terug naar deel 1 inleiding ![]()
Tour de France
2002
(Logo: Robbert Streng)
Op werkdagen ook te beluisteren op Radio West, 88.4 FM, om 7.45 en 17.15
Bovendien is er een vliegende brigade: incidenteel zijn er stukjes te verwachten van Theo van Rijn (Leidschendam), René Schwab en Hans de Bruin (Den Haag)
Lees ook de dagelijkse ZevenBal,
Maandagochtend 29 juli 2002 (Harry en Adriaan)De Tour zit erop, helaas, maar het is niet zo dat ik nu elf maanden ga zitten smachten. We kunnen nog een aantal wereldbekerwedstrijden tegemoet zien, meteen komend weekend al de Hew Classic in Hamburg, en in september volgt de Vuelta, de Ronde van Spanje. Mijn reikhalzen naar de Tour begint pas in het voorjaar, als de Belgische klassiekers worden gereden: de 3-daagse van De Panne, Omloop Het Volk, Kuurne-Brussel-Kuurne (Kirsipuu!!) Pas dan denk ik: was het maar weer juli.
Juli is vaak de mooiste tijd van het jaar, maar wanneer het een beetje zomert is het veel te warm om buiten te zitten. Van oudsher nestel ik me voor de tv, zelfs het WK korfbal tussen België en Nederland zou mijn aandacht krijgen. Het is gelukkig niet nodig, want niemand haalt het in zijn hoofd de Tour in een andere maand te rijden.
Twee grote verrassingen in deze Tour. Ten eerste Erik Dekker. Hij is een tijd uit de roulatie geweest. Ondanks een rottige valpartij aan het begin van de Tour, heeft hij zich toch herpakt en is steeds beter gaan rijden.
De andere verrassing was Michael Boogerd. Een werkelijk magistrale overwinning in de koninginnerit en van de weeromstuit zaterdag een uitstekende tijdrit. Laten we hem donderdagavond allemaal toejuichen in Wateringen.
`Erik neergezabeld door een cowboy van Down Under'. `Telekom met lege handen uit de Tour, heeft de handenvol aan Sumo Ullrich' `Boogerd slikte op zaterdag reispilletje en gaf niet over' `Armstrong toont ballen' `Jaja het is me wat' `Karsten's doorzettingsvermogen spant de Kroon' Zomaar wat koppen uit de ochtendkranten. Weinig verrassende Tour zet sportpers aan tot koppen vol Koomeniaanse overdrijving op the Day after.
Veel Fransen vonden het nodig langs het parcours allerlei onzindelijks tegen Armstrong te schreeuwen over zijn vermeend dopinggebruik. Al die stinkkaas en slechte rode wijn doen de hersenen blijkbaar geen goed.
Eén dopinggeval sprong eruit, maar dat was buiten de Tour: Jan Ullrich. Niet in koers, niet in training, heeft hij in een discotheek amfetaminen geslikt en is daarvoor gestraft. Misschien moeten op deze maandagochtend maar eens álle werknemers worden getest: of zij in het weekend verboden middelen hebben gebruikt. Met een Ullrich behandeling zullen velen dan op straat komen te staan.
Nooit meer Mart Smeets, de man die na zijn hoogtepunt ook de lange afdaling nog wilde meemaken. Bij iedere bocht kneep hij voluit in de remmen. Hij wilde rechtdoor en niet over het hek naar down-under. En toch zal ik hem missen. De gedachte aan nog meer Herbert Dijkstra, heeft op mijn maag hetzelfde effect als een tijdrit op de maag van Boogerd. Hij heeft het woord zeuren een nieuwe dimensie gegeven. We zullen het overleven en voor nu Adriaan, Jan Janssen en alle andere medewerkers van Radio West en omstreken zeg ik nog eenmaal: `à vous Ypenbourg'.
PS Met Karsten Kroon, Addy Engels en Bram de Groot ziet de toekomst van het Nederlandse wielrennen er hoopvol uit.
Zondagmiddag 28 juli 2002 (Harry)Tijdrijden is als schrijven, je moet het helemaal alleen doen. Het verschil is dat je als schrijver kunt beslissen of je het resultaat goed genoeg vindt om naar buiten te brengen. Wanneer Michael een matige of zelfs een slechte tijdrit rijdt, dan ziet de hele wereld dat of hij dat nou leuk vindt of niet. Hij kan het niet overdoen of het middenstuk deleten en een sneller stuk invoegen. Aan de andere kant is die druk om het goed te moeten doen ook prettig. Ik heb nu twee keer tijdens een voetbalwedstrijd een column geschreven, terwijl het publiek in mijn nek zat te hijgen. Het gaf me een adrenalinestoot die thuis achter de computer ontbreekt. Het liefst zou ik al mijn columns voortaan zo schrijven.
Gisteren was de tijdrit en aan het einde van de Tour ga ik zelfs tijdritten waarderen. Alles als het maar niet afgelopen is en toch is het bijna zover. Morgenochtend wordt ik wakker in het besef dat het 11 maanden lang rustdag zal zijn in de Tour. Een vreselijke gedachte. Gewoon maandag opnieuw starten met verse renners en een ander parcours, is mijn suggestie.
Vandaag de tradionele massasprint op de Champs Elysées en de definitieve beslissing in de strijd om de Groene trui. En Boogerd, ik zei het al, Boogerd kan alles. Wie brengt hem het goede nieuws?
Zondagochtend 28 juli 2002 (Adriaan)Het is hem dan toch gelukt. Nadat hij in de tijdrit Lanester-Lorient het hoofd had moeten buigen voor Botero (de Vlamingen zeggen: de duimen leggen), heeft hij de tijdrit van gisteren, van ongeveer dezelfde lengte, met de bekende Texaanse overmacht weten te winnen. De nummers twee en drie, Rumsas en Bodrogi, moesten beiden rond de minuut toegeven.
Het meest verbaasde me Michael Boogerd. Het lijkt wel of zijn overwinning in de koninginnerit hem vleugels heeft gegeven. Als hij in de eerste rit in de Pyreneeën had toegeslagen, hadden we een heel andere Tour gekregen. De man die zich voor iedere tijdrit in het hoofd prent: dit kan ik niet, dit kan ik niet, eindigde gisteren zelfs 11 seconden voor zijn kopman Leipheimer (3.01 van Armstrong.) Donderdag rijdt Boogerd in Wateringen; ik moest maar eens gaan kijken. (Armstrong bij de Acht van Chaam!)
Vandaag de laatste dag, de ritjes rond de kerk, in dit geval het reuzenrad. We hadden ons voorgenomen met zijn vijven voor één buis te gaan zitten, Harry, ik en onze vliegende brigade. Maar de een is zijn huis aan het opknappen, de ander is op vakantie, zodat we uiteindelijk met zijn driëen over zijn (de boerenleenbankploeg is nog compleet.) Misschien heeft mijn neef, die op bezoek is, zin om mee te gaan naar Theo: hij heeft nog zeven kratten bier staan die zijn overgebleven na het inwijdingsfeest van zijn nieuwe huis. Dan moet het wel gezellig worden. (Texelse toestanden!)
PS Vóór zo'n tijdrit zie je de renners zich het zweet in de haarwortels trappen op een rollenbank. Ik zou daarna niet eens meer aan de tijdrit toekomen.
Zaterdagavond 27 juli 2002 (Hans de Bruin)443,1 - 506,6In de Tour rijden ze van A naar Parijs, stelde Harry: 3300 km. Ik ben tijdens de Tour tien keer van A naar A gereden. Volgens mij is dat in een wiskundige benadering een afstand van 0,0 km, waarin alleen de tijd veranderde. Aan mijn benen was echter te voelen dat er tijdens dat tijdsverschil meer veranderde. Mijn duurvermogen nam toe, mijn kracht nam wat toe en mijn gewicht nam wat af. Dus ook als je van A naar A rijdt is dat te merken.
Vandaag mijn afsluitende rit. Fantastisch weer. Door de duinen naar de Hoek, langs de Waterweg naar Maasluis, via het Gaagpad naar Schipluiden en door naar huis: 63,5 km. Totaal heb ik 506,6 km gereden van A naar A, om bij thuiskomst zwetend en wel mijn stukje te schrijven voor deze Tourpagina. Cynisch kan ik mijn mede-auteurs nu zeggen: terwijl jullie je vergaapten aan die mannen in hun modieuze pakjes, op hun spacefietsen, heb ik mijn eigen zweet vergoten.
Ik streefde naar 11 dagen van 45 km, maar haalde uiteindelijk in 10 dagen 506,6 km. De dagen dat ik het niet redde, liep ik achter de rolstoel met mijn vader en beklom de steile Leidse grachtenbruggetjes.
Adriaan en Harry: volgend jaar met z'n allen op de fiets. En dan zelf beleven wat ze in de Tour beleven.
PS Een van de leukste verschijnselen van wielrennen is het witte wielerpakje: Een spierwit lijf met donkerbruine benen, armen en hoofd. Helaas scheen de zon de afgelopen weken nauwelijks......, ik ben nog helemaal wit.
Zaterdagmiddag 27 juli 2002 (Adriaan)Gisteren heb ik verzaakt. Het ene net vertoonde de achttiende etappe van de Tour, het andere het debat over de regeringsverklaring van Grijs I, het eerste kabinet Balkellende. In de Tour was een groepje weg, waaronder Van Bon en Dekker, maar ondanks de inbreng van de Nederlanders was er meestentijds bitter weinig te beleven. Smeets en Dijkstra enerzijds, Michel Wuyts en Hendrik Redant anderzijds: ze wisten bij tijd en wijle van gekkigheid niet wat te zeggen.
Dus ik heb veel geschakeld naar Nederland 1. Dat had ik beter niet kunnen doen. Ik wist al dat de nieuwe regering een raar, bijeengeraapt zootje is, maar na het aanhoren van de `briljante' Jan Peter Balkellende zakte me de moed voor de komende tijd helemaal in de schoenen. Ik hoorde iemand zeggen: het doet je terug verlangen naar de premier die verstand had van wielrennen. Van Agt!?! Komt er dan echt alleen maar ellende uit die hoek?
Veertien kilometer voor het eind: Hushovd en Piil springen weg uit de kopgroep. Vier kilometer later sluit Mengin zich aan. De Fransman is veruit de beste sprinter van het drietal. Hushovd is groot en zwaar, meer een krachtmens. Dan gaat Hushovd de sprint aan, van kop. Piil geeft er op zijn beurt een snok aan, maar zijn linkervoet schiet los van het pedaal. Er terwijl Herbert Dijkstra roept: `Mengin, Mengin, Mengin...' gaat Hushovd met vijftien centimeter verschil als eerste over de streep. Heb je het gehoord, Dijkstra? Hushovd!
Zaterdagochtend 27 juli 2002 (Harry)In 1964 deed Bobbie Hazenkamp voor de derde keer mee aan de Tour de France. De eerste keer eindigde hij als 34ste. Het jaar daarop verraste hij vriend en vijand door met grote overmacht twee bergritten te winnen en als derde te eindigen in het eindklassement. De verwachtingen waren bij de start dan ook hooggespannen. Zou Hazenkamp de eerste Nederlandse Tourwinnaar worden?
In de dertiende etappe, die eindigde op de top van de Mont Ventoux, hield hij ongelooflijk huis. Hij pakte de gele trui en nam 4 minuten voorsprong op zijn naaste concurrenten. De Tour leek beslist en inderdaad reed Hazenkamp onbedreigd met de gele trui naar Parijs.
Maar kort voor de prijsuitreiking ontstond rumoer. De jury trok zich terug en vergaderde urenlang. Het publiek, de renners, de pers niemand wist wat er gaande was. Er gingen geruchten door de Tourkaravaan over dopinggebruik van Hazenkamp.
Na ruim drie uur kwam de jury naar buiten en de voorzitter nam het woord. Hij kondigde aan dat Hazenkamp was gediskwalificeerd, omdat hij niet alle etappes had gereden. Hazenkamp was tijdens de vierde etappe ergens anders gesignaleerd met een onbekende vrouw. Op de avond na de derde etappe had hij haar bij zijn hotel ontmoet, het was liefde op het eerste gezicht. Met de liefde als doping had hij de rest van de Tour gevlogen. Het feit dat het om een crime passionnel ging kon de jury niet vermurwen.
PS Hazenkamp trouwde met zijn Franse geliefde en stapte nooit meer op een racefiets. De sportgenen kropen echter waar ze niet gaan konden. De uit dat huwelijk geboren zoon Johnny, werd tot zijn onfortuinlijke dood in 2000 gezien als de meest talentvolle Nederlandse spits aller tijden.
Vrijdagavond 26 juli 2002 (René Schwab)Gladde, glimmende benen.Zappend, op weg naar het tourjournaal, flitsen er in de gauwigheid twee lange, donkere, beeldvullende benen voorbij. Ik zap terug en zie dat die benen een tennister toebehoren, die naar ik even later verneem, luistert naar de naam Venus. Godnogantoe, die vrouw bestaat voor meer dan 70% uit benen. En wat voor benen. Twee lange, slanke, glimmende, welgevormde benen. Niet te dik, niet te dun. Buitenaardse benen. Daarom heet die vrouw natuurlijk ook Venus.
Gebiologeerd blijf ik er enige tijd naar kijken. Had het hele peloton van zulke benen, ik zou werkelijk geen énkele koers meer overslaan en de uitslagen zouden me geen moer meer kunnen schelen.
Als ik na enige tijd door zap blijkt het tourjournaal al te zijn afgelopen. Maar zeg nou zelf, als je moest kiezen tussen Pa Smeets en de benen van Venus....
Vrijdagmiddag 26 juli 2002 (Harry)Het tijdperk Armstrong zou een vooruitgang zijn ten opzichte van het tijdperk Indurain en op het eerste gezicht is dat waar. Indurain won de tijdritten en verdedigde in de bergen zijn voorsprong. Slechts één keer viel hij aan in de bergen, dat was in 1994 op de Hautacam. Armstrong valt vaker aan, maar er zit een vast patroon in zijn handelen. Ook Armstrong slaat een slag in de tijdrit, daarnaast valt hij meestal aan in de laatste kilometers van een bergrit en wint hij iedere keer dat hij dat doet 1 à 2 minuten, nooit meer. Vaak is zijn aanval een reactie op een poging van een concurrent. Een aanval tijdens de laatste kilometers wordt altijd door Armstrong gecounterd. Bij aanvallen in een eerder stadium zet hij zo mogelijk zijn knechten op kop, ze houden het tempo strak en zorgen dat een concurrent niet uit kan lopen.
Dit jaar is US Postal sterker dan ooit en kent de laatste klim een vast scenario. Eerst rijden Landis, Ekimov en Hincapie op kop, dan volgt Rubiera en als laatste geeft Heras nog een keer flink gas. Wanneer dan nog iemand het lef heeft en een machteloze aanvalspoging doet maakt Armstrong korte metten en wanneer niemand aanvalt doet hij dat ook. Hij bouwt gestaag een grote voorsprong op, maar forceert nooit.
Het is allemaal minstens zo berekenend en voorspelbaar als de tactiek van Indurain.
PS De ene dag fietst Boogerd als een bezetene in zijn eentje door Frankrijk en wanneer het moet in de tijdrit dan kan meneer opeens niet alleen rijden.
Vrijdagochtend 26 juli 2002 (Adriaan)Vandaag nog een vlakke rit van 180 kilometer, morgen een tijdrit van 52,5 kilometer en dan zondag naar Parijs, waar na aankomst tien plaatselijke rondjes langs het reuzenrad worden gereden. Maar dan zit de 89ste editie van de Tour de France er definitief op. Eén lichtpuntje: Harry kan weer tijd aan zijn twee kinderen gaan besteden, dat is er de afgelopen drie weken aardig bij ingeschoten. Bij Harry moet álles wijken voor de sport.
Valt er nog iets te beleven de komende dagen? Het geel zit strak om de schouders van Armstrong en Jalabert kan de bolletjestrui niet meer ontnomen worden. Er zit een berg van de 3de categorie in het parcours van de tijdrit, maar ik weet niet of daar punten te behalen zijn. Maar dan nog; het zullen er te weinig zijn. Een mooiere afsluiting van zijn wielercarrière had Jalabert zich niet kunnen wensen.
De enige echte spanning zit nog in het puntenklassement, de groene trui. Dat was vorig jaar ook al zo. Pas op de eindstreep werd toen de strijd beslecht en nam Erik Zabel de trui over van Stuart O'Grady. Zabel is weer in de race, nu voor zijn zevende groene trui op rij. Weliswaar rijdt Robbie McEwen op het ogenblik in het groen, maar hij en Zabel hebben een gelijk aantal punten. Het is dus spannend, maar niets om je nagels op stuk te bijten.
Nog even Michael Boogerd. Woensdag rijdt hij zich, in zijn eentje, de schompes over een aantal bergen en wint de koninginnerit, donderdag doet hij evenzo goed weer zijn werk voor kopman Leipheimer. Eerlijk gezegd ben ik nog niet bekomen van zijn laatste tien kilometer naar La Plagne. Hier rest alleen diepe bewondering.
Donderdagavond 25 juli 2002 (René Schwab)WK 1998, deel 2, Troost.Terug in Berg wil ik een kroeg in. Bij de ingang staat een groep Vlamingen, ze dragen allemaal een petje met de naam Peter van Petegem er op.
`Mag ik er even langs,' vraag ik beleefd.
`Ah-wel, wie mag uw favoriet dan wel zijn,' vraagt er één aan mij.
Ik kijk nog eens nadrukkelijk naar zijn petje en antwoordt in het Haags: `Nâh, Petâh van Petegum, logies.'
`Wel, dan moogt ge naar binnen,' antwoordt de vragensteller gul en lacht mij daarbij hartelijk toe. Ik drink twee koppen koffie en loop weer naar buiten. Ik blijf het koud vinden en zo beland ik een uurtje later weer in een andere tapperij. Ik ga aan een lange tafel zitten, waar een aantal fans van Maarten den Bakker fanatiek naar de teevee zit te kijken. Dat is geen wonder want hun favoriet weert zich goed. Dan komen mijn Vlaamse vrienden binnen. Ze zien mij zitten en steken enthousiast hun hand op.
`Da's ne goeie,' zegt er een, `die is voor Van Petegem.'
`Dat was net,' antwoord ik, `nu ben ik natuurlijk voor Den Bakker.'
`Ook al goe,' is de reactie, `ge moest maar eens ne pintje met ons drinken.'
En dat doe ik. Later wil ik ook trakteren, maar dat mag niet. `Van Petegem wordt immers wereldkampioen' en dan kan ik wel wat troost vooraf gebruiken. Jammer dat ik de jongens na afloop niet meer tegenkom.
Donderdagmiddag 25 juli 2002 (Adriaan)Ik ben wat laat met mijn middagcolumn en dat is de schuld van de televisie. (Mij treft zelden blaam.) Weer werd vandaag de hele etappe uitgezonden; mijn pc staat boven, de tv beneden, dus ik kan niet tegelijkertijd schrijven en kijken. Moet ik kiezen, dan ga ik kijken.
Zojuist Frigo de 17de etappe zien winnen. Een kopgroep van drie: Mario Aerts, Guerini en Frigo. De laatste twee kilometer voor de finish begon het loeren naar elkaar. Taktiek: je moet niet op kop komen, je springt het makkelijkst weg uit het wiel van een voorganger. Het spel, het ervoor zorgen in tweede of derde positie te blijven, kan ertoe leiden dat renners al loerend steeds langzamer gaan rijden, ja, dat ze zelfs bijna helemaal stil komen te staan. Echt helemaal stil, voeten op de pedalen, heet een surplace: het is jaren geleden dat we zoiets in de Tour hebben meegemaakt.
Guerini en Frigo, twee Italianen, hadden blijkbaar een afspraak met elkaar gemaakt. Vreemd, want ze rijden voor verschillende ploegen. Helemaal vreemd als je bedenkt dat Aerts volgend seizoen voor Guerini's ploeg (Telekom) gaat rijden. De Italianen spanden tegen hem samen en hij had het nakijken.
De vraag waarmee ik na deze etappe blijf zitten is: hoe zit dat tussen US Postal en de boerenleenbank? Er waren verschillende momenten in de koers dat ik het idee kreeg dat de Rabo's in dienst van Lance Armstrong reden. Ze sleurden aan de kop, zonder dat duidelijk werd waarom ze dat deden. There's something rotten in the state of Denmark, maar ik weet niet wat het is.
Donderdagochtend 25 juli 2002 (Harry)Gisterochtend had ik nog nagels. Eén voor één heb ik ze in de loop van de middag opgegeten. Hand voor hand en daarna mijn voeten. Ik zat al te knabbelen op mijn kootjes, beet nog niet echt door, maar het had niet veel langer moeten duren. Ik neem het Boogerd niet kwalijk. Hij had iets harder door kunnen rijden. Nu bleef het tot het laatste moment spannend.
Ik weet ook wel waarom hij vanaf de Madeleine - de tweede berg - inhield. Hij wilde de druk nog een beetje van zijn ploeg afhouden. Stel dat hij nu al de gele trui had gepakt, dan moest de Rabo-ploeg die de hele week nog verdedigen. Boogerd verovert de gele trui in de tijdrit. Op de col van de derde categorie in het begin moet hij 18 minuten pakken op Armstrong en dan is het nog slechts een kwestie van consolideren.
Boogerd kan alles. Harder zwemmen dan van de Hoogeband, beter voetballen dan van Hooijdonk, leukere columns schrijven dan Adriaan Bontebal. Boogerd kan alles, echt alles.
Ik verging op mijn bank van de zenuwen. Pas toen hij aan de laatste kilometer begon zag ik dat de zege hem niet meer kon ontgaan. De rillingen liepen over mijn rug, de tranen over mijn wangen en viceversa. Dat heb ik normaal eigenlijk alleen als Meg Ryan aan het einde van een film het eeuwige geluk vindt.
Woensdagavond 24 juli 2002 (Hans de Bruin)392,7 - 443,1Op de beurzen heerst de 'boekhoudcrisis', terwijl ik nog maar net twee maanden boekhouder ben, maar daar hebben ze in de Tour geen last van: daar heerst boekhouder Armstrong. Hij rekent en geeft her en der wat bonussen weg. Vandaag profiteerde Boogerd. Maar eerlijk is eerlijk, het was een grootse prestatie! Z'n twaalfde plaats in het klassement is ook klasse.
Wat opvallend is in deze Tour, is dat de prestaties van sommige renners enorm wisselen. Noem ze maar op: Jalabert, Boogerd, Botero, Virenque, Serpellini, enz. De ene dag vliegen ze weg, de andere dag zakken ze door het ijs. Je zou haast zeggen dat de Tour redelijk clean gereden wordt, het zou de wisselvalligheid van velen verklaren. In ieder geval hebben we nog niets van de Franse justitie gehoord. Toeval, of moet de Tour dit jaar worden beschermd als touristisch fenomeen.
Na Boogerd te hebben zien winnen, ben ik op twee koppen koffie en een banaan nog even 50,4 km gaan fietsen door de Zuidhollandse Alpen aan zee.
Nog 56,9 dan heb ik mijn doel bereikt: 500 km.
Woensdagavond 24 juli 2002 (Theo van Rijn)Ik was vroeg wakker en ben heel erg onrustig vandaag. De reden? Vandaag wordt de koninginnerit in de Tour de France gereden. Vanaf half twaalf al uitzending op televisie en een uurtje later zal ik me bij het kijkerspeloton aansluiten. Deze rit mag ik niet missen en ik heb speciaal mijn wekelijkse ADV er voor verzet.
Vroeger, toen ik nog bij mijn ouders woonde, ging een groot deel van mijn vakantiedagen op aan het volgen van de Tour op televisie. Ook greep ik regelmatig de gelegenheid aan, om de renners in de vrije natuur te aanschouwen. Zo voerde er ooit een etappe door mijn woonplaats Leidschendam en heb ik ook de start in Leiden van nabij meegemaakt. Een proloog waarbij er vrij veel Nederlanders bij de eerste tien eindigden en de uitslag later, vanwege de slechte weersomstandigheden, ongeldig werd verklaard. De volgende dag greep Jan Raas alsnog het geel en dat was gerechtigheid.
Eén keer heb ik de finishetappe op het Champs Ellysee van nabij kunnen aanschouwen, met een bemodderde Eddie Mercx, die op onzachte wijze kennis had gemaakt met de spekgladde kasseien van Parijs.
Nu beperk ik me dus tot de krenten in de pap en neem, de weekenden daargelaten, alleen voor de koninginnerit de tijd om thuis voor de buis te hangen. Het fanatisme heeft omgekeerd evenredige tred gehouden met de toename van de dopingschandalen.
Woensdagavond 24 juli 2002 (René Schwab)WK 1998, deel 1, Wielervermaak.Oktober 1998. Ik loop bij Berg langs het WK-parcours. Het weer is, in tegenstelling tot de vier dagen hiervoor, niet echt mooi. Af en toe regent het en het is koud. In Zuid-Limburg heeft echter bijna iedereen een kroeg aan huis, dus mogelijkheden te over om warm te worden. Eerder heb ik dat al geprobeerd in een feesttent meer de kant van Valkenburg op, maar eens te meer valt het mij op dat óf wieler-organisatoren het publiek van zeer slechte smaak verdenken, óf dat wielerpubliek inderdaad een zeer slecht smaak heeft. In de tent klinkt zeer luid Nederlandstalig repertoire van laag allooi. Er is alleen bier te verkrijgen en daar wordt ik niet warm van en op het podium staat een `conferencier' die de borstomvang van alle langslopende vrouwen van commentaar voorziet, daarbij zelf om het hardst lachend. Wel vijf keer in twee minuten hoor ik hem tegen een passerende vrouw zeggen: `Pas op dat u niet voorover valt. Wilt u dat ik ze even voor u vasthou?'
Het publiek vindt het prachtig.
Ik moet weer denken aan Tietjana, eheh, Tatjana Simic en ben snel weg. `Meneer moet zeker vroeg thuis zijn van z'n vrouw,' wordt ik na gehoond. Het publiek blijft er in.
Woensdagmiddag 24 juli 2002 (Harry)Ik heb me er al eerder kwaad over gemaakt en ik zal me er druk om blijven maken. Gisteren is de schorsing van Ullrich bekend gemaakt. Hij is door de Duitse wielerbond voor zes maanden geschorst. De schorsing en rekent u even mee, duurt van 24 juli tot en met 23 maart. In Nederland heet dat 8 maanden, maar dat is een detail.
Het is walgelijk en verwerpelijk dat een renner die niet in koers is, maar thuis zit met een blessure, gepakt wordt op doping. Goed hij heeft twee pilletjes genomen in een discotheek, misschien heeft hij daardoor wat langer kunnen dansen. Ik zie Jan niet als een groot danser, ik moet er zelfs niet aan denken. Het is het type man dat ik met een grote bierpul aan de kant zie staan. Met wielrennen heeft het allemaal niets te maken.
De schorsing is symbolisch, want hoeveel wedstrijden rijdt Ullrich voor 24 maart en de kans was al klein dat hij de Vuelta nog zou halen.
In deze discussie doet het er niet eens toe hoe je tegenover doping staat. Het feit dat Ullrich geschorst wordt is strijdig met ieder rechtvaardigheidsgevoel. Een renner die niet in koers is en dat ook niet zal zijn in de komende tijd, maakt zich niet schuldig aan doping wanneer hij een middel gebruikt wat slechts een paar uur werkt. Punt.
PS Opvallend: Afgelopen zondag werd de Fransman Karl Zoetemelk kampioen van Frankrijk op de mountainbike.
Woensdagochtend 24 juli 2002 (Adriaan)De renners hebben er inmiddels zo'n 2600 kilometer opzitten, dat lijkt me heel vermoeiend. En dan krijgen ze vandaag ook nog eens de koninginnerit voor de kiezen:180 kilometer over vier hoge Alpentoppen.
Koninginnerit heeft niets te maken met onze vorstin of welke vorstin dan ook. Het is de algemene benaming voor de zwaarste etappe in een wedstrijd die meerdere dagen duurt. De kenners wisten dat al.
Hou me ten goede: ik ben ervan overtuigd dat Beatrix kan fietsen, ze zal het hebben geleerd van haar moeder; de foto van een fietsende Juliana is indertijd de hele wereld overgegaan. Maar zij, jij en ik zullen, áls we het al proberen, over deze Alpenrit waarschijnlijk ruim een week doen. Waarbij we berg op hele stukken moeten lopen en berg af constant in de remmen knijpen. De snelste renner zal er vandaag zo'n 5 ½ uur over doen.
Bij beklimmingen hou ik steeds mijn hart vast. Hoe dichter bij de top, hoe meer volk langs de weg en hoe groter het percentage idioten. Gekken die hun vlag laten wapperen boven het parcours, eikels die met een vlag om de schouders meerennen, drommen mensen die zo dicht tegenover elkaar staan, dat ze elkaars slechte adem ruiken, amateurfotografen midden op de weg. En dat alles noemt zich wielerfan!
Laten we hopen dat het vandaag goed gaat. Het wordt me het dagje wel: de tv-uitzending begint om half twaalf, de renners gaan om kwart voor twaalf van start en de aankomst wordt verwacht rond half zes.
En al heb ik weinig zitvlees, ik zál de rit uitzitten.
Dinsdagavond 23 juli 2002 (René Schwab)Over premies en sokken, deel 2, de sokken.Ronde 35, een laatste sprint om f15,00. Patrick zit zowaar mee in de ontsnapping, waar men die premie gaat betwisten en, wie verbaast zich er nog over, hij wint alweer. Ik heb het bijgehouden, hij zit al ruim boven de f150,00. Daar heb je hem weer, op kop van de groep die op ons afkomt. Maar dan ineens remt hij af en deponeert met een vloeiende beweging zijn fiets aan de andere kant van het dranghek, vlak naast me. Onbewogen loopt hij op een boom af, gaat daar tegenaan staan en keert in één keer zijn hele maag binnenste buiten.
`Godverdomme,' hoor ik hem mompelen, `ik ben helemaal kapot.' En met het al even onbewogen gezicht als in de koers pakt hij zijn fiets op en loopt weg; 5 ronden voor het einde. Weg premies, want wie de koers niet uitrijdt, kan het schudden. De man naast mij staart verbijsterd naar de hoop kots bij de boom.
`Jezus,' zegt hij enkel. Hij wacht de uiteindelijke uitslag niet meer af en wandelt peinzend weg.
Sokken liggen zwaar op de maag.
Dinsdagmiddag 23 juli 2002 (Adriaan)Gisterenochtend een stukje geschreven en dat om 8.45 uur in de studio van Radio West voorgelezen. Wat een tijdstip!?! Thuis de site geüpdatet. Daarna begon voor mij de rustdag met het bijwerken van mijn knipselboeken: één voor de uitslagen en Maarten Ducrot, één voor de verhalen en foto's. Ondanks de goede voornemens had ik het laten versloffen.
Verder? Een beetje opruimen en schoonmaken - het huis kuisen - want dat schiet er tijdens de Tour nogal bij in. (Ach, welnee, bij mij schiet het er altijd bij in. Een éénbenige maakt geen bokkensprongen, zeker niet in de huishouding.) Een muurtje vrijgemaakt om eindelijk eens de filmposter, die ik voor mijn verjaardag heb gekregen, te kunnen ophangen: Ladri di Biciclette van Da Sica (100 x 70)
`s Middags aan mijn roman gewerkt: De sneeuwruimer van de Haute-Savoie, een geheide besteseller. Het is een sleutelroman, maar de sleutels zijn alleen te doorgronden als je het politiek leven van Thonon-les-Bains een beetje kent. `s Avonds een ingewikkelde doch voedzame maaltijd tot me genomen; ik doe aan de lijn, er moet zeker 15 kilo bij.
Kortom: op de rustdag uiteindelijk nog flink lopen te cupereren om in de Alpen, op de bank, te kunnen recupereren.
PS Het was een vreemde ervaring om in het maanlandschap van de Mont Ventoux na 33 jaar weer een Armstrong te zien rondstruinen.
Dinsdagochtend 23 juli 2002 (Harry)Virenque heeft geen goede naam, maar ik schaar me volledig achter Maarten Ducrot. Richard verdient grote bewondering voor zijn zege op de Mont Ventoux.
Mensen hebben moeite met de overwinning van Virenque omdat hij lid was van de Festina-ploeg in 1998. Hij was de laatste die het gebruik van doping bekende, alle anderen sloegen gelijk door. Daarmee kon Virenque ontkennen wat hij wilde, niemand geloofde hem.
Mensen verwijten hem dat hij zijn vrienden/collega's heeft verraden, omdat hij niet sprak toen de anderen bekenden.
Ik ben zoals al eerder gezegd geen tegenstander van doping en ik vind bekennen dom. Tegen arrogante en vooral hypocriete autoriteiten hoef je nooit de waarheid te vertellen. Vroeger deed ik mee aan illegale acties om de vrede te bevorderen of om een statement te maken tegen één of ander onrecht. Ik ben verschillende keren opgepakt door de politie. Het was een erezaak om niets los te laten en zeker geen namen. Ik zat onder de verf en had een kwast in mijn handen, maar met die leus had ik niets te maken.
In mijn optiek zijn de anderen uit de Festina-ploeg de verraders, al zal ik ze niet hard vallen. De politie is lang niet altijd je beste vriend.
Virenque is geen verrader en ik verheug me op het duel om de bolletjes tussen de dappere strijders Jalabert en Virenque.
PS Praten over doping doe je net als Ducrot, Winnen en Rooks na je carrière. Het is zonde om de met hard werken bereikte prestaties teniet te doen en de zonden van de hele wielermensheid op je te nemen.
Maandagavond 22 juli 2002 (Hans de Bruin)343,7 - 392,7Wat is het verschil tussen de Mont Ventoux en een hoop duinzand in Scheveningen? Ik zal het nooit weten zonder er tegen aan te fietsen. M'n mooiste herinnering is de Mont Malgré Tout in de Franse Ardennen. Een eindeloos, kilometers lang stuk vals plat, en als je denkt dat je er bent dan zie je 'm ineens omhoog buigen: nog wat kilometers. Ik was wat lichter dan nu, maar had ter compensatie een fiets vol kampeerbagage. Dood ga je!
Wat een respekt heb ik voor Marco Serpellini. 87 kilo en dan vierde worden achter Armstrong. Goed hij begon met 10 minuten voorsprong, maar dan nog. Die immens lange klim van 21 kilometer. Eindeloos vals plat en dan gaat die ineens, naar 1900 meter toe. Voor mij leverde Serpellini gisteren de beste prestatie.
Uit respekt ben ik vandaag dan maar die hoop duinzand bij Scheveningen op gevlogen, na een aanloopje via Leiden. 49 km, net voor de regen binnen.
Ik vraag me trouwens af of Serpellini nog wel de 87 kilo weegt, waar hij de Tour mee begon. Twee weken verder zit er geen vet meer aan. Ik schat hem op 85. Zelf reed ik er de afgelopen twee weken ook ruim twee van af. Daarvoor hoef je geen Tour te rijden.
Maandagavond 22 juli 2002 (René Schwab)Over premies en sokken, deel 1, de premies.Ik heb me op een prima plek genesteld langs het parcours van de plaatselijke wielerronde van Zoetermeer. In de verte zie ik de renners door een brede bocht vliegen en zo op mij afkomen. Dan slaan ze linksaf en kan ik ze, zij het van achteren, nog 75 meter volgen. Nummer 34 is me meteen opgevallen. Hij rijdt in vloeiende stijl in een outfit zonder reclame. Alleen zijn benen zie je bewegen, de rest van zijn lichaam lijkt bevroren. Mooi gezicht. Zulke renners lijken zich helemaal niet in te spannen temidden van al die stoempende, harkende en puffende jongens met een gezichten alsof ze sterven.
Aan het einde van de 5e ronde de eerste premiesprint: f25,00 beschikbaar gesteld door een slagerij. De overal langs het parcours opgehangen speakerboxen verkondigen luid, dat die sprint een prooi is voor .....nummer 34, Patrick Beurskens. Zo, dat weet ik al weer. Patrick Beurskens heet hij. Vanaf dat moment is hij constant van voren te vinden.
Vijf ronden later weer een premiesprint en jawel hoor: de 20 piek van cafetaria de `Happeteek' gaat wederom naar Patrick Beurskens. Als eerste komt hij de bocht weer uit. Soepel draaiend, geen spatje zweet op het gezicht.
En zo gaat het om de 5 ronden. Alle premies zijn voor Patrick.
`Godallemachtig,' verzucht een man naast mij, `die vent zet de hele koers naar zijn hand. Als die niet wint, vreet ik m'n sokken op.'
Maandagmiddag 22 juli 2002 (Harry)De Tour de France is een wielerwedstrijd die 23 dagen duurt en die de renners voert van A naar Parijs. Aan het einde haalt Lance Armstrong dan de hoofdprijs op. Het lijkt saai maar dat is het niet. Bij verkiezingen weet ik zeker dat een bedrieger wint en toch kijk ik altijd naar de uitslagen. In de liefde weet ik dat vrouwen altijd nee zeggen wanneer ik ze verkering vraag en toch vraag ik het iedere keer weer. Afzien is het mooiste wat er is. De zon komt iedere ochtend op en toch kijk ik iedere dag uit het raam om het te checken en ben ik blij verrast.
Echte bergetappes in de Tour voeren van A naar B. Jalabert valt aan, op de laatste berg haalt Armstrong hem net voor de finish in en wint. Het lijkt saai, maar ik zit aan de buis gekluisterd. Mijn ontbijt bestaat iedere morgen uit brood (ik heb de pest aan muesli) en toch geniet ik er van. Iedere verjaardag wordt ik een jaar ouder, maar ik zie daarin geen enkele reden het eens een keertje over te slaan.
Vandaag is er een rustdag in de Tour. De renners blijven in A, fietsen een blokje om, leggen een kaartje, kijken een DVD'tje, geven een interviewtje en Armstrong geeft de langste persconferentie. Het klinkt saai en dat is het ook.
Maandagochtend 22 juli 2002 (Adriaan)Terwijl Richard Virenque als eerste het maanlandschap op de Mont Ventoux binnenreed, hoorde ik iemand zeggen: de finish ligt pas op de meet. Slordig taalgebruik. Dat is zoiets als: het begin ligt bij de start. Maar ik begreep best wat hij bedoelde: de Tour wordt aanstaande zondag pas beslist, aan het eind van het laatste rondje op de Champs Elysées. Het is een constatering die je ieder jaar, in de laatste week van het wielerspektakel, om de haverklap hoort.
Richard Virenque was gisteren groots, op de zwaarste berg van deze Tour en Lance Armstrong heeft een aantal van zijn naaste belagers weer een dreun gegeven, zoals hij de afgelopen dagen steeds heeft gedaan. Beloki, Sevilla, Igor Gonzalez de Galdeano, Rubiera, allemaal kregen ze een douw, de verkeerde kant uit. En zo kon Levi Leipheimer de top-tien binnenfietsen. Veel renners danken God op hun blote knietjes voor de rustdag van vandaag.
Het wordt nog een loodzware week. Drie Alpenetappes na elkaar, waarvan die van woensdag wel de mooiste is: hou die dag vrij! De renners moeten dan over de Galabier (de hoogste berg van deze Tour: meer dan 2600 meter), de Télégraphe, de Madeleine om tenslotte te eindigen op 1800 meter in La Plagne.
De Tour is nog niet gereden - ook al zo'n open deur - maar de contouren tekenen zich duidelijk af.
Zondagavond 21 juli 2002 (Hans de Bruin)Wielrennen is in wezen een individuele sport, maar het is een wereldje apart. Van de week werd bij een overval op een supermarkt een wielrenner doodgeschoten. Bij een koers in Naaldwijk een paar dagen later, herdachten zijn clubgenoten hem. Wielrenners zijn een grote familie was het commentaar. En dat klopt. Het is mijn ervaring in mijn wielerjaren dat het inderdaad een familie is.
Bij het Leidse Swift waren eind jaren zestig een aantal grote namen lid: Karstens, Zoet en natuurlijk Zoetemelk. Regelmatig bezochten ze de clubwedstrijden als ze in de buurt waren en werden er tubes uitgedeeld. Lek weliswaar, maar wat maakte dat uit. Niemand had echt geld en we konden die bandjes wel gebruiken. Zo ging dat. Op de dag dat Tom Simpson in '67 op de Mont Ventoux overleed hadden we bij Swift een avondclubwedstrijd. Daar hoorden we het nieuws en de verslagenheid was bij iedereen groot. Simpson was geen clubgenoot, maar hij hoorde erbij. En wij hoorden erbij.
Als de Mont Ventoux weer eens beklommen wordt, denk ik altijd weer aan die avond: 35 jaar geleden nu.
Zondagavond 21 juli 2002 (René Schwab)Foto'sIk had me voorgenomen eens een heleboel fraaie wielerfoto's te nemen en had me daartoe op een bepaald moment een meter of 100 na de finish geïnstalleerd, op de plek waar de meeste wielrenners na de tijdrit even tot stilstand kwamen. Een van hen was de dan nog eerste-jaars-prof Aart Vierhouten. Vlak bij mij liet hij zich uitgeput tegen de dranghekken vallen en begon, nog zittend op z'n fiets, te kotsen. De damp sloeg van zijn zwaar hijgende lichaam. Dit was hèt moment om een foto te maken en ik had het toestel al in de hand toen opeens door mij heen schoot: Dat kun je niet doen. Dit was het soort rampenfotografie, dat me weliswaar fascineert maar evenzeer afschuw in mij opwekt. Vierhouten voelde zich hartstikke klote en daar zou ik een foto van gaan maken? Zo'n jongen laat je op dat moment met rust of je vraagt of je hem ergens mee van dienst kan zijn.
Ik borg het toestel weer op en liep naar hem toe. Jezus, wat zag de man er uit. `Kan ik wat voor je doen?' vroeg ik. Vierhouten keek op en stamelde, `nee, dank je'. Hij verplaatste de arm, waarmee hij op het dranghek rustte naar mijn schouder en hijgde nog een paar tellen uit, terwijl hij verdwaasd in de verte staarde. Toen zette hij zich af en reed langzaam weg.
Een echte wielerfotograaf zal ik nooit worden, ben ik veel te lief voor.
Zondagmiddag 21 juli 2002 (Harry)Natuurlijk wint Armstrong de Tour, een mindere tijdrit en ook bij mij was de wens de vader van de gedachte. Het is niet leuk wanneer sport voorspelbaar is. De overmacht van Armstrong is groot en ik zeg niet dat het vanzelf gaat, als er één renner is die er veel voor doet is het Armstrong wel.
De anderen moeten meer doen, zijn overmacht wordt niet ter discussie gesteld. Waren zijn naaste belagers maar als Jalabert. Heb je Beloki ooit zien aanvallen? Ze blijven allemaal in het wiel van de heer en meester zitten en laten zich er op de laatste berg afrijden of weten ternauwernood aan te klampen. De enige manier is te proberen om Armstrong kapot te maken, door om de beurt aan te vallen vroeg in de etappe. Beloki belooft dat te gaan doen in de Alpen, maar Joseba doe het dan ook!
Wat we hebben zijn de bandenplakkers van Once, de vormloze ex-knechten van Armstrong, de machteloze Italianen en Boogerd. Boogerd heeft een hart als Jalabert en zal net als deze Fransman nooit de Tour winnen.
Jalabert stopt volgend jaar en wie hebben we dan nog? Ik ben een voorstander van het klonen van sportmensen. Mijn bestelling: 5 jonge Jalaberts, 5 herboren Pantani's en vijf dunne Ullrichs en een met het tijdritgen verbeterde Boogerd. Eens zien wat Lance daarop te zeggen heeft.
PS Van een popster verwacht de massa niet anders dan steeds weer hetzelfde liedje, met steeds een net iets andere tekst en melodie. Bij sport wil de massa strijd, onvoorspelbaarheid en de valse hoop dat een Nederlander wint.
PPS Jacky Durand vermaard om zijn lange ontsnappingen heeft ook de naam dat hij in bergetappes net zo veelvuldig aan de ploegleiderswagen hangt. Dit jaar maakte hij het te bont en samen met de ploegleider die hem kilometerslang aan de wagen had hangen, mocht hij zijn koffers pakken.
Zondagochtend 21 juli 2002 (Adriaan)Over geen Europese berg is meer geschreven dan de Mont Ventoux, of het zou de Cauberg moeten zijn (in gezellige Nederlandse familieverhalen.) De meest aansprekende titel die ik in huis heb is `Fietsen op de Mont Ventoux' van Jos Vanderloo. Het is een rotberg van 1912 meter hoogte, met zeer steile stukken tussen de bomen en dan is daar ineens Chalet Renard: de omgeving verandert in een maanlandschap. (Er zijn nog steeds mensen die geloven dat de maanlanding van 1969 in scène is gezet en dat de opnames zijn gemaakt op de Mont Ventoux.)
Steeds als de Ventoux in zicht komt, wordt de dood van Tom Simpson weer opgerakeld, dit jaar 35 jaar geleden. (Waar was ik toen het gebeurde? Op de bank, heb ik het `live' gezien, of denk ik dat na al die herhalingen alleen maar?) Maar we blijven het mooi vinden, zo'n groep mannen die de beulsberg omhoog zwoegen.
In `83 werd, de toen nog fietsende, Jan Raas gevraagd wat hij ervan vond dat het publiek plezier beleefde aan zijn lijden. Jan antwoordde dat men hem niet wil zien lijden, men wil hem zien werken. `Kijk, ze moeten zelf elke dag werken, en daarom zien ze graag een ander nog harder werken.' Dan blijf ik zitten met de vraag waarom ík er dan met plezier naar kijk.
Zaterdagavond 20 juli 2002 (René Schwab)TietjanaHet vermaak dat toeschouwers bij wielerwedstrijden wordt geboden is niet altijd van hoog niveau. Zo had men in de Ronde van Nederland van 1996 in Doetinchem Tatjana Simic uitgenodigd om het gat tussen de ochtend-etappe en de tijdrit op te vullen. Op de een of andere noodlottige dag had zij namelijk besloten dat ze kon zingen. Publiek genoeg, maar het was kletsnat en rete koud. Geen wonder dat Tatjana voor op het buitenpodium een kort hooggesloten bontjasje en jeans had aangetrokken. Maar ja, daar was het publiek niet voor gekomen. Haar gezang werd al spoedig begeleid door een fors gejoel en toen dat niet hielp begon het publiek luidkeels `Tieten, tieten!' te scanderen.
`Nou,' reageerde Tatjana verongelijkt tussen twee nummers, `daarvoor ben ik niet gekomen.'
Nee, zij misschien niet, maar het publiek wel!
Alle goede bedoelingen van Tatjana ten spijt, het publiek bleef roepen: `Tieten, tieten!'
Dan een gouden greep van haar manager. In rap tempo werd onder de schare een groot aantal foto's verspreid waarop Tatjana op haar knieën in het zand recht de camera in keek, gekleed in een veel te kleine bikini.
Ach, het wielerpubliek is ook weer snel tevreden. Massaal werd een nog altijd zingende Tatjana de rug toegekeerd. Men had wat men wilde.
Zaterdagavond 20 juli 2002 (Theo van Rijn)Het begin van mijn wielercarrière viel, niet geheel toevallig, gelijk met de start van mijn puberteit. Ik was 15, de één-na-jongste in een gezin met negen kinderen en jongste medewerker in een fabriek. Alle ingrediënten voor het bereiken van een hoge graad van obstinaatheid waren ruimschoots voorhanden.
Vrijwel dagelijks had ik ruzie met mijn moeder en dan vond ik het met name prettig om tijdens een oer-Hollands stormpje te gaan trainen. Zinderend van woede sprong ik dan vaak op mijn fiets en reed al vloekend en scheldend de open polder van Stompwijk of Nootdorp in. De tegenwind en regen zorgden er al snel voor, dat ik mijn adem alleen nog maar voor het verrichten van de trainingsarbeid kon gebruiken. Het vloeken en schelden was meestal na een half uurtje stampen verstomd en het verstand stond dan al lang en breed op nul. Het Hollandse weer werkt niet altijd mee en is soms zelfs uitgesproken mooi te noemen. De keren dat het weer ontzettend slecht was, waren in mijn wielertijd gelukkig vrij talrijk. Doelbewust koos ik altijd eerst de richting, die mij volop tegenwind bracht.
In die tijd werd ik me er ook voor het eerst bewust van dat vanuit Leidschendam naar Stompwijk al jaren veel vaker sprake is van de wind op de kop dan in de richting van Nootdorp. Een natuurverschijnsel waar ik me na mijn pensionering toch wat nadrukkelijker in wil gaan verdiepen.
Eenmaal tot bedaren gekomen, peddelde ik dan nog even door om vervolgens met de wind in de rug huiswaarts te keren. Dan stapte ik volkomen ontspannen de achterdeur weer in en kon het opbouwen van een nieuwe uitbarsting weer langzamerhand beginnen.
Mijn jongste zoon is 16 en daar heb ik, als vader in een éénoudergezin, vaak mijn handen aan vol. Hij is slechts gedeeltelijk in mijn voetsporen getreden. Hij zit in de puberteit en reageert vaak net zo opstandig als paps op die leeftijd. Hij voetbalt, rijdt op een scooter en de liefde voor het wielrennen is aan hem helaas volkomen voorbij gegaan.
Zaterdagavond 20 juli 2002 (Adriaan)Het is een mooie Tour, ondanks dat het onderhand wel duidelijk is dat Armstrong wéér gaat winnen. Met zijn etappe-overwinningen in deze editie lijkt hij een beetje de veelvraat, die Merckx in zijn tijd was (Eddy, de vader van.) Daarom ben ik ook heel benieuwd wat hij morgen op de Mont Ventoux zal doen. Een fout als in 2000 zal hij niet meer maken. Toen gunde hij de etappe aan Marco Pantani, hij liet hem voorgaan aan de streep. Pantani verklaarde achteraf zich nog nooit zo vernederd gevoeld te hebben; het is nooit meer goedgekomen tussen die twee.
Een genot was het gisteren, op weg naar het Plateau-de-Beille, om te zien dat de ‘oude' Jalabert weer ruim 140 kilometer in de kopgroep heeft gereden, waarvan de laatste handvol kilometers in zijn eentje.
Het wielerpeloton zal aan het eind van dit seizoen overhoop gehaald worden. Ploegen fuseren, zoals Domo (zonder Farm Frites) en Lotto (zonder Adeco), sponsors scheiden er helemaal mee uit: Mapei. De renners zullen zich dus nu allemaal moeten bewijzen om zeker te zijn van een baan volgend seizoen.
Dat maakt de prestatie van Jalabert in deze Tour extra opmerkelijk: hij hoeft niets te bewijzen, hij gaat stoppen.
Zaterdagochtend 20 juli 2002 (Harry)In de tweede Pyreneeën-etappe viel de Rabo-renner Grischa Niermann op zijn hoofd, hij bleef even liggen en wist niet meer waar hij was. Hij stapte op zijn fiets en reed verder, d.w.z. dat was zijn plan. Niermann reed echter weg in de richting waar hij vandaan kwam. Zijn ploegleider Theo de Rooy was zo vriendelijk hem even de weg te wijzen.
Niermann was niet de eerste die dit overkwam. In 1917 kreeg Claude Benoit, nadat hij de massasprint had gewonnen in de etappe naar Verdun, een verdwaalde kanonskogel op zijn kop. Hij zat even verdwaasd op het wegdek en stapte weer op zijn fiets. Hij reed, terwijl de Tourorganisatie hem er tevergeefs van probeerde te weerhouden, het hele traject van de etappe nogmaals in omgekeerde volgorde. De auto van de Tourorganisatie, met daarin de Tourdirecteur en rondemiss met bloemen, had de grootste moeite de ontketende Benoit te volgen. De renner die alle kreten en tekens negeerde, legde de terugweg een uur sneller af dan de heenweg. Om 11 uur `s avonds kwam hij aan in de plaats van vertrek, juichend ging hij over de startlijn. Claude ontving de bloemen en de kussen. Daarna werden fiets en renner in de auto gezet en werd voor de derde keer die dag hetzelfde parcours afgelegd.
De volgende dag stond Claude afgepeigerd aan de start, maar wel met zijn voorwiel in de goede richting.
Er zijn veel manieren om je overwinning te vieren, we kennen allemaal de juichende voetballers; aanstellers. Ingestudeerde pasjes en dansjes het is om kotsmisselijk van te worden. Wielrenners juichen ook. Met één hand omhoog of met twee handen los en rechtop zittend zijn de meest gangbare manieren. Dat laatste kan natuurlijk niet aan het einde van een spannende massasprint. Het kan wel, maar er is een kans dat je dan alsnog wordt gepasseerd. Met twee handen los is wel het mooiste, wanneer een renner alleen aankomt kan hij meters lang juichen en toegejuicht worden. Formeel gesproken moet hij dan nog bewijzen dat hij de winnaar is. Bij voetbal kun je beter niet juichen, wanneer de voorzet nog moet komen.
Met een of twee handen zegt niets over de intensiteit van de vreugde. Er is het uitbundige juichen van de renner die voor het eerst wint of die niet kan geloven dat hij alweer wint. Er is de grote vreugde met tranen van een renner die voor het eerst weer wint na een lange blessureperiode. Er is het geroutineerde of coole juichen van de topsprinter die zijn derde etappe wint. Natuurlijk zijn er ook bij het wielrennen wel eens gebaren. Bijv. Armstrong wijzend naar Cassartelli's hemel.
Maar de chagrijnige winnaar je ziet ze niet veel. Ik weet dan ook niet wat Zabel gisteren bezielde en er was niemand die het hem vroeg.
PS Er is nog iets bij wielrennen. Je moet je juichen voor of op de streep. Na de streep wordt je opgegeten door een kluwen van verzorgers, pers en officials. En juichen doe je met het publiek. Zonder publiek is het pathetisch. Wanneer ik bijv. scoor op het pleintje terwijl ik in mijn eentje ben, juich ik in mijn hoofd want daar is mijn publiek. Wanneer Boogerd als eerste op de Alpe d'Huez aankomt, maar er is geen publiek en er zijn geen camera's; dan gaat hij gewoon douchen en naar bed.
Vrijdagavond 19 juli 2002 (René Schwab)Zo SimpelEen foto van Herman van Springel, met een zwaar bebloede kop. Een stuk losgebroken bot uit een van z'n jukbeenderen steekt door de huid. Eddy Merckx fietst er naast en kijkt er naar met een blik vol onverholen afgrijzen.
1998, het WK in Valkenburg, de wegwedstrijd voor de meisjes-junioren. Ik zie een van de meisjes, die heeft moeten lossen uit de kopgroep, in haar ultieme poging om weer bij te geraken, in volle vaart uit de bocht vliegen. Ze smakt met een misselijk makende klap tegen de afzetting, slaat over de kop en schuift een meter of tien op haar linker zij over het asfalt, daarbij haar pakje en de huid van haar bil verschroeiend. Ze blijft een tel liggen en begint dan verdwaasd tastend haar fiets te zoeken. Met zachte hand wordt ze afgehouden van het voornemen om weer op te stappen. Later blijkt ze naast de schaafwonden een gebroken pols en vier gekneusde ribben te hebben opgelopen.
Onlangs sprak ik in het veel te karig bezochte sportcafé `De Barrage' in Den Haag Erwin (was Merckx nog maar zo slank) Nijboer. Toen hij vertelde dat hij eens ruim 100 km met één gebroken en vier gekneusde ribben een rit had uitgereden, vroeg ik hem wat wielrenners toch bezielt, dat ze altijd maar weer op willen stappen, hoe zwaar ze soms ook vallen.
Hij keek me wat verwonderd aan en antwoordde toen: `Ja, als je blijft liggen, kom je niet aan de finish.' Was alles in het leven maar zo simpel.
Vrijdagavond 19 juli 2002 (Hans de Bruin)282,0 - 343,7Woensdag dacht ik echt dat Lance Armstrong door het ijs ging zakken, bovenop de La Mongie. Maar het gebeurde niet. Good for him! Gisteren op de Plateau de Beille gebeurde het ook niet. Het journalistenpeloton weet het alweer zeker: de Tour is al gereden. Maar toch ..... ik weet het niet. Hij oogt goed, hij rijdt sterk (met dank aan Heras - ik zie hem nog steeds de hekken in rijden een paar jaar geleden), maar toch ......andere jaren was hij sterker. En vorm is iets raars. Vraag maar aan Boogerd.
Vanmorgen had ik het zelf. Je staat op, je denkt zo! Zo voel je je. Je stapt op de fiets en na tien kilometer voel je het anders. Pijn in je kuiten, geen lucht. Je moet douwen. Maar je gaat door. Vandaag 61,7 km (Den Haag-Hoek van Holland-Maasluis-Den Hoorn-Den Haag). Langs de Waterweg een stroeve wind pal tegen, je ziet niets meer, alleen maar douwen, tot je de wind in je rug krijgt en opgelucht naar huis bolt.
En Lance? Misschien gebeurt het niet, maar toch straks op de Mont Ventoux. Ik weet het niet. En laten we eerlijk zijn: het zou wel leuk zijn. Want leedvermaak over winnaars is leuk.
Vrijdagmiddag 19 juli 2002 (Adriaan)Of het nu komt door de Jaan & Editha verhalen van René, ik weet het niet, maar plots voel ik de behoefte over sex te schrijven.
Jarenlang hebben er geen vrouwen mogen meerijden in de volgkaravaan. Rennersvrouwen waren sowieso taboe: sex tussen de etappes door zou de prestaties van de mannen nadelig beïnvloeden. (Wel of geen sex vóór een wedstrijd, er wordt al jaren in de media over gediscusieerd. Geleerden bieden tegen elkaar op: de een zegt dit, de ander dat - zo gaat dat met geleerden - en ik heb geen flauw idee wat de stand op dit moment is.)
Het vreemde was dat er bijvoorbeeld ook geen vrouwelijke journalisten mochten meerijden. Logisch dat de vrouwen die een weigering aan de broek (rok?) kregen het zagen als discriminatie. Maar de zaak lag genuanceerder: een regelement uit 1904 wilde de vrouwen beschermen. Renners moeten namelijk onderweg regelmatig hun behoefte doen en men wilde hen die aanblik besparen.
Tegenwoordig wordt er niet meer zo moeilijk over gedaan. Toch vraag ik me af: hoe zit dat met mannen in de karavaan van de Tour Féminin? (Als je beleefd de andere kant op kijkt, mis je misschien de helft.)
PS Jaren geleden heb ik sex gehad tijdens de wedstrijd. Het was tijdens de beklimming van de Alpe d'Huez. Het heeft de uitslag van de etappe niet beïnvloed. Maar goed, ik zat dan ook in het thuispeloton.
Vrijdagochtend 19 juli 2002 (Harry)Sommige renners mogen nooit stoppen. Robert Millar, Joop Zoetemelk, Joachim Agostinho, Raymond Poulidor, Lucien van Impe renners uit het verleden, die maar bleven rijden en op hoge leeftijd nog steeds bij de besten hoorden in de Tour de France.
Mijn favoriet was Robert Millar een echte klimmer met een voorkeur voor de Pyreneeën. Robert Millar was ook de enige aansprekende renner die net als ik vegetariër is. Zonder dat hij iedere dag een koe of in zijn Schotse geval een varkensmaag at, won hij zware bergritten en de bergtrui.
Sommige renners mogen nooit stoppen. Jalabert is er zo een. Toch heeft hij gisteren verklaard dat hij er na dit seizoen mee ophoudt, maar ik ga hem bellen, schrijven, volgen, stalken en hem in mijn beste Frans en Deens en Spaans smeken door te gaan. Hij is 33 jaar en in de kracht van zijn leven en bezig aan zijn derde rennersleven. Jalabert de sprinter in zijn jonge jaren, Jalabert de klassementsrenner later en tegenwoordig is hij Jalabert de aanvaller, Jalabert de durfal. Jalabert wanneer jij doorfietst blijf ik naar je kijken, maar ook wanneer je stopt want: sommige renners stoppen nooit. `s Nachts zie ik ze en winnen ze nog steeds. Ze dansen over de cols, mijn renners dansen altijd over de cols. Ik droom nooit van Freddy Maertens zoals ik ook nooit zal dromen van Cippolini.
PS In de Tourbijbel van Jean Nelissen lees ik net dat Maertens in 1976 achtste en in 1978 dertiende werd in het eindklassement. Dus een echte slechte klimmer kan hij niet geweest zijn. Toch kan ik me er geen beeld meer van vormen hoe hij de cols overging.
Donderdagavond 18 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 2002, epiloog.Het is 6 juli 2002. De 89e Tour gaat van start. Jaan is er weer bij. Kijken of hij voldoende hersteld is. Kasputis rijdt sinds kort weer uitslagen en heeft een verdienstelijke Vierdaagse van Duinkerken achter zich. In een verdachte wijk in Vilnius staat een jonge vrouw in verschoten lila ondergoed voor een rood verlicht raam. Ze heeft haar slipje wat onhandig in haar bilnaad geduwd. Van haar eerste verdiende centjes zal zij een tangaslip kopen. Met tranen in de ogen kijkt ze even naar een krijsende zuigeling. `Jaantje,' fluistert ze.
Donderdagmiddag 18 juli 2002 (Harry)DE BERGEN! Een siddering trekt door het peloton. De klimmers wrijven in hun handen, eindelijk is het afgelopen die eindeloze wegen waar af en toe een heuveltje of een steile brug opdoemt. Een klimmershart wordt er niet warm of koud van. Maar daar in de verte de Aubisque, de eerste berg van dit jaar. Geen colletjes van de tweede of derde categorie, dit is een serieuze berg.
De sprinters zuchten. Voor de strijders om de groene trui en de dagzeges is het een kwestie van doorbijten, in de verste verte weten ze Parijs. Het liefst slaan ze de komende dagen over. Dit is geen wielrennen. Een heuveltje of een brug is nog tot daaraan toe, maar dit is niet leuk meer.
De kijkers veren op, nu gaat het gebeuren. De echte pijn, de helden, de zwoegers. Hier kan een renner binnen een paar kilometer de Tour verliezen. Ook de commentatoren worden hoorbaar enthousiaster. We zijn de massasprints zat.
Vandaag; een andere Tour. De dansende lijven op de flanken van de berg en het spel met de dood tijdens de afdalingen. Er zijn klimmers die het liefst bergen hebben die tot in de hemel rijken en dan met een skilift naar beneden. Het verschil dat ze maken in de beklimming, raken ze weer kwijt in de afdaling. Daartegenover de dalers, ze rijden moeiteloos weg bij de anderen. Ze kennen geen angst.
Donderdagochtend 18 juli 2002 (Adriaan)Hij zat er gisteren weer bij, die dekselse Dierckxsens. Na een tijd met zijn elven te zijn weggeweest bleef er een kopgroep over van vier: Halgand, Dierckxens, Pineau en O'Grady. De beste sprinter van het stel is O'Grady. Acht kilometer voor het eind demareert Halgand. Je zag O'Grady naar Ludo Dierckxsens kijken: pak jij hem terug? En Dierckxsens: rot op. Dan haal ik hem op en win jij straks de sprint. Doe het maar zelf, maat.
Dat is het leuke van wielrennen: de tactiek en tactiek vereist ervaring. Iemand die de ervaring onderhand zou moeten hebben is mijn ex-stadsgenoot Michael Boogerd. Ik heb bewondering voor de man, daar niet van, maar toch zie je hem steeds weer dezelfde fouten maken: aanvallen op de verkeerde momenten. Aanvallen en zich uitputten op momenten dat de anderen makkelijk mee kunnen komen.
Deze column spreek ik in de ochtend op de radio in, daar wordt hij aan het eind van de middag herhaald. Vandaag zijn de bergen echt begonnen. De Pyreneeën, een gebergte dat me meer ligt dan de Alpen, omdat ik het beter ken. De bergen maken het verschil. Zal Armstrong het dit jaar nog redden? Als ik dan toch geld zou moeten inzetten, zet ik mijn geld op één van de mannen van Manolo Saiz. Vanmiddag weten we meer.
Woensdagavond 17 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 2002, deel 10, slot.De discussie duur al enige tijd. Ik houd vol dat Kirsipuu een klasbak is. De schrijvers A.B. en H.Z. willen niet verder gaan dan de kwalificatie `verdienstelijk'. Ik haal overwinningen aan in Tour-etappes, in de Ronde van Spanje, talloze semiklassiekers en op een haar na een zege in de Grote Herfstprijs. 92 overwinningen. Met 1084 punten 14e op de wereldranglijst!! De enige nog actieve renners die hem in zeges overtreffen zijn Cipollini, Jalabert en Zabel.
Maar dan 3 maart. Brussel-Kuurne-Brussel, een semiklassieker. Terwijl menigeen zich al gaat opmaken voor een massasprint demarreert Kirsipuu in volle vaart en rijdt solo naar de meet. Dit keer geen sprint, neen een aankomst alleen, onhoudbaar voor een compleet peloton.
A.B. en H.Z. zijn in een keer helemaal om. De uiteindelijke erkenning is daar. Jaan moet het gevoeld hebben. Is het de opluchting geweest, die een moment van concentratieverlies heeft veroorzaakt, waardoor hij de auto niet zag? Kirsipuu wordt tijdens de training aangereden en is voor maanden uitgeschakeld. Het is de vraag of hij nog weer zal wedstrijd-fietsen. Het is echter ook de vraag of dat nodig is, nu de erkenning daar is.
(Op het moment van het ongeluk stond de seizoensteller bij Kirsipuu al weer op 4. De totaalstand is 96 overwinningen)
Woensdagavond 17 juli 2002 (Hans de Bruin)239,4 - 282,0Als je de Tour wint kun je fietsen gaan verkopen. Of op z'n minst je naam er aan geven. In de Tour zie je er velen op een echte Eddy Merckx rondrijden. Ik rij zelf sinds een paar maanden op een Jan Janssen. Ik zal het nooit vergeten hoe Jan in tranen tegen zijn dochtertje zei: "Je pappie heeft de Tour gewonnen", toen bleek dat hij Van Springel had verslagen in de laatste kilometers van de Tour in 1968. Daarna kon Jan fietsen gaan verkopen. En zo kan ik nu mijn kilometers maken (vandaag 42,6 km) op een glanzend zwart-rode Jan Janssen. Gekocht bij Bontekoe.
Mijn eerste racefiets was een Louison Bobet, drievoudig Tourwinnaar in de jaren vijftig. Maanden had ik staan dromen voor de etalage van de Leidse fietsenboer Gijs van Dam, de hofleverancier van Swift, van die groengele Bobet. Tot ik genoeg geld bijeen had gewerkt: 200 gulden. Mijn ouders vertikten het om het te betalen. Wielrennen was maar niks. Nou ja, m'n latere clubgenoot Gerben Karstens was dan wel een notariszoon, maar verder..... Maar die Louison Bobet kwam er, in '67. Ik heb er nog steeds foto's van: de fiets staande op m'n bed. Moet ik nog meer uitleggen over de seksualiteit van wielrennen?
Morgen gebeurt het: Lance Armstrong zal door het ijs zakken, bovenop de La Mongie. Ook hij zal de Tour maar drie keer winnen. Wedden? Daarna kan hij gaan denken aan zijn eigen fietsenlijn.
Woensdagmiddag 17 juli 2002 (Adriaan)In de De Volkskrant van vandaag zijn de geleerden (Zoetemelk, Winnen, Voskamp, Rooks en Boogerd) het bijna allemaal eens: Armstrong knijst het wel. Het enige tegengas wordt gegeven door Peter Winnen: `Ik zie hem geen twee minuten meer pakken zoals vorig jaar op Alpe d'Huez.' Sinds ik Winnen heb ontmoet, kan die man voor mij niet meer stuk (lees zijn columns in het NRC!) Maar, sorry Peter, ik blijf mijn twijfels houden. Ik gun de laatste gele trui aan Beloki, Sevilla of Gonzalez de Galdeano, maar ik weet het niet. Het zou best weleens zo kunnen zijn dat die Amerikaan het toch knijst.
Natuurlijk is de tijdrit een graadmeter, en die heeft hij verloren. Maar het echte breekpunt is toch het gebergte. Vandaag naar Pau, daarna komt het echte werk. De komende dagen zullen we zien waartoe Lance in staat is, maar ook (toch weer even nationalistisch) Leipheimer, Boogerd en Karsten Kroon.
De grootste klap die ons, wielerliefhebbers, de afgelopen dagen is toegediend kwam van Laurent Jalabert. Hoewel de man pas 33 is heeft hij gisteren, op de rustdag, zijn vertrek uit het wielercircus aangekondigd. Hij heeft een palmares waar je `u' tegen zegt. Maar op is op, binnen is binnen. Ik zal je missen Laurent.
PS Er wordt tegenwoordig ongelofelijk veel geld verdient in het wielrennen. Dat was vroeger wel anders, renners moesten er toen toch een baantje bij hebben. Mijn grootouders woonden eind jaren dertig in de Schilderswijkse Ravensteijnstraat. De huur werd wekelijks opgehaald door de legendarische Piet Moeskops.
Woensdagochtend 17 juli 2002 (Harry)Samen met Jan Janssen lever ik commentaar op de Tour de France bij Radio West. Hij als deskundige aan de telefoon en ik als columnist in de studio. Ik heb nog geen handen geschud met mijn collega.
Ik weet nog goed dat hij de Tour won, ik was vier jaar. Ik heb het in de boeken gelezen. Ik was veertien jaar. Ik heb mijn fotoboeken erbij gepakt en weet nu precies hoe ik eruit zag in juli 1968, maar nergens staat dat Jan Janssen de Tour won.
Een ex-Tourwinnaar weet het altijd beter. Dinsdag was er een mooi moment. De presentator: "En vandaag is het een rustdag". Jan Janssen: "Nou rustdag". Presentator: "Maar ze hoeven toch geen 200 kilometer te fietsen". Jan Janssen: "De renners moeten hun koffers pakken en dan met het vliegtuig Bordeaux. Tegen de tijd dat ze daar zijn is het een uur of één, twee, van rusten komt dan niet meer zo veel."
Ik zit naast de presentator en wil ingrijpen. "Je lult Janssen", wil ik zeggen. "Een jetlag loop je niet op op dat roteindje, er is geen douane (dat zouden die Bretonnen wel willen) en van twee tot vijf zijn ze normaal nog op TV. Tijd genoeg voor een middagdutje dunkt mij meneer Janssen." De presentator laat het erbij, kondigt Jan af en mij aan.
Zou Jan ook naar mij luisteren?
PS Het is wel duidelijk dat moeders de fotoboeken bijhouden, mijn vader zou de overwinning van Janssen zeker vermeld hebben.
Dinsdagavond 16 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 2001, deel 9, de gladiolen en de dood.De Vierdaagse van Duinkerken, daar begon het allemaal. Aan je eerste zege houd je toch de beste herinneringen. Het is niet toevallig dat Editha begin mei een paar dagen mag overkomen. Eindelijk kan ze haar Jaan met eigen ogen in actie zien. Maar, ze heeft het plechtig moeten beloven. Niet mopperen dat ze niet bij haar vriend kan slapen. Ze belooft het en Jaan fietst zich de edele delen van zijn lijf. Hij wint vier etappes, allemaal alleen voor haar. Vol vertrouwen legt Jaan zich elke nacht te ruste in de kamer die hij deelt met Arturas. Als een blok valt hij in slaap en merkt niet dat zijn maatje zich vier nachten achter elkaar aan lange ontsnappingen waagt, deze keer niet zo uitzichtloos als gewoonlijk. Jaan heeft niets door. Hij blijft het hele jaar fietsen als een duivel. Hij wint zijn tweede Tour-etappe. Hij zegeviert in 2001 in 20 wedstrijden en hoeft in dat opzicht alleen Zabel voor zich te dulden. Aan het einde van het seizoen staat hij 14e op de wereldranglijst en dat is heel hoog voor een sprinter.
Thuis is Tallin wacht hem een koude douche. Editha is vertrokken naar Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. `Vreemd' zegt Jaan, `het zit zeker in de lucht. Arturas had ook al zo'n haast om naar Vilnius te gaan.' (2 november 2001)
Dinsdagmiddag 16 juli 2002 (Theo van Rijn)Zondag 14 juli, de dag der dagen. Mijn favoriet Karsten Kroon wint de etappe en ik zie het niet, althans niet live. Ik ben het festivalterrein van het Leidschendamse Vlietpop aan het afbreken. 's Ochtends om half tien begon dat feest met voor mij, bij aanvang, een lichte kater. Het festival op de zaterdag was druk en gezellig en dat verklaart de moeite met het opstaan. Maar ja, het is toch een beetje mijn kindje en daar ga je nu eenmaal voor door het vuur. De geboorte is alweer achttien jaar geleden en van het clubje vrienden dat aan de wieg stond, zijn er nog welgeteld vier actief.
Wanneer ik 's avonds om half elf de beelden zie, weet ik dat het wederom laat wordt. Ik kan er geen genoeg van krijgen en zap na elke herhaling langs het hele zenderbestand in de hoop dat er nog ergens een glimp valt op te vangen. Vriend Dekker, een van de persoonlijke favorieten van broer Adriaan, trekt de sprint aan en Karsten maakt het naar behoren af. Zo wint hij eerder dan ik had verwacht. Karsten is mijn troef voor de bergen en die komen nog, eerst de Pyreneeën en als toetje de Alpen. Om half twee duik ik uiteindelijk tevreden mijn bed in.
Maandag heb ik wat meer tijd en ik tracht de tijdrit op de voet te volgen. De beste Nederlandse tijdrijder van dit moment heet Dekker, maar die is aan het terugkomen van een zware blessure. Als op het laatst het beeld op mijn tv wegvalt, weet ik genoeg. Boogerd heeft een, voor zijn doen, acceptabele tijd neergezet. En het bijbelse gezegde: "De eersten zullen de laatsten zijn", blijkt na de glorie van 14 juli voor de jonge Kroon op deze 15de een waarheid als een koe. Ik zelf ben hard aan een rustdag toe.
Dinsdagmiddag 16 juli 2002 (Adriaan)Je ziet het ver van tevoren aankomen en toch geeft het iedere keer weer een tik: de rustdag. Je zit er net lekker in - letterlijk, er vormt zich een kuiltje in de bank - en dan fietsen ze een hele dag niet, tenminste, niet voor de camera's en in wedstrijdverband. Het komt de kijker niet uit, het kan ook de renners niet uitkomen. De rustdag in de Tour van `68 kwam Jan Janssen erg ongelegen. Hij had net een aantal Franse renners naar de vaantjes gereden en zeer tegen zijn zin kregen ze een dag om te recupereren.
Maar goed, een moment om de stand te bekijken. Leipheimer doet het goed, maar ik denk niet dat hij dit jaar hoge ogen zal gooien. Die gooide hij vorig jaar wel in de Vuelta, maar de Tour is toch een andere koers. En dan Lance (ik zeg Lance, zoals anderen het over Pim hebben.) In een interview met Bert Wagendorp van de De Volkskrant vertelde hij over 27 maanden te zullen stoppen met wedstrijden. Dan zou hij nog drie keer de Tour kunnen pakken. Ik zie het hem niet doen. Niet omdat Lance slechter is gaan rijden, maar omdat de concurrentie beter is geworden.
Ik heb dezelfde twijfels als Harry. Igor Gonzalez de Galdeano, Beloki, Botero en ook de kleine Oscar Sevilla: allemaal grote kanshebbers voor de eindoverwinning. Eerlijk gezegd durf ik op geen van allen een euro in te zetten: ik weet het niet. (Botero: de eindoverwinning naar een Colombiaan. Het zou uniek zijn en daarom leuk.)
PS René: die Kirsipuu van jou rijdt lekker, vijfde in het puntenklassement. Wat mezelf deugd doet zijn de prestaties van Virenque, ooit een verdoemd man. En toch jammer dat Pantani en Ullrich niet meedoen.
Dinsdagochtend 16 juli 2002 (Harry)Een koning kan nog zolang regeren, uiteindelijk komt er een einde aan zijn rijk. De koning blijkt uiteindelijk, wat niemand ooit gedacht had, kwetsbaar en sterfelijk. Soms gebeurT het in één keer, maar vaak gaat de troon langzaam wankelen of wordt er stilletjes gezaagd aan de poten. Bij de grote tourwinnaars kondigde de troonsafstand zich reeds aan. De overmacht slonk.
Zo won Hinault in 1985 alleen maar door de orders van ploegleider Guimard, die bepaalde dat Lemond pas een jaar later mocht winnen.
Nu lijkt Armstrong niet meer "Lance de almachtige" te zijn. Waarschijnlijk wint hij de Tour nog. Maar het einde van een tijdperk nadert. Gelukkig wordt de strijd om zijn troon een sportieve met uitdagers als Igor Gonzalez de Galdeano, Santiago Botero en Joseba Beloki en zit er niet een besnord Herbenmannetje stiekem zijn banden lek te prikken of zijn remmen los te draaien. Zo'n Matje met het nieuw en open op zijn voorhoofd getatoeëerd en die dan in een achterkamertje bij Meester Leblanc gaat klikken dat Armstrong verdachte pilletjes slikt. Zo'n mannetje die niet wil dat je hem woorden in de mond legt, die hij gezegd heeft..
Aan de poten van Armstrong's kroon wordt niet stiekem gezaagd. Zijn positie wordt openlijk ter discussie gesteld. Mij maakt het niet uit wie er wint. Zelfs Armstrong mag winnen. Liever niet en wanneer het echt moet, laat hem er dan voor vechten!
Maandagavond 15 juli 2002 (Hans de Bruin)196,1 - 239,4Lance Armstrong lijkt de grootste verrassing van deze Tour te worden. Ik geloof dat ik m'n geld op Igor Gonzalez ga zetten. En Boogerd waar was je? Je kunt toch vrijuit rijden met die Leipheimer als kopman......
Ik ben een mooi weerrijder. Vrijdag regende het, daarom vandaag voor straf na m'n werk een extra ritje van 43,3 km (Den Haag-Vlietlanden-Horsten en als toetje Meyendel-Den Haag). Ook goed om m'n stijve kuiten van gisteren wat los te rijden. De zon laag en scherp over het water van de Vliet heen zo rond zeven uur is altijd weer adembenemend; daarna de optrekkende nevel in de Horsten, die de omzomende bomen in een grijze waas zet. Ik raad het iedereen aan. Midden in de Randstad kun je de mooiste landschapjes vinden. Laten we hopen dat de dwazen, die vanuit hun auto's alleen maar van snelwegen kunnen genieten en denken dat alles toch al is volgebouwd, straks niet hun zin krijgen en het Groene Hart nog verder wordt volgeprakt door de nieuwe rechtse regering.
En oefening baart kunst: het Scheveningse 'colletje' ging alweer heel wat gemakkelijker dan vorige week. En nu een bordje koolhydraten naar binnen werken. Het klassieke wielervoedsel: spaghetti. En morgen een rustdag, daar doe ik aan mee.......
Maandagavond 15 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 2000, deel 8, wachten.Januari 2000. De wind giert rond een fraaie villa in een chique buitenwijk van Tallin. Het grote succes is daar: 1 etappe in de Tour van 1999 en 6 dagen de gele trui. Het grote geld stroomt binnen. De discussie over werk in de haven is definitief verleden tijd.
Vader, moeder, broertjes en zusjes Kirsipuu zijn al naar bed. Op de bank in de woonkamer legt Editha een hand op een van de machtige dijen van haar partner. Het moment lijkt daar. Voorzichtig brengt ze het te berde. Trouwen. Jaan wanneer gaan we trouwen? Maar meer nog, wanneer maken we een kindje. Jaan streelt liefdevol over de krullen van zijn lief. Voorzichtig neemt hij de kleine Editha op schoot en legt haar geduldig uit dat van een kindje nog geen sprake kan zijn. Weet ze dan niet wat er met Jeroen is gebeurd; Jeroen Blijlevens. Sinds die een tweeling heeft, durft hij zich niet meer voluit in een massasprint te storten. Bang dat hem iets overkomt, dat zijn kinderen straks geen pappie meer hebben. En Editha luistert aandachtig en begrijpt. Dat hebben die Estse meisjes nog.
Liefdevol meet ze Jaan even later een condoom aan. Ze beginnen de koppelkoers waar ze beide als overwinnaar uit te voorschijn komen. Moeiteloos neemt Jaan, die doorgaans al bij een verkeersdrempel moet lossen, twee cols van buiten categorie en daalt in een ziedend tempo af. Hij trekt voor haar de sprint aan en ze gaan luid jubelend samen over de meet. Ja, Editha wil nog wel even wachten met een kindje. (17 januari 2000)
Maandagmiddag 15 juli 2002 (Adriaan)Bij evenementen als de Tour de France bemerk ik bij mezelf nationalistische gevoelens. Daar baal ik van, want ik wil graag wereldburger zijn. Toch blijkt mijn hart meer te liggen bij de boerenleenbankploeg dan bij, ik noem maar een zijstraat, Jean Delatour.
Vandaag de voorpagina van de De Volkskrant: een grote foto van Karsten Kroon, de favoriet van mijn broer Theo. Hij won zondag de etappe, mede dankzij de inspanningen van mijn favoriet Erik Dekker.
Op de 14de juli, de nationale feestdag van de Fransen (wat vieren die lui eigenlijk op die dag?) zijn de eerste drie plaatsen voor Nederlanders. Dekker wordt derde, omdat hij zijn handen omhoog heeft voor Kroon: Servais Knaven houdt zijn handen wel aan het stuur en wordt tweede.
Vandaag de tijdrit; ik vrees dat ik mijn nationalistische gevoelens maar even in de kast moet houden. (Leipheimer is jiddisch voor gekkenhuisbewoner.)
Maandagochtend 15 juli 2002 (Harry)Erik Dekker, Karsten Kroon en Servais Knaven deden zondag wat Leon van Bon niet lukte, ze gingen er met een groepje vandoor en zij bleven weg. Ze deden het volgens een klassieke methode (Van Bon vergat deze zaterdag te vermelden); net na de ravitaillering. Bij deze methode is het zaak dat je vooraan in het peloton zit, je neemt je etenszakje aan en gaat er vandoor. Achter je bevinden zich een paar honderd klungelende renners met tasjes die in de knoop zitten en daarna het eten selecteren. Het vreemde is dat de zakjes van de ontsnappende renners nooit in de knoop zitten of bepaald het lot op deze manier wie er ontsnapt.
De drie Nederlanders, drie vermaarde aanvallers, maakten er een feestje van en verstoorden de Nationale Feestvreugde van de Fransen.
Mooi is de voortschrijdende terugkeer van Dekker, die nog niet in vorm is, maar wel de finale regisseerde. Een paar keer moest hij eraf op een klimmetje en telkens kwam hij terug, Hij cijferde zichzelf volkomen weg en trok de sprint aan voor Karsten Kroon die het perfect afmaakte. Wanneer dit Dekker op 80% is, dan doet het me dat verlangen naar 100%. Ik denk dat de 90% Dekker nog wel een etappe wint deze Tour.
Servais Knaven vierde geen feest. Het was al de zoveelste keer dat hij verslagen werd door een iets snellere landgenoot.
Zondagavond 14 juli 2002 (Hans de Bruin)137,1 - 196,1Op VRT 1 laten ze voorafgaande aan de touruitzendingen een foto zien van een groep wielrenners. Het zijn vrouwen. Niks mis mee, maar niet alleen de Tour is een mannenaangelegenheid, in feite is wielrennen een mannensport. Helaas!.
In mijn rit van vandaag (Den Haag-Leiden-Noordwijk-Den Haag, een wat langere rit van 59 km, want tenslotte rijden ze in de Tour vandaag ook de langste rit) heb ik dat nog eens vastgesteld. Ik kwam onderweg 126 als wielrenners verklede mensen tegen, slechts 12 daarvan waren vrouwen. Vrouwen skeeleren.
Het is toch wel verrassend. Het Nederlandse wielrennen heeft toch een aantal zeer goede dames voortgebracht. Niet in de laatste plaats onze Leontine. Maar wat te denken van Monique Knol en de Zeeuwse zusjes Bella en Keetie Hage, die eind jaren zestig het damenswielrennen domineerden. Ach Keetie uit Sint Maartensdijk. Toen ik als nieuweling bij het Leidse Swift reed, kwam Keetie daar regelmatig op de club. Ze had daar een vriendje. Ik was heimelijk een beetje verliefd op haar. Maar Keetie was al een grote aan het worden en ik reed geen deuk in een pak Zeeuws Meisje.
Het zal wel toeval zijn geweest, maar op de terugweg door de duinen vanaf Noordwijk belandde ik in het achterwiel van een rappe dame, om haar met een groet in Katwijk achter me te laten. Ik mag dan gisteren 53 geworden zijn, maar er zijn grenzen.
Zondagavond 14 juli 2002 (René Schwab)Het Jaan Kirsipuu verhaal, 1999, deel 7, een belofte wordt ingelost.Het is 4 juli 1999. 1e etappe van de Tour, aankomst in Challans. ‘Noem eens wat favorieten', zegt Vadertje Smeets tegen de kleine Herbert. ‘Mooie Mario natuurlijk, Zabel, O'Grady, Martinello, Steels, Svorada, Jimmy Casper wellicht, ... en McEwen.' ‘....en Kirsipuu' vul ik aan thuis op de bank. ‘Ik vraag me af of McEwen ooit een grote etappe kan winnen, ik denk het niet', zegt Smeets. Kleine Herbert dreunt nog eens het rijtje favorieten op. Noemt McEwen niet meer, maar vult het nu aan met Kirsipuu. Neen, weer weet Mart het beter. Kirsipuu mag volgens hem af en toe een ritje in de Tour Normandië winnen, maar voor het grote werk is hij niet gemaakt. En dan komt de sprint. Mart noemt in een sneltreinvaart de renners op die naar zijn waarneming om de overwinning strijden: Zabel, O'Grady, Zabel, O'Grady, Zabel, Steels, Steels, S t e e l s en dan op het allerlaatste moment, als hij de eindstreep al is gepasseerd en ik het allang heb gezien: K i r s i p u u u u u ! ! !
‘Zie je wel,' zeg ik met een brede glimlach tegen mijn vrouw, die achter de computer een spelletje zit te doen, ‘ik zei het al.' ‘s Avonds belt mijn zoon op: 'Mag ik je hartelijk feliciteren met de reeds jaren geleden voorspelde etappewinst én nu ook nog de gele trui van Jaan Kirsipuu?' (4 juli 1999)
(Traditiegetrouw stapt Kirsipuu bij het zien van de eerste cols (8e etappe) af, in de groene trui, want die had hij de eerste week ook om zijn schouders. Zijn totaal aantal zeges komt dat jaar op 59. Overigens wint McEwen de laatste sprint in Parijs)
Zondagmiddag 14 juli 2002 (Adriaan)Ik heb een aantal problemen, echt, ik kan de hele site ermee vol schrijven. Maar laat ik me beperken tot de zaken die er met de Tour toe doen. Begin jaren tachtig ben ik met vriend Arjen op de motor heel Frankrijk doorgegaan. Ik was mijn rechterbeen al kwijt, dus kon zelf niet rijden. Bij Arjen achterop de Kawa 750. Arjen probeerde hip te zijn in die tijd, ik niet. Ik had alleen maar lang haar, hij had een mohawk, een kale kop met een middenberm. Bij ieder dorpje waar we stopten om een bak koffie te halen, helm af, werd hij met open bek bekeken. Zo wilde hij het ook.
De derde dag van onze rit kwamen we aan bij de Mont Saint Michel. En daar kwamen twee van mijn problemen naar voren. Als prothesedrager kan ik wel een heuvel oplopen, maar niet af. We hebben aan de kust de motor neergezet en zijn de dijk over gelopen naar het eiland. Daar zijn we gaan klimmen, heuvel op en aan het eind van de tocht waren we boven. En toen pas bedacht ik me: ik heb hoogtevrees. En voor iemand met hoogtevrees is de Mont Saint Michel hoog. Ik hoefde de straatjes niet af te lopen. Er is een lange trap naar beneden. Toen zag ik de hoogte. Slik. Ik heb Arjen gevraagd: hou me vast. Met mijn ogen dicht ben ik afgedaald.
Het kwam gisteren allemaal weer terug.Van Bon met zijn medevluchters richting Normandische kust. Vanuit de helicopter zagen we de Mont Saint Michel liggen en ik kreeg het weer benauwd. Als afrekening met mijn angsten had ik het wel tof gevonden als Van Bon gewonnen had. Ik gun het hem ook zo. Kom aan Leon!
Zondagochtend 14 juli 2002 (Harry)Leon van Bon is een liefhebber van de betere ontsnapping. Hij ontsnapt niet zo vaak als bijv. Durand of Dierckxsens. Maar in tegenstelling tot deze drieste avonturiers, pakt hij naar verhouding vaker de overwinning. Durand en Dierckxsens zijn ook deze Tour weer zeer actief, maar ze gaan zoals zo vaak steeds strijdend ten onder.
Van Bon is een ontsnappingsspecialist, in de Volkskrant van zaterdag legt hij uit waar je op moet letten wanneer je met de juiste groep mee wil. Ontsnappingen waar je in mee moet zitten zijn: Ontsnappingen met hardrijders. Ze doen altijd hun werk en kunnen vaak niet goed sprinten. Of ontsnappingen met renners uit de streek. Ontsnappingen waarin je beter niet mee kunt gaan zijn die met sprinters of met renners die goed staan in het klassement. Van Bon gaat vaak niet direct mee, maar kijkt even of het peloton reageert en wanneer dat niet zo is springt hij naar het groepje toe.
Gisteren zat Van Bon in een kopgroep die bijna wegbleef, helaas zat er een renner bij die een bedreiging vormde voor de gele trui. De ontsnapping van Armstrong, was ook niet volgens de theorie van Van Bon. Het was een bijzondere. Na een valpartij in het peloton raakte Armstrong achterop. Vijf, zes ploegmakkers wachten hem op. Armstrong zette aan en lostte ze allemaal. Zijn ploegmakkers kwamen een halve minuut na hem over de streep.
PS Houdini een renner uit Mettre Aux Fers ploeg, die in de jaren zestig actief was, koos altijd voor de juiste ontsnapping.
terug naar deel 1 inleiding