijn bij grootschalige fraude. En steeds blijven ook de verhalen over X opduiken. Hoe kan het zo redeneert de massa, dat er terwijl je midden in het vuur staat er niet eens rook wordt geconstateerd? X reageert getergd: 'Ik wordt voortdurend gecontroleerd en er wordt nooit iets gevonden wat door de beugel kan.'
    Stel dat op een gegeven moment uitlekt, dat X regelmatig geld stort op de bankrekening van de organisatie die de onderzoeken naar fraude in de bouwsector doet. Op een dag besluit de baas van die organisatie het goede werk van X te onthullen en hem de hemel in te prijzen als het voorbeeld van goedheid en oprechtheid. Of X het nu goed bedoelt of niet maakt niet uit. Er is in dit geval sprake van een grove verstrengeling van belangen?
    Dit voorbeeld in de bouw is een willekeurige. Ik had het ook kunnen hebben over een wielrenner. Laten we hem A noemen. Vele wielrenners om hem heen in het peloton zijn al een keer betrapt op doping of zijn wel eens met een te hoge hematocriet-waarde aan de kant gehouden. Met grote regelmaat blijven er ook over A verhalen opduiken. De massa kan niet geloven dat er geen rook is midden in de brandhaard. Ook A is getergd en vindt dat al die negatieve controles het bewijs zijn, dat hij wel in staat is zonder verboden middelen de Tour te winnen. Zeven keer op rij als het moet.
    Vlak voordat hij met zijn zevende poging aanvangt, komt Hein Verbruggen baas van de UCI met een nieuwtje. A blijkt al jaren bij te dragen in de bestrijding van doping. Onlangs heeft hij de UCI nog een duur controleapparaat cadeau gedaan. Hein Verbruggen kijkt er trots bij. De boodschap is dat A een sympathieke jongen is met het hart op de juiste plaats.
    Wat gebeurt er wanneer Armstrong in het geel, zijn laatste geel wordt betrapt met het apparaat wat hij zelf gekocht heeft voor de UCI. Dat nieuws naar buiten brengen zou slecht zijn voor Armstrong, maar ook de UCI corrumperen.
    Maar door het geld aan te nemen heeft de UCI reeds zijn eigen onafhankelijkheid gecorrumpeerd. Het enige juiste wat ze kunnen doen is het geld terug storten en dat apparaat wanneer het te duur voor ze is op Marktplaats te koop aan bieden.
    Verder moet de UCI in het vervolg natuurlijk altijd afzien van het aannemen van geld van renners, sponsors van wielerploegen, ploegleiders, familie van renners en alle andere mogelijke belanghebbenden.


Maandag 4 VII 05 (René Schwab)

VAN ZOET TOT ZOETEMELK I

de beste Nederlandse wielrenners t/m 2004
Inleiding

Ik heb iets met namen, uitslagen en ranglijsten. Wie heeft waar gewonnen? Wie was de beste Nederlandse renner aller tijden? etc, etc. Er zijn mensen met ernstiger afwijkingen die nog vrij rondlopen. Feit is, dat ik niet genoeg kan krijgen van boeken en encyclopedieën op dit gebied. Ik lees en herlees ze. Uitslagen zijn helder. Ranglijsten niet. Daar doet het feit dat Merckx algemeen als beste wielrenner ooit wordt beschouwd en Zoetemelk als beste van Nederland niets aan af.
    Overigens is dat niet helemaal waar, want in één van zijn boeken doet Martin Ros een twijfelachtige poging om Coppi tot beste uit te roepen. Hij deelt daarvoor alle uitslagen van zijn Italiaanse held door 2e paasdag, vermenigvuldigt ze daarna met de borstomvang van ‘de dame in het wit’ en poetst vervolgens de helft van de overwinningen van Merckx uit. Er zijn mensen met ernstiger afwijkingen die nog vrij rondlopen.
    Het valt niet mee om een lijst beste wielrenners samen te stellen. Welke criteria hanteer je? Hoeveel wedstrijden laat je meetellen en hoeveel waarde ken je ze toe. Bordeaux - Parijs is per slot van rekening tóch net iets anders dan de profronde van Made. Maar, is het je met doodsverachting in een massaspurt storten minder waard dan als eerste boven komen op de Alpe d'Huez? Zo ja, waarom?
    Jean Nelissen stelde in 1999 "De 100 beste Nederlandse wielrenners aller tijden" samen en Aart Aarsbergen en Peter Nijssen kwamen in 2004 met het boek "Kampioenen twijfelen niet, geschiedenis van de wielersport in 100 portretten". Op beide boeken valt wat mij betreft van alles af te dingen, maar ik vond dat ik pas recht van spreken had, als ik zelf ook eens een poging zou wagen om een ranglijst met 'besten aller tijden' op te stellen. Mijn belangrijkste kritiek op Aarsbergen en Nijssen is dat ze te weinig koersen hebben laten meetellen, die bovendien op twijfelachtige gronden zijn geselecteerd. Ik heb er veel meer in beschouwing genomen en bij heel belangrijke koersen ook 2e en 3e plaatsen, maar dat nam voor het Nederlandse contingent renners alleen al zo veel tijd in beslag, dat ik het wereldwijd niet zag zitten. Maar, ik hèb een ranglijst 'beste Nederlandse renners aller tijden'.
    Er zijn mensen met ernstiger afwijkingen, die nog vrij rondlopen.


Maandag 4 VII 05 (Adriaan)

TOURSPEL

Vriend Abilard heeft er bij mij op aangedrongen dit jaar mee te doen met het Tourspel, waaraan hij elk jaar deelneemt. Hij bood zelfs aan mijn inschrijfgeld te betalen: ‘Stuur mij je lijst toe en ik maak het verder in orde.’ Kijk, dat is vriendschap, hoewel er natuurlijk ook achter steekt dat hij zich met mij wil meten.
    Nee, beste Frank, dank voor het aanbod, maar nee. Ik kan dat niet, het is een blinde vlek. Het hele seizoen door volg ik de wedstrijden, maar het lukt me niet de kanshebbers voor bepaalde etappes op te hoesten. Pas tijdens de etappe zelf komen de namen weer boven; iedere rit is voor mij weer een O ja Erlebnis.
    Tom Boonen zou ik wel degelijk hebben genoteerd. Wat een seizoen heeft die man tot nu toe gereden! Toen hij op magistrale wijze Parijs - Roubaix won, verzuchtte Erik Dekker: ‘Wat ben ik, ik blij dat ik geen tien jaar meer tegen hem hoef te rijden’ (Erik zegt de woorden soms dubbel.) Voor de tijdrit zou ik overigens Cancellara hebben ingevuld, maar hij eindigde zaterdag op meer dan een minuut van Zabriskie en Armstrong. Zo veel verstand heb ik er dus van.
    Dekker hoeft inderdaad niet lang meer. Dit seizoen uit, misschien nog het volgend seizoen, maar dan mag hij zijn fiets aan de wilgen hangen (waar staan die wilgen toch waar altijd maar iets aan wordt gehangen?) Daarna blijft hij in dienst van de Rabobank. Baliemedewerker zal hij niet zo snel worden: men wil hem als ploegleider, begeleider.
    Nog even geduld dus, dan kunnen we zien hoe dat uitpakt. Want dat het momenteel niet op rolletjes loopt bij het bankpersoneel mag duidelijk zijn.


Maandag 4 VII 05 (Frank Abilard)

EEN HOLLANDER

Ja, zo kan ik niet werken, dat is toch geen weer voor een maandagochtend. Dat slaat de Hollandse moraal diep de bodem in. Dat gelazer met een loodgrijze lucht in de zomer, met bakken water waarvan het peil van de Vliet naar overstroming neigt. Dat is geen doen!
    Eerst bijna twee weken met het rapen van de mussen die dood van het dak zijn gevallen, ze vervolgens ingeleverd bij Nico de Haan die ze op zijn beurt weer op de rode lijst heeft gezet, zo heet ware het. Zo heet dat ik mijn warmte niet kwijt kon en ik moest denken aan al die te dikke, kortademige hooikoorts patiënten die of stilzwijgend of vloekend over straat gingen omdat de pollen aan het rollebollen waren.
    Wordt het al wat droger? Ik kijk over mijn rechterschouder. Ik luister. Ik zoek licht in de lucht, maar het enige dat ik hoor zijn de auto's in de straat door de plassen. En dat het plassen zijn weet ik zeker, het water staat nog in mijn schoenen, omdat ik even naar de bakker moest voor een vers maandagochtend bruin broodje.
    Dan maar eerst koffie. Here, wat lucht het op om even ongenuanceerd over regen en benauwde zonneschijndagen te klagen.
    Tijd voor koffie en ontbijt. Duidelijk tijd op mijn vrijgenomen dag. Kwart over elf, en we hadden nog wel zo weggewild vandaag. Naar de Rotte Meren of zo. Want meneer Krol zei dat het op zou klaren, dat het droog zou worden en hij gokte op de middag in het westen, hier dus onder de rook van Den Haag.
    Weer kijk ik over mijn schouder. Ik vrees, wielerliefhebbers dat het waarschijnlijker zal zijn dat de treurbuis al bij het begin van de uitzending van de tour vandaag mijn luie lichaam naar de bank stuurt, ik mijn gedachten naar mijn voeten projecteer, de tenen in de lucht en heerlijk ouderwets dom ga liggen luisteren naar het geklets van Herbert en Maarten. Want deze heren zijn bijna ieder jaar mijn zomergasten. En zonder dat ik ze vragen stel, geven ze antwoord op de vragen die ze elkaar stellen.
    Wat wordt het vandaag? Een ouderwetse ontsnapping, als gisteren, om net voor de meet door het peloton ingehaald te worden.? Zou heel goed kunnen Herbert. Zou heel goed kunnen.
    En wie tip jij dan als grote favoriet? Gezien de etappe van vandaag, voor de verandering Hushovd een, Boonen twee, op twee centimeter. Voor de rest doden we de tijd met tussendoortjes.


Maandag 4 VII 05 (Harry)

TIPS I

Voor de liefhebbers van de Tour, Bert Wagendorp en wielerpoezie/verhalen is er het Tourblog van de Volkskrant dat wordt bijgehouden door Bert Wagendorp. In zijn meest recente bijdrage tipt hij de site van Gele truidrager Dave Zabriskie. Zabriskie blijkt een man met humor. Tijdens de koers interviewt hij collega's, zo maakt Wagendorp melding van een interview met Petacchi. Zelf vind ik die met Charlie Wegelius van Liquigas heel erg leuk:
DZ: Charlie have you ever actually had Liquigas?
CW: You mean like when the s*#t comes out of your ass in a Liquid?
DZ: Sure.
CW: I had to quit the Giro in 2003 because of it.
DZ: Thanks for the interview.
-Dave Z.

Websites:
Dave Zabriskie: http://www.davezabriskie.com/pages/1/index.htm
Tourblog Bert Wagendorp: http://forum.volkskrant.nl/weblog/


Maandag 4 VII 05 (Chretien Breukers)

De massasprint is een apart genre in de wielersport. Wat mij betreft: een moeilijk te plaatsen genre. Toegegeven, het is een mooi gezicht. Het peloton komt aanrollen, de renners wringen zich naar voren wringen, goedschiks, kwaadschiks. De explosiviteit van de echte sprinter. Toch heb ik, na afloop, altijd het gevoel dat de winnaar van een massasprint zijn overwinning in de laatste 150 meter heeft gestolen. Iedereen deed er even lang over, en alleen omdat de ene renner iets andere spieren heeft dan de andere, wint die. Cipollini en Petacchi: het is niet voor niets dat twee Italiaanse gladjanussen de beste wegsprinters van de laatste vijftien jaar zijn.
    Echte winnaars, vind ik, eindigen in hun eentje, of hoogstens aan kop van een klein groepje. Fausto Coppi heeft bijna zijn hele carrière alleen op kop gereden, en demarreerde meestal in de eerste kilometers van de wedstrijd. Anders deed zijn eeuwige rivaal Gino Bartali het wel. Jacques Anquetil was een tijdrijder, en hij reed alle wedstrijden alsof het tijdritten waren. Eddy Merckx? Zijn collega's wisten niet eens hoe zijn voorkant eruit zag. Bernard Hinault had van die zeldzame dagen dat hij de hele dag een kwartier voor de rest uitreed, en won. Saai, zeggen sommige mensen. Met hen ben ik het niet eens: ik kan uren kijken naar een ontsnapte renner, die het in zijn eentje opneemt tegen een overmacht. Dat heeft een mooie bijsmaak van roekeloosheid.
    Natuurlijk klopt wat ik hierboven beweer niet helemaal. Coppi en Anquetil konden snel aankomen. Merckx won regelmatig massasprints. Net als Hinault. Maar hun grote overwinningen, de overwinningen waardoor hun namen voortleven, behaalden zij in hun eentje, nadat zij - om Karel van Wijnendaele te pasticheren - op zoek waren gegaan naar grenzen om driest te overschrijden, nadat zij het moeilijkste gevecht aller gevechten hadden geleverd: dat met zichzelf. Winnen is mooi. Afgetekend de beste zijn is mooier, eenzamer, echter.
    Gelukkig is daar nu Tom Boonen. Wint de Ronde van Vlaanderen solo. Wint Parijs-Roubaix na een sprint met een kleine groep. Wint nu al een paar jaar touretappes na een massasprint. Van hem weet je zeker dat hij een echte winnaar is. Hij zal, om tot een groot kampioen uit te groeien, ook eens een etappe moeten winnen na een groot exploit. Dat maakt het plaatje te zijner tijd compleet. Helaas kan Boonen niet klimmen, of niet goed genoeg. Anders zou hij de ideale opvolger van Lucien van Impe zijn. Hij heeft er de juiste kop voor op zijn schouders staan.


Zondag 3 VII 05 (Frank Abilard)

MELOEN GALIA

"Frankie, Frankie, Frankie, en weer; Frankie, Frankie", uit honderden kelen langs de weg. Fankie, en nog eens Frankie, en daar tussen door Appie, Appie. Daar begreep ik even helemaal niets van. Ik keek achter me, Appie? Ik keek voor me, Appie, Appie. Ik voelde aan mijn hartritme meter. Klopte precies. Juiste maat, juist ritme, geen disco. Het zat dus wel goed. Ik glom. Honderden mensen lang de weg, honderden kelen tussen Leidschendam en Voorburg op een platte zaterdagmiddag, na een bezoek aan mijn moedertje, een tuincentrum en een alom bekend winkelcentrum om bij de Griekse Traiteur voor drieëntwintig euro lekkernijen mee te nemen, voor het avondeten.
    Op volle snelheid werd ik ingehaald door een lange man David genaamd. Flits en hij was me tien, twintig, veertig, tachtig meter voorop. Weet heet, hij finishte voor ik door had dat ik ingehaald werd. Een flits, ik dacht de tijd; ik dacht de tijd haalt me in. Ik dacht, waarom roepen ze me, ik dacht, Frankie. Ja, Frankie op de oude, echt al oude uit elkaar vallende fiets van Nicolette; badend in het zweet op weg van Leidschendam naar Voorburg met fietstassen vol lekkernijen als echte tomaten, meloen Galia, Kaiserbroodjes, lente uitjes en delicata from Greece. No way baby, no fucking way dat de tijd me inhaalt. No, no no fucking way. Al raak ik struikelend een heel peloton achterop, in tijd ben ik even ver.
    En weer voel ik, met mijn rechterhand, aan mijn hartritmemeter, net onder mijn linker tiet. Gelukkig, een mooi staccato, als een heimachine in de sluipende nacht.
    Nog even gauw naar de zaterdagse Voorburgse markt voor geiten kaas, en te weten dat Adriaan met vrouw en kinderen rond het Como meer bivakkeert. Een hand wuif hier, een slingerbeen daar en dan is er toch echt de eerste, de proloog van de tour 2005. Cancelara als gedoodverfde favoriet.
    Verrek, kijk nou, daar heb je David die me met een rotgang in een flits voorbij ging. Gauw pak ik mijn lijst. Ja David, David gaat voor me scoren deze etappe. David is een Amerikaan en die scoren bijna altijd. Amerikanen ja, altijd haantje de voorste, op de maan, in het zwembad, in de wereld. Hoe ze dat toch steeds weer flikken? Was David een Nederlander met een Poolse naam, ik zou het niet weten. David een. Lance twee. Vinou drie. Score zes van de tien van mijn lijst.
    Ben ik dromende, ben ik altijd dromende. Droom ik van lekker eten en goede popmuziek.
    Het zou me niets verbazen als Pink Floyd na vijfentwintig jaar weer eens op zou treden. Alleen, ik kan er niet bij zijn; vandaag niet.
    O jee, de knoflook rolt door mijn mond. Morgen beter. Ik gok op Eisel.


Zondag 3 VII 05 (Chretien Breukers)

PETER WINNEN

Peter Winnen (1957) heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn menswording. Ik zal uitleggen wat ik hiermee bedoel. Eind 1980 werd Peter Winnen professional. Hij reed meteen een paar aardige uitslagen. Dat werd door het dagblad waar mijn ouders een abonnement op hadden - de Limburger - met veel publicitair geschetter omgeven. Winnen is, immers, een Limburger. Aangezien er toen niet echt veel andere Limburgse sporthelden op aarde rondliepen, kwamen de hoop op een belangrijke overwinning en het verlangen naar sportroem van heel een provincie neer op de smalle schouders van de onderwijzer uit Ysselsteyn. Jean Nelissen speelde voor ceremoniemeester, een rol die hem op het lijf is geschreven; in zijn proza over Winnen scheerde de maître van de wielerjournalistiek langs hoge toppen.
    Helaas was Peter Winnen niet bereid om die dubbele last op zijn schouders te nemen. Erger zelfs, Winnen kwam in interviews regelmatig tegen de hem opgelegde rol in opstand. Hij moest er niets van hebben. Hij paste. Hij was niet bereid om in naam van een provincie te fietsen, en te winnen. Hij deed het allemaal, oh gruwel, voor zichzelf. Zijn imago werd er niet veel beter op. Mijn vader vond hem maar 'een verwaande kwast', die zijn tijd beter kon besteden aan hard fietsen dan aan 'schandalen op Limburg', en die 'maar eens wat minder moest lezen tijden zware wedstrijden', want dat leidde af van de hoofdzaak: de koers. Ja, mijn vader, hij ging heel, heel ver, als het Limburgse belang volgens hem in het geding was.
    In 1981, ik was 16, debuteerde Winnen in de Tour. Mijn sympathie voor hem nam toe, naarmate die van mijn vader afnam. Vlak voor het begin van die Tour was mijn sympathie al vrij groot. Mijn vader wist het zeker: 'Die Winnen, dat wordt nooit wat.' Ik wist het net zo zeker: 'Winnen wordt een hele grote.' Ja, in sommige gezinnen heb je het over dat soort onderwerpen. In het begin leek mijn vader gelijk te krijgen. Winnen viel nauwelijks op. Fietste mee. Meer niet. Tot die glorieuze dag aanbrak, waarop men eindigde op de Alpe d'Huez. Winnen wist iedereen voor te blijven, net aan, maar hij won en vestigde in één klap zijn naam. Inwendig juichend zag ik die dag hoe Peter Winnen veranderde van een onopvallende neoprof in een klimmer, hoe hij bijna stierf op de fiets en het toch volhield tot de eindstreep.
    Toen mijn vader na afloop zeer nadrukkelijk zei dat het fijn was dat er weer eens een Limburger had gewonnen, reageerde ik daar, tegen mijn natuur in, niet op. Mijn vader wist namelijk niet tot welk besef ik tijdens het kijken naar de finishreportage was gekomen. Ik had gezien hoe iemand een overwinning voor zichzelf kan behalen, zonder per se rekening te houden met de toeschouwer, die toch blij kan zijn met die overwinning - om zijn eigen redenen. Ik had gezien dat je een overwinning in de eerste plaats behaalt voor jezelf, omdat de vreugde, de euforie en de afmatting achteraf niet direct te delen zijn met de toeschouwers. Dat besef, vertaald naar mijn eigen situatie, betekende dat ik het mijzelf toen, onderweg naar de Alpe d'Huez, met dank aan Peter Winnen, toestond mij los te maken van de mij benauwende omgeving, zodat ik er later zonder wrok aan kon terugdenken. Ik stond mijzelf, dankzij een wielrenner, een eigen standpunt toe.


Zondag 3 VII 05 (Day Highway - Voorburg)

MART KNALT 'M ERIN!

Wat had ik er naar toe geleefd! Na die leuke januariavond in de Mollige Haan kon de tijd tot de Tour me niet snel genoeg gaan. Vorige zondag was er al een bloedstollend, maar ook frustratieverwekkend voorafje in de vorm van het NK op tv, waarbij de vertrouwde stemmen der commentatoren klonken alsof ze nooit weggeweest waren.
    Zaterdag de proloog. Oh en ohlala en de toeclip van the Lance en der Jaan ingehaald. Het was me gelijk al weer wat. Spannend, hoor. Geeuw. 's Avonds werd de bbq wat eerder uitgepist om toch op tijd voor het nieuwe avondprogramma klaar te zitten. Toetje d'r bij.
    De naam was veranderd in het heel veelbelovende Avondetappe. Had Mart een nieuwe bril? De rook van de bbq hing door de aanhoudende verkeerde wind nog altijd in de kamer, dus ik kon het niet goed zien.
    Aan tafel (ook al een nieuwe tafel: kosten noch moeite waren gespaard om het programma te upgraden!) zaten de ongelukkige Steven de Jongh en de wel gelukkige Thom Hofmann.
    Zou Mart een wintercursus interviewtechniek gevolgd hebben? Ach, ijdele hoop zo bleek al snel. Geeuw. Hij wreef Stevens leed er allemaal nog eens dunnetjes in, beelden d'r bij, focus op het wegwillen bij de Raboploeg. Nog altijd niet tacties, Mart! Wijntje d'r bij?
    Op enig moment moet ik even zijn ingedut. Het zal een combinatie van factoren geweest zijn. Onvrede over Jaan versus Lance, het opgerakelde voorval Breukink versus De Jongh, een te goed gevulde maag, de hypnotiserende werking van Marts geneuzel; ik had het gevoel dit niet nóg een Tour te trekken.
    Plots klinken schoten... ze schieten op Mart! En ik heb helemaal geen Avondetappepubliek zien zitten op de lokatie! Is het een medewerker, die het op zijn baas voorzien heeft? Waar is de beveiliging? Nestor onder vuur! Au secours!
    Soms droom ik wel eens meer wat. Van een frisse wind, die door Frankrijk waaien zou in de zomer van 2005. Een mistral met een nouvelle vague d'r bij.
    Maar een lang aanhoudend vuurwerk dat door de babbelende Mart heen knalt, is een goede tweede. Dat zal Steven wel met me eens zijn.


Zondag 3 VII 05 (Harry)

HET BORD VAN EEN ANDER LEEGETEN

Een afgetrainde Ullrich en zelfs een Armstrong in topvorm zijn volgevreten westerlingen. Ten minste wanneer ik ze vergelijk met die uitgehongerde baby, die in 1984 als toonbeeld van de honger in Ethiopië de wereld overging. Het was het plaatje dat de aanzet vormde voor Live Aid in 1985. Gisteren maakte diezelfde baby, die niet stil heeft gezeten en is uitgegroeid tot een jonge vrouw, haar opwachting naast Madonna bij Live 8.
    Ik wil de strijd die deze vrouw heeft geleverd niet vergelijken met de kommer en kwel van Ullrich. 1.07 verloren, overal spierpijn, stijve nek en een pleister. Het valt natuurlijk allemaal in het niet bij de grote ellende in de wereld. Wat ik niet wil zeggen is: 'Zij heeft al die ellende overwonnen, Jan waarom zou jij Armstrong nu niet meer kunnen verslaan zet hem op.' Het riekt teveel naar ouders die hun kinderen dwingen het bord leeg te eten, daarbij wijzend al die kindertjes die aan de andere kant van de wereld van de honger dood gaan. Dat die kinderen dood gaan omdat diezelfde ouders hun verwende kinderen baden in luxe, is een heel ander verhaal. Bij het wielrennen moet een renner eerst het bord van een ander leeg eten, maar men doelt dan niet op de bordjes van Afrikaanse kinderen. Maar op de figuurlijke bordjes van de concurrenten.
    Wanneer wij niet de borden van anderen leeg bleven eten, dan was een pijnlijke muzikale ervaring ons bespaard gebleven. Bob Geldof zou met pensioen kunnen of eindelijk weer eens mooie muziek maken met zijn Boomtown Rats en Bono wat moet er in Godsnaam met Bono.


Zondag 3 VII 05 (Adriaan)

AMATEURS

Hij had er stiekem op gehoopt: in zijn laatste Tour de France vanaf dag één in het geel rijden. Dat is hem niet gelukt, hij heeft Dave Zabriskie twee tellen moeten laten voorgaan. Reden: vlak na de start schoot Armstrong met zijn voet van de pedaal. Tamelijk amateuristisch als je het mij vraagt. Hoewel, het is nog stommer om voor de start vergeten je fiets van het slot te halen. Dat overkwam de Fransman Hervé Labruyère in de Tour van 1956. Een weetje dat al vaak is aangehaald, maar ik vind het leuk hier nogmaals te vermelden.
    Zaterdag ben ik voornamelijk bezig geweest met mijn eigen ding: voordragen. Daardoor heb ik slechts een klein deel van Live 8 gezien en helemaal niets van de Tour. Diep in de nacht heb ik het nieuws opgehaald van Teletekst. (Moet je eens doen: diep in de nacht gaan zappen. Op alle commerciëlen, echt alle, worden dan non-stop bewegende advertenties van de vlees verwennende industrie vertoond. Zou dat de hervorming van het omroepbestel zijn die Van Der Laan voorstaat?)
    Bij Live 8 had ik graag Pink Floyd nog even gezien. Uiteraard in de hoop dat zij een van hun oudste songs zouden spelen: Bike. ‘I've got a bike, you can ride it if you like, it's got a basket, a bell that rings and tings to make it look good.'
    Vandaag weer geen tijd de Tour rechtstreeks te zien, ik zal het vanavond met de herhalingen moeten doen. Maar vanaf maandag ben ik weer de jaarlijkse couchpotato.


Zaterdag 2 VII 05 (Adriaan)

Het begint te kriebelen. Langzaam komt het Tour-gevoel. In de ochtendkrant vandaag staat het routeschema. Dat kenden we allang, dat is een paar maanden geleden al gepubliceerd, het is meer een opfrissertje. Waar gaan we naar toe?
    Het grote verschil tussen wielrennen en voetballen is de locatie. Die is bij voetbal nogal statisch. Men rent wat heen en weer op een veld van honderd bij vijftig meter en na vijf minuten heb je de ambiance wel gezien. Heus, de Kuip is een instituut. Ik heb er aan de kant gestaan om Feyenoord te zien, op het veld gestaan om de Stones te zien. Ik zou het heilige grond noemen als ik iets met heilig zou hebben. Maar ik heb het wel gezien.
    Het Nederlands kampioenschap wielrennen, vorige week zondag, was een beetje voetballen: rondjes rijden door Rotterdam. Na één rondje had ik dat rondje wel gezien. Wat niet wegneemt dat Leon van Bon een prachtige winnaar was.
    Nee, dan de Tour. Iedere dag van A naar B en wat is het mooi tussen A en B, want Frankrijk. Dit jaar twee etappes door de Vogezen (8 en 9), mijn favoriete gebergte. Zoals ieder gebergte mijn favoriete gebergte is. Let even op als de renners bovenop de Ballon d'Alsace komen: het hotel, rechts van de weg, daar heb ik geslapen. Met wat toen nog een geliefde was.
    Op de Ballon heb ik toentertijd ook weer nijdig last van mijn hoogtevrees gekregen. Het waren enerverende tijden.


Zaterdag 2 VII 05 (Harry)

SUPERMAN EN SUPERGROVER

Toen Superman vorige week onderuit ging getroffen door een wesp, kwam hij eraf met slechts een blauw oog. Toch wens ik het als een teken te zien. Hij weet normaal precies de vliegroutes van de wesp en dat hij deze wesp over het hoofd zag, zie ik als een aanwijzing voor het feit dat hij minder gefocust is. Voor hetzelfde geld vergeet hij een bocht, een rotonde of een zebrapad wanneer het regent. Ik wens hem niets toe, het is wat ik wil zien; verslapping.
    Van Supergrover ben ik niet anders gewend dan dat er kleine dingetjes fout gaan. Zo reed hij gisteren achter op de wagen van zijn ploegleider. Hij was bezig met de verkenning van het parcours. Hij telde waarschijnlijk de stenen in de straat of de lantaarnpalen. Omdat hij had gehoord dat Superman dat ook altijd doet. Maar het remlicht van de auto die voor hem reed ontging hem en toen hij deze zag was het al heel dichtbij. Net onder zijn kin. Hij kwam er gelukkig van af met een paar sneetjes in zijn hals.
    De komende weken ga ik genieten van de avonturen van deze twee helden. Kan Superman zich nog één keer drie weken concentreren of doet een overstekende egel, waarvan hij het adres niet genoteerd had bij zijn verkenningstocht, hem de das om. En is Supergrover mijn klunzige held met superkrachten, eindelijk in staat zichzelf te overtreffen en verslaat hij zijn eeuwige rivaal. De vraag is kan hij van de lekkernijen afblijven, kijkt hij goed naar links en rechts bij het oversteken en laat hij zijn grote hobby ravijntoerisme voor wat het is? Ik hoop het. Ik hoop het van harte.


Vrijdag 1 VII 05 (Harry)

SUPERMAN OF SUPERGROVER

Jan Ullrich heeft me arm gemaakt. Al jaren verwed ik mijn kapitaal om een Tourzege van der Jan en ook dit jaar zal ik dat weer doen. Het gaat de laatste jaren weliswaar om symbolische bedragen, maar het belang van een overwinning van Ullrich is er niet minder om. Het is namelijk, wanneer Lance ons niet in de maling neemt, de laatste keer dat Jan in een rechtstreeks duel Armstrong kan kloppen en er is mij meer dan geld aan gelegen. Ik voel me aangetrokken tot Ullrich. Hij is volgens mij de sterkste wielrenner in koers, maar hij heeft het tragische van de anti-held. Hij heeft veel vaker niet gewonnen dan wel en niet zelden kon hij zichzelf daarbij grote verwijten maken. Het gevecht dat hij voert, voert hij behalve tegen zijn opponenten vooral tegen zichzelf. En juist die strijd is er een die hem voert over de hoogste toppen en door de diepste dalen en waarbij hij zichzelf regelmatig onderuit haalt, maakt hem menselijk en aantrekkelijk voor mij. Hij eet te veel, traint te weinig en kiest op het verkeerde moment de aanval of blijft zitten wanneer hij moet gaan.
    Waarom maak je je het leven zo moeilijk, vragen mensen me wel eens? Waarom Ullrich en niet Armstrong? Waarom Feyenoord en niet Ajax? Waarom Supergrover en niet Spiderman?
    Het antwoord is eenvoudig. Ik heb niet zoveel met superhelden. Armstrong is de superheld waar ik nooit van gedroomd heb en hij zal ook dit jaar wel weer winnen, zo zijn Superhelden, die winnen altijd. En daar zit hem de kneep. Er is een hele rits superhelden van het tweede garnituur, die rustig wachten op het pensioen van 'de Onsterfelijke'. Daarna zullen ze vechten om de troon.
    Jan niet, Jan zal strijden tot hij ten onder gaat, tot zijn hoofd op ontploffen staat. Maar ik hoop dat hij zijn laatste kans grijpt en Armstrong voorgoed af laat druipen naar Amerika.


Vrijdag 1 VII 05 (Adriaan)

Ik heb Jan Jansen nog bewust meegemaakt, zo lang volg ik al de Tour. Maar het lijkt anders dit jaar. Zat ik voorgaande jaren al een week van te voren op het randje van mijn stoel, dit jaar is het er niet. Morgen begint de Tour en ik sta nog niet in de startblokken.
    Echt, ik heb alles gevolgd wat er tot nu toe dit seizoen is verreden. In de Ronde van Zwitserland heb ik gezien dat Ullrich al bijna onder zijn gewicht zit, wat een godswonder mag heten. De laatste dagen ook veel terug gedacht aan de mooiste Alpe d' Huez die ik heb mogen zien: samen met een van mijn beste vriendinnen (ik weet niet eens meer wie er won die keer.)
    Oké, ik heb het druk (oké!) Gedichten voor behangpapier, gedichten voor stoeptegels, morgen voordragen op de Parade. Dat is dan weer een heikel punt. Ik heb eerder voorgedragen op de Parade en ik voel me er thuis. Maar morgenavond is er ook een avond rond de Tour in Tivoli, Utrecht. Was ik voor uitgenodigd. Met Harry, Jeroen Wielaard, René Schwab, Peter Winnen.
    Luxe probleem: toch maar Parade.
    Laat ik een prognose doen, lijkt het toch of ik er al helemaal inzit. Dit jaar wordt het jaar van Ullrich, Klöden en Vinokourov. Geen idee wie van de drie zal winnen.
    En we gaan mooie dingen zien van Leon van Bon.


Maandag 27 VI 05 (Chretien Breukers)

Mijn oma was streng katholiek. Haar jaar verliep volgens een zeer strikte, van hogerhand opgelegde indeling, met Pasen, Maria Hemelvaart en Kerstmis als hoogtepunten. Ik ben katholiek opgevoed, maar heb de moederkerk (in mijn geval vooral: de omakerk) de rug toegedraaid. Het enige wat ik aan mijn katholieke jeugd heb overgehouden, is de voorkeur voor een strak ingedeeld jaar. Wat Pasen was voor mijn oma, is het WK snooker in Sheffield voor mij. Maria Hemelvaart? Wimbledon.
    Maar het mooiste sportfeest van het jaar, nee, het absolute hoogtepunt, met niets te vergelijken, zelfs niet met Kerstmis, is de Tour de France, kortweg Tour. Ik wil niets - ik herhaal: niets - te maken hebben met mensen die de Tour de France ineens La Grande Boucle gaan noemen, als ze zich meer belezen willen voordoen dan ze zijn. De Tour is de Tour, en het woord dient ongeveer te worden uitgesproken zoals Joop Zoetemelk dat deed: in een Nederlands dat het midden houdt tussen Rijpweterings en Frans.
    De afgelopen tien jaar neem ik me eind juni steeds voor om deze keer eens niet naar de live beelden te gaan kijken. En al zeker niet naar de bergetappes, die in hun geheel worden uitgezonden. Vruchteloos, natuurlijk. Net zoals mijn oma de hele dag zat te bidden, zo zit ik in juli drie weken de hele middag, en soms de hele dag, voor de televisie. Is wielrennen een sport voor katholieken en zij die ooit katholiek waren? Je zou het bijna gaan denken.
    Zeker is in elk geval dat het kijken naar de Tour net zo moeilijk uit mijn systeem te krijgen is als het katholicisme uit dat van mijn oma. Zij bad nog op haar sterfbed. Ik hoop dat mijn sterfbed te zijner tijd (in 2055, als Armstrong helaas zijn come-back maakt, omdat de wetenschap nu een manier gevonden heeft om hem te recyclen) ergens eind juli, begin augustus valt. Dan kan ik de finish op de Champs Elyssées net voor ik mijn laatste adem uitblaas meepikken, desnoods flink onder de morfine. Hoewel ik me ook in mijn sterfjaar zal hebben voorgenomen nu eens niet naar de wedstrijdbeelden te kijken. Maar aan dát goede voornemen kan ik me vanaf de Tour van 2056 nog een hele eeuwigheid houden.


terug naar inleiding