De rotonde van Frankrijkdoor naar week 2 / week 3 / de epiloog / tour 2002, terug naar inleiding
Vrijdag 6 juli 2001 (Adriaan)In de jaren `67 tot en met `69 van de vorige eeuw heb ik de krant bezorgd. Het Parool, Léés die krant! was het motto, een oproep waaraan gelukkig niet veel mensen in de buurt gehoor gaven; bezorgen moest geen werken worden. Ik was knipper en plakker, een vaardigheid die me tegenwoordig als tekstverwerker goed van pas komt. Dagelijks knipte ik de Kronkel van Simon Carmiggelt, Vader & Zoon van Peter van Straaten, Peanuts van Charles M. Schulz en plakte de stukjes in schriften, ik heb ze nog. Ook de resultaten van de Tour verzamelde ik: foto's, interviews, commentaren, het etappe-overzicht, de dag- en algemeen klassementen.
`Niet blijven plakken, hoor!'
`Ik ben bijna klaar, mam.'
Mijn Tourschriften zijn in de loop van verhuizingen verdwenen. Jammer, ik zou de namen nog eens na willen lezen, want ik heb een geheugen als een... als een... zo'n ding met gaatjes. Mijn geheugen is zo slecht dat ik alleen nog politicus of schoonvader van de Prins van Oranje zou kunnen worden.
Maar morgen begint de Tour, dat heb ik wel onthouden. Ik zal slecht slapen vannacht.
Bijna zaterdag 7 juli 2001 (Harry)Ik slaap nooit de nacht voor de proloog. En nog minder voor een bergrit. Ik heb mijn Homastour-spel weer uit de kast gehaald. Maar ik heb geen vrienden meer, die met mij de Tour willen komen naspelen. Adriaan jij?
Vroeger toen de andere jongens van mijn leeftijd naar de disco gingen, speelden mijn vrienden en ik dat spel. Verkering kreeg je er niet van, maar daar heb je als topspeler ook geen tijd voor. Dat kwam na mijn tienerjaren wel.
Ik heb net in mijn eentje de proloog gereden en Michael Boogerd won. Slechts Pantani die buiten mededinging meereed, was sneller. Mijn vrouw is net van me gescheiden. Na de Tour trouwen we altijd weer.
Eigenlijk mag ik de eerste etappe nog niet gaan rijden, maar ik heb Tourkoorts 40,5. En weet dat het het enige is dat helpt. Dus ik zet de renners weer op het bord. Deel de demarragekaarten uit en leg de dopingkaarten klaar. Boogerd reed de proloog clean. Voor Armstrong die reed als een dweil, heb ik een dopingkaartje gebruikt. Maar hij hoefde niet te plassen.
Morgen om zeven uur kan ik de Tourbijlagen van de verschillende kranten kopen op het station. Hoe de treinen ook rijden; vooruit, achteruit, met of zonder machinist, op de linker of op de rechterwielen - de kranten zijn altijd op tijd!
Nacht van 6 op 7 juli 2001 (Adriaan)Het is soms beangstigend hoe ver mensen gaan in hun sport. Zelf ben ik in het verleden vijf jaar achtereen bezig geweest te onderzoeken of er een verband bestaat tussen rugnummers en de plaatsen die renners in dag- en eindklassement behalen. Conclusie: er is totaal geen samenhang. Dat wist ik eigenlijk meteen al na de eerste etappe van mijn onderzoek, maar gedreven (of eigenwijs) ben ik toch nog een tijdje blijven doorspitten.
Eén uitzondering op de regel heb ik ontdekt. Gedurende het bewind van onder andere Merckx, Hinault en Indurain is het regelmatig voorgekomen dat de renner met het rugnummer 1 ook in de einduitslag nummer 1 was. (Zoals Armstrong vorig jaar.)
Ik had het al voorspeld: ik kan niet slapen, de spanning is te groot. Om de gedachten te verzetten probeer ik een nieuw rekenkundig project op te zetten. Zou er bijvoorbeeld verband bestaan tussen de haarlengte van een coureur en zijn prestaties op de smalle bandjes? In het kader van dit onderzoek is het jammer dat Pantani, het kale olifantje, dit jaar niet meerijdt. Laat ik me maar concentreren op de nummer 141, Laurent Brochard, de enige renner met een beetje fatsoenlijke pruik.
Zaterdag 7 juli 2001 (09.30 uur) (Harry)In de Tourbijlage van de Volkskrant vertelt Jeroen Blijlevens dat hij van zijn ploegleider wat kilo's moest aankomen. Voor de ogen van de verslaggever eet hij een hele schaal koekjes leeg en schept hij meer suiker dan theebladeren in zijn hete water. Jeroen kan in de bergen opeens met de besten mee (Jerommeke in de Bolletjestrui?) en moet wat massa winnen, om weer te kunnen meedoen bij de massasprints (heet het daarom zo?).
Een visioen: Jan Ullrich en Jeroen aan één tafel. Jan probeert uit alle macht te denken als een actrice uit Friends of Ally MacBeal, terwijl Jeroen als een Sumo-worstelaar gebakjes, koekjes en andere grootverpakkingen calorieën naar binnen werkt.
Wie wint, wint!
Met de 8 Franse ploegen voor ogen, waarvan de meeste in Italië nog moeite hebben om mee te komen met de amateurs, neem ik een minuut stilte in acht voor Cipolini, Zülle, Van Bon, Tonkov en natuurlijk voor het Olifantje. Maar Adriaan en ik; wij zijn erbij dit jaar en we zullen Parijs halen, met of zonder doping! Wanneer ze kloppen aan onze deur doen we echt niet open. Als ex-krakers hebben we wel voor hetere vuren gestaan.
Zondagochtend 8 juli 2001 (Adriaan)Sinds het midden van de jaren zestig kent de Tour een proloog, een individuele tijdrit over een plaatselijk parcours. De startplaats, dit jaar het voormalige zeerovershol Duinkerken, moet miljoenen op tafel leggen om het spektakel binnen te halen. Daarvoor krijgt men wel een hele dag feest, met toeters, bellen en een reclamekaravaan.
Dit jaar was het extra feestelijk, omdat alle renners vrijdag - the day before - ter plaatse een verklaring ondertekenden waarin zij beloven een eerlijke Tour te rijden, geen overtredingen te maken. De goede verstaander weet dat dit slaat op het gebruik van doping. Zo niet het Nederlandse sprintkanon Jeroen Blijlevens. Hij is het slachtoffer geworden van zijn eigen eerlijkheid.
Het parcours leidde namelijk voor een deel over een wandelpromenade langs het strand. Toen Jeroen het bord zag `Fietsers afstappen' (Duinkerken ligt net boven de taalgrens) dacht hij geen moment na, kneep in de remmen en ging lopen. Een welbespraakte wedstrijdcommissaris heeft hemel en aarde moeten bewegen om Jeroen duidelijk te maken dat het in dit speciale geval niet voor wielrenners gold.
Hij werd 188ste, op een na laatste, met een achterstand van ruim anderhalve minuut op de uiteindelijke winnaar Christophe Moreau. Weer duurde eerlijkheid het langst.
Zondagmiddag 8 juli 2001 (Harry)De Waele is al uit de Tour, met een blessure. De Waele????? De Waele is, of was de Lotto-man, die met zijn trekhaak Jeroen Blijlevens tot 300 meter van de finish op sleeptouw moest nemen om hem in een goede uitgangspositie te manoeuvreren. Jerommeke staat er dus alleen voor. Misschien dat hij zich toch maar op de etappe naar Alpe d'Huez moet richten. De Waele was bovendien de enige renner die de proloog langzamer reed dan Jeroen Blijlevens.
Durand is afgeleid van het Franse werkwoord durer (duren). In de nieuwste editie van de Franse van Dale is dit woord voor het eerst terug te vinden: Durand (m) langdurige ontsnapping, chronische ontsnappingsdrang. Jacky Durand, die in de jaren negentig zijn opwachting maakte in het peloton. Ontsnapt tijdens de Tour de France minimaal een keer per etappe zonder succes. De geruchten doen de Ronde, dat Jacky mensenschuw is en zich in grote groepen geen houding weet te geven.
Zonder de Waele inderdaad geen Blijlevens voorin. Hij was er niet afgewaaierd door de fikse zeebries. Maar een Nederlander die niet tegen wind kan, is geen Nederlander. We hebben bijzonder winderige genen.
En wat Zabel mankeert, weet ik niet. Zijn De Waele (Fagnini) is niet eens mee. Hij is een jaartje ouder, maar opeens wint hij weer sprints. Kop op Jeroen: wat hij kan, kan jij ook! Al is het er maar één. Alsjeblieft Jeroen, alsjeblieft?
Maandagochtend 9 juli 2001 (Adriaan)Als schrijver schrijven over de Tour, wat een genot. Dagelijks aan de buis gekluisterd zitten met het veilige idee: ik ben aan het werk. Het is de Belgische buis die ik volg, want van de Nederlandse krijg ik zweetvoeten. Het commentaar is me niet bloemrijk genoeg (ik mis Jean Nelissen) en het Poldermodel bevalt me voor geen meter. Dat model houdt in dat men iedereen tevreden probeert te stellen. Zo werden gisteren bijvoorbeeld de wielerbeelden afgewisseld met motorrijden, kogelstoten en meer onzinnige en onzindelijke bezigheden. Op het Belgische eerste net werd alleen gefietst, andere sporten waren naar net twee verbannen.
Op den Bels werd het debacle van Blijlevens prachtig van commentaar voorzien. Michel Wuyts kan namelijk liplezen. Hij fluisterde ons in dat Jeroen, op het moment dat deze zag dat hij weer ging blunderen, een hardgrondig `Djuu' ten gehore bracht. Vloeken helpt?
Laurent Brochard sprong in de slotkilometer nog even weg. Zijn staart wapperde vrolijk in de wind, de benen waren goed, toch haalde hij het niet. Conclusie met betrekking tot zijn haarlengte? Geen idee.
Maar ik heb ook nog wel iets vrolijks te melden. Vanmorgen hoorde ik de Volkskrant in de bus vallen en ik was er als de knipper bij. Jawel: ik ben weer begonnen met knippen.
Maandagmiddag 9 juli 2001 (Harry)Goed dat je over haar begon, er is inderdaad een verband tussen haardracht en prestaties, ook bij het schrijven. Lang haar is gewicht, dat is één. Lang haar vernauwt en manipuleert het blikveld, dat is twee. Tussen die haren door zie je heel andere dingen. Met schrijven kan dat soms een voordeel zijn, met wielrennen niet? De beste klimmer van de vorige eeuw (Gert-Jan Theunisse), viel niet voor niets zo vaak.
Er is nog een verband namelijk; tussen haardracht en prestatieverbeterende middelen. Sommige middelen zijn slechts te achterhalen in de haren. Hier zijn twee oplossingen voor, het kaalscheren van het hoofd (o.m. Pantani, Dierckxsens) of het verven van de haren met felle kleuren (o.m. Virenque, Blijlevens). Ik weet overigens niet of het alleen om hoofdhaar gaat. Niet dat er regels zijn tegen roze schaamhaar, maar in deze barre tijden is het genoeg voor een nachtje politieonderzoek.
Dat skinheads en punks gebruiken, is overigens oud nieuws. Ik ben regelmatig tijdens het pogoën, verwond door types die aan een energie en agressieoverschot leden. Zonder stimulerende middelen was ik geen partij.
Dinsdagochtend 10 juli 2001 (Adriaan)Michel Wuyts is laaiend enthousiast over de kleuren van de Raboploeg. `Dat oranje, gecombineerd met dat blauw!' Ik weet wel beter, het zijn de huiskleuren van de familie Oranje van Nassauwe, wat zo'n kleurencombinatie bij voorbaat al besmet maakt.
Waarom de bank de kleuren draagt van het koninklijk huis is mij onduidelijk Ik geloof niet dat de familie een rekening bij de Rabo heeft lopen, die hebben hun geld in Luxemburg, Zwitserland en op Jersey staan. Het hele sponsorgebeuren is me sowieso een raadsel. Neem de ploeg van Lance Armstrong: US Postal. Welk belang hebben de Amerikaanse posterijen erbij om een seizoen lang reclame te maken in Europa?
Laurent Brochard is kopman van de ploeg van Jean Delatour. Jean Delawie? Jean Delatour. Wie of wat is dat in godesnaam, vroeg ik me af, en ik ben het maar eens gaan opzoeken. Jean Delatour is een bedrijf dat namaak sieraden produceert, een business die blijkbaar zo lucratief is dat men vijf miljoen in een wielerploeg kan steken.
Marc Wauters van de Raboploeg won gisteren in Antwerpen niet alleen de etappe, hij bereikte ook de leiderspositie in het algemeen klassement. De mazzelpik. Hij hoeft vandaag niet door zijn Vlaanderenland in dat afschuwelijke oranje-blauw, hij gaat glunderend in het geel.
Dinsdagmiddag 10 juli 2001 (Harry)Het staat nu vast. Nooit meer zal er een echte Planckaert geboren worden. Geen Walter, Willy of Eddie. Gisteren op het moment dat de Tour België binnenreed, blies Gusta haar laatste adem uit. Meer dan 80 jaar liep ze rond in Vlaanderen, ze was de wielermoeder bij uitstek. De moeder van Eddy Merckx, Lucien van Impe, Freddie Maertens of dichter bij huis: Joop Zoetemelk. Wie kent haar? De vader van Axel Merckx of Richard Groenendaal kennen we wel, maar die wonnen zelf ook wel eens een wedstrijdje.
Gusta was een publiek figuur in België. Helaas heeft ze nooit gebruik gemaakt van nieuwe technieken. We hebben natuurlijk Jo - een neefje - en er zullen wel wat kleinzoontjes gaan fietsen. Maar sinds het voor vrouwen op leeftijd mogelijk is kinderen te krijgen, hebben vele Belgen geprobeerd Gusta over te halen. En met kloontechnieken werden de vooruitzichten alleen maar beter.
Ik heb natuurlijk wel wat namen op mijn kloonverlanglijstje. Een nieuwe, verbeterde Winnen, Van de Velde, Rooks en Theunisse; Nederlanders die het net niet haalden. We weten nu wat er fout ging. We voegen wat tijdritgenen toe, optimaliseren de omstandigheden ( bijv. een goede kapper voor Gert-Jan) en hebben er vier tourwinnaars bij.
Woensdagochtend 11 juli 2001 (Adriaan)Ook de moeder van Gert-Jan Theunisse is anoniem gebleven. Slechts één feit kennen we: zij had al drie zoons toen Gert-Jan werd geboren. Liever had ze een dochter gehad. Daarom kleedde zij haar zoontje nogal popperig en heeft hem van jongsaf aan gedwongen lang haar te dragen.
Toch zijn er meer beroemde rennermoeders. Legendarisch is de mamma van de Spaanse bergkoning Pedro Luis Gamuza. El Hijo werd hij in het peloton genoemd, de zoon. Moeder Gamuza, de struise Consuela, stond bij iedere bergetappe aan de meet, zowel in de Tour als in de Vuelta. Waar andere renners nog weleens willen huilen als zij een etappe winnen, barstte Pedro Luis in tranen uit als hij verloor. Want hij wist: ik krijg ze uitgemeten.
Consuela mepte erop los als haar zoon niet naar haar zin had gepresteerd. Na een verloren bergrit kreeg Pedro oorvijgen van de harde, onrijpe soort. Meerdere malen is hij met striemen op het gezicht aan de start verschenen.
Gelukkig voor Pedro heeft de internationale wieler unie, in de tumultueuze vergadering van mei `59, het pak slaag op de lijst van verboden middelen gezet. Ontgoocheld is Consuela enkele maanden later overleden. Pedro heeft nooit meer een rit gewonnen. Maar Zabel won gisteren de sprint heuvelop!
Woensdagmiddag 11 juli 2001 (12.00 uur) (Harry)Cippolini zit op een terras zijn haar te kammen en loopt met mooie pakken indruk te maken op het vrouwelijke geslacht. Tom Steels kan het tempo niet bijbenen. Met Jeroen Blijlevens is het wachten op een helder moment, dat hij weer 300 meter lang gelooft dat hij een topsprinter is. Geen bokser, geen middelmatige klassiekerrenner, nee, een sprinter.
Ondertussen sprint Erik Zabel tegen... ja, tegen wie eigenlijk? Tegen de Steven de Jonghen, de O'Gradys, Kirsipuus en Boogerds van het peloton. Leuke sprinters in de Ronde van Duinkerken, de Ronde van Valencia of De meerdaagse door de Panne; maar geen partij voor Zabel.
Zabel haalde gisteren zijn tweede sprintoverwinning en vandaag zijn derde??
Morgen wint hij de ploegentijdrit. Ik verlang naar de Alpentoppen, waar Zabel pas een minuut of 10 na de winnaar - Boogerd - binnenkomt.
Hij zal het wel in zijn eentje moeten opknappen. Want de klimcapaciteiten van zijn ploegmaten beperken zich tot het zonder problemen nemen van een verkeersheuvel. Bovendien moeten ze drie weken bijkomen van een halve etappe op kop rijden, om de Gele trui te beschermen. En maar klagen. Neem dan de Telekomploeg, die ziet zo'n etappe als een goede voorbereiding op de ploegentijdrit. Ik weet het zeker; Ullrich wint deze Tour met een straatlengte. Wanneer ik ongelijk heb, laat ik mijn haren groeien!!
Donderdagochtend 12 juli 2001 (Adriaan)De etappe van Hoei naar Verdun was op het lijf geschreven van de kopman van Jean Delatour, Laurent Brochard. Deze sympathieke langhaar (vergeef mij het pleonasme) moest in staat worden geacht in dit heuvelland te zegevieren. Maar nee, Laurent kwam er niet aan te pas in deze monsterrit. Het woei vanaf Hoei, er werden waaiers gevormd, het peloton brak in stukken. Er werd, om in Verdunse sfeer te blijven, veelvuldig gestorven. Brochard finishte uiteindelijk wel in de voorste groep.
We beleefden een kopgroep van negen, waarin het Haagse lachebekje Michael Boogerd. De groep kreeg een maximale voorsprong van wel tien minuten. Dat doe je toch niet, dacht ik, je laat een superster als Boogerd toch niet zo ver vooruit rijden? Het bleek geen probleem, ruim voor het slot van de etappe werden de vluchters ingelopen.
De laatste en beslissende demarrage werd geplaatst door Ludo Dierckxsens, een man wiens hoofd ooit model heeft gestaan voor een van de aardappeleters van Van Gogh. Maar Ludo legde het in de sprint net af tegen Laurent Jalabert. De commentator zei: hij kwam een wiel tekort. Dat is onzin, natuurlijk. Als je een wiel tekort komt, kun je helemaal niet fietsen.
Donderdagmiddag 12 juli 2001 (Harry)De dag van gisteren begon ik met een aantal verwachtingen/ideeën: Erik Zabel wint de rit, Herman Brood is onsterfelijk en de transfer van Pierre van Hooijdonk mislukt toch weer. Ik zat er naast, ik zat er compleet naast.
Erik Zabel kon niet met de eerste groep meekomen. Het werd een enerverende etappe, die ik helaas slechts in samenvatting zag. Maar dan wel op de BRT, bij de NOS én op Eurosport. Ik doe nog een voorspelling. Michael Boogerd gaat hoog eindigen en dan bedoel ik echt hoog.
Herman Brood had alles geprobeerd wat gevaarlijk is, behalve van het Hilton springen. Voor dat hij dood ging wilde hij ook dat meemaken en misschien was die sprong wel zijn ultieme kick. Wie zal het zeggen? Herman niet! Het neerkomen werd zijn meest fatale hit. Maar mijn tranen bewaar ik voor de dag dat Shane Mac Gowan zijn laatste tanden in het trottoir zet.
Het nieuws van de dag! Pierre van Hooijdonk komt naar de Kuip en maakt Feijenoord kampioen. Pierre scoort altijd en overal. Daar kan geen Vennegoor of Ibrahimovic tegenop. Het Nederlands elftal was met Pierre (en zonder Patrick `de verkrachter' Kluivert) in de basis gewoon Europees kampioen geworden en bij voorbaat geplaatst voor de WK. Een wedstrijd met Pierre begin je namelijk met een 3-0 voorsprong.
Vrijdagochtend 13 juli 2001 (Adriaan)Wat de leek nogal eens dreigt te vergeten is dat wielrennen een teamsport is. Dat is meteen ook de voornaamste reden, naast mijn chronische luiheid, dat ik nooit aan het spelletje ben begonnen: ik werk heel slecht samen. Het Tour dagboek met Harry Z. lukt zo aardig, omdat we op afstand met elkaar werken: hij in een hofje aan de ene, ik in een hofje aan de andere kant van de Hobbemastraat. Overleg en het uitwisselen van stukjes gaat per e-mail.
Goed, in een sprint of een beklimming moet de laatste snok door het individu worden gegeven, maar de voorbereiding gebeurt in combinatie met teamgenoten. Daarom was Zabel voor de Tour zo pissed off dat Fagnini niet stond opgesteld, de man die de sprint voor hem moet aantrekken. Kopman Jan Ullrich wilde enkel renners die in de bergen voor hém kunnen werken.
Donderdag was de dag van de ploegentijdrit. Hier was het teamwerk ook voor de leek duidelijk te zien. De ploegen reden als ploeg. Nu weer in een lint, dan weer in een bolletje, al naar gelang de richting van de wind. Een bolletje, zo noemen de renners het, maar in feite lijkt de figuur die zij draaien meer op een ketting. Aan de meet streek het platteland met de eer. De rit werd gewonnen door Crédit Agricole, het Franse equivalent van de Bo van Rabobank.
Vrijdagmiddag 13 juli 2001 (Harry)Michael Boogerd is de beste tijdrijder, hij weet het alleen zelf nog niet. Gisteren tijdens de ploegentijdrit nam hij in zijn eentje de hele Rabo-ploeg op sleeptouw.
Ik zei het al eerder, Michael gaat hoog eindigen. De fa‡ade dat hij niet rijdt voor het klassement, zal hij binnenkort moeten laten varen.
Er is slechts één obstakel tussen Michael en een tourzege en dat is de individuele tijdrit aan het einde van de Tour. Het probleem is niet, zoals ik reeds vaststelde, dat Michael geen tijd kan rijden. Maar Michael heeft een stimulans nodig. Met een beer op zijn hielen loopt zelfs Patrick van Balkom een wereldrecord. De vraag is nu: Hoe simuleer je een beer en hoe voorkom je dat iedereen die beer ziet? Na enig nadenken vond ik een zeer voor de handliggende oplossing.
Michael Boogerd monteert op zijn stuur of op zijn zonnebril onopvallend een klein achteruitkijkspiegeltje. Ploegleider Theo de Rooij voert met zijn auto langzaam het tempo op, Michael anticipeert hier op. Op deze manier kan Michael zeker 5 tot 10 kilometer harder per uur. Daarmee wint hij zo'n 4 tot 9 minuten (i.p.v. 3 minuten tijdverlies) op de concurrentie in een tijdrit van zestig kilometer. En dat is met de tijdwinst die hij boekt in de bergen, voldoende om de Tour te winnen!!
Zaterdagochtend 14 juli 2001 (Adriaan)In zijn boek `Een lange weg naar Tipperary' doet de schrijver Ben Borgart verslag van een fietstocht door Ierland. Onderweg komt hij een Belg tegen, die het Ierse land te voet bereist. `Want,' zo zei hem de Vlaming, `op de fiets gaat het allemaal te snel, je mist de helft.'
Het is waar. Het peloton is in de Vogezen aangekomen en de renners hebben alleen maar oog voor elkaar en hun hartslagmeter. Nog een reden waarom ik nooit wielrenner ben geworden: ik wil van de omgeving kunnen genieten. Daarom ga ik meestal stapvoets door de Haagse dreven.
De etappe van vrijdag kende wel een lichtpuntje: vijf renners ondernamen een lange vluchtpoging. Pas in de straten van Straatsburg werden zij gepakt. Onder hen bevond zich mijn favoriet: Laurent Brochard. De sympathieke Fransman, die niet echt een langhaar is, hij heeft een matje, laat een baardje staan. Een maf ding, niet meer dan een streep op zijn kin. Ik moet zeggen: het staat hem goed.
Dan nog een roddel. Er wordt gefluisterd dat zijn sponsor, Jean Delatour, de diamant heeft geleverd die Marc Wauters na zijn zege in Antwerpen in ontvangst mocht nemen. We wachten af. Marc komt er wel achter hij de steen probeert te verpatsen.
Zaterdagmiddag 14 juli 2001 (Harry)Het is feest vandaag. Feest in Frankrijk en feest in China. `Doping,' zo zeggen de sportbobo's en politici, `is slecht voor de gezondheid en wij willen ze beschermen tegen zichzelf en de gifmengers van het peloton.'
door naar week 2 / week 3 / de epiloog / terug naar inleiding
Maar waar deze paternalistische baasjes het plezier van velen vergallen, wijzen ze de spelen toe aan China waar onlangs bijvoorbeeld nog 1781 mensen werden geëxecuteerd. Bombarderen ze burgers in Belgrado, laten ze mensen verhongeren en jagen ze vluchtelingen van hot naar her. Alsof dat niet slecht is voor de gezondheid!
Wanneer alles wat slecht is voor de gezondheid gepaard moet gaan met razzia's als in de Tour en onlangs in de Giro, moet bij alle sigarenwinkels, slijterijen en supermarkten meer dan de helft van hun koopwaar in beslag worden genomen. Moeten managers, TV makers en popmuzikanten regelmatig door vliegende drugsbrigades bezocht worden en krijgen wapenfabrikanten een nekschot om te laten voelen wat te veel lood in je lichaam met je doet.
Ik maak me niet meer kwaad om het leed in de wereld. De Koerden en de kinderen in de NIKE-sweatshops lijden voor een goed doel. Turkije is van strategisch belang voor de NAVO en Hoera, alweer een nieuw wereldrecord. Ik maak me er niet kwaad meer om. Maar laat dan godverdomme die wielrenners af en toe wat slikken of spuiten, om drie weken hard te kunnen fietsen. Ik wil weten hoe ze heten, waar ze vandaan komen, wat ze gewonnen hebben en ik wil mooie anekdotes. En bovenal wil ik spanning, bloed, zweet en tranen! Het is niet eerlijk, maar het hoeft ook niet eerlijk te zijn.