Tour de France 2002
deel 1
door naar deel 2, terug naar inleiding
Zaterdagavond 13 juli 2002 (Harry)Er zijn veel manieren om je overwinning te vieren, we kennen allemaal de juichende voetballers; aanstellers. Ingestudeerde pasjes en dansjes het is om kotsmisselijk van te worden. Wielrenners juichen ook. Met één hand omhoog of met twee handen los en rechtop zittend zijn de meest gangbare manieren. Dat laatste kan natuurlijk niet aan het einde van een spannende massasprint. Het kan wel, maar er is een kans dat je dan alsnog wordt gepasseerd. Met twee handen los is het mooiste wanneer een renner alleen aankomt. Hij kan dan meters lang juichen en toegejuicht worden. Formeel gesproken moet hij dan nog bewijzen dat hij de winnaar is. Bij voetbal kun je beter niet juichen, wanneer de voorzet nog moet komen.
Met één of twee handen zegt niets over de intensiteit van de vreugde. Er is het uitbundige juichen van de renner die voor het eerst wint of die niet kan geloven dat hij alweer wint. Er is de grote vreugde met tranen van een renner die voor het eerst weer wint na een lange blessureperiode. Er is het geroutineerde of coole juichen van de topsprinter die zijn derde etappe wint. Natuurlijk zijn er ook bij het wielrennen wel eens gebaren. Bijv. Armstrong wijzend naar Cassertelli's hemel.
Maar de chagrijnige winnaar je ziet ze niet veel. Ik weet dan ook niet wat Zabel gisteren bezielde en er was niemand die het hem vroeg.
PS Juichen bij wielrennen gebeurd hoofzakelijk voor of op de streep. Na de streep wordt je opgegeten door een kluwe van verzorgers, pers en officials. En juichen doe je met het publiek. Zonder publiek is het pathetisch en ik heb nog nooit een renner terug zien rennen om een dansje voor het dranghek te doen met zijn shirt over zijn hoofd.
Zaterdagavond 13 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1998, deel 6, De ultieme jump.Halverwege het seizoen gaat Kirsipuu even terug naar Estland: voor het 40e nationaal kampioenschap. Editha wacht hem op op het vliegveld. Ze is nerveus. Onder haar vlotte jurkje draagt ze nieuw setje ondergoed. Lila kant, nee, weer geen tanga slip, maar nu wel een push-up beha die haar kleine borsten wat meer volume geeft. Maar er wacht haar een teleurstelling. Jaan slaapt de nacht voor de wegwedstrijd in zijn eigen bed. Profwielrenners maken tijdens het seizoen geen wip. Een wip is niet goed voor prestaties. Kost te veel eiwitten.
De volgende dag wint Jaan met overmacht het kampioenschap. Editha mag hem wél kussen. Samen drinken ze van de champagne die Jaan op het podium heeft gekregen. Editha ruikt haar kans. Ongemerkt schenkt ze een keer extra in en ze zorgt dat hij een glimp van haar nieuwe push-up opvangt. ‘Morgen de tijdrit,' zegt Jaan nog afwerend. ‘Joh, wat kunnen jou die 30 UCI punten schelen. Ik heb ook punten te vergeven.' Tegen zo veel verleiding kan hij niet op. Kirsipuu kruipt van zijn fiets en bestijgt zijn vriendin. Het is een gelopen koers; kat in ‘t bakkie. Editha geeft zich al bij voorbaat gewonnen en Jaan plaatst uiteindelijk met succes de ultieme jump tussen haar dijen.
Een dag later wint Kirsipuu nipt de tijdrit. Hij kan zich Lauri Aus maar net van het lijf houden. ‘Dat doen we volgend jaar niet weer,' fluistert hij Editha toe. Ze lacht. (17 juli 1998)
(16 overwinningen behaalt Kirsipuu in 1998, waaronder een etappe in de Vuelta)
Zaterdagochtend 13 juli 2002 (Adriaan)Ik geniet van de stukjes van onze vliegende brigade. Theo is mijn broer en hij heeft al wat leuke episodes uit de familiegeschiedenis opgetekend. Hans is, hoewel geboren in Leiden, een polderjongen, net als ik. (Ik sta bekend als op en top Haags dichter, maar ik ben in de sloot op een woonboot in Leidschendam geboren - en getogen. Ik heb het erg naar mijn zin in de Schilderswijk, maar ik blijf een tuinderskind, kom maar kijken.) Hij rijdt routes in dit Tourdagboek die ik zelf ook gereden heb. En dan René met zijn Kirsipuu. Een eigenwijze keuze voor een toch goed renner. Ik slaakte een hard en hartgrondig ‘Yes!' tegen mijn katten toen Jaan de etappe won. Met een beetje pijn in het hart, want ik zou ook graag zien dat zijn medevluchter, de aardappeleter (Ludo Dierckxsens), nog eens een etappe wint.
De Tour is, kortom, ook dit jaar weer genieten op verschillende niveaus. Gisteren weer een massasprint en eindelijk haalde Zabel zijn eerste zege (ik heb beslist geen hekel aan Duitsers, maar ik vind het wel leuk zieke grapjes over het volk te maken.) De massasprint, en dan liefst met beelden vanuit de helicopter, ik hou ervan, ik schreef het al eerder. Maar ik wacht op de bergen. Om eindelijk eens te zien wat die Leipheimer momenteel waard is (ik heb ook geen hekel aan joden, maar kan het niet over mijn hart krijgen zieke grapjes over dat volk te maken.)
Vrijdagavond 12 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1997, deel 5, De terugkom!Wat lees ik in de cyclopedie van 1997? Dat Jaan in 1996 een zwakker jaar heeft doorgemaakt? We leven inmiddels halfweg 1997 en ik weet dat het hem dit jaar al weer veel beter gaat. Een encyclopedie loopt bij het uitkomen al direct achter. Had hij tot en met 1996 vijftien zeges behaald in meest wat bescheiden koersen? Ik weet dat Kirsipuu er in 1997 al minimaal drie (waaronder de Classique Vendée) aan heeft toegevoegd en dat kan niet iedere wielrenner hem nazeggen. Maar let op, de Tour van 1997 komt er aan en Jaan doet weer mee, in de ploeg van Casino. Ik dicht hem een goede kans op een etappe-zege toe en als het niet lukt, dan komt-ie volgend jaar terug om alsnog zijn gram te halen. Die dag zal een feestdag voor mij zijn.(18 juni 1997)
Kirsipuu reed ook in 1997 de Tour niet uit. Hij wordt 7e in de 4e etappe en 2e in de 7e. In de 9e etappe geeft hij op. Hij behaalt uiteindelijk 9 zeges dat jaar)
Vrijdagochtend 12 juli 2002 (Harry)"In de Tour de France mag je niet achterin het peloton rijden" Het is één van die algemene wielerwijsheden, die ik gisteren na een valpartij nog kon optekenen uit de mond van Herbert Dijkstra, Mart Smeets mompelde instemmend. Sportwijsheden wat kan een verstandig mens er mee. Ze zijn onweerlegbaar, maar toch kloppen ze niet.
Een aantal sportwijsheden zou ik graag een keer voorleggen aan de Spaanse Mapei-renner Pedro Horillo. Deze Nietzsche-fan heeft zijn koffer niet vol met doping maar met het verzameld werk van de Duitse nihilist. Horillo schrijft een column voor El Pais, een Spaanse kwaliteitskrant. Hij verplaatst zich daarvoor dagelijks in de vlag van de laatste kilometer, de bidon of de fiets. Het perspectief van een akker, dat door een honderdtal renners wordt beplast, is een suggestie mijnerzijds. Wanneer hij al filosoferend praat over sportwijsheden zou hij bijvoorbeeld kunnen zeggen: "In de Tour de France mag je niet achterin het peloton rijden". Horillo: "Iemand moet achterin rijden. De weg is niet breed genoeg voor een peloton dat naast elkaar rijdt. Dat kan eigenlijk alleen wanneer je de weg niet in de lengte oversteekt maar in de breedte, alleen zijn de etappes dan zo kort."
Of over de uitspraak van onze sportwijsgeer Johan Cruijff: "Wanneer je balbezit hebt kan de tegenstander niet scoren." Horillo: "Wanneer twee partijen deze theorie perfect uitvoeren. Dan heb je twee ballen nodig".
PS Horillo vertelt in de AD dat hij het liefst in iedere stad even wil afstappen om rond te kijken en musea te bezoeken. Maar een oude wielerwijsheid leert dat je dan niet op tijd bij de finish komt.
PPS Gisteren liet een fotograaf zijn lens vallen en een half peloton duikelde erover heen. "Heeft iemand mijn lens gezien", vroeg hij nog. Zelden heb ik een fotograaf gezien met zoveel beroemdheden op zijn hielen.
PPPS In de serie onverwoestbaar: Kirsipuu, nadat hij in het voorjaar zijn dijbeen brak, won hij gisteren de etappe. Het deed onze Kirsipuu-kenner en fan René Schwab veel plezier.
Donderdagavond 11 juli 2002 (Theo van Rijn)In de zomervakantie ging de familie steevast voor twee weken naar het Friese dorpje Rijs. De vrijgezelle gebroeders Albada hadden daar, bij wijze van kleine bijverdienste, een drietal houten vakantiehuisjes naast de boerderij gebouwd. Het was net het verhaal van de tien kleine negertjes, want elk jaar gingen er weer minder van mijn broers en zussen mee op vakantie met paps en mams.
Na al enkele jaren ook zelf voor andere zomerse bestemmingen gekozen te hebben, besloot ik, bij wijze van verrassing, mijn ouders op de fiets met een weekendbezoek te verblijden. Hoe groot de afstand van Leidschendam naar Rijs per fiets is, weet ik niet. Per auto, volgens de routeplanner op mijn pc, is het op de kop af 170 kilometer. Ik zag het als een goede weekendtraining en ging er op de vrijdag heen. Aangezien ik het Leidschendamse grondgebied slechts node verlaat, was het voor mij een héle belevenis om niet over een afgezet parcours maar bijvoorbeeld door de Amsterdamse Bijlmer te fietsen. De reis ging voorspoedig en de zaterdagavond heb ik vervolgens met mijn jongste broer, het laatst overgebleven negertje, in een gezellig kroegje in het plaatsje Balk doorgebracht.
Zondag vertrok ik weer in alle vroegte naar huis en daarmee begon de ellende. Legendarisch zijn de verhalen in vrienden-, kennissen- en familiekring over mijn omzwervingen langs 's herens wegen en dit was het begin van de legendevorming. Wanneer de weg maar enigszins afwijkt van de route die ik in mijn hoofd heb, gaat het mis. Bij de Ketelbrug, snelweg A6 (in de polders, Flevo of Noordoost?), raakte ik de juiste weg kwijt. Kaartlezen is niet mijn sterkste punt en de fietskaart die ik bij me had, bracht dan ook geen uitkomst. Omdat het nog vroeg was en relatief rustig op de autosnelweg, besloot ik tot een noodgreep. Ik wilde naar de overkant en zag maar één mogelijkheid: de vluchtstrook. Regelmatig werd ik voorbijgesneld door toeterende personenwagens en ik stak dan maar bij wijze van groet en zo schijnheilig mogelijk mijn hand op. Ik was nog maar net aan de overkant van het water en op het fietspad naast de dijk aangeland, toen een politiewagen mij achterop kwam rijden. Precies op tijd niet meer in overtreding.
Later heb ik nog veel bizarre tochten gemaakt maar nooit meer met de fiets op de snelweg.
Donderdagavond 11 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1996, deel 4, Wat nu?Er is weer een wielerjaar voorbij. Boogerd heeft een etappe gewonnen in de Tour op een manier, waarop hij vermoedelijk nooit meer een koers zal winnen: met gigantisch veel bluf, vlak voor een bocht, uit een peloton op volle toeren demarreren. Slechts de Spanjaard Melchior Mauri Pratt (ook weer zo'n pracht naam) leek te kunnen volgen, maar vloog de laatste bocht uit. Boogerd zet na een aantal magere jaren het herstel van het Nederlandse wielrennen in.
Kirsipuu heeft het gezien, op z'n kamertje ergens in Noord Frankrijk. Hij heeft zich zitten verbijten. Het gaat niet goed met hem. Hij begint het vertrouwen te verliezen; van z'n nieuwe ploegmaats (Kasputis uitgezonderd), z'n ploegleider en z'n familie. Vader heeft hem door de telefoon te kennen gegeven dat hij beter terug kan komen. In de haven van Tallin is zat werk. Alleen Editha gelooft nog in hem (en ik ook, maar dat weet hij niet). Ze heeft gespaard en een (beetje) luxe lingerie-set gekocht: Met veel kant, weinig verhullend, maar niet met een tanga-slip, want die zou te veel contrasteren met zo'n grote wielerbroek, waarvan je de contouren na het uittrekken nog zo goed blijft zien. Editha moet wel, denkt ze, want ze is bang dat Jaan bezwijkt voor de charmes van die hupse Franse meisjes. Ze moest eens weten. Hij denkt alleen aan haar èn aan zijn fiets. (15 november 1996)
(In 1996 slechts één niet al te aansprekende overwinning)
Donderdagmiddag 11 juli 2002 (Harry)Er zijn wielrenners die gedurende een bepaalde periode onverwoestbaar lijken, wat ze ook breken ze komen terug. Erik Dekker is er zo één. Nauwelijks hersteld buitelde hij in de eerste etappe op zijn net genezen heup. Het lijkt hem niet te deren, hij groeit met de dag.
Gert-Jan Theunisse was er ook zo één. In 1989 viel hij kort voor de Tour van zijn fiets. Hij kneusde en brak zijn hele ribbenkast. Met veel pijn en ingetapete ribben begon hij aan de Tour. Tijdens de kasseienetappe verging hij zowat van de pijn en in de twaalfde etappe viel hij op zijn hoofd. Fignon die dat zag, gaf vol gas. Theunisse kwam toch terug in het peloton, reed door naar de kop van het peloton en wierp Fignon een dodelijke blik toe. Gedreven door woede en wilskracht reed hij in de etappe naar Alpe d'Huez iedereen in de vernieling.
Ik ben een voetballer. Wanneer ik val of aangeraakt wordt of denk dat ik eventueel aangeraakt kan worden ga ik op de grond liggen kermen. Bij wielrennen kent men de Schwalbe niet. Dat komt waarschijnlijk omdat het niet beloond wordt. Wanneer je een zet krijgt in de massasprint kun je je wel laten vallen. Maar wat schiet je ermee op? Het hele peloton dendert met een vaart van 70 km/u over je heen en als enige genoegdoening wordt de dader gediskwalificeerd.
PS Nog een paar voorbeelden: Gerrie Kneteman reed in 1983 op een auto en had geluk dat hij een dokter vond die van puzzelen hield. Hij kwam terug. Niet zo sterk als daarvoor, maar met zijn slimheid won hij nog verschillende koersen. O.a. de Amstel Gold Race in 1985. Johan Museeuw, 36 jaar oud, is al verschillende keren opnieuw in elkaar gezet. Bij Museeuw lijkt het wel of ze hem juist iedere keer sterker maken, alsof ze er steeds betere onderdelen inzetten.
Donderdagochtend 11 juli 2002 (Adriaan)Het is vandaag 11 juli. Dat zegt je waarschijnlijk niets, maar voor de Belgen is het een belangrijke dag, de festiviteiten zijn al enkele dagen terug begonnen. Vandaag is het precies 700 jaar geleden dat de Guldensporenslag plaatsvond. De meesten van ons weten dat wel, tenminste, als je op een behoorlijke lagere school hebt gezeten:1302, Kortrijk, de Guldensporenslag. In hetzelfde jaar waren de Brugse Metten, minder bekend. Wat dat was moet je zelf maar even nakijken.
Gisteren was de ploegentijdrit. Het is een discipline waarvan je moet houden, en ik hou ervan. Dat komt door Peter Post. Hij heeft met zijn ploeg jarenlang de ploegentijdrit gedicteerd. Jaren achtereen werden zijn mannen eerste in de tijdrit. Het stokje is overgenomen door Manolo Saiz, de ploegleider van het Spaanse ONCE. ONCE is de Spaanse blindenloterij.
Wat ik er mooi aan vind is, dat je een ploeg ten voeten uit kan zien. Wie is goed, met wie gaat het minder, hoe is de samenwerking. En het bolletje rijden, het kop over kop over kop, ik smul ervan.
Twee dingen die me gisteren opvielen. Een renner van Banesto, ik weet niet wie, breekt pal voor de meet zijn stuur. Dat is raar, hoe kan dat gebeuren? Die gasten rijden met materiaal waar je met een gemiddeld maandinkomen alleen maar van kan dromen. En ten tweede: Erik Dekker. Hij draaide mooi mee in de boerenleenbankploeg. Ik zie hem nog wel een rit winnen.
Woensdagavond 10 juli 2002 (Hans de Bruin)94,4 - 137,1ONCE dus. En RABO slechts 8ste. Waar zijn de gouwe tijden van de Raleighploeg met o.a. Lubberding en Nijdam (de jonge), en de roemruchte jaren van de TeleVizierploeg met o.a. Nijdam (de oude) en Karstens, waarin Nederlandse ploegen die vreemde ploegentijdritten domineerden? Het bizarre fenomeen van ploegentijdritten, dat voor zover ik weet één keer per jaar in de Tour de France uit het stof wordt gehaald en soms tot krankzinnige tijdsverschillen leidde.
Nederlandse renners zouden zo goed zijn in waaierrijden zo luidde de romantische verslaggeving. Geleerd op de Hollandse dijken, maar kennelijk waait het hier nooit meer, of komt het door het bizarre aantal verkeersdrempels dat tegenwoordig te pas en te onpas over de Hollandse fietspaden is uitgestrooid, want de tijden dat er een Nederlandse ploeg won in deze discipline liggen ver achter ons.
Op m'n rit van vandaag (Den Haag-Leiden-Wassenaar-Den Haag, 42,7 km) komt mij langs de Vliet een grote groep wielrenners tegemoet, die ook even ploegentijdritje spelen. Op het smalle wegdek van 3 à 4 meter breed, komen ze levensgevaarlijk snel aanscheuren. Fietsers, wandelaars en skeelers vluchten angstig de kant in. Dit soort gasten zijn knettergek. Veertig rijden op dit soort wegen kan niet. Maar waar kun je anders nog een beetje gas geven? Het Nederlandse wielrennen wordt niet door doping kapot gemaakt, maar door verkeersdrempels en stoplichten. Nederland drempelland!
Woensdagavond 10 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1995, deel 3, Het slipje van Editha.Met de Baltische staten gaat het in economisch opzicht nog altijd niet bijster goed. Met Kirsipuu wil het ook niet allemaal zo vlotten. De ontwikkeling stokt wat. Het is nu 3 september en hij heeft nog maar drie onbeduidende ritten gewonnen. Het seizoen zit er nog niet op, maar ik voorzie dit jaar geen grote zeges meer. Toch zit het er in.
Wat lees ik, ploegleider Lavenu prijst Jaan, omdat hij (net als zijn maatje Kasputis) zo veel waar levert voor weinig geld. Ja, ja, nou snap ik het beter. Stel je de situatie van onze Jaan eens voor. Zijn familie en zijn meisje, die weer een seizoen lang op zijn ultieme eindschot ligt te wachten, wonen in zo'n grijze oostblok flat. Op Jaan rust de verantwoording om door uitslagen te rijden, wat fleur in het leven daar in Tallin te brengen. Dan sta je onder zware druk. Je moet wel, anders kan Editha (zo heet dat meisje van hem, denk ik) niets anders dan van die veel te grote grijze directoirs kopen. Ja, en daar maakt die Lavenu misbruik van. Walgelijk! Geen wonder dat het er niet uitkomt. Kirsipuu (en Kasputis ook, natuurlijk) moet weg bij de slagers. Hij moet een andere ploeg opzoeken. Anders wordt het nooit wat! (3 september 1995)
(Het blijft in 1995 inderdaad bij 3 zeges. De teller staat inmiddels op 14 overwinningen)
Woensdagmiddag 10 juli 2002 (Adriaan)Voor de Korsakow-patiënten onder het lezersvolk: 1977 was Thevenet. Daarna: Hinault, Hinault, Zoetemelk, Hinault, Hinault, Fignon, Fignon, Hinault. (Het heeft iets van Hoogezand, Sappermeer, Oude Pekela, Nieuwe Pekela...)
Het was de zomer van 1982. In het Paard van Troje speelde een onbeduidend bandje. Maar ach, je moet iets met je zaterdagavond en de bar zou open zijn, dus naar het Paard. Daar kwam ik een vriend tegen, een oud taxichauffeur. ‘Morgen is de finish van de Tour,' zei hij. ‘Dat weet ik,' zei ik, ‘vertel eens wat nieuws.' ‘Nou,' (hij weer), ‘zullen we gaan kijken, ik bedoel: in Parijs?' Hij is naar huis gegaan om zijn auto te halen, ik om de katten eten te geven. Na zes uur rijden stonden we op de Champs Elysées, waar aan het eind van de middag (zie boven) Bernard Hinault voor de vierde maal de eindoverwinning behaalde. Het zijn de onverwachte dingen die het leven jeu geven.
Tijdens het Hiddink-kampioenschap ben ik een paar maal uitgenodigd door mijn buurman, met breedbeeld tv: kom kijken. Maar de goede man heeft geen tik van het wielrennen. Dus nu zit ik ‘s middags alleen op de bank. Ik roep wel: ‘kijk dan, kijk dan' (helicopterbeelden van een massaspurt is ongeveer de mooiste tv die er is), maar mijn katten kijken de andere kant uit, alsof daar iets valt te zien.
Maar: eind goed al goed. Op de slotdag van de Tour komen Harry, ik en onze vliegende brigade samen. Genieten van de laatste rondjes en elkaar vliegen afvangen qua wielerkennis: zo gaat dat met jongens onder elkaar.
PS Zabel in het geel!! Wie had dat verwacht? Zal hij nog in staat blijken McEwen of Freire op zijn eigen vakgebied te verslaan? Ik begin te twijfelen.
Woensdagochtend 10 juli 2002 (Harry)Hartkloppingen wie kent ze niet. Je bent verliefd en ontmoet het object van je dromen, je haalt met een ultieme inspanning de trein, die voor de verandering een halve minuut te vroeg vertrekt, als Marokkaanse jongen kom je een Haagse politieagent tegen (altijd gevaarlijk).
Hartkloppingen; Stuart O'Grady schijnt er regelmatig aan te lijden tijdens de koers, zijn hartslag haalt dan met gemak de 230. Gisteren bungelde hij de hele etappe met hartkloppingen aan de staart van het peloton, loste en kwam weer terug. Omringd door ploeggenoten, die hem beurtelings duwden en moed inpraatten.
Crédit Agricole is voortdurend in het tournieuws geweest. De eerste etappe viel Cristophe Moreau steeds van zijn fiets om de aandacht te trekken, de tweede etappe vocht de Noor Thor Hushovd door vochtgebrek kilometerslang tegen de bezemwagen en gisteren dus met Stuart O'Grady.
Ik ben benieuwd wat ze de komende dagen nog kunnen verzinnen. Misschien laten tijdens de ploegentijdrit vier renners zich afzakken die zich ongemerkt bij andere teams voegen om het tempo daar te breken of wellicht probeert Jens Voigt rennend naast zijn fiets te demarreren en vertikt hij het weer op zijn fiets te klimmen wanneer het peloton uit beeld verdwijnt en anders rijdt Florent Brard de laatste kilometer wel op zijn achterwiel.
Ik wacht het af. Misschien trekken ze aandacht wel een keer op de ouderwetse manier, door een etappe te winnen.
PS Tijdens de eindsprint was daar toch O'Grady weer. Hij eindigde de etappe als tiende. Het is een echte vechter, vorig jaar knokte hij tot de laatste meter met Zabel om de groene trui.
Dinsdagavond 9 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1994, deel 2, Twee maten uit het Oosten.Jaan Kirsipuu is een renner uit de kleine Franse Chazal-ploeg. Chazal is een slagersketen. Nog zonder dat je maar één uitslag van hem leest, weet je al dat hij een sprinter moet zijn. Kirispuu of Kirsipoe, hoe je het ook uitspreekt, die laatste lettergreep die spuug je er uit, als het venijnige eindschot, waarmee hij zijn verblufte tegenstanders verrast.
Kirsipuu heeft in zijn ploeg een vaste maat: de Litouwer Arturas Kasputis. Dat is geen sprinter. Dat hoor je zo. Arturas Kasputis (spreek uit Artoeras Kaspoetis) is een stoere stoemper, een tempobeul, die uitblinkt in lange uitzichtloze ontsnappingen en tijdritten.
‘Kirsipuu en Kasputis' klinkt ook weer goed. De tweede maakt alle ontsnappingen ongedaan opdat zijn maatje het in de sprint af kan maken. Wat ik je brom, die twee blijven altijd bij elkaar in één ploeg. (4 juni 1994)
(Jaan wint in 1994 vier weinig aansprekende koersen. In de Tour valt al in de eerste dagen uit. Kirsipuu en Kasputis zullen inderdaad altijd in dezelfde ploeg rijden)
Dinsdagmiddag 9 juli 2002 (Harry)In een goede massasprint wordt geduwd, getrokken, gekwakt en gesmeten. Af en toe wordt er een sprinter gediskwalificeerd. Nieuw, een Italiaanse vondst, is dat de renner die de sprinter lanceert, wanneer hij van de kop van het peloton afgaat, de naaste belager van zijn kopman een kwak geeft
In de Giro zag ik het voor het eerst, de bewuste zwieper van de meesterknecht. Lombardi de gangmaker van Cippolini bracht Mario perfect in stelling. Maar het leek tevergeefs omdat Robbie Mc Ewen er op volle vaart overheen kwam denderen. Dat was althans zijn bedoeling. Lombardi die van de kop afging zag het gevaar en week uit naar rechts. Mc Ewen moest remmen en met een grote boog om Lombardi heen. Hij was kansloos. Dezelfde truc haalde Lombardi nog een keer uit, weer met Mc Ewen als slachtoffer. Het slimme is dat de winnende sprinter niets fout doet, zijn knecht wordt gestraft en de bloemen zijn gewoon voor hem.
Gisteren in de Tour zag ik het weer. Fagnini, de man die Zabel moet lanceren, imiteerde Lombardi. Freire en Mc Ewen hielden Zabel alsnog van de overwinning af. Wat de uitvoering betreft moet Fagnini dus nog maar even met Lombardi bellen.
Ik denk dat Boogerd zijn voordeel er mee doen. In de bergen zijn de ravijnen diep en wanneer De Groot en Kroon het goed aanpakken kan Boogerd de Tour winnen.
PS Natuurlijk moet Boogerd Lombardi na zijn overwinning een bedankkaartje sturen vanuit Parijs.
Dinsdagmiddag 9 juli 2002 (Theo van Rijn)Het zal in 1972 geweest zijn, toen ik mijn eerste racefiets kocht bij Gerrit Bontekoe aan de Loosduinsekade in Den Haag. Voor 600 gulden werd ik de trotse eigenaar van een blauwe Gitane met een écht leren zadel. Hoe vaker je trainde des te meer het zadel naar de vorm van je zitvlak ging staan. Dat was bij mij al vrij snel, want ik was héél erg enthousiast toen in het begin.
De fiets werd betaald van mijn zuur- en achter de lopende band verdiende centen. Ik droomde er van om in dit leven op te klimmen van fabrieksarbeider tot wielermiljonair. De banden, die ik regelmatig lek reed, repareerde ik zelf, want nieuwe kostten een gulden of twintig en er sneuvelden in goede weken toch gemiddeld een tube of drie. Ik verdiende maandelijks een schamel loontje ter waarde van zo'n 15 banden, dus reken maar uit.
Later heb ik me nog een extra fiets aangeschaft, een mooi tweedehandsje bij Van Herwerden in Voorburg. Het ding was volledig Campagnolo afgemonteerd en promoveerde direct tot wedstrijdfiets. Ik heb er niet lang plezier van gehad, omdat ik kort daarop afgekeurd werd voor het beoefenen van mijn lievelingssport. De fietsen hebben nog één winter in het schuurtje bij mijn ouders gehangen en toen het volgend voorjaar het bloed weer eens kroop waar het niet gaan kon, ik kon de verleiding om toch weer op te stappen niet weerstaan, heb ik ze met pijn in het hart van de hand gedaan.
In 1998 kwamen mijn huisarts en ik er bij toeval achter wat de aard van de vergroeiing aan mijn rug was. De naam van de aandoening is me ontschoten, maar niet dat er al jaren, sinds mijn volwassenheid, van verslechtering geen sprake is geweest. Mijn huisarts vertelde me, dat dit het normale verloop is bij deze ziekte. Zodra de groei voltooid is, stabiliseert de toestand zich. Ik had niet hoeven stoppen met wielrennen, zo verzekerde hij me. Ik ben zo goed als gelijk naar Van Herwerden gereden en heb me een fiets op maat aan laten meten. Geld speelde een beduidend mindere rol dan in het begin van mijn te vroeg gestrande wielerloopbaan en het enthousiasme voor het kilometervreten helaas ook. Ik legde het zevenvoudige van de prijs van mijn eerste fiets neer en heb er in vier jaar tijd al vijf keer op gereden.
Dinsdagochtend 9 juli 2002 (Adriaan)De twee dagen Luxemburg waren hartverwarmend. Zoveel Nederlandse fans langs het parcours, overal wapperde het rood, wit & blauw, terwijl de prestaties van onze landgenoten toch niet echt formidabel waren: de best geklasseerde Nederlander is Levi Leipheimer, en die komt uit Amerika.
Deze drie weken eet ik voornamelijk kant & klaar. Geen zooi uit de diepvries, dat heeft nauwelijks enige voedingswaarde, maar goed spul, rechtstreeks van de slager om de hoek. Daarbij drink ik vers kiwisap, dat steeds voor een enorme stoot vitamine C zorgt. Tijdens het ritje naar de slager, even in de buitenlucht, vang ik genoeg vitamine D om rachitis te voorkomen.
Eten en drinken is belangrijk bij het wielrennen, ook voor de kijker, maar zelfs profs maken fouten bij de inname. Gisteren overkwam dat de nummer 64, de Noor Hushovd van Crédit Agricole, zeg maar de Franse boerenleenbank. Met twee companen reed hij kilometerslang vooruit, maar plots was daar de kramp. En ik weet niet of je weleens echt kramp hebt gehad, maar het is afschuwelijk. De oorzaak is meestal een gebrek aan vocht. Je zou toch denken dat iemand, die van het zich uitsloven zijn beroep heeft gemaakt, rekening houdt met zijn vochtgehalte.
Maar nee. Thor, zo heet hij van voren, kreeg een ontzettende klap met de hamer en kwam uiteindelijk op ruim twintig minuten achterstand binnen. Zijn laatste vijftien kilometers waren heroïsch. Ook dat is wielrennen, ook dat maakt het voor de toeschouwer zo interessant.
PS Dat is een nadeel van het Canvas Tourjournaal: de pogingen tot grappig zijn. De man die het commentaar uitspreekt bij de korte samenvatting van de etappe kent de gouden regel niet: het is mooier eens in de twintig zinnen, onverwacht, een subtiele grap te maken, dan bij elke ademstoot een vette.
Maandagavond 8 juli 2002 (Hans de Bruin)50,7 - 94,4Thuis uit m'n werk mis ik net de eindsprint. Zabel redt het weer niet en wordt nu maar derde. De Telekomploeg zit niet goed in z'n vel dat is duidelijk. De pillen van 'unser Jan' missen hun uitwerking niet. Ik stap zelf ook op de fiets voor een rit van 43,7 km: Den Haag - Hoek van Holland - Den Haag. Een mooie rit door de duinen. Voortploeterend zie ik teunisbloemen, stalkaarsen, duinviooltjes, botanische rozen. Een vooral gele kleurenzee tussen duindoornen en eikenopslag.
Wat zien ze in het peloton eigenlijk? Een veld wielrenners ziet niets van de omgeving want het zelf een kakafonie van geuren en kleuren. Er is niets exotischer dan een groep wielrenners. En de Tour is het summum: de schreeuwende kleuren van de met reclame bezaaide wielerkleding en de bedwelmende lucht van massageolie, omgeven door een hysterisch ronkende reclamekaravaan. Gisteravond showde Mart Smeets een keur aan zonnebrillen. Kopen!
Terwijl het zweet in m'n ogen bijt wordt ik regelmatig ingehaald door Armstrongklonen. Alles is piekfijn in orde. Er rijdt voor duizenden guldens aan me voorbij. Alleen het talent ontbreekt. De Tour loont wel.
Maandagavond 8 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1993, deel 1, Jaan verslaat Erik.8 mei 1993. Ik lig op de bank de Volkskrant na te pluizen. Vervelend dat de dagpuzzel, die mijn lief nooit overslaat, in hetzelfde katern zit als de sport. Want de Vierdaagse van Duinkerken is bezig en ik wil weten wie de vierde etappe heeft gewonnen. Ik lees een artikel over de deplorabele economische situatie van de Baltische staten. Tot nu toe toont alleen Estland enige tekenen van te verwachten economische groei. In Tallin, de hoofdstad, is een voorzichtig begin gemaakt met de restauratie van het stadshart, dat onder het Sovjet regime zorgvuldig verwaarloosd was. De eerste Esten zijn hun geluk elders in Europa gaan zoeken.
Als het artikel uit is, heeft mijn meisje de raadsels van Meulendijks opgelost. Twee tellen later lees ik de gezochte uitslag: 1. J. Kirsipuu (est) 2. M. de Clerq (bel) z.t. 3. J. Capiot (bel) z.t. 4 J. Koerts (hol) z.t. Ene Kirsipuu verslaat een pakt sprinters uit de lage landen en hij komt nota bene uit Estland. ‘Kunnen ze daar fietsen dan?' vraagt mijn zoon. Kennelijk.
Kirsipuu. Ik herhaal diverse malen die naam in mijn gedachten. Klinkt goed. Wordt vast een grote, let op mijn woorden. (17 mei 1993)
(Kirsipuu wint in 1993 als eerste jaars prof 7 wedstrijden. In de Tour de l'Avenir verslaat hij een keer Erik Zabel. Hij debuteert in de Tour de France en wordt een keer 5e en een keer 6e; hij valt uit in eerste bergrit)
(Vanmiddag, in de massasprint in Saarbrücken, werd Kirsipuu 5de - A.B.)
Maandagmiddag 8 juli 2002 (Adriaan)Ik krijg het sterke vermoeden dat de vriendin van Christophe Moreau dit jaar niet zoent in de Tour. Misschien is het stel inmiddels getrouwd, je weet het niet. In elk geval had Chris zaterdag minder haast om aan de streep te komen dan vorig jaar in Duinkerken. Hij werd 40ste in de proloog. Zondag werd een ramp. Hij viel twee, drie keer en het valt nog mee (rare uitdrukking in dit geval) dat hij met een achterstand van slechts 3.20 min binnenkwam. Dekker was minder fortuinlijk: hij viel op zijn geblesseerde linkerheup en moest 11.26 toegeven. Hou vol, Erik, alsjeblieft!
Tijd voor iets vrolijks.
Als ik Ludo Dierckxsens zie, denk ik onwillekeurig aan de Aardappeleters van Van Gogh. Die markante, clowneske kop! Dat sterke, stevige lichaam! Het moeten voorouders van hem zijn geweest die hebben geposeerd voor de schilder. Commentatoren noemen hem `de oude man'. Dat steekt, want de knaap is pas 37. Als hij een oude man is, wat ben ik dan? Een hoogbejaarde? Een aanrader voor de liefhebber: Ludo doet iedere avond een dagboek in de nabeschouwing op Canvas. Sympathieke figuur.
Nee, dan Mart Smeets, die is pas oud. Ik heb een haat-liefdeverhouding met hem en omdat ik momenteel alleen liefde wil, volg ik de Tour op den Bels, met Michel Wuyts. De mooiste typering vond ik in een NRC-column (16 aug 1982, research mensen!) van Laurie Langenbach: `Mart Smeets is de Sonja Barend van de sportwereld.' Twintig jaar later is er nog niets veranderd.
PS Ik ben o.a. geabonneerd op de De Volkskrant. Vanuit die krant knip en plak ik en ik zal niet de enige zijn. Dan vraag ik me af: welke achterlijke Bartje heeft verzonnen om het Tournieuws aan weerszijden van een blad te zetten (pagina 1 én 2 van het sportkatern)? Kan ik alsnog naar de kiosk om een extra exemplaar te kopen.
Maandagochtend 8 juli 2002 (Harry)Bijna een kilometer lang leek het alsof een Braziliaan een Touretappe ging winnen, hij demarreerde onder de vlag van de laatste kilometer. Het peloton reageerde te laat. Het lukte niet om de Braziliaan, die luistert naar de naam Luciano André Pagliarini Mendonca, voor de finish te achterhalen.
Een kilometer had ik mooie fantasieën over de Koreanisering van de wielersport: "Misschien is Henk Lubberding stiekem coach geworden van Brazilië en stoomt hij zijn team in de regenwouden klaar voor een machtsovername en is dit een eerste teken. Het publiek zet de samba in en volksfeesten barsten los in de Rio de Janeiro. Andere landen waarvan je niet eens wist dat ze er fietsen hebben duiken op uit het niets en strijden mee om de overwinning. Vaticaanstad, Bhutan, Groenland, India.".
Helaas bleek de renner gewoon de Zwitser Bertogliati te zijn. Niets exotisch, niets bijzonders. Hij heeft een Braziliaanse ploeggenoot, maar die hield zich ergens in het peloton schuil. Voor hem geen samba vandaag.
Na de verplichte proloog zijn we nu echt onderweg. Ik op de bank, zij op de fiets. Na die eerste dagen ben ik toe aan een rustdag, maar wanneer ik rustig blijf liggen dan kom ik er meestal op de derde dag doorheen. Ik kijk af en toe uit het raam, zo zie ik tenminste nog buitenlucht. En om het half uur draai ik me op mijn andere zij, om doorliggen te voorkomen.
PS Na zijn tweede plaats in de proloog greep Jalabert nu weer net naast de Gele trui. Zijn tijd komt nog wel. Hij wint vast de Groene trui of het ploegenklassement. Zijn ploeg heeft nu al de leiding genomen en leidt met drie seconden voorsprong op Cofidis en US Postal.
Maandagochtend 8 juli 2002 (Theo van Rijn)Het was geen liefde op het eerste gezicht, want van huis uit ben ik zeer lui. Toen ik vijftien jaar oud was, raakte ik, dankzij mijn oom Nico, besmet met het wielervirus. Als voetballer was en ben ik nóg minder dan middelmatig, dus de overstap naar het wielerpeloton was zo gemaakt. Midden in het seizoen meldden wij ons aan bij de Haagse wielervereniging R.R.C. (Residentie Renners Club) Sparta. Elke dinsdagavond clubwedstrijden in het Zuiderpark en ik zal nooit mijn eerste rondjes op dat parcours vergeten. Toen de wedstrijd 4 ronden oud was, lag ik reeds op een achterstand van 3. Trainingsachterstand!
Tegen het einde van dat seizoen maakte ik het voor het eerst mee, dat ik me in een eindsprint mocht mengen en mijn verwachtingen voor het volgende jaar waren onmiddellijk torenhoog gespannen.
Het tweede jaar reed ik een veel uitgebreider programma en debuteerde ik in criteriums als "De ronde van Pijnacker", "De omloop van Mariahoeve" en "De Naaldwijkse wielerdag". Trainen deed ik elke ochtend vóór en elke middag na werktijd en roken en drinken waren absolute taboes. Ook de nachten waren aan de sport gewijd, dan droomde ik er van in de voetsporen van mijn grote voorbeeld Joop te zijn getreden. Menige nacht werd ik door Johan en Joop bijgestaan in de bergen. De "adelaar van Leidschendam" was mijn middernachtelijke koosnaampje.
Op mijn achttiende spatte de wielerdroom uit elkaar. Tijdens mijn dienstkeuring kwam aan het licht, dat ik een vergroeiing aan mijn rug heb. Ik werd goedgekeurd voor militaire dienst en kreeg het dringende advies om mijn wielerschoenen aan de wilgen te hangen. Sindsdien blijft het behelpen met televisiebeelden. Daarbij geniet ik met volle teugen van de bergetappes, rook mijn zware shag en drink menig biertje.
Zondagavond 7 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, inleiding, Asterix en de Basken.Al zo lang als ik me kan herinneren, volg ik het wielrennen. Ik mag me de trotse bezitter noemen van een bescheiden wieler-bibliotheek, die zo'n 60 titels en 5 jaargangen van de Wielerrevue omvat. Ik heb een speciale fascinatie voor uitslagen. Die lees en herlees ik. Ik zou een goede stand-in voor Jean Nelissen zijn.
Uitslagen vormden door de jaren heen altijd de aanleiding voor de keuze van mijn favorieten: Poulidor, die een imposante lijst met overwinningen opbouwde, maar desondanks roem als eeuwige tweede verwierf om dat hij nooit de Tour wist te winnen; Aad van de Hoek, die in 1976 een heroïsch gevecht om de laatste plaats in de Tour won van de Spanjaard Uribezubia. Uribezubia, had de naam van een Bask uit een of ander avontuur van Asterix kunnen zijn.
Zo was ik onmiddellijk verkocht toen ik in 1993 in de rubriek ‘Uitslagen' in de Volkskrant de naam Kirsipuu tegen kwam. Wat een naam, maar ook, wat een afkomst. Tot 1993 werden Esten niet geacht te kunnen fietsen en pats boem, daar was er een. Vanaf dat moment heb ik hem nauwkeurig in de uitslagen gevolgd en er lustig op los gefantaseerd wat zijn persoon betreft. Ik schreef minimaal één artikel per jaar over hem. Dit jaar worden een aantal voor het eerst gepubliceerd in het Tourdagboek.
Zondagmiddag 7 juli 2002 (Adriaan)Mooiste moment van de dag? ‘s Avonds op Canvas, een interview met Stive Vermaut (nee, dit is geen tikfout, zo schrijf je zijn voornaam, maar je mag het gewoon uitspreken als Stief.) Hij rijdt niet mee. Ik weet nu waarom, en wat zijn hoop voor de toekomst is. Het kon me niet zo boeien. Maar ineens: een shot van Stive op de bank met een rode kat op schoot. Een kat! Vermaut, voor mij kan je niet meer stuk.
Het slechtste moment van de dag? De persconferentie van Jan Ullrich. Het gedoe rond die man, daar zakt mijn broek van af (kijk even de andere kant op, dames. Hoewel, zo veel valt er niet te zien.) Een man die uit de running is en toch op doping wordt gecontroleerd: wat een gesol met wielrenners, wat een grove inbreuken op de lichamelijke integriteit. Zelfs varkens worden minder gecontroleerd. Zou ik, als schrijver, vóór iedere voordracht worden getest, ik zou het kunnen schudden. Genoeg hierover.
De orde van de dag: Armstrong in het geel. Zou het hem lukken de trui van de eerste tot en met de laatste dag te behouden? Het is eerder gebeurd: Bottecchia in ‘24, Frantz in ‘28, Maes in ‘35 en Anquetil in ‘61, hoewel de laatste de trui pas kreeg na de tweede rit op de eerste dag. Armstrong drie weken lang in het geel: ik zou niet graag bij hem in de ploeg zitten. Het wordt werken jongens!
PS Een vast onderdeel van Radio Tour de France is ‘Het tourgevoel van...' Gisteren was het de beurt aan Balkenende. Toen hij zijn mond opendeed, heb ik de radio even uit gezet. Kleinzielig, ik weet het, maar die man gaat me straks mijn baan kosten. Ik wil dat hij dan tenminste van míjn Tour afblijft.
PS2 Nomen est omen. Rugnummer 89 is Marco Velo (Fassa Bortolo)
Zondagochtend 7 juli 2002 (Harry)De proloog is als een kennismakingsrondje in een nieuwe groep. Eén voor één noemt iedereen zijn naam, sommige ken je; de meeste ben je een minuut later weer kwijt. Laat ze eerst maar eens wat presteren denk ik altijd. 7 Kilometer hard fietsen dat kan iedereen. Het is niet zo, in ieder geval niet zo hard.
Tijdens zo’n proloog, echte wielerliefhebbers zullen me erom vervloeken, denk ik altijd wat een mooie stad is dat: Luxemburg. In mijn hoofd schrijf ik een stukje voor een reisgids en prijs ik de architectuur, de vriendelijke mensen die altijd vrolijk zwaaiend langs de kant van de weg staan, het eten en de gastvrijheid van de Groothertog.
Zelfs wanneer de proloog wordt gereden in een lelijke Noordfranse stad, waar alles grauw en grijs is weet ik een beeld te schilderen waar de toeristen en masse voor gaan. Terwijl ik weet dat iedere week tien mensen van een flat springen, jongeren alles vernielen wat niet van beton is, de enige discotheek een café is met iets grotere boxen dan de andere café’s. Het hoogtepunt van het jaar is de kermis die maar liefst twee dagen in de stad is (incl. opbouwen en afbreken) en kort daarachter een verlopen circus waar een leeuw met kunstgebit en een blinde clown, die tot grote hilariteit overal tegen aan loopt, de show stelen. Zo bekeken is de proloog in Luxemburg een genot!
PS Eén wedstrijdbeeld is me bijgebleven: Jalabert één van mijn favorieten, kwam met grote vaart door een te smalle bocht zeilen en bleef erin. Hij eindigde als tweede en ik hoop dat hij ook dit jaar weer een paar stunts uithaalt. De Tour winnen zou een mooie zijn of het jongerenklassement.
Zaterdagavond 6 juli 2002 (Hans de Bruin)0 - 50,7Een half uur voor de aanvang van de tourproloog begint mijn eigen tour. Een kop thee en een broodje tonijn moeten me genoeg voedsel verschaffen om mijn eigen proloog van 50,7 km te rijden: Den Haag-Leiden-Katwijk-Den Haag. Na 45 km doemt de bult bij de Scheveningse watertoren op. Met wind in mijn rug 'stoemp' ik naar boven. Cholera wat een pestbult! Maar ja, ik moet ook wel 94 kilo mee naar boven slepen. Dat is altijd nog 7 kilo meer dan de zwaarste renner uit de Tour. Marco Serpellini sleept in een, naar ik aanneem afgetraind lijf, toch nog altijd 87 kilo mee. Wij weten beiden wat 'unser Jan' elk jaar weer doormaakt met zijn aanleg tot corpulentie. Elk voorjaar moet Jan maar weer zien hoe hij zijn overgewicht kwijtraakt. Vinden we het gek dat hij aan de dope ging.
Of besloot Jan Ullrich dit jaar om zich maar gewoon te laten schorsen? Hij had die amfetaminen geslikt bij een bezoek aan een discotheek. In juni. Grootmoedig beaamt Jan nu dat het een stommiteit was. Kom Jan, je was gewoon nog te zwaar, je zag het niet zitten, je bleef liever thuis. Lance Armstrong heeft wel lood in het lijf, maar hij is toch veel lichter.
Zaterdagmiddag 6 juli 2002 (Adriaan)De langste Tourtijdrit ooit was die van 1947 tussen Vannes en Saint-Brieuc: 139 km. De eerste werd verreden in 1934, tussen La Roche-sur-Yon en Nantes over 90 km, met als winnaar de legendarische Antonin Magne. Het zijn weetjes; je hebt er niets aan, maar ze zijn leuk meegenomen. Ik vond ze in het Belgische wielertijdschrift Cyclo sprint. Wat het blad niet vermeld, en waar ik ineens reuze benieuwd naar ben, is: wanneer werd de eerste proloog verreden, een individuele tijdrit over een plaatselijk parcours?
Het is een vraag die ik had kunnen voorleggen aan Telegraaf journalist Jip Golsteijn, maar de man is helaas in februari van dit jaar overleden. Hij had een fabelachtig geheugen wat de Tour betreft, hij zou het antwoord zo uit zijn mouw hebben geschut: jaartal, plaats, afstand, naam en tijd van de winnaar, de eerste tien van het klassement.
(Ik weet het wel, ik vond het antwoord in een stukje van eigen hand in het Tourdagboek van vorig jaar: de proloog bestaat sinds het midden van de jaren zestig. Geen idee waarvandaan ik die wijsheid toen had.)
Vandaag de proloog in Luxemburg, over 7 km, met de aankomst, na een venijnige klim, boven op de Côte d'Eich. Wie hem zal winnen? Ik waag me niet aan een voorspelling. Is het al slecht gesteld met mijn geheugen, de toekomst is helemaal duister voor me.
PS Vorig jaar werkte de vriendin van Christophe Moreau in de Tour als zoenster, bécoteuse in het Frans, zo'n dame die een renner moet zoenen als hij een verse trui om de schouders krijgt. Zij was één van Les Filles Jaunes (geel) en heeft haar eigen Christophe na de proloog en de eerste etappe mogen zoenen. Ik ga dit jaar op die meiden letten. Kijken of ik ze, net als de renners, na drie weken allemaal herken.
PS2 Hij staat Harry, maar ik waag me niet aan een voorspelling (zie boven.) Ik heb al een afspraak met mijn kapper voor je gemaakt.
Zaterdagochtend 6 juli 2002 (Harry)Ullrich lag geblesseerd thuis op de bank, toen hij betrapt werd op doping. Hij zou amfetamine gebruikt hebben, een vorm van speed waar je een kortstondige energiestoot van krijgt. Een ouderwets middel dat vaak door oudere wielrenners gebruikt werd om de geestdodende trainingsuren door te komen. Je krijgt er geen sterkere spieren van, je gaat er zeker niet beter van op de bank liggen en wanneer Ullrich terugkeert in het peloton fietst hij er ook niet harder door. Sinds wanneer mag een mens thuis op de bank geen doping gebruiken.
Ik ben sowieso niet tegen doping. De meeste kunst wordt niet eens gemaakt zonder. Mijn oordeel over een schilderij of boek is daar niet van afhankelijk, het is mooi of niet mooi. Zo wordt een wielerwedstrijd op heldhaftige wijze gewonnen of niet. Of de winnaar vol zit met EPO, cocaïne of Nattermann doet niet ter zake.
Het argument dat het slecht is voor de gezondheid zegt me niets. Het leven is een spel met de dood en veel van de verboden middelen zorgen slechts voor een snel herstel van het lichaam. Bovendien moet iedereen die alcohol drinkt, rookt, blowt of koffie drinkt zijn mond houden. Zo heeft Jean Nelissen nog nooit een Tour gereden zonder doping en zo'n bestuursvergadering van de UCI dat hou je alleen vol wanneer je onder invloed bent.
Tot volgend jaar Jan, ik zal je missen!
PS Een pooltje Adriaan? Mijn voorspelling: Levi Leipheimer wint de gele trui, Addy Engels de witte trui, Boogerd de bolletjestrui, Mc Ewen de groene trui, Dekker verslaat drie weken lang de bezemwagen, Leon van Bon haalt een mooie etappezege en Armstrong verlaat de Tour in een ambulance nadat hij op een rotonde opeens oog in oog komt met een op hol geslagen peloton. Wanneer ik ongelijk krijg laat ik mijn haar bij jouw kapper doen.
Vrijdagmiddag 5 juli 2002 (Adriaan)De Giro d'Italia ging dit jaar van start in Groningen. Dat ligt een rot-end fietsen van Rome, dus toen ik ervan hoorde, dacht ik aanvankelijk aan een grap. Maar nee, het was bloedserieus. In het kader van een of ander jubileum deed de Giro dit jaar de zes oorspronkelijke EU-landen aan.
De Tourdirectie is wat bescheidener, hoewel de ronde ook weleens in Leiden en Ierland is begonnen. Morgen is de proloog net buiten Frankrijk, in Luxemburg, dat officieel gróóthertogdom heet. Het is maar een onooglijk landje en daarom heb ik nooit begrepen waarom ze het een gróóthertogdom noemen. Gróót-Brittanië, dat snap ik. Maar het blijkt dat het zo heet, omdat er een gróóthertog op de troon zit, meestal met de voornaam Jan - der Jan, zou Mart Smeets zeggen. Vandaar.
Lance Armstrong zal ongetwijfeld de Tour voor de vierde keer winnen en ik gun het hem van harte. Meer benieuwd ben ik naar de prestaties van onze landgenoten, met name Erik Dekker. Hij reed een perfect voor-seizoen, won zelfs de Tireno Adriatico, een niet-misselijke rittenkoers. Maar in Milaan - San Remo kwam hij jammerlijk ten val en brak zijn heup op vier plaatsen. Zo heeft hij enkele maanden training gemist.
Onlangs heeft hij, met twee metalen pennen in zijn heup, de draad weer opgepakt. De vraag is nu: is hij terug in vorm en pakt hij weer drie etappes? Zoals twee jaar geleden, ook na een verloren voor-seizoen. De tijd zal het leren. Erik jongen: zet hem op. Ik zal voor je duimen, misschien helpt het.
Vrijdagochtend 5 juli 2002 (Harry)Vanaf zaterdag gaan een paar honderd mannen duizenden kilometers door Frankrijk fietsen. Degene die het hardst rijdt, krijgt een Geel t-shirt. Wat die mannen bezielt; ik weet het niet.
Ik weet precies waar je zo'n shirt kan kopen. Ik heb er één, maar mij hoor je er niet over.
Natuurlijk zou ik het leuk vinden - wanneer het zo makkelijk is om media-aandacht te krijgen - om tijdens mijn fietstochtjes door Den Haag gevolgd te worden door een cameraploeg. Dat de mensen me dan in volle vaart zien demarreren uit het wiel van die bejaarde of dat ik een ogenschijnlijk onoverkomelijke achterstand goed maak en tot op het kinderzitje kom van een moeder met kind. Vanmorgen op weg naar de studio alleen al....
En natuurlijk ben ik dan bereid te vertellen dat ik er helemaal door heen zat maar dat ik het toch heb gehaald of juist verslag te doen van mijn goede benen en dat de camera dan naar beneden zwenkt voor een close-up van mijn machtige dijen.
Het heeft iets schattigs; een paar honderd mannen op hun fietsjes die wekenlang lief en leed delen, bruin brood en spaghetti eten en zoveel van fietsen houden dat ze zich uitsloven voor een appel en een ei. Drie weken lang lig ik voor de tv, spel ik de kranten en laat ik dagelijks mijn eten serveren. Ik beschik over een sportieve geest in een - in potentie - goddelijk lichaam.
door naar deel 2, terug naar inleiding