Olympische Spelen 2004
Terug naar: inleiding / week 1 / voorbereiding

RARE JONGENS DIE IEREN
(30 VIII, Harry)

Tijdens het afsluitende nummer van de Olympische Spelen rende een Ierse priester de weg op om de koploper van dat moment, de Braziliaan Vanderlei de Lima, beet te pakken en van de weg te duwen. Het kostte de verbouwereerde Braziliaan een groot deel van zijn voorsprong en zijn ritme. Nadat de Italiaan Baldini en de Amerikaan Keflezighi hem gepasseerd waren herpakte hij zich en haalde alsnog de bronzen medaille binnen. Hij werd door de Grieken terecht als een held onthaald in het stadion.
    De Ierse priester, wiens naam nog niet bekend is gemaakt, is geen debutant. Vorig jaar werd hij bij de Grand Prix van Engeland in Silverstone opgepakt, op het moment dat hij de baan wilde bestormen. Wat hij toen van plan was is nooit duidelijk geworden. Liften, zelfmoord, de ziel van een parochiaan in nood aan de andere kant van Silverstone redden. We weten het nu. Hij wilde Michael Schumacher van de weg duwen. Had hij het maar gedaan, iedere oprechte Formule 1 liefhebber wil in het diepst van zijn hart deze Duitser aan de kant schuiven. Was het hem maar gelukt, dan was zijn honger misschien gestild geweest. Of wanneer hij het mij gevraagd had had ik hem nog wel wat mensen kunnen aanwijzen. Lance Armstrong op weg naar zijn zesde Tourzege in een ravijn, Clarence Seedorf van het veld in een diepe spelerstunnel, Mart Smeets, WA en ET van het dakterras waarbij hij de hulp in had kunnen roepen van een paar Grieks-Orthodoxe kapelaans. Dat alles had ik hem aan kunnen raden, maar niet deze dappere Braziliaan, die er al zo vroeg alleen vandoor was gegaan.
    Vorig jaar werd deze priester na zijn poging op Silverstone tot twee maanden gevangenisstraf veroordeeld. Nu maakt hij waarschijnlijk kennis met een antieke Griekse kerker. Van het uitoefenen van zijn werk komt op deze manier niet veel. Maar misschien is een katholiek wel beter af zonder priester.


NOSTALGIE
(29 VIII, Harry)

Mountainbiken is een nieuwe sport. Dit jaar stond het pas voor de derde keer op het Olympisch programma. De eerste Olympisch kampioen, Bart Brentjens, pakte deze keer brons. Voor zover de feiten.
    Ik ben er op de laatste Olympische zaterdag in Athene eens voor gaan zitten. Voor zover ik me kan herinneren is het voor het eerst dat ik zo'n wedstrijd van de eerste tot de laatste minuut heb bekeken. Ondanks dat mountainbiken een nieuwe sport is, hangt er wat mij betreft ook een bepaalde historische nostalgie om heen. Het is de sport op een fiets die het meeste lijkt op het wielrennen zoals het ooit begonnen is. De wedstrijd begint direct na het startsignaal en van een ploegentactiek is nauwelijks sprake. Er wordt gereden en de sterksten scheiden zich af. De beklimmingen gaan over zandpaden, zoals in de Tour jarenlang is geklommen. Een andere overeenkomst met die Tour is dat de renners geen hulp mogen krijgen van buitenaf. Ze hebben banden en gereedschap bij zich en moeten zelf defecten herstellen. (Daarom alleen al is het geen sport voor mij, ik ga al naar de fietsenmaker om mijn dynamo op mijn wiel te laten zetten of een band op te pompen.)
    Het is het 'ieder voor zich en de sterkste wint'-principe, dat me aanspreekt. Wat ik jammer vind is dat de afstand te kort is, met een lekke band ben je nu meteen kansloos. De Olympische wedstrijd was slechts 44 km lang. Bij het nieuwe onderdeel marathon, heb je veel meer kans om na pech weer terug te koen. Hopelijk is dat onderdeel de volgende keer te bewonderen op de Spelen. Ik trek er nu al vast een dag voor uit.


BOEKET RACE
(28 VIII, Schoe)

Deze week jubileert de Boeket Reeks. Wij feliciteren de Boeket Reeks van harte.
    Maar wat een onhandige datum hebben ze uitgekozen voor hun partijtje met bekendmaking van de nog steeds stijgende verkoopgetallen van die dreinerige nonverhalen, zo tijdens de Olympische Spelen. Hun geenszins uitgelezen totebellen n.l. bevinden zich allemaal in Athene.
    In het Holland House.

Iedere avond wordt ons een uitgebreide kijk opgedrongen in dat programma waar ze borden te veel hebben. Wij worden dan meegenomen naar een in oranje schemerlicht badende zaal gevuld met een meute bierdrinkende (met de ene hand) zwaaiende (met de andere hand) zich de longen uit het lijf schreeuwende Nederlanders met een gaatje in hun hoofd. De bekende Nederlanders springen gauw achter een pilaar als een camera te dichtbij komt.
    Zij zijn aan het huldigen!
    Deze beelden verbijsterden ons. Maar pas op, dit was nog maar het begin. Al gauw kwamen, nog enigszins besmuikt om hun gevoelens van verlies (hoe onterecht ook, maar de Spelen gaan nu eenmaal om winnen en niet om alleen maar stom meedoen) omdat ze ‘maar’ een zilveren medaille hadden gewonnen. De organisatie wist daar wel raad mee, die gaven ze gewoon een trap na door 'We are the champions' in te zetten.
    Het zogenaamde Krautsurrefen (zo heet dat volgens Smeets) is ook een geliefd tijdverdrijf.
    En dan horen wij het verhaal dat er tijdens de huldiging van de roeiers in de zaal geroeid werd. Ach ja, dachten wij nog, een paar dronken idioten die denken dat ze leuk zijn maken roeigebaren, haha. Maar het ongelofelijke bleek waar... Het hele godvergeten zooitje publiek is op de grond gaan zitten en heeft geroeid! Wat erg!
    Als wij al klompen hadden, zouden wij die nu weg kunnen gooien omdat ze onherstelbaar gebroken waren.
    Het bevestigt wel dat we hier te maken hebben met het niveau van de Boeket Reeks Lezertjes.
    Het verbaast ons dat ze lezen kunnen.

Zo tegen het einde van de Spelen realiseren we ons hoe we een hoop prachtigs zullen missen. Maar het wordt wel tijd dat de boekettertjes naar huis gaan om aldaar met een diepe zucht op de bank te ploffen om het nieuwste deel van de Boeket Reeks ter hand te nemen. Want de Boeket race gaat gewoon door en als je weer gewoon helemaal kan opgaan in die dokter die dat behoeftige vrouwtje op de bek smakt, dan is het Holland House gauw vergeten.


HOE ZIT DAT?
(28 VIII, Harry)

Van hockey wordt gezegd dat het een elitaire sport is. Dit i.t.t. voetbal wat generaliserend gesproken een volkssport is. Hockey is om de generalisatie nog even door te trekken, een sport voor kakkers, rijkeluiskindjes met drie- of zelfs vierdubbele namen en studenten. Men zou dus verwachten dat het gemiddelde IQ en de talenkennis van een hockeyer groter is dan die van een voetballer. Ik verdenk de gemiddelde hockeyer ervan naast Engels ook vloeiend Duits, Frans en Latijn te spreken.
    Maar wanneer je tegen een voetballer zegt ga jij eens een corner nemen, dan loopt hij naar de hoek van het veld, legt de bal neer en geeft deze een schop. Wanneer je echter tegen een hockeyer corner zegt, maakt zich een zekere verwarring meester van dit individu. De ene keer legt hij de bal ergens halverwege tussen doel en cornervlag op de achterlijn. De andere keer wordt de bal op de zijlijn gelegd een meter of tien van de achterlijn. Of het komt doordat de gemiddelde hockeyer te lang onder water is gehouden tijdens de ontgroening van één of ander studentencorps of dat ze geen aanleg hebben voor meetkunde of dat voetballers gewoon meer praktische intelligentie hebben. Ik weet het niet. Het is een magere verklaring. Want bovenstaande theorieën zouden misschien op kunnen gaan voor Nederlandse hockeyers, maar Australiërs weten de hoek ook niet te vinden. En de gemiddelde Australische hockeyer is geen topstudent, dat zie je zo. Ze zien er uit en hockeyen als rugbyers die ooit een hockeystick in handen gedrukt hebben gekregen.
    En de scheidsrechters dan, vraagt u zich terecht af. De hockeyscheidsrechters weten ook niet beter. Het zijn waarschijnlijk oud-hockeyers, die nooit iets hebben bijgeleerd.

PS Een jong hockeytalent kun je er al op de basisschool uitpikken, wanneer ze voor straf in de hoek moeten en in plaats daarvan ergens halverwege de klas gaan staan of voor het bord.


DE BOZE DROOM VAN JOAN
(28 VIII, Jimmy Tigges)

Als sportredacteur van de Delftse Post (de Delftse versie van de Posthoorn) bezocht ik in juni 1998 de jaarlijkse atletiekwedstrijden om de felbegeerde Delft Sportstad Bokaal, bij AV'40, aan de Brasserskade. Bij de jeugd, zo lees ik in mijn eigen verhaal dd 1/7/98 terug, verraste het 14-jarige AV'40-talent Joan van den Akker op de sprintmeerkamp. Als C-junior won zij in deze voor B-junioren bedoelde wedstrijd de 100 meter in 12.63 en werd zij derde op de 200 meter in 26.06. Twee afstanden die de Nederlandse kampioene op de 60 meter bij de D-junioren nog nooit eerder had gelopen. In het eindklassement eindigde zij als derde. 'Blij verrast nam zij haar medaille in ontvangst', noteerde de scherpe pen van Razende Reporter Jimmy Tigges. Om te vervolgen met: 'Naar eigen zeggen vindt de jongelinge, die tweemaal per week bij AV'40 traint, atletiek belangrijker dan haar school. "Ik oefen op alle atletiekonderdelen, maar ik vind sprinten het leukste, omdat ik daarin beter ben dan de anderen", aldus de spontane tiener.'
    De spontane tiener was een leuke, frisse meid. Met een ontwapenende lach. Een jaar of twee later, toen ze opnieuw iets gewonnen had, stelde ik haar opnieuw enkele prangende vragen. Wat haar ambities waren. En of ze al droomde van de Olympische Spelen. Om die laatste vraag moest ze verlegen lachen. Natuurlijk droomde ze daarvan, maar zoveel woorden liet ze blijken dat ik wel erg hard van stapel liep.
    Niettemin rees haar ster in de volgende jaren. In 2004, inmiddels 20 jaar, werd zij Nederlands kampioen op de 100 meter. Bij de senioren, met een tijd van 11.35. En afgelopen donderdagavond, tien over negen, stond zij er. Op de Olympische Spelen. Als eerste loopster van de 4x100 meter estafetteploeg, halve finale. Nederland 2 is nog bezig met overtollig nakaarten over de verloren dameshockeyfinale, maar de BBC zendt het live uit.
    Joan flirt charmant met de camera, als ze die op zich gericht ziet. Dan klinkt het startschot. De Engelse commentator doet geestdriftig verslag. Ik zie hoe Joan in de baan links naast haar voorbijgestoven wordt door een andere atlete. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De aandacht van de verslaggever gaat naar de ploegen die om de eerste plaatsen strijden. Over Nederland geen woord. Ik zoek naar de Hollandse dames, maar zie slechts een hopeloze Annemarie Kramer, de laatste loopster, wachten op iemand die niet komt. Is er iets misgegaan? Het gaat allemaal zo snel, dat ik Nederland niet eens zie finishen. Een eindstand verschijnt ook al niet in beeld, want de BBC schakelt meteen over naar het verspringen. Dan maar eens goed opletten in de herhaling op Nederland 2, bijna een half uur later.
    De Nederlandse commentator ziet onmiddellijk wat er misgaat. De wissel van Joan en Jacqueline Poelman. 'En die gaat ALTIJD goed', schrijft Joan een halve dag later bijna verontwaardigd op haar eigen website, onder het kopje 'Boze droom wordt werkelijkheid'. Honderdduizend keer geoefend op het doorgeven van het stokje en uitgerekend nu gaat het mis. Daar had ze nou een jaar lang naartoe geleefd. Ligt het aan de te snel vertrokken Poelman? Het ligt aan Joan. Aan haar voetblessure die over leek te zijn, maar dat niet is. Waardoor zij op het laatst iets in moet houden. Met dank aan de geraadpleegde dokter en zijn foute diagnose.
    Donderdagmorgen blikte Annemarie Kramer nog met 'gezonde spanning' vooruit in de Volkskrant: 'Als ik eenmaal in dat afgeladen stadion sta, dan zal het wel door mijn hoofd schieten: wow, hier doen we het dus allemaal voor.' Zoiets moet Joan ook gedacht hebben, vlak voor de start. Om elf seconden later te constateren dat het voorbij is. En Annemarie? Die kon, net als loopster nummer drie, helemaal onverrichterzake de kleedkamer opzoeken. Treurig, maar wel een mooie metafoor voor de zinloosheid van het leven.


MIJN LICHAAM KOMT OP KRACHTSTROOM
(28 VIII, Frank Abilard)

Vrijdagavond na elf uur. De regen overstemt met een luid gekletter op mijn platte dak de muziek van de lp: Silver Pistol van Brinsley Schwarz. Een band uit de late zestig- en begin jaren zeventig. De langspeelplaat gisteren gekocht voor een euro vijf en twintig. Daar kom je niet zo gemakkelijk meer aan als je die zoekt.
    In wezen zoek ik niets en toch alles. Zo gaan vrienden van me morgen voor een maand naar Amerika, met mijn opdracht eventueel twee films op te sporen en mee te nemen. En geloof me, ik had er wel zes kunnen opgeven. Welke titels? Che, van Roman Polanski, een cult film uit negentien twee en zeventig en een kinderfilm genaamd King of Masks.
    Ja, wie gaat er nu naar Amerika? Waarom niet, als je van dat land houdt? Er zijn niet overal bushes. Er is heel veel gewoon leven, zo wij dat ook kennen. En toch, ik heb het niet op dat land. Het is me te groot, ze dragen wapens en ze hebben een rare wetgeving waarin je vooraf maar beter jezelf schuldig kunt verklaren, want dan valt er te onderhandelen over een strafmaat. Rare jongens die Yankees.
    De regen zwijgt. Ze dwong me vandaag de bus te nemen. En in de bus werd ik verrast met een bevestiging van wat me al dagen bezighoudt. Namelijk, we zijn in op drift geraakte uitspraken gekomen. We kunnen er niet meer omheen. Niet meer om de oké ziekte en niet meer om de superlatieven. Om de haverklap kreunt er we ergens iemand oké met de nadruk op een lange o. Astrid Joosten is een grote overbrenger van de oké bacterie. En de meeste Nederlandse Olympische sportverslaggevers uiten zich dag na dag in superlatieven. Fenomenaal, een wonderkind, en ga zo maar door. In de Spits las ik; zilver met een diepe zwarte rand. De arme hockeymeiden die zichzelf toch danig overschat hebben, waren zwaar teleurgesteld omdat ze geen goud haalden. Alsof een tegenstander niet beter kan zijn. Morgen zal de dag voor de hockeymannen in zwartzilver worden getypeerd.
    Ander muziekje maar. Dit keer Magna Carta, ooit gekocht door Enrico Stoop en nu door mij voor twee euro vijftig; times of change.
    Zeker, zeker, ik zit er een beetje door, wat de Olympische Spelen betreft. Het is allemaal prachtig en pralend; zeker, zeker, maar het is zoveel. Het is dagenlang allerlei sporten waar je normaal nooit aandacht voor hebt. Ineens heb ik verstand van zwemmen, hoogspringen met en zonder stok, dressuur en hockey. Bij alle sporten. Hockey, Kolf, en Cricket. Ook bij mij beginnen de Olympische stoppen langzaam door te slaan. De al zorgvuldig opgebouwde spanning in mijn lichaam komt op krachtstroom. Ik loop door huis als een beginnende kerstboomverlichting, en mevrouw Abilard zegt dat ik 's nachts kwijlend Paula Radcliff roep. Maar ik had ook zo te doen met Paula, zeg ik dan licht verontschuldigend. Ik heb met allemaal te doen, maar als dit zo doorgaat moet iedereen met mij te doen hebben. Want ja, ik weet nu wel het een en ander van allerlei sporten, maar wat heb ik aan die wetenschap? Het zijn maar zestien dagen maar vermenigvuldigd met het aantal sporten is het een belasting van vier jaar.
    Graag gedaan, zeg ik volgende week; in de hoop dat ik dan weer eens tijd heb voor een goede film. Nog maar een biertje, voor de vergetelheid. Proost.


DE KONINGSBETWETER
(27 VIII, Schoe)

Het zou veel beter zijn als verslaggevers zich bij verslaggeven hielden en hun tomeloze drift om sporters te interviewen in toom hielden.
    Er is n.l. niets aan.
    Dat komt omdat de meeste sporters niet gehinderd worden door enig intellect. Dat betekent dat ze niets te zeggen hebben. Dus zeggen ze doorgaans in slecht nederlands niets en allemaal hetzefde niets omdat ze het niets bij elkaar afgekeken hebben. Het is ook geenszins belangrijk. Immers, de waanzinnig knappe sportieve prestaties spreken een veel mooiere taal.
    Waarom vraag je aan de koningin van het fietsen, de vrouw die wij van nu af aan vertederd Leontien Vermorzel noemen, hoe ze zich na afloop van haar koningineprestatie voelde. Dat heb je toch net gezien en wat heb je aan: "sohn haufpaain".
    Je hebt ook niets aan het antwoord op dezelfde vraag aan de zwemkoningin want je weet van te voren dat ze haar parelemoere nagels voor de camera steekt, een houding aanneemt alsof ze voor de Playboy poseert en dan iets vreselijks pijnlijks zegt zoals: "toppie joppie ik ben sooo blaai, ik heb me eigen onsterrefeluk gemaakt, ja sellufs legendaries".
    Of b.v. een turnmeneer die uitlegt dat wat vroeger het paard heette nu niets meer met een paard te maken heeft omdat het tegenwoordig Pegasustafel heet.
    Of moeten we soms massaal van onze stoelen vallen als we horen dat een sporter getraind heeft voor zijn gouden mudalje. Bovendien wil ik niets weten over dode familieleden.
    Neen, neen en nog eens neen.
    Laten we nou gewoon alleen maar kijken. Om b.v. te zien hoe ze tijdens het spelen van het volkslied hun struikjes afnemen, hoofdrolspelers in een komische act voor drie personen op een podium met ongelijke leggers. Of dat de dikste, slechts moeders mooiste, kogelstootster Cleopatra heet. Nog eentje. Anton Geesink stapt in een taxi. Het geluid van de radio is hem te veel. En dan zegt hij: "Ken joe drop daun de reedio". Deze prachtige beelden-met-tekst krijg je vanzelf, de hele dag door en ze overstijgen de waarde van een interview ruimschoots.

De koningsbetweter, ook wel Mart Smeets genoemd, denkt hier heel anders over.
    Vreemd gekleed, de arm met het gele ik-hoor-erbij-bandje voor- en de vieze-oude-mannen-haarpoeffen achteruit gestoken, regeert hij zijn interview domein met superioriteit.
    Die van hem welteverstaan. Dat gaat als volgt.
    B.v met het verliezers Martelen.
    Hij vraagt een paar verliezers aan tafel en zaagt ze door over hoe erg dat wel is.
    Dan vertoont hij een aantal beelden met louter winnaars. Met een plak om de hals, een struikje op het hoofd en in de hand, lachen, huilen of springen zij een gat in de lucht terwijl het volkslied speelt. Dan, terug naar de tafel, wrijft hij het verliezerszout in de wonden van zijn gasten, onder het mom van 'sport bestaat nou eenmaal uit winnaars en verliezers'.
    Of hij maakt zijn superieuriteit kenbaar door een kwinkslag. "Dat heeft de puf uit haar benen geslagen"(leuk bedoeld) en "hij is toe aan zijn tweede stootbeurt" (pikant bedoeld) en "deze sprinter heeft hier niets te zoeken" (hoe zat dat ook weer, dat van dat meedoen en dat winnen?) en "ik bedoel het niet wreed maar jou Opympische loopbaan heeft precies 16 seconde geduurd" (snedig bedoeld).
    Zo gaat dat ongeveer.
    Na een bezoekje aan het schaamteloze Hollandhuis legt de koningsinterviewer zich ter ruste.

Ach, geef mij maar liever die beelden, gewoon, van de wedstrijden.


KLEREN MAKEN DE MAN
(26 VIII, Schoe)

Bij de oude Olympische spelen waren de deelnemers bloot.
    Dat kon makkelijk met het weer in Griekenland en sporters moeten nou eenmaal tegen een stootje kunnen. Bovendien deden er geen vrouwen mee. Dat scheelt.
    Langzamerhand trok men toch maar iets aan. De gristelijke god is ook al zo tegen bloot.

Bij de hernieuwde Olympische spelen zijn de deelnemers aangekleed.
    Eerst zagen de pakjes eruit als degelijk ondergoed. Hup je jas en je broek uit en sporten maar.
    Je ziet dat nog steeds aan die atletiekpakjes. Degelijk, saai en niet echt opwekkend.


    Bij de moderne Olympische Spelen zijn de deelnemers steeds vrijer gekleed.
    Nieuwe stoffen, steeds dunner en elastischer, veroorzaken een heel ander beeld.
    Zo zijn b.v. de roeiers een lust voor het oog met hun vrijwel niets verhullende broekjes. De treurmuziek die klonk tijdens hun prijsuitreiking probeerde nog wanhopig wat tegenwicht te geven maar mooi dat de beelden het wonnen. Ook de turnstertjes kunnen er wat van. Hoog gesloten en met lange mouwen hupsen, springen en balanceren ze naar hartelust, de op de tanga geïnspireerde onderkantjes ferm in de voor-en achternaadjes getrokken. Een lust voor het oog van menig pedofiel (vandaar dat met die trainers). Het softpornogehalte in de atletiek wint eveneens terrein. En die smoes dat het functioneel is, daar trappen wij niet in, haha.
    Bij de paardensport is niets veranderd. Net zag ik nog drie amazones jankend op het podium staan, in volle bepakking, in de hitte. Misschien willen zij ook eens wat bloter.

Bij de toekomstige Olympische Spelen zullen de deelnemers deze trend voortzetten.
    In 2004 zijn we dus aan van alles gewend geraakt. En het is heus niet alleen maar aan die malle struikjes, gemaakt van blaadjes waar wij hier de soep mee opleuken, op de hoofden van prijswinnaars. Nee, wij wennen b.v. ook al aan die fietsers in die lavendelkleurige volledig doorzichtige strakke pakken, zonder effectverpestende onderbroek eronder, die mij inspireerde tot de volgende conclusie, namelijk dat er over niet al te lange tijd weer gewoon bloot wordt gesport tijdens de Olympische Spelen.


OLYMPIA, TOEN EN NU, DEEL 3: DE ONDERDELEN
(26 VIII, Luther Zevenbergen)

Athene heeft om de spelen van 2004 een historisch tintje te geven, enkele onderdelen op historische plekken georganiseerd. Zo werd het kogelstoten in het oude Olympia gehouden, en wordt de marathon gelopen van Marathon naar het stadion van 1896 in Athene. De marathon is echter geen antiek nummer. Het werd in 1896 bedacht door de organisatie van de spelen, ook toen om de band met de antieke spelen te benadrukken. Dat het kogelstoten vorige week in Olympia werd afgewerkt is ook misleidend, want dat is ook geen nummer uit de antieke spelen. Wat we nu als atletiek beschouwen bestond in de antieke spelen uit de loopnummers en de vijfkamp. De loopnummers waren de zogenaamde stadionrace, in Olympia was dat ongeveer 192 meter. Er was geen vastgelegde afstand; Het stadion in Delphi, was bijvoorbeeld 177 meter. Daarnaast had je de dubbele stadionloop. Een middenlange afstand, die vier ronden bevatte, en een lange afstand van 7 tot 24 ronden. De historici kunnen dit niet met zekerheid vaststellen. Ten slotte was er nog de stadionloop in wapenuitrusting. De vijfkamp bestond uit: hardlopen, discuswerpen, speerwerpen, verspringen, worstelen.
    Daarnaast waren er de vechtsporten, die erg populair waren bij het publiek. Er waren drie titels te verdelen. Het boksen, worstelen en de pankration. Pankration was een combinatie van worstelen en boksen, feitelijk was alles hierbij toegestaan en het ging er dan ook ruig aan toe. Er vielen wel eens doden of ernstige gewonden. Zo is er geval bekend dat iemand zijn tegenstanders tot overgave dwong door zijn vingers te breken. Naast de stadionloop werd dit dan ook als een koningsnummer van de spelen beschouwd.
    Tot slot was er de hippische sport, verdeeld over twee onderdelen. Paardrijden en de wagenrace. In tegenstelling tot alle andere onderdelen, waar de deelnemers vanaf de toenemende profesionalisering van de sportwedstrijden uit alle lagen van de bevolking kwamen, waren de hippische nummers een elitaire aangelegenheid. Het onderhouden van een paard, en een strijdwagen was een dure zaak, en de eer kwam dan ook meestal toe aan de eigenaar van het paard en de wagen. De jockeys werden niet als de winnaars beschouwd.
    In de eerste 100 jaar kwam dit programma tot stand doordat er, naast het oudste nummer, de stadionrace, steeds een nummer werd toegevoegd. In latere eeuwen werd er weinig meer aan het programma verandert.


SPORT, SEX EN SWEMKAMPIOENEN
(26 VIII, Harry)

Deze week las ik het vreemde bericht dat IOC-lid Anton Geesink aangaf voor het eerst met een NOC*NSF voorzitter door één deur te kunnen. De gelukkige is E.T., dus ik wil eerst bewijzen zien. Misschien dat de deuren in Griekenland groter zijn, omdat ze altijd voorbereid moeten zijn voor het geval Atlas met zijn aardbol langskomt. Het zou kunnen, ik weet te weinig van Griekse religieuze gewoonten om er een zinnige uitspraak over te kunnen doen.
    Maar niet alleen Nederland blijkt een voormalig zwemkampioene te hebben die zich opvallend manifesteert. Ook Engeland heeft er één, Sharron Davies. Davies is sportverslaggeefster bij de BBC. Een verslag vanuit het zwembad, waarbij ze voor het zwembad terugblikte op de afgelopen dag, zorgde voor nogal wat ophef.
    Net als bij onze oud-zwemster wordt de beeldvorming van de Engelse bepaald door haar afmetingen. Het verschil is dat het bij E.T. een totaalbeeld is en dat het bij de BBC-verslaggeefster slechts gaat om haar grote borsten. Het feit dat ze geen BH droeg onder haar topje en dat haar tepels duidelijk de huiskamers binnenkwamen, riep nogal wat reacties op. In Engeland barstte een orkaan van verontwaardiging los. En in the Daily Mirror, een van Brittania's goorste rioolbladen werd de zaak reeds spits tot Nipplegate gedoopt. Vreemd is het wel dat juist de tabloids, die bekend staan om de mix van bloot en schreeuwerig nieuws, zoveel aandacht besteden aan een vrouw die haar topje gewoon aanhoudt.
    Sharron weet veel van zwemmen en kan deze kennis goed overbrengen, ze kan het niet helpen dat de halve Engelse bevolking zit te gluren naar haar borsten en dat hun wederhelften thuis op de bank zich daar aan irriteren.
    Aangedragen oplossingen zijn dat Sharron voortaan slechts vanaf de schouder gefilmd wordt of dat ze, ook al is het 40 graden, ze een warme ruimvallende coltrui draagt. Mijn oplossing is dat onze E.T. in beeld verschijnt en dat Sharron de voice-over doet. We weten allemaal dat door een genetische afwijking mannen een obsessie hebben voor sport en borsten, die twee mengen levert problemen op. Borsten kijken doen mannen het liefst stiekem en sport luidruchtig, chips etend, bierdrinkend en boerend.

PS Sport en sex je moet het gescheiden houden. Zo vind ik ook dat beachvolleybal niet op de Spelen thuis hoort. Het is meer iets voor een programma van Veronica op de late avond.

PS2 I.t.t. Dione de Graaf heeft Sharron Davies een eigen website: www.sharrondavies.tv


OOK ZO
(26 VIII, Adriaan)

Zoals de dwergen ooit Bart de Graaf hebben geclaimd, eist de homobeweging iedere homo op. Johan Kenkhuis is lid van de olympische estafetteploeg (zilver!) en homo. De Gaykrant schrijft meteen: zilver met een roze randje. Gay and Lesbian zwemclub Ketelbinkie bestookt de media met de mededeling dat Kenkhuis een erelidmaatschap van de vereniging krijgt. En Johan? Hij zelf: 'Is dat dan ineens knap of zo, dat een homo hard kan zwemmen en een medaille wint?' Johan is gewoon een goed zwemmer.
    Maar goed, nu we toch de kast aan het leegtrekken zijn: ik heb nog wat nichten ontdekt. Echt, dit is niet lullig bedoeld voor Ankie van Grunsven. Ik ken een Ankie en dat is een schat van een meid. Knappe prestatie, meid. Terwijl Bonfire zich overgeeft aan vanities, haalt ze met het nieuwe paard weer goud. Maar dat paard, die paarden, daar gaat het om.
    Er zijn mensen die de dressuur prachtig vinden, hè Abilard? Maar ik vind het van een nichterigheid. Dat is toch geen sport voor een hengst, een beetje dansen in de ring? Een hengst hoort te racen, merries bespringen, eventueel de kar trekken, maar toch niet het Zwanenmeer dansen. Mietje!
    Salinero, zo heet de nicht, heeft in Athene zijn volle broer ontmoet. Seven Up heet het beest en hij is niet zo. Seven Up springt, onder de kont van de Koreaan Jung-Ho Woo. De beesten hebben niet laten blijken dat ze elkaar kenden. Zo gaat dat in sommige families.

PS Dinsdag bij hoge uitzondering naar Studio Sportzomer gekeken, want Jeroen Straathof was te gast. Ontzettend aardige vent, ik heb hem een paar maal mogen ontmoeten. Bijzondere sporter: hij heeft een medaille behaald bij de winterspelen (schaatsen), de zomerspelen (wielrennen, ploegenachtervolging) èn de paralympics (wielrennen, als stuurman op de tandem). Een interview met Jeroen: dat kan zelfs Smeets niet verkloten.


NIET ZO MAAR EEN KRANS
(25 VIII, Day Highway)

Nee, de kransjes die de kampioenen op het vaak wat onwillige hoofd gedrukt krijgen zijn heel speciaal. Tot gisteren had niemand het er nog aan af gezien. Er werd zelfs gezegd dat ze van plastic waren. Hoe kan een Olympisch ogenschijnlijk randverschijnsel een hoofditem worden in Studio Sportzomer? Vertrouw op Mart!

Mia Audina gaf het startschot met haar onthulling dat ze 'het een beetje vochtig en koel hield' in haar badkamer. Met zulke woorden tart een vrouw Mart tot het uiterste. Dan gaat hij snuffelen. Het resultaat was een diepgravende reportage. Ademloos keek Nederland naar de beelden.
    We hoorden dat de lauwerkransen van echte laurierbladeren werden gevlochten. We zagen hoe de beste soort alleen op Kreta groeit. We leerden dat het niet zomaar in elkaar geflanst wordt, maar dat er een verfijnde techniek voor ontwikkeld is.
    Zeker, de krans is terug van weggeweest.
    'De Spelen terug in Griekenland, dan de lauwerkrans ook,' moet een medewerker van het brainstormteam in december (juni? augustus?) geroepen hebben. Fijn plan met baangarantie voor een grote groep Kretensische werklozen.

Mia koestert de krans, maar niet iedereen gaat er zo mee om. Dennis gaf hem aan de Griekse vader van zijn schoonzus, Pieter deed hem al tijdens de huldiging snel af. En Inge?
    Inge zat aan tafel bij Mart. Ze was jarig. Eerst liet Mart al tot groot balen voor haar zingen door het dakterraspubliek. Inge bleef glimlachen, maar de oplettende kijkertjes zagen haar weerzin maar al te goed. Zij had zich duidelijk voorgenomen om overal positief tegenover te staan.
    Mart, die pretendeert dat hij alle sporters zo goed kent, had beter moeten weten. Het publiek wist het wél: het 'lang zal ze leven' klonk niet van harte. Mart had een verrassing voor Inge. Je voelde het erge al van verre aankomen.

In het filmpje begon een oud Kretensisch vrouwtje her en der bloemen door de krans te vlechten. En ja hoor! Marts oranje broekspijp in close-up, zijn hand met de krans er trillend naast onder tafel. Inge, die zich misschien verheugd had op een kado als een Nagelstudiotegoedbon, zag tot haar afgrijzen een bloemenlauwerkrans boven tafel komen.
    'Moet ik hem op?'
    'Wat jij wil.'
    'Nou, even dan.'
    'Hij staat je goed.' Sjonge-jonge in plaats van toppi-joppi.

Om het af te maken las Mart een gedicht voor van ene Cornelis uit Amsterdam. Over diens liefde (?) voor Inge. Al snel bleek dat deze Cornelis (kan hij zich even bekend maken bij de redactie van Studio S.) zat te zweten in een caravan met het AD op schoot. Foto van Inge in een wit zwempak, biertje d'r bij en de rest van het gedicht had een hoog dubbelzinnig gehalte.
    Even verloor Inge haar lach, maar nadat Marts stem was weggestorven sprak ze: 'Ja, heel mooi.'

Diep in zijn hart had Mart gehoopt dat Inge hém een van haar kransen zou geven. Ze heeft er immers genoeg. Hij zou hem opzetten om nooit meer af te doen!
    Om zijn teleurstelling te verbijten gaf hij haar een handkus, verder durfde hij niet te gaan.
    Het was wel de mooiste handkus ooit, zei-die.
    Binnenkort liggen overal in Nederland plastic lauwerkransen in de winkel.
    Laten we er in godsnaam alvast een naar Mart sturen. Het staat hem vast enig!

Naschrift: Wel pot, pot, pot, pot, potverdorie. Wie is Cornelis? Cornelis is huisdichter Cornelis, die bijdragen heeft geleverd voor het Tour- en EKdagboek. En soms ook in de Volkskrant staat.


WORMEN EN MADEN
(25 VIII, Schoe)

Kijk, sommige dingen veranderen niet in hun voordeel.
    Neem nou die openingsceremonie.
    Lang lang geleden, laten we zeggen in de zwart-wit kijktijd van Leni Riefenstahl, dwongen de Olympische spelen respect af. In haar film,"Fest der Volker" wordt het behoorlijk duidelijk dat iedereen probeerde zich netjes te gedragen. Tijdens de intocht van de sporters in het stadion liepen deze netjes in rotten van vier opgesteld, de ogen strak op de eretribune gericht, voorafgegaan door een medesporter die de vlag van hun land fier in de daartoe bestemde heupkoker gestoken had. De trots straalde uit zijn gerechte rug, als de vlag maar net zo recht bleef. Voorzichtig, niet uit de plooi gerakend, werd er af en toe iets tegen elkander gezegd. Meestal een woord van bewondering voor het feest, of er werd uiting gegeven aan gevoelens van eer om erbij te zijn. Tijdens interviews blikte men beschroomd in de camera en sprak men zijn beste Nederlands.
    Er was ook politie hoor, om dieven en andere ordeverstoorders te weren en de normen en waarden te handhaven.

Goed, dat is nog eens wat anders dan een door patriotraketten en een 80.000 manschappen tellend veiligheidsleger beschermd Athene.
    En neem nou die openingsceremonie.
    Een ongelofelijke show, in alle betekenissen van het woord. Echt een genot om naar te kijken al zijn we wat uitgaven betreft inmiddels op een bedrag aangeland waar je een groot deel van hongerend Afrika mee op de been houdt.
    En dan begint de intocht van de gladiatoren.
    Voorop juffrouwen gekleed in ondersteboven griekse potten, zij dragen de landenbordjes en zijn de enige in het stadion die zich respectvol gedragen. En ja hoor,daar heb je de gladiatoren zelf. De vlaggendragers halen joelend hun vlag uit de heupkoker en zwaaien er wild mee in het rond.
    Gevolgd door een ordeloos door elkaar rennend zooitje ongeregeld. Zij hebben lak aan alles.
    Normen en waarden? Nooit van gehoord.
    Voor de eretribune maken ze kaugomsmakkend met de ene hand foto's en met de andere telefoneren zij op hun debiele telefoontjes naar huis hoe leuk het toch allemaal is. Sommigen hebben maar vast een lauwerkrans op hun hoofd gezet en af en toe geeft iemand een guitig zoentje op de lens van een camera. De Nederlandse sporters, gekleed in verpleegerspakjes- met-oranje-das, doen niet onder voor de andere landen.
    Zo vertegenwoordig je je land in het jaar 2004.

En wie zit er temidden van de kokende massa in z'n zondagse goed op de tribune te glunderen? Nou? Inderdaad, onze nationale motorisch zwakke pleemobiel Balkenende.
    Een paar dagen later is hij er nog steeds, dan met een oranje truitje aan.
    Terwijl hij in Irak had moeten zijn om zijn respect te tonen aan zijn leger dat rouwt om een dode kameraad en vele gewonden. Om zoals het hoort zelf te gaan kijken hoeveel gevaarlijker het daar eigenlijk is dan iedereen dacht. Welnee, de Olympische Spelen zijn veel leuker, dus roept hij zo hard hij kan dat hij niet wijkt voor terroristen. Moge wormen en maden hem teisteren.


RARE JONGENS 2
(25 VIII, Harry)

Miljoenen werden er uitgegeven aan beveiliging om te voorkomen dat terroristen met succes een aanslag zouden kunnen plegen op de Spelen. Overal lopen bewakers rond, maar de baan is saai. Want de terroristen laten niets van zich horen. Geen autobom, geen poederbrief, zelfs geen valse bommelding. Ik kan me voorstellen dat jongens die zich aanmeldden, met het avontuurlijke idee dat zij de Spelen wel eens van een ramp zouden behoeden, lichtelijk teleurgesteld zijn. Wellicht is de massale beveiliging een reden voor terreurgroepen om af te zien van een aanslag. Maar dat is geen heldhaftig verhaal, waar je later bij je kleinkinderen mee aan kan komen. 'Met mijn aanwezigheid hield ik de terroristen tegen.' 'Ja maar opa wat gebeurde er dan.' 'Niets en dat was mijn verdienste.' 'Goed gedaan opa!!' 'Maar opa?' 'Ja jongen?' 'Hoeveel terroristen heb je dan gezien?' 'Niet één jongen, ze waren bang voor me, lieten zich niet zien.' 'Vet cool opa!!' 'Maar opa?' 'Jáááá?' 'Wat deed je dan?' 'Ik stond de hele dag bij de ingang, had een stoere zonnebril op en een mooi geweer op de schouder.' 'O.'
    De terroristen hadden het natuurlijk ook als een uitdaging kunnen zien, maar het lijkt er niet in te zitten.
    Deze week besloten twee bewakers zelf voor wat spanning en vertier te zorgen. Ze speelden een eigen variant op het aloude Russisch roulette (geen demonstratiesport), waarbij ze een pistool op elkaar richten. Eén van de twee overleefde het spel niet. Voor de kleinkinderen moet maar een mooi verhaal bedacht worden. Iets met een als bewaker vermomde terrorist en dat opa als een held stierf. Ik zei het al eerder en zal het blijven zeggen het zijn rare jongens die Grieken.


HOCKEY
(25 VIII, Adriaan)

Gisteren voor het eerst deze Spelen een hele hockeywedstrijd gezien (wat? Voor het eerst van mijn leven.) Zij het dat de uitzending enkele malen werd onderbroken voor het baanwielrennen, waar sprinter Theo Bos een halve en hele finale reed. Halve finale: Theo wint superieur van de Duitser Wolf. Hele finale: Theo verliest nipt van de Australiër Bailey. Bos is net eenentwintig geworden, hartstikke jong dus, daar gaan we nog veel van horen.
    Hockey, de vrouwen, uiteraard, Nederland tegen Argentinië. Het is een sport voor de happy few, maar ik behoor tot de hippie few. Er zijn buurten van Den Haag waar de jeugd het op straat speelt: Meer en Bos, Marlot. Laat ik wat namen van de meiden noemen: Minke (2x), Ageeth, Nijntje, Lieve, Eefke, Lisanne, Maartje, Clarinda, Jiske. Het zijn geen namen die ik dagelijks hoor bij mij in de wijk. Bij Tom Egberts in de studio was een meisje aangeschoven dat net buiten de selectie was gevallen. Het kind, ik ben haar naam kwijt, kwam uit Laren en ze was duidelijk niet in de eerste hete aardappel gestikt.
    Ik ben niet op de hoogte van de spelregels van het hockey. Zo werd Nijntje Donners openingstreffer, vanuit een strafcorner, afgekeurd: de bal kwam in het net en moet blijkbaar tegen de houten planken aan de onderkant van het doel komen. De tweede treffer van de Argentijnen kwam op dezelfde manier tot stand, strafcorner en net, maar werd klakkeloos goedgekeurd. Het lag aan de scheidsrechter, een tut uit Nieuw Zeeland.
    Een gelijkspel, ook na de verlenging, dus penalty's. Een Nederlands elftal syndroom dreigde, want bij de wereldkampioenschappen ging het mis. Fatima Moreira de Melo miste daar en mocht het gisteren dus niet proberen. Jammer, want mijn belangstelling gaat vooral uit naar haar (4-7-1978, Rotterdam.) De meiden hebben het gered, dankzij een schitterende redding van doelvrouw Clarinda Sinnige. Morgen de finale.

PS De hete aardappel ben ik de laatste dagen wel gewend. Er waren al enkele malen interviews op de regionale tv met leden van het Leidse corps, leden van Minerva. Waarom? Het ledental loopt terug. Yes!


GIJZELING
(24 VIII, Adriaan)

In het Nederlandse kamp in Athene wordt een groep mensen in gijzeling gehouden: de sporters wier discipline er op zit en die het wel gehad hebben met de Spelen. Ze willen naar huis, maar ze mogen niet. Dat is contractueel vastgelegd. Een contract dat zij wel moesten ondertekenen, anders mochten zij niet mee naar Griekenland. Het is een onmenselijke straf: onnodig lang moeten vertoeven in het gezelschap van hm Slagschip, door outsiders ook wel moeder Tokkie genoemd.
    'De leden van het Nederlands Olympisch Team Athene 2004 zijn verplicht na afloop van de Olympische Spelen deel te nemen aan de door NOC*NSF georganiseerde gezamenlijke terugreis naar en de ontvangst in Nederland.' Er wordt een uitzondering gemaakt voor atleten die verplichtingen elders hebben. Tennissers gaan naar de US Open, wielrenners hebben hun koersen. Maar wat moet de rest? Zich voor zeseneenhalve gulden per glas laten vollopen met bier in het Heineken House? Krijgen zij vrijkaarten voor de wedstrijden van andere sporters? Mogen zij toeristische uitstapjes maken?
    Deze maatregel is niet nieuw, ook bij voorgaande Spelen zijn sporters gegijzeld. Het NOC schermt met 'het teamgevoel'. Teamgevoel? Wat is de band tussen een roeier en een boogschutter? Tussen een baansprinter en een kogelstoter? Het zijn mensen die elkaar vier jaar lang niet zien en pas op de Spelen met elkaar geconfronteerd worden. 'Het gaat om de uitstraling van de ploeg. Je moet met zijn allen trots uitstralen.'
    Willem de Waterdrager zit overigens alweer thuis bij vrouw en kind.


MIXED ZONE
(24 VIII, Harry)

Wat ik nooit begrepen heb is dat atleten voor de 100 meter moeten trainen. 100 meter sprinten dat houdt iedereen toch vol. Ik doe het dagelijks zonder enige voorbereiding. Om de tram te halen, een zakkenroller mijn geld te ontfutselen, een afhaalmaaltijd warm thuis te krijgen, een toevallige ontmoeting te ensceneren of een junk na een achtervolging van mijn fiets te verwijderen. Maar wanneer ik die opgeblazen sprinters zie lopen denk ik ook dat ze meer trainen voor een goed uiterlijk dan op het hardlopen. De meeste lopers lijken meer op bodybuilders dan op atleten. Dan de 100 meter, het startschot valt en 10 seconden later is het afgelopen. De 100 meter is een versnelde catwalk (catrun) voor macho's. Er zijn nauwelijks nog stijlvolle sprinters, Carl Lewis was de laatste.
    Maar na de eerste 100 meter en dat wist ik niet, begint het pas, dan moeten de atleten de kilometerslange mixed zone in. Trapjes op trapjes af. Eerst langs de zenders van de grote landen, dan komen steeds onbelangrijkere landen. Na een kilometer en een uur later wordt Nederland gepasseerd. Vervolgens gaat het nog langs Liechtenstein, Jamaica, Vaticaanstad, Andorra, Katar en zo'n 50 andere dwergstaten met een eigen tv-station. Honderden interviewers die klaar staan om allemaal dezelfde vragen te stellen. Hoe voelt dat nou goud? Had je het verwacht? En ben je vanavond te gast bij Mart Smeets?


BALLENBAD
(23 VIII, Adriaan)

'Ik denk dat ik maar een dik moeke ga worden. Gezellig toch?' heeft Leontien van Moorsel gezegd volgens mijn krant. Ik heb het niet gehoord. Wel dat ze zich zal gaan aanmelden bij een hardloop vereniging, want ze houdt erg van hardlopen. Leontien heeft het uitdijen in zich. Ze moet voorzichtig zijn en dat weet ze. Haar voorbeeld is het slagschip van het NOC (zie mijn ZevenBal van 24 VII.) Een topsporter dient af te trainen, wil je je proporties binnen redelijke grenzen houden.
    Van Moorsel heeft in elk geval bevredigende Spelen achter de rug: een gouden en een bronzen medaille. Een tweede gouden, voor de wegwedstrijd, had er ook in gezeten, maar ze viel. Net als Michael Boogerd. Die is ook gevallen, bedoel ik, niet dat hij kans op een medaille had.
    Bij het roeien heeft de Nederlandse vertegenwoordiging drie medailles behaald. Ik zag het bij de samenvattingen en neem het voor kennisgeving aan, want ik word niet warm of koud van de sport. Het is vaak zo'n ballenbad op de oevers. Brallende studenten, want dat is de soort die over het algemeen op roeiwedstrijden afkomt. Bij de Varsity, de jaarlijkse wedstrijd tussen teams van de universiteiten, schijnt het traditie te zijn dat er wordt gevochten. Gewoon, voor de lol. Het afgelopen jaar heeft het geleid tot aanklachten.
    Het is ook traditie dat de fans, na het behalen van een overwinning door hun team, in het water springen om te roeiers te feliciteren. Dat gebeurde ook in Athene. De organisatie schrok zich een hoedje en trommelde politie op. De zwemmers werden allemaal opgepakt. Een overhaaste en onnodige maatregel, maar het betreft hier roei-hooligans, dus ik zal mijn stem niet verheffen. Ze werden overigens snel weer vrijgelaten.

PS Feijenoord won, ADO verloor voor de tweede keer. Zo was het weekend toch nog in evenwicht.


POTVERDORIE
(23 VIII, Harry)

Sport is sport en iedere sport, ieder onderdeel heeft zijn eigen charme. Ik hou van sport, maar ben wel kieskeurig. Ik val bijvoorbeeld niet voor de charme van boogschieten, kogelstoten, gewichtheffen of synchroonzwemmen. De charmes van deze sporten herken ik niet eens. Er zijn andere mensen, ik zeg niet slechtere mensen, die er wel voor bezwijken.
    Daarentegen wordt ik door sporten als wielrennen, voetballen, hockey, volleybal eenvoudig verleidt tot een lange zit op de sofa. In deze liefde ben ik een man van tradities, bestuurders moeten met hun poten van de sport afblijven. De 10 km afschaffen bij allroundtoernooien, een strafschop vanaf 9 meter, van achtervolging een tijdrit maken. Het is een schop in de rug van de sportliefhebber.
    Eén van mijn favoriete wieleronderdelen is de achtervolging. Twee renners starten met een halve baan verschil en rijden dan om de ander in te halen. Degene met de snelste tijd en die dus het meeste terrein heeft goed gemaakt op de tegenstander wint en gaat door naar de volgende ronde. Na de eerste ronde kwalificeren zich de 16 of 8 tijdsnelsten en dan gaat het verder met knock-out rondes. Tenminste zo gaat het al zolang ik het achtervolgen volg.
    De achtervolging op de spelen: Leontien van Moorsel plaatst zich met de derde tijd voor de kwartfinale. In die kwartfinale verslaat ze haar tegenstandster met groot gemak en scoort de derde tijd. Geen vuiltje aan de lucht dus.
    Toch wel! Ik heb het gebabbel van Herbert Dijkstra zoals gewoonlijk gelaten voor wat het is. Misschien heeft hij gepoogd mij helderheid te verschaffen over de procedure, maar betwijfel het. Het zou voor het eerst zijn.

PS Ter illustratie: In de achtste finale sprint bij het wielrennen op de baan tussen Theo Bos en Teun Mulder, schakelt tot Dijkstra's grote verbijstering Teun Mulder, de wereldkampioen op dit onderdeel, Theo Bos uit. Het duurt even tot hij beseft, dat Theo Bos gewoon de winnaar is. Theo Bos wint simpel van kop af, van een verwarrend wedstrijdverloop is geen enkele sprake.


TOKYO '64
(23 VIII, Jimmy Tigges)

Rond de Olympische Spelen van 1964 in Tokyo verschenen een paar gedenkwaardige grammophoonplaatjes op 45 toeren. Het reclameplaatje 'O.S. '64 met Olympische Successen' (idee: Verf Van Vettewinkel; samenstelling: Herman Kuiphof; archief: Polygoon) brengt een terugblik op de na-oorlogse Nederlandse olympische successen. We horen Fanny Blankers Koen weer winnen in Londen: "Voor de tweede maal gaat aan de middenmast de Nederlandse driekleur in top, en wéér klinkt door het propvolle stadion óns Wilhelmus", aldus het originele Polygoon-commentaar van Philip Bloemendal.
    Gerrit Voorting won zilver, bij het wielrennen op de weg. "De Nederlanders Grift, Peters, Faanhof, en Voorting zitten vooraan in het veld", vertelt de geestdriftige Bloemendal. Het regent, de weg is nat, en dus zijn er de nodige valpartijen. Aanleiding voor wat humor: "Weer zo'n verraderlijke bocht met een ogenschijnlijk heel onschuldig glippertje. Eén renner, een Belg, glijdt weg en nummero twee, een Italiaan notabene, komt daardoor ook ten val. De Belg doet zijn best om te bewijzen dat-ie het heus niet helpen kan, maar hij mag Vlaams klappen wat-ie wil, als de Italiaan tot klappen overgaat zijn zijn woorden verspild..."

'De supporters van de Nederlandse Olympische ploeg' steken hun chauvinisme niet onder stoelen of banken in het door T. Powder en G. Rensen geschreven nummer Tokio (met een i): "De Nederlandse jongens/ Die gaan steeds recht door zee !/ De Nederlandse meisjes/ Tellen ook terdege mee !"
    Ook op de b-kant wordt, nu met op elke regel een uitroepteken!, de ploeg een hart onder de riem gestoken: "H.O.L.L.A.N.D. !/ Holland spreekt een woordje mee ! (Dat kleine landje aan de zee !)/ Wij zijn niet bang, o nee, o nee !/ We nemen Anton Geesink mee !"
    En dat laatste hebben de Japanners geweten. "Láááng leve Anton Gééésink, júúúúú-dokampioen..." zingt het koor in de 'Anton Geesink Mars', waarna Willy Alberti met zijn piepstem vreugdevol uit de bol gaat: "Gouden glans/ Vreugdedans/ Lauwerkrans, in Japans Olympi-ááááááá-de/ Zet 'm op!/ geef 'm klop/ Anton Geesink staat weer aan de top..."
    Met zijn ijzeren wil en houdgreep houdt de Reus Neerlands roem en glorie hoog, aldus Alberti, want dat 'WE' Anton Geesink meenamen naar Tokyo (Tokio) is niet onopgemerkt gebleven. Met goud kwam de reus van Utrecht terug naar Holland. Op de b-kant van zijn single heeft Willy Alberti en 'zijn koor der judoka's' nog een paar goede tips voor de Reus uit Utrecht: "Anton, hou 'm In de houdgreep/ Anton, rol niet van de mat."
    Een fraaie vondst in deze Jack Bulterman/Lodewijk Post (alias Gerrit den Braber)-produktie is het laten rijmen van "Anton toen je naar het goud greep (rustig kalm op je gemak)" op "juichte Holland om die houdgreep (daarmee greep je de plak)." Anton kende geen vrees, voor de sterkste Japanees.
    Ook de onvermijdelijke Johnny Hoes constateerde dat 'gouden plak' zich goed laat rijmen met 'met het grootst gemak'. Om in het eerste couplet verheugd te melden: "In Tokyo begon potdóóórie/ Hollands Glóóórie, Hollands glóóórie/ Anton Geesink onze grote man, die velde heel Japan." Het plaatje van Hoes verscheen uiteraard op zijn eigen label, met de bekende slogan: Wilt U gezelligheid thuis? Haal dan een Telstar plaat in huis!
    Na de Spelen verscheen de single 'Tokyo Echo', met 'Hoogtepunten Olympische Spelen 1964'; opbrengst tbv kinderziekenhuizen. Productie: Sportmagazijn Perry van der Kar. Verslaggevers (wie kent ze nog?): Bob Spaak, Rien Bal, Piet Duinker, Hans van Swol en Frits de Ruyter. Ook hier is uiteraard plaats ingeruimd voor Anton Geesink.
    Bovenstaande binnenkort allemaal in de Grote-Olympische-Terugblik-Barrage, dan ook met geluid erbij!

PS Over Japan gesproken. Hoogtepunt van week 1 van de Olympische Spelen in Athene: de uitschakeling van het Japanse voetbalelftal, waardoor Shinzi Ono afgelopen zondag Feyenoord op sleeptouw kon nemen tegen Willem II en onder meer op fantastische wijze 0-2 kon maken (de curve van de bal was op televisie niet goed te zien; toevallig was ik in het stadion, zat ik achter het doel en zag ik hoe de bal aanvankelijk ver naast leek te gaan, maar uiteindelijk prachtig naar binnen draaide, net langs de binnenkant van de linkerpaal).


VAN DE SCHOONHEID ZONDER TROOST
(23 VIII, Frank Abilard)

Weet je, dat je nog geen tien procent van alle schoonheid kent? Nu even geen nepvragen, als wat is schoonheid en wat niet. Nu juist dat even niet. Want zelfs lelijkheid kent zijn schoonheid. Zo zijn er hele bevolkingsgroepen die zweren bij de schoonheid van Barbara Streisand, net zoals er stammen zijn die haar absoluut de lelijkste vinden. Maar uiterlijke schoonheid is een klein deel van de schoonheid. Schoonheid ligt al in de wieg; schoonheid heeft een eigen geur, een eigen kleur, een eigen mening zonder dat er een woord of een gebaar is geweest. Schoonheid is een stilleven, een dampende sigaar op een gewone asbak, afschuwelijk voor de rookhater, die op zich ook weer een schoonheid in zich bergt. De schoonheid is een nonchalant rondslingerend stukje lingerie, en de neiging het beet te pakken en eraan te ruiken, of erger nog het te kussen. Schoonheid is te vinden in de rust, de absolute rust, in het absoluut niets doen en te hopen dat je niet denkt, of te hopen dat je denkt dat je geest eindelijk voor een uur of wat tot rust komt, omdat je denkt dat je geest een uur of wat nodig heeft niets te doen. Schoonheid is een veelvoud van vrouwen die je niet naakt moet zien. Schoonheid is Leontien van Moorsel die je in actie moet zien. Schoonheid is de pijn in het gezicht van het zelfgekozen lijden. Schoonheid zit in beelden die je nog nooit hebt gezien. Schoonheid, een langharige hond die stinkt. Het onbekende waar je bang, maar ook nieuwsgierig naar bent. Schoonheid is de verliefdheid waarin je mogelijk je noodlot kust. Het gedicht dat geen dichter zou kunnen schrijven. Een tijd die niet vast te houden valt. Een moment dat voorbij gaat. Momenten die voorbij gaan. Zoals oude mensen en de dingen die voorbij gaan. Schoonheid is een kleine zesentwintig jarige Japanse die de marathon wint, en waarvan je de naam tracht te onthouden. Schoonheid zat in de schreeuw van Janis Joplin.
    Schoonheid maak je niet, ze komt op je af, ze lonkt naar je, ze lokt je met haar gratie, haar geur, haar uiterlijk en het klikkende innerlijk. Of schoonheid maak je wel, ruw grof gesmeten met verf, staalborstels en schuurpapier op linnen, op een stuk karton, op een auto, tegen een gevel. In een kakofonie van klanken en in een duet van viool en piano.
    Vaak is ze als een onderhuidse waakhond, met haar oren half toe en haar ogen toegeknepen zonder echt te slapen. Ineens bijt ze, steekt het vuur in je hoofd aan en zegt; blussen, laven, drinken, praten, dollen en overrompelen.
    En toch, de schoonheid kan niet altijd duren, kan niet altijd boeien; gaat zelfs vervelen als je te veel schoonheid ervaart. En dat gebeurt me nu bijna dagelijks. Ik vlieg me rot van moment naar moment. Ik zap me scheef van zender naar zender. Van kult naar cultuur, van sport naar censuur; van haast naar rust en van rust weer in onrust.
    Ik zie drie boten over de finish komen. Er zitten er twee, vier en acht in. En ze doen het goed, en ik ben trots op ze; en ik zap naar pagina 823 om te kijken of we nog een plaatsje stijgen. Nee, niet zonder goud. En ik wil weer goud, wil dat Erica haar mond houdt, wil dat ze buiten beeld blijft, want ze heeft niet de schoonheid waarop ik val. En ik ben blij dat Leontien stopt. Blij omdat Leontien er zo slecht uitziet, alsof ze een Biafraanse keur is begonnen. Ik denk aan de wielerkoning van Biafra. En ik zie die panlatten in de marathon lopen. Ik zie een bleekscheet zo bleek als de dood die magere Hein heet. En ik schrik van de lelijkheid. De gedreven lelijkheid en de overdreven lelijkheid. Alsof ik een nare droom heb, zie ik het hoofd van Paula Radcliff rollen bij kilometer zesendertig omdat daar de man met de hamer stond. En ik zie haar huilen, Paula. Grote tranen, grote smart. Er schiet een brok in mijn keel. Ik voel de misère, de kramp, de geestelijke pijn, en het afschuwelijke van het moeten opgeven. Maar ik kan niet anders dan het nu opgeven. Ik kan niet anders. Ik kan niet...


terug naar inleiding / week 1 / voorbereiding