Arend ter Maten†, E. Jan W. ter Maten |
401: Kwitanties door de sergeant-majoor D. Harkink voor aan hem betaalde gelden wegens verrichte garnizoensdiensten, 1833-1835. 1 omslag.
| Bericht | Jaar | Nr | |
| 25-Jarig feest ... als Sergeant Majoor der Schutterij | 20-08-1847 | ||
| Geschenk aan ... | 27-08-1847 | ||
| Feest van ... | 26-11-1847 | ||
| Ontvangst onderscheiding ... | 27-05-1852 | ||
| 40 Jaar jubileum Schutterij | 1862 | 65 | |
| Onthaalt zijn knechts (28) met nieuwjaar (kaas, bier, sigaren) | 1872 | 2 | |
| 50-Jarig jubileum van C.H. Ruygrok bij de Schutterij | 1872 | 27/28 | |
| Tegenwoordig en spreekt bij de overhandiging aan Ruygrok van het ereteken door de voorzitter der Delftsche Werkmansvereniging | 1872 | 31 | |
| A.s. 50-jarig jubileum van D. Harkink bij de Schutterij | 1872 | 96 | |
| Viering 50-jarig jubileum ... | 1872 | 97 | |
| Onthaalt met H. Schooten de officieren en korporaals der Schutterij | 1872 | 100 | |
| Ontvangt de persoonlijke rang van 2de Luitenant bij de Schutterij | 1875 | 30 | |
| Gaat vennootschap aan met B. Harkink | 1876 | 43 |
Op a.s. Dinsdag 13 Augustus zal het een halve eeuw geleden zijn, dat een geacht
ingezetene bij de Delftsche Schutterij werd ingelijfd, thans nog bij dat korps
in werkelijke dienst en steeds met lust en ijver daarvoor werkzaam is.
Het is de Heer D. Harkink adj. onderofficier.
De Heer Harkink, in 1822 bij genoemde Schutterij ingelijfd, werd in Maart 1823 bevorderd
tot Korporaal, in Januari 1827 tot Sergeant en in Januari 1829 tot Sergeant Majoor,
terwijl hij in 1859 werd aangesteld tot adjudant onderofficier.
De Heer Harkink heeft door de diensten, die hij gedurende vijftig jaren, met zoveel
ijver en toewijding aan de Schutterij en aan de stad bewees, regtmatige aanspraak
verworven op de erkenning daarvan door de Delftsche burgerij.
We vernemen dan ook met genoegen, dat de diensten zo ruimschoots bewezen naar waarde
worden op prijs gesteld en dat te zijner eere op a.s. Dinsdag op de Groote Markt
eene inspectie van het Bataillon Schutterij zal worden gehouden.
[Delftsche Courant 1872, Nr 96.]
De Heeren H. Scholten en D. Harkink, die zoals wij in ons vorig nommer hebben
meegedeeld, heden den dag zouden vieren, dat zij eene halve eeuw geleden bij de
Schutterij werden ingelijfd, mogen het ruimschoots ondervinden, dat hunne veelvuldig
bewezen diensten op hoogen prijs worden gesteld. In de eerste plaats behaagde
het den Koning, als blijk van Z.M. bijzondere tevredenheid wegens de door den Heer
H. Scholten bewezen veeljarige diensten hem de personeelen rang van Kapitein
te verlenen.
De Kommandant der Schutterij wenschte daarop in hartelijke bewoordingen den jubilarissen
geluk met het feest, dat zij heden het voorregt hadden te vieren, waarop de muziek
en de fanfare aanhief en met het spelen van het volkslied besloot.
Na afloop der parade ontvingen de jubilarissen van onderscheiden zijden tal van
gelukwenschen benevens kostbare geschenken, als een aandenken aan deze voor hen
gewigtigen dag.
De Heer Harkink ontving: Van het Stedelijk Bestuur
twee kristallen wijnkannen
met zilver gemonteerd, van de officieren een zilveren inktkoker,
van de onderofficieren een sigarenstandaard met zilver gemonteerd en van de
korporaals een lamp, mede alles met toepasselijke opschriften.
Bovendien werd aan beide jubilarissen twee photografieën ten geschenke
vereerd, voorstellende de gezamenlijke onderofficieren en de korporaals van het
bataillon.
Hedenavond wordt er op Reineveld door Heeren officieren der Schutterij ene
receptie gehouden, waarbij ook de jubilarissen zijn uitgenodigd.
De wijze, waarop de dag van heden, die voor twee onzer ingezetenen zoo belangrijk
werd gevierd, zal hun de overtuiging schenken, dat zij in de algemeene achting
en genegenheid hoog staan aangeschreven en dat men de vele diensten door hen aan
Delft bewezen, hoogschat. Moge zij nog lang gespaard blijven om met dien zelfden
ijver in het belang der stad werkzaam te zijn.
[Delftsche Courant 1872, Nr 97.]
Bij akte op den 7den April 1876, voor den te Rotterdam resideerenden
Notaris HERMANNUS ADRIANUS SCHADEE, gepasseerd is tusschen de ondergeteekenden
DANIEL HARKINK Senior, Kuiper en BAREND HARKINK Danielszoon, particulier,
beiden wonende te Delft, aangaan eene VENNOOTSCHAP van Koophandel,
welke gevestigd is te Delft en ten doel heeft de uitoefening van het
bedrijf van Kuipers en al hetgeen wat daartoe in den ruimsten zin behoort
en zulks onder de Firma van
D. Harkink Sr. & Zoon,
tot de teekening waarvan de beide ondergeteekenden gerechtigd zijn zonder die
echter immer te mogen bezigen tot het aangaan of teekenen van beleeningen,
borgtochten of particuliere verbintenissen in het algemeen, waartoe om voor de
Vennootschap van kracht zijn de bijzondere handteekening van beide de ondergeteekenden
zal worden vereischt.
De Vennootschap is aangegaan voor een tijdvak van vijf jaren, aanvang genomen
hebbende den 1sten Januari 1876 en mitsdien zullende eindigen den
31sten December 1880, met dien verstande chter, dat de Vennootschap
alsdan niet vanzelve zal eindigen tenzij door een der Vennooten minstens zes
maanden voor de expiratie eene schriftelijke opzegging daartoe zal hebben
plaats gehad bij gebreke waarvan de Vennootschap geacht zal worden nog voor een
jaar te zijn verlengd en zulks telkens van jaar tot jaar, totdat die ten minste zes maanden
vóór de expiratie door een der ondergeteekenden schriftelijk
zal zijn opgezegd.
D. HARKINK Sr.
B. HARKINK.
Delft, den 7den April 1876.
[Deltsche Courant, 1876, nr 43.]
Heden overleed onverwacht, doch zacht en kalm, mijn geliefde Echtgenoot, de Heer
DANIËL HARKINK, in den ouderdom van ruim 78 jaren.
Wat ik en zijne Kinderen, Behuwd- en Kleinkinderen in hem verliezen, zal ieder
beseffen die den overledene van nabij gekend heeft.
Wed. D. HARKINK--M.C. Tresfon, ook namens Kinderen en behuwdkinderen.
Delft, 7 December 1879.
Foto's voormalig bezit van Daniel Harkink Sr
... compareerden
1. De Heer Daniel Harkink, Meesterkuiper wonende te Delft aan de Koornmarkt in Wijk 3
nommer 86,
primo voor zich zelven, vooreerst uit hoofde der Gemeenschap van goederen
waarin hij is gehuwd geweest met wijlen Mejuffrouw Elisabeth Tresfon, op 19-09-1845
te Delft overleden, en ten andere als eenigen geinstitueerden Erfgenaam van dezelve
zijn Echtgenoote, krachtens Testament door haar op 04-03-1844, Not. S.A. Scholten, te Delft ... en
secundo als wetigen Voogd over zijne 6 minderjarige Kinderen in huwelijk aan de
bovengenoemde Mejuffrouw Elisabeth Tresfon verwekt, genaamd Ferdinandus, Adriana Anna,
Elisabeth Albertina, Elisa Theodorus, Daniel en Cornelis Harkink,
ten deze bijgestaan door den Heer Albertus Tresfon, Boekhouder en Frabrikant, wonende
te Rotterdam, toeziende Voogd over de genoemde minderjarigen, zoodanig benoemd door den
Edel Achtbaren Heer Kantonregter te Delft op 23-10-1845 ...
2. De Heer Barend Harkink, kuiper, wonende te Delft, aan de Koornmarkt, Wijk 3 nommer 86.
3. De Heer Joseph Harkink, kuiper, wonende te Delft, aan het Marktveld, Wijk 4 nommer 386.
4. Mejuffrouw IJda Harkink, huisvrouw van, bijgestaan en gemagtigd door den Heer
Pieter Jacob Stigter, kuiper, wonende te Delft, aan de Vlamingstraat, Wijk 4 nommer 211.
5. De Heer Maarten Harkink, Meester Ledekant en Kamerbehanger, wonende te Delft,
aan het Oude Delft, Wijk 3 nommer 60.
De Comparanten Barend, Joseph, IJda en Maarten Harkink met de genoemde Zes minderjarigen,
de eenige kinderen door den Eersten Comparant aan zijne huisvrouw Elisabeth Tresfon verwekt
en alzoo tot het wettelijk Erfdeel uit de Nalatenschap hunner Moeder geregtigd.
... Boedelbeschrijving of inventaris is opgesteld door Not. S.A. Scholten dd 06-12-1845 ...
Samenvatting Baten:
1. Meubelen, huisraad, bedden en beddengoed, tafel en bedlinnen, klederen: Fl 209,60
2. Gouden en zilveren werken: Fl. 89,75
3. Gemaakt vaatwerk, gereedschappen en materialen tot de kuipers-affaire behoorend: Fl. 1422,60
4. Boekschulden (vorderingen): Fl. 1832,38.
5. Gereed geld: Fl. 1026,35.
6. Een huis, kuiperij en erve, staande en gelegen aan de Oostzijde van de Koornmarkt te Delft,
Wijk 3 nommer 86, kadaster sectie D nommer 396, groot 1 roede, 19 ellen en nommer 397,
groot 71 (?) ellen [akte dd 28-08-1841, Not. S.A. Scholten te Delft]: Fl. 2500,--.
Samenvatting Lasten:
1. Gedane Uitgaven: Fl. 1001,35.
2. Een hypothecaire obligatie, 5% pj, op het bovenomschreven onroerend goed: Fl. 2000,--.
3. Nog te betalen aan diverse crediteuren: Fl. 3204,15.
4. Kosten doodschulden en begrafeniskosten: Fl. 25,--.
Verdeling:
Daniel had recht op zijn helft van het batig saldo. Van de andere helft kreeg hij 1/4 deel.
Elk der 10 kinderen had recht op 3/40-deel van deze helft.
... compareerden
De Heer Ferdinandus Harkink, Meester Schrijnwerker, wonende te Gouda, ter eener, en
De Heer Daniel Harkink, Meester Kuiper, wonende te Delft, ter andere zijde.
Ferdinand Harkink verkoopt aan zijn vader zijn huis te Gouda: Een huis en erf, staande en
gelegen aan den Korten Tiende weg te Gouda, wijk D, nommer 4, kadastraal sectie C nommer 1558,
groot twee roeden, 64 ellen. [Aangekocht bij akte dd 10-12-1857, Not. W.J. Fortuijn Droogleever,
te Gouda]. De verkoopprijs bedraagt Fl 2400,--. Daniel Harkink betaalt Fl 600,-- contant en
neemt twee hypothecaire schuldvorderingen op het pand over: een van Fl 1200,-- [5% pj, aan Mejuffrouw
J.M.C. Foesik, volgens akte dd 07-09-1854 bij gen. notaris te Gouda] en een van Fl 600,--
[4,5% pj, aan de Heer Th.P. Viruly, volgens akte 14-02-1857 bij gen. notaris te Gouda].
In het huis gemerkt wijk B nommer 76 aan de oostzijde van de Koornmarkt te Delft ...
... tot het maken eener
beschrijving van den gemeenschappelijken boedel bezeten geweest tusschen den heer
Daniel Harkink Senior, in leven kuiper, gewoond hebbende te Delft en aldaar
op den 07-12-1879 overleden, en zijne echtgenoote in tweede huwelijk Mejuffrouw
Maria Cornelia Tresfon, particuliere, wonende te Delft, alsmede der nalatenschap
van den erflater.
Ten sterfhuize waren tegenwoordig
1. De heer Willem Verschoor, notaris, wonende te Delft, als gemachtigde van Mejuffrouw
Maria Cornelia Tresfon, particuliere, wonende te Delft, weduwe van den heer
Daniel Harkink Senior, uit krachte der gemeenschap van goederen, waarin zij
met haren genoemden echtgenoot is gehuwd geweest, blijkens onderhandsche akte van
volmacht op 19-12-1879, te Delft, geteekend, die na door den lasthebber in tegenwoordigheid
van mij notaris en getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen
geteekend te zijn, aan deze minute is vastgehecht en daarmede gelijktijdig ter registratie
zal worden aangeboden.
2. De heer Barend Harkink, kuiper, wonende te Delft.
3. De heer Joseph Harkink, kuiper, wonende te Delft.
4. De heer Pieter Jacob Stigter, kuiper, wonende te Delft, als hoofd der gemeenschap
van goederen, waarin hij volgens zijne verklaring is gehuwd met Mejuffrouw
IJda Harkink.
5. De heer Maarten Harkink, winkelier, wonende te Delft.
6. De heer Ferdinand Harkink, depothouder der Delftsche Broodfabriek, wonende te Delft.
7. Mejuffrouw Elisabeth Albertina Harkink, meerderjarig, ongehuwd, zonder beroep,
wonende te Delft.
8. De heer Eliza Theodorus Harkink, kuiper, wonende te Delft.
9. De heer Daniel Harkink, kleermaker, wonende te Delft.
10. De heer Cornelis Johannes Harkink, particulier, wonende te Delft.
11. De heer Albertus Tresfon, koopman, wonende te Rotterdam, als uitvoerder
der uiterste wilsbeschikkingen van den heer Daniel Harkink Senior ...
12. De heer Willem Laevinus Verschoor, notaris, wonende te Delft, als uitvoerder
der uiterste wilsbeschikkingen van den heer Daniel Harkink Senior ...
De hierboven genoemde heeren Barend, Joseph, Maarten, Ferdinandus,
Eliza Theodorus, Daniel en Cornelis Johannes Harkink en
Mejuffrouwen IJda en Elisabeth Albertine Harkink, zijn de negen kinderen
en eenige nakomelingen van den heer Daniel Harkink Senior uit diens eerste huwelijk
met Mejuffrouw Elisabeth Tresfon, overleden 19-09-1845, geboren.
De requiranten verklaarden vooraf:
dat de erflater bij zijn hiervoren aangehaalde testament van 18-05-1876:
heeft gelegateerd aan zijne echtgenoote Mejuffrouw Maria Cornelia Tresfon
a. zijn aandeel in hunnen gemeenschappelijken inboedel, en
b. het recht en de keus om in haar aandeel in hunnen gemeenschappelijken boedel aan te
staan en over te nemen het huis, werkplaats, pakhuis, en erf aan de oostzijde van de
Koornmarkt alhier, wijk 3, nommer 86, kadaster sectie D, nommers 396 en 1368, en zulks
voor de som waarop dit onroerend goed door drie beëedigde deskundigen zal worden
geschat.
heeft gelegateerd aan zijnen zoon Barend Harkink het recht en de keus om in zijn
erfdeel over te nemen:
a. het huis met werkplaats, erf en tuin aan de oostzijde van de Koornmarkt alhier
wijk 3 nommer 113a, voor Fl 6000,--.
b. en het pakhuis en erf aan de westzijde van de Koornmarkt alhier, wijk 2 nommer 80,
voor Fl. 4000,--.
In geval aan deze onroerende goederen bij schatting hoogere waarde mocht worden toegekend,
heeft hij begeerd, dat door zijn genoemden zoon ook dat meerdere worde voldaan of verrekend.
heeft verklaard, dat het zijn verlangen en zijne bijzondere begeerte is, dat door zijn
zoon Barend Harkink in zijne kuiperszaak tegen billeke belooning zullen worden
te werk gesteld zijne broeders Joseph Harkink en Eliza Theodorus Harkink,
indien dit namelijk door hen zal worden begeerd.
heeft gelegateerd het vruchtgebruik van dat gedeelte zijner nalatenschap, hetwelk door de
wet niet aan zijne kinderen en verdere nakomelingen is toegekend (onder aftrek van het
legaat van den inboedel en dat aan de executeuren) aan zijne drie ongehuwde kinderen,
met namen: Adriana Anna Harkink (vóór den erflater overleden),
Elisabeth Albertina Harkink en Cornelis Johannes Harkink, en zulks tot
hun huwelijk of ongehuwd blijvende tot hun overlijden, zullende bij huwelijk of overlijden
dat vruchtgebruik overgaan bij aanwas op de anderen, of op de langstlevende of
laatst ongehuwd blijvende alleen.
heeft begeerd, dat de gelden door hem aan zijne kinderen geschonken, bij de scheiding
en verdeeling zijns boedels zullen worden afbetaald of verrekend, doch dat de hun gedane
giften onder de levenden niet zullen worden ingebracht.
heeft verlangd, dat het kapitaal voor het door hem besproken vruchtgebruik worde belegd
op het Grootboek der Nationale Schuld of op hypothecair onderpand.
... dat de aanwijzing der beschrijven zaken zal worden gedaan door de zevende requirante
Mejuffrouw Elisabeth Albertina Harkink, bij den erflater ingewoond hebbende.
[De beschrijving van de inboedel volgt de indeling van het huis, van boven naar beneden:]
... Op den zolder, ... op den boven-achter kamer [bed, twee peluws en vier kusschens Fl 45.--],
... op den boven achter kamer in gebruik bij den heer Wijnaendts [pendule Fl 25,--],
... op het portaal, ... op de boven voorkamer [canape Fl 15,--; ronde tafel + kleed Fl 14,--;
zes stoelen Fl 12,--; secretaire Fl 20,--; vloerkleed en karpet Fl 17,--], ... op het portaal,
... in de beneden voorkamer en alkoof [bonheur du jour Fl 60,--; zes stoelen Fl 42,--;
twee fauteuils Fl 40,--; een tafel met kleed Fl 35,--; een gaskroon Fl 15,--; pendule Fl 16,--;
een vloerkleed en karpet Fl 40,--; een kabinet Fl 60,--; in een bedstede: bed, peluw, twee
kusschens Fl 40,--; in het kabinet: tafel en bedlinnen Fl 60,--, mans en vrouwen onderkleeden Fl 60,--,
mans boven kleederen Fl 75,--, vrouwen boven kleederen Fl 20,--], ... in den gang [looper en eenige
matten Fl 5,--; parapluie standaard, rekje en bankje Fl 2,--], ... in de keuken [fornuis met ketel
Fl 20,--], ... op de plaats [twee watertonnen Fl 6,--], ... in de beneden achter kamer
[zes stoelen Fl 15,--; secretaire Fl 18,--; kachel met toebehooren Fl 10,--; klok Fl 10,--;
bed, peluw en twee kusschens Fl 50,--; idem Fl 40,--, ... nog in de beneden voorkamer]
Goud en zilverwerk [zes zilveren lepels en zes dito vorken, 575gr, Fl 43,50; zilveren brillendoos
Fl 5,20; bril Fl 1,--; twee wijnkannen met zilver Fl 25,--; een inktkoker
met zilver, rond met bladeren, 390 gr, Fl 33,25; een bokaal met idem Fl 15,--;
een zilveren tabakdoos Fl 11,35;
gouden kerkboek met slot Fl 20,--; een gouden ring, glad, met juweel Fl 10,--; een gouden
horloge Fl 44,--; een dito met ketting Fl 23,--; een juweelen speld Fl 18,--].
[Opm: Dikgedrukt zijn de voorwerpen die vermoedelijk aan het Prinsehof zijn geschonken
(zie hierboven)]
Totaal: Fl 1874,15.
Effecten en schuldvorderingen:
1. 1 Obligatie Polen, Bank, 1844, 500 Roebels, 4% pj.
2. 5 Obligaties in een stuk Zuid Italiaansche Spoorweg, 2500 Lires, 3% pj.
3. 10 Obligaties Rusland Nicolaas Spoorweg, 1869, elk 125 Roebels, of Fl 236,--, 4% pj.
4. 1 Obligatie Turkije, 1250 Francs, 5% pj.
5. 5 aandeelen premie leening ten laste Stuhl Weissenburg Raab Grazer Spoorweg 1871,
100 Thaler, of Fl 175,--, 4% pj.
6. 3 Obligaties Rusland, 6de leening 1855, 5% pj.
7. 2 Obligaties Engelsch Russisch Hollandsche leening, Rusland 1866, elk Fl 1000,--, 5% pj.
8. 1 Obligatie Oostenrijk, 1000 Florijnen, 5% pj.
9. 7 Actien (Duits?) Baltische Spoorweg, elk 125 Roebels, 3% pj; 4 dito in een stuk.
10. 1 Obligatie Portugal, 1869, 100 Pond Sterling, 3 % pj.
11. 2 Obligaties Hongarije, 1876, elk 100 Florijnen, 5% pj.
12. 2 Obligaties Rusland, 1798, elk Fl. 1000,--, 5% pj.
13. 1 Obligatie Spanje, binnenlandsche schuld, 2000 Escudos, 3% pj, thans 1% pj.
14. 1 Obligatie Spanje, buitenlandsche schuld, 400 Piasters, 3% pj.
15. 1 Obligatie Spanje, buitenlandsche schuld, 1877, 400 Piasters, 2% pj.
16. 4 Obligaties Spanje, buitenlandsche schuld, 1870 en 1871, elk 200 Piasters, 3%pj.
17. 1 Obligatie Brazilië, 1875, 100 Pond Sterling, 5% pj.
18. 2 Loten Stad Rotterdam, elk Fl 100,--, 3% pj.
19. 1 Bewijs van Aandeel in de NV "de Delftsche Broodfabriek", Fl 200,--.
20. 1 Aandeel in de Societeit Eensgezindheid te Delft, Fl. 50,--.
21. 4 Loten Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, elk Fl. 2,50.
22. Een schuldvordering op Daniel Harkink Junior, Fl 1300,--, 4% pj, sedert 01-05-1877.
23. Een dito op Pieter Jacobus Stigter en zijne echtgenoote IJda Harkink,
FL 1250,--, 5% pj, sedert 14-06-1878.
24. Een dito op Joseph Harkink, Fl 1800,--, 4% pj, sedert 01-07-1861.
25. Idem, Fl 247,76, renteloos, sedert 06-06-1854.
26. Een dito op Eliza Theodorus Harkink, Fl 1000,--, 4% pj, sedert 01-11-1872.
27. Idem, Fl 600,--, 4% pj, sedert 01-05-1877.
28. Idem, Fl 200,--, 4% pj, sedert 01-08-1879.
29. Een dito op Adrianus Stigter, te 's-Gravenhage, Fl 1000,--, 5% pj, sedert
01-07-1879.
30. Idem FL 500,--, nu per resto Fl 300,--, 5% pj, sedert 01-06-1879.
31. Idem Fl 500,--, 5% pj, sedert 15-07-1879.
32. Een dito op Ferdinandus Harkink, Fl 1000,--, 4% pj, sedert 01-11-1860.
33. Idem Fl 1000,--, renteloos, wegen van tijd tot tijd geleende gelden.
34. Een dito op Barend Harkink, Fl 150,--, 5% pj, sedert 08-06-1870.
Gereed geld:
1. 4 Bankbiljetten, elk van 1000 gulden.
2. 5 Dito van 60 gulden.
3. Nog in verschillende bankbiljetten en geldspetien Fl 398,50.
4. In een couvert, waarop geschreven staat "D. Harkink en Zoon", in bankbiljetten, Fl 1600,--.
5. In prolongatie gegeven door de firma D. Harkink en Zoon op 08-11-1878, Fl 3000,--.
6. Idem op 23-04-1879, Fl 2000,--.
7. In prolongatie gegeven door den erflater ten kantore van de Gebroeders van Hoijtema te
Delft op 07-05-1879, Fl 3000,--.
8. Een doosje waarin zeven 10 gulden stukken, behorend aan de Firma D. Harkink en Zoon.
9. Gereed geld Fl 7,69.
10. In een langwerpig boekje, 2 bankbiljetten, elk Fl 60,--.
11. In een foliesboek, 1 bankbiljet van Fl 40,--, vermoedelijk betaald door den bouwman
P. van Vliet.
Onroerend goed:
1. Een huis, kuiperij en erf aan de oostzijde van de Koornmarkt te Delft, wijk 3 nommer 86,
kadaster sectie D nommers 396, groot 1 are 19 ca, en 397, groot 71 ca.
[In eigendom blijkens akte van scheiding des boedels van den erflater en zijne eerste
echtgenoote Mejuffrouw Elisabeth Tresfon, op 09-05-1848, Not. J. Vernee, te Delft.]
2. Een huis en erf met overdekte poort en tuin, groot 4 are, 80 ca, aan de oostzijde
van de Koornmarkt te Delft, kadaster sectie D nommers 332-5, allen gedeeltelijk.
[Geen wijknummer vermeld. In eigendom blijkens akte op 16-06-1849, Not. B. van Berkel, te Delft.]
3. Een huis en erf aan de noordzijde van de Kromstraatsteeg te Delft, wijk 3 nommer 88,
kadaster sectie D nommer 398 gedeeltelijk.
[In eigendom blijkens akte op 13-02-1851, Not. B. van Berkel, te Delft.]
4. Een huis en erf aan de zuidzijde van de Gasthuislaan te Delft, wijk 2 nommer 387, kadaster
sectie D nommer 814, groot 46 ca.
[In eigendom blijkens proces verbaal op 01-03-1862 en 08-03-1862, Not. J. Vorstman, te Delft.]
5. Een pakhuis met open plaats en erf aan de westzijde van de Koornmarkt te Delft, wijk 2
nommer 80, kadaster sectie D nommer 583, groot 1 are 66 ca, hebbende een vrijen in en
uitgang door eene gemeene poort aan het Oude Delft, op den kadastralen legger bekend in
sectie D, nommer 558, groot 33 ca.
[In eigendom blijkens akte op 07-05-1863, Not. Vorstman, te Delft]
6. Een bewijs van het uitsluitend recht voor onbepaalden tijd, tot begraven van lijken in
eene grafruimte, tweede klasse, park C, nommer 69 op de algemeene begraafplaats "Jaffa",
in dato 09-02-1877.
De requiranten verklaarden, dat de erflater administrateur was van een fonds van het Kuipersgilden,
en als zoodanig onder zijne berusting of beheer had
a. Fl 600,-- ten laste de gemeente Delft, rentende 2.5% pj.
b. Fl 500,--, 2.5% Nederlandsch op het Grootboek ingeschreven.
En is van deze administratie in kas bevonden Fl 20,25.
De requiranten verklaarden, dat de erflater met zijn zoon den heer Barend Harkink
eene vennootschap heeft aangegaan onder de firma D. Harkink Sr en Zoon, ten
doel hebbende het uitoefenen van het bedrijf van kuipers en al hetgeen daartoe in den
ruimsten zin behoort zooals blijkt bij akte op 07-04-1876 [Not. H.A. Schadee, Rotterdam].
Bij deze akte is in artikel 10 bepaald, dat bij overlijden van één der
vennooten de vennootschap zal eindigen met het einde van het jaar, waarin het overlijden plaats
heeft, de liquidatie der zaak door den overgeblevene geschieden zal en deze in dat geval
het recht zal hebben, de vennootschap voor eigen rekening onder dezelfde firma voort
te zetten.
Volgens verklaring der requiranten, die in het bijzonder door den 2den requirant wordt
bevestigd, is nader tusschen de vennooten overeen gekomen dat de 2de requirant zich heeft
verbonden de zaak te aanvaarden, en hij de aanwezige goederen en grondstoffen zal moeten
overnemen tot den prijs waarop die op de laatste balans voorkomen, en de gemaakte goederen
tot den kosten den prijs en eindelijk aan den erflater of zijne erven zal moeten betalen
als koopprijs voor de zaak zelve en de losse goederen zegge gereedschappen, Fl 1000,--.
Titels en papieren (overige)
1. Een onderhandsche verklaring van den erflater en zijne nagelaten weduwe van 20-05-1868,
waaruit blijkt, dat ten 2de huwelijk is aangebracht:
door den erflater, de zaken, welke hem zijn aanbedeeld, vermeld in de akte van scheiding
des boedels van hem en zijne 1ste echtgenoote, hiervoren reeds aangehaald.
en door Mejuffrouw Maria Cornelia Tresfon
aan meubelen, kleederen, gouden en zilveren werken tot eene waarde van Fl 300,--
en aan gereed geld, Fl 300,--
en dat alle verdere goederen, die zij op gemeld tijdstip daarenboven bezaten gedurende
hun huwelijk aan hen zijn opgekomen uit de vruchten en opbrengsten van elks goederen,
arbeid en vlijt en uit den opleg van onverteerde inkomsten.
Elisabeth Albertine Harkink, meerderjarig, ongehuwd, won. te Delft benoemt haar zuster
Mejuffrouw Adriana Anna Harkink, meerderjarig, ongehuwd, won. te Delft tot haar eenige
en algeheele erfgename.
Ten woonhuize van de testatrice, aan de oostzijde van de Koornmarkt (geen nr).
Noeming van lastgever
... compareerde ...
De heer Barend Harkink, meester kuiper won. te Delft ...
Die bij deze verklaarde de handeling in het vorenstaand procesverbaal van gisteren omschreven,
te hebben gedaan als lasthebber van Mejuffrouw Elisabeth Albertina Harkink, zonder beroep,
won. te Delft, ... die medecomparerende, verklaarde als nu voor hare rekening aan te nemen
de gedane toewijzing van:
Een huis gemerkt nommer 79 aan de westzijde van de Koornmarkt te Delft, kadaster sectie D
nommer 584, groot 88 ca, voor den prijs van Fl. 3500,--.
... compareerden ...
De heer Barend Harkink, kuiper, won. te Delft, ter eene, en
Mejuffrouw Elisabeth Albertina Harkink, particulier, won. mede te Delft, ter andere zijde.
Barend Harkink verkoopt aan zijn zuster Elisabeth Albertina Harkink:
Een stuk grond, groot 5 ca, kadaster nommer 2204 van sectie D, voor zoover dit afkomstig
is van het kadastrale perceel sectie D nommer 583 [Eigendom verkregen middels akte van
scheiding dd 03-06-1880, Not. A.M. Schagen van Leeuwen], voor de prijs van Fl. 5,-- (!).
Het betreft een testament:
... Ik verklaar te legateeren, vrij van successierechten:
Aan Dirk Stigter, minderjarigen zoon van mijn neef, den Heer Dirk Stigter,
arts te Leiden, de som van Fl. 500,--, onder verplichting om daarvoor het eigen
graf op de begraafplaats "Jaffa" goed te onderhouden.
Voor dat onderhoud moet aan den tegenwoordigen doodgraver, Nalis, jaarlijks, in Januari,
eene vergoeding worden uitgekeerd van Fl. 4,-- per jaar; terwijl al het verdere
onderhoud daarvoor noodig mede voor rekening van den legatie zal komen.
Mijn broeder Cornelis Johannes Harkink, mijn eenige erfgenaam, zal de
bevoegdheid hebben het legaat bij zijn leven uit te keeren of wel daarvan het
levenslang vruchtgebruik te behouden, in welk geval ik hem dat recht uitdrukkelijk
legateer. In het laatste geval moet de afgifte plaats hebben uiterlijk binnen
drie maanden na zijn overlijden.
Zoolang gemeld legaat niet is uitgekeerd blijft de verplichting tot onderhoud
van het eigen graf rusten op mijn erfgenaam, in voege als hierboven omschreven.
Ik benoem mijn broeder Cornelis Johannes Harink tot eenig erfgenaam
mijner nalatenschap.
Ik benoem tot bewindvoerders over hetgeen mijne genoemde broeder Cornelis
Johannes Harkink uit mijne nalatenschap zal verkrijgen, de heeren Dirk Stigter,
arts wonende te Leiden en Arie van der Moot (Noot/Host?), procuratiehouder, wonende te Delft,
met vrijstelling van de verplichting tot het stellen van zekerheid.
In het geval mijn genoemde broeder Cornelis Johannes Harkink vóór
mij mocht komen te overlijden, benoem ik tot erfgenamen mijner nalatenschap,
zij die op het oogenblik van mijn overlijden, mijne erfgenamen volgens de wet
zouden zijn geweest, te verdeelen op de zelfde wijze, alsof zij daartoe volgens de
wet geroepen ...
[Uit het overlijdensbericht op 23-04-1912 van het overlijden van Elisabeth Albertina Harkink
blijkt dat Dirk Stigter ook de hem opgedragen taak heeft vervuld.]
| Bericht | Jaar | Nr | |
| 1ste Prijs schietwedstrijd van Frederik Hendrik | 1870 | 138 | |
| 5de Prijs schietwedstrijd van Mars | 1873 | 88 | |
| Vermeld als Sergeant Majoor der Schutterij. Ontvangt eretekenen voor langdurige werkelijke dienst | 1875 | 128 | |
| Uitreiking eretekenen | 1876 | 22 |
Bij vonnis van de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, dd. 3 November 1888,
is DANIEL HARKINK Jr, Kleermaker, wonende te Rotterdam, verklaard te zijn
IN STAAT VAN FAILLISSEMENT, welk faillissement is ingegaan dienzelfden dag;
en zijn daarbij benoemd tot Rechter-Commissaris de Edel Achtbare Heer Mr. PH. A.J.
BOUVIN, Rechter in de voornoemde Rechtbank, en tot Curator Mr. CHRISTIAAN CORNEILLE
DUTILH, Advocaat en Procureur, kantoor houdende aan de Wijnhaven No. 13
aldaar.
De Curator voornoemd:
Mr. C.C. DUTILH.
Rotterdam, 5 November 1888.
De Crediteuren in het faillisement van DANIËL HARKINK Jr, Kleermaker,
wonende te Rotterdam, de bevoorrechte en de pand- of hypotheekhebbende
daaronder begrepen, worden krachtens bevel van den Edel Achtbaren, Heer Rechter-Commissaris
OPGEROEPEN tot bijwoning eener bijeenkomst van schuldeischers, te houden op
Vrijdag den 15den Maart 1889, des voormiddags ten 10 1/4 ure, in een
der lokalen van het Gerechtsgebouw aan het Haagsche Veer aldaar, ten einde
over te gaan tot de verificatie hunner schuldvorderingen.
De curator in genoemd faillissement,
Mr. C.C. DUTILH.
Rotterdam, 2 Maart 1889.
[Een tweede oproep van 16-03-1889 betrof een volgende bijeenkomst op vrijdag
29-03-1889, om 10 uur.]
Alle bekende en onbekende Schuldeischers der onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap van wijlen den heer DANIEL HARKINK, in leven particulier, gewoond hebbende in het gesticht "Eudokia" aan den Oost-Blommerdijkschenweg te Rotterdam en aldaar op den 14 Juni 1901 overleden, worden bij deze OPGEROEPEN om op Donderdag 3 October 1901, des voormiddags ten 9 ure, te verschijnen ten kantore van den Notaris Mr. P.J. VAN WIJNGAARDEN aan de Zuidblaak nummer 24, te Rotterdam, tot het aanhooren en opnemen der rekening en verantwoording, welke alsdan door de erfgename dier nalatenschap zal worden afgelegd, zullende, indien er geen verzet plaats heeft, worden overgegaan tot de voldoening der schulden, voor zoover de baten der nalatenschap toereikende zijn.